Weemoed en liefde in Géneve.

imagesCA720Y93imagesnm

Over de reling van mijn jacht keek ik in het spiegelende water, trok ‘rare’ grimassen en moest lachen om mijzelf. ‘Waarom vonden vrouwen mij toch zo aantrekkelijk? Zij zouden mijn gezicht nu eens moeten zien,’ mompelde ik. Recent was ik 30 jaar geworden en nog steeds vrijgezel. Ik werd omringd door mooie en welgestelde vrouwen. De ware had ik nog niet gevonden. Er was wel één interessante vrouw, een zakenrelatie. Door mijn reizen over de hele wereld kwam ik, op enig moment, met haar in contact tijdens een bezoek aan haar Distributiebedrijf in Bont in Istanbul, Turkije. Ik had kledingzaken in bont en lammycoats in heel Europa en bestelde bij haar de mooiste bontvellen.

De zon stond die dag hoog aan de hemel. Het was warm in de gehuurde Mercedes en ik was blij dat ik na anderhalf uur was gearriveerd bij haar villa. Deze villa stond aan het einde van een lange oprijlaan. De muren waren opgetrokken uit wit marmer. Rondom de villa lag een schitterende tuin in een buitenwijk van Istanbul. Bij binnenkomst stelde ze zich voor en deed haar naam mij vermoeden dat ze van Franse afkomst was.

Mijn naam is Hélène Bataille zei ze en gaf mij een ferme hand.

‘Remo Rigutto, uw zakenpartner in Bont, zei ik met een glimlach.’

Ik keek in een paar bruine ogen. Het was een mooie, slanke vrouw. Ze had kort, blond haar. Opeens onderbrak ze mijn gedachten en zei: ‘Voordat ik u mijn distributiebedrijf laat zien, wilt u misschien iets drinken na zo’n lange reis?

‘Zwarte koffie graag!’

‘Ik zal u voorgaan naar mijn salon’ en ik liep mee in haar kielzog.

Het interieur was smaakvol ingericht. Op de marmeren vloer lag een hoogpolig, rood karpet en in het midden van de salon stond een zwarte, langwerpige tafel met dito stoelen, waar met gemak een tiental gasten konden plaatsnemen. Boven de tafel prijkte een grote kristallen lamp. Een witte vitrinekast voorzien van wit serviesgoed, kristallen glazen en zilveren objecten stond langs een muur. Aan de hoge ramen hingen openstaande vitrages. Er stonden grote palmen in witte potten. Twee sofa’s waren bekleed met geborduurde, gebloemde stof en stond er een ovale zwart houten salontafel. Grote loungebanken stonden rondom een schouw van wit marmer, waarop twee hoge schemerlampen prijkten. Het geheel oogde klassiek. Ze had zeker smaak.

Ik volgde haar op de voet. Bij binnenkomst in de salon, wees ze mij één van de twee sofa’s aan om te gaan zitten. Uit haar korte zwarte blazer pakte ze haar gsm-toestel, draaide een nummer en mompelde voor mij iets onverstaanbaars. Even later kwam er een bediende binnen met een koperen dienblad met koffie en zoete spijzen. Heupwiegend liep ze heen en weer op haar zwarte lakleren, naaldhakken. Haar rondingen kwamen goed uit in haar zwarte kokerrok. Een grijs wit, gestreepte blouse zat zo strak om haar borsten, dat elk moment een knoopje los kon springen. Ze kwam tegenover mij zitten en wij raakten over zaken in gesprek.

Ze had gezien dat hij haar had bekeken. Waar ze ook kwam waren mannen in haar geïnteresseerd. Soms veroverde ze een man die in haar was geïnteresseerd, maar zodra ze hem in haar bezit had verloor ze haar interesse en hield ze hem voor gezien. Dat was een negatieve karaktertrek van haar, dat wist ze maar al te goed. Ook Remo had haar aandacht getrokken. Ze deed sinds kort zaken met hem. Vaak had ze telefonisch contact met hem. Ze had hem uitgenodigd en had gezien wat voor knappe man hij was. Hij was slank van postuur en had een fijn gezicht. Grote zwarte krullen vielen langs zijn gezicht en bleven rusten op zijn lichtblauwe boord van zijn overhemd. Zijn kostuum was donkerblauw dat mooi afstak bij zijn licht getinte huid. Zijn indringende ogen hadden door haar heen gekeken, leek het wel. Een warme gloed kwam over haar heen. Dat voelde vreemd.

