De meteropnemer

‘Goedemorgen’ mevrouw, zegt een vriendelijke man die voor mijn voordeur staat. Net op het moment dat ik mijn tv-afsluit zie ik de man richting mijn pad aan komen lopen. Hij draagt werkkleding. Op zijn jack staat een logo van STEDIN en om zijn hals hangt een koord met pasje voorzien van zijn personalia. Dat is de meteropnemer van het elektriciteitsbedrijf denk ik meteen. Ruim een maand geleden ontving ik een brief dat geheel onverwachts er een meteropnemer van het bedrijf bij mij en de bewoners in de straat zou komen om de meterstanden op te nemen. De spelregels van het bedrijf zijn dat ze vooraf geen afspraak met je maken. Ze kunnen dus onverwachts aankomen.
In een oogopslag lees ik zijn personalia en zie ik een foto van de vriendelijke maar erg nerveuze man. ‘Komt u maar binnen?’ vraag ik aan hem. Hij doet de meterkast open en noteert op een de gegevens die op de meter staan. Ik sta niet ver bij hem verwijderd en kijk over zijn arm mee. Onderwijl dat hij een en ander noteert steekt de goede man van wal en zegt: ‘Het overkomt mij niet vaak dat ik meteen door bewoners in een straat word binnengelaten. Ik begrijp wat hij bedoelt. Sinds jaren is het een tijd geworden waar je bijna niemand meer kunt vertrouwen op het eerste gezicht. Het kan inderdaad soms weleens misgaan. De politie waarschuwt en zelfs in de media staan regelmatig berichten om goed op te letter als er mensen aan de deur komen met een of ander verhaal.
Blijkbaar raadt de man mijn gedachten. Hij praat nerveus en vertelt dat hij vaak een prevelementje moet houden voordat hij bij iemand mag binnenkomen in de hal. ‘Laatst vertelde een bewoner tegen mij dat zijn vrouw de sleutel had van de meterkast en zij niet thuis was op de deur van de meterkast open te maken. ‘Wat doet u dan als u een storing hebt en u in de meterkast moet zijn? vroeg ik aan hem. ‘U mag wat mij betreft de deur openbreken hoor’ gaf hij als antwoord.
‘Geen sprake van mijnheer’ dat zou mij mijn baan kosten en de schade aan de deur wordt blijkbaar alsnog op mij verhaald.’ Ik luisterde verbaasd naar de man die blijkbaar zijn verhaal kwijt moest en hij vervolgde: ‘Ik kan een boek schrijven mevrouw wat ik vaak aan de deur te horen krijg. Het komt vaak voor dat de mensen mij niet binnen willen laten of mij gewoon voor de voordeur laten staan. Natuurlijk begrijp ik soms de situatie omdat het helaas een tijd is van wantrouwen. Het kan ook misgaan.’
‘Wat doet u als mensen u niet toelaten of u belemmeren in uw werk?’ vraag ik alsnog. ‘Dan noteer ik met koeienletters ‘geweigerd!’ mevrouw, zegt hij beleefd. Nog even dan zit mijn tijd erop, dan hoop ik met eindelijk pensioen te gaan. Bedankt dat ik de meterstand mocht opnemen en u even naar mij hebt geluisterd.’ Ik heb medelijden met de man die niet veel groter is dan mijzelf.
‘Fijne dag nog!’ roep ik hem nog na als ik zie dat hij bij de naaste buren aanbelt die vrijwel direct opendoen. Bij het sluiten van mijn voordeur denk ik. Er is gelukkig nog hoop, maar alert blijven kan natuurlijk geen kwaad.