Na de tweede kop koffie liet ze mij het distributiebedrijf zien. Er hingen honderden verschillende soorten bontvellen, waaronder konijn, nerts en zilvervos. Ik had interesse in een aantal soorten nertsen en bestelde een paar dozen. Na de lunch vertrok ik weer naar Genève. Ik bedankte haar, gaf haar een vluchtige handkus en vertrok. Het was een interessante middag geweest. Ik had haar uitgenodigd voor een tegenbezoek in Genève, waar zij een tweede villa bezat. Onderweg in het vliegtuig moest ik aan haar denken. Ze had indruk op mij gemaakt. Een bevlogen maar dominante zakenvrouw, die de touwtjes strak in handen had. Ik vroeg mij af wanneer ik haar weer zou zien. Het weerzien zou sneller komen dan ik dacht.

Een maand later ging plotseling mijn gsm-toestel. Ik had zojuist plaats genomen in mijn jacuzzi op het achterdek, nam een slok van mijn champagne en verslikte mij bijna. Ik nam de telefoon op en zei:

‘Goedemiddag, met Remo Rigutto?’

‘Dag Remo, klonk een opgewonden stem. Ik ben van plan om morgen naar Genève te komen. Ik verblijf dan twee weken in mijn villa. Een personeelslid neemt mijn honneurs waar in Istanbul. Komt het misschien gelegen als ik je morgenmiddag, na aankomst op het vliegveld,  een bezoekje breng, voordat ik naar mijn villa ga?’

Even was ik overdonderd toen ik haar stem hoorde.

‘Voor zover ik weet heb ik morgen geen afspraken Hélène. Zal ik je komen ophalen in de hal van Genève airport?

‘Graag Remo, dat zou fijn zijn’ en ze hing op.

De volgende ochtend liep ik door mijn inloopkast. Er hingen een vijftigtal kostuums. Ik koos voor een rode pantalon met donderblauwe blazer, met daaronder een lichtblauw poloshirt. Wat later die ochtend ging ik op weg met mijn Mercedes naar het vliegveld. Ze stond, zoals afgesproken, in de aankomsthal te wachten. Ze had een hand- en reistas bij zich. Op enig moment zwaaide ze naar mij toen ze mij zag. Ik liep naar haar toe. Ze zag er beeldig uit in haar lichtgroene jurk met een zwart lakceintuur. Haar groene naaldhakken stonden daar perfect bij.

‘Wat zie je er mooi uit Hélène, de kleur groen staat je fantastisch!’

‘Dank je Remo,’ zei ze en opeens draaide ze in de rondte, waardoor het onderste gedeelte van haar jurk om haar heen draaide. Wij moesten allebei lachen om deze onverwachte reactie van haar.

‘Zal ik je reistas dragen? En ze knikte ‘ja.’

Onderweg gingen onze gesprekken over zaken. Ik had haar verteld dat ik een goede deal had gesloten met een Rus die in het onroerend goed zat. Ik had een nieuw pand gekocht in Moskou. Na drie kwartier zag ik mijn jacht al liggen. Bij aankomst hielp ik haar bij het uitstappen en samen liepen wij over de loopplank het dek op.

‘Is dit luxe jacht van jou Remo?’

‘Jazeker, wacht maar tot je het interieur hebt gezien. Ik woon er het grootste gedeelte van het jaar en bezit ook nog een Chateau in de omgeving.’

Via het dek stapten wij in het woongedeelte van de kajuit en liet ik haar het interieur zien. Alle houten delen waren gemaakt van wortelnoten hout. Ik zal je mijn Jacuzzi laten zien die op het achterdek staat. De ombouw is ook van wortelnoten gemaakt.

‘Wat een luxe Remo!’

Via het achterdek liepen wij weer terug om naar binnen te gaan.

‘Neem plaats Hélène? ik kom er zo aan.’

Uit de koelkast pakte ik een rundvleessalade en plaatste het samen met het gesneden stokbrood binnen op de salontafel. Ik deed mijn blazer uit, drapeerde het over een fauteuil en ging naast haar zitten op mijn wit leren hoekbank. Vanaf een glazen bijzettafel, naast mijn hoekbank, pakte ik twee champagneglazen en schonk de glazen halfvol.

‘Proost Remo, op al onze zaken en onze ontmoeting. Ze tikte met haar glas tegen mijn glas, waardoor onze vingers elkaar een moment raakten en ik een lichte prikkeling voelde. Ze zat dichtbij mij en ik keek haar aan.

‘Wat ben je mooi Hélène, dat vond ik al bij de eerste keer dat wij elkaar ontmoette.’

Ze gaf geen antwoord en keek mij alleen maar aan. Wat zou er in haar omgaan vroeg ik mij af?

Liefdevol legde ik mijn hand onder haar kin, trok haar langzaam naar mij toe en vroeg: ‘Mag ik je kussen?’

Gelijktijdig voelde ik haar handen om mijn hals en vrijwel direct haar zachte lippen op mijn mond. Mijn tong drong gretig bij haar binnen. Ze had haar ogen gesloten en ik genoot met volle teugen. Er kwamen roze blossen op haar wangen. Ondeugend kriebelde ik in haar hals. Mijn lippen maakte ik van haar los en kuste haar hals. Ik tilde haar op en onderwijl dat ik met haar naar het achtersteven van mijn jacht liep, vroeg ik aan haar of ze met mij wilde gaan zwemmen.

‘Ja Remo, graag! gaf ze als antwoord.’

Langzaam zetten ik haar neer. Ze stapte uit haar jurk en met alleen een zwart, kanten BH en slipje aan stapte ze op het trapje dat in verbinding stond met het water van het meer en dook erin. Snel ontkleedde ik mijzelf en sprong haar meteen achterna. Het water was behoorlijk koud. Ik rilde. Meteen ging ik kopje onder en kwam vrijwel direct weer boven. Ik had het koude water getrotseerd. Ze was intussen van mij weggezwommen en ik zwom haar achterna. De zonnestralen weerkaatsten op het water. Toen ik in haar nabijheid was schepte ze plagend met haar slanke handen wat water over mijn hoofd. Onverwachts greep ik haar bij haar middel en trok haar naar mij toe. Opnieuw kusten wij elkaar. Mijn hand gleed naar haar billen en ik merkte dat ze geen slipje meer droeg.

‘Ondeugd!’ zei ik gekscherend tegen haar.’

Ze wierp zich plagend omhoog waardoor haar naakte borsten zichtbaar werden vanuit het kabbelende water. Ik kon mijn ogen er niet van afhouden.

‘Mag ik? vroeg ze en voordat ik wist wat ze bedoelde, had ze mijn slip naar beneden getrokken en waren wij samen naakt. Onze lichamen omstrengelde elkaar. Die paar minuten leken uren te duren. Onverwachts maakte ze zich van mij los en werd ons intieme samenzijn ruw verstoord. Snel zwom ze terug richting het trapje van het jacht, waar ze even daarvoor vanaf was gegaan. Ik zag dat ze een groot badlaken om zich heen sloeg en languit op het dek ging liggen. Even later stapte ik ook op het dek en ging naast haar zitten. Ik voelde de waterdruppels als straaltjes langs mijn lijf lopen. Ze was op haar buik gaan liggen. Ik draaide haar op haar rug en onze lippen vonden elkaar weer. Na die intieme middag bracht ik haar, op haar verzoek, naar haar villa aan de rand van de stad. Ik had gehoopt dat ze langer zou blijven, maar haar houding ten opzichte van mij was plotseling veranderd.

‘Bedankt voor alles Remo! zei ze koel en daar moest ik het voor de rest van de avond mee doen. Ik ging verbouwereerd naar huis.

Na mijn 25e verjaardag verliet ik mijn ouderlijk huis in het Italiaanse Turijn. Mijn ouders zaten ook in de bonthandel, maar ik wilde mijn blik verruimen en had mijn zinnen gezet op Genève in Zwitserland om van daaruit zaken te doen in bont. De handel verliep zo voorspoedig, dat ik een chateau kon kopen met landgoed. Ik had in Rusland en in Scandinavië kledingzaken, waar hoofdzakelijk bontjassen werden verkocht en kleine partijen lammycoats. De mooiste plek in Genève vond ik het Meer van Genève waar ik graag kwam. Op een dag kocht ik een jacht dat te koop stond. Het was van een sjeik geweest die was vertrokken naar Saoedi Arabië. Er lagen meer jachten op het meer had ik gezien. Niet ver van de kade, in de buurt van het vijf sterren Hotel ‘Four Seasons des Berques Geneva, lag het jacht. In het restaurant van dit hotel gebruikte ik elke dag mijn maaltijden. Eén van mijn naaste buren, die ook een jacht had, was een beroemde kunstschilder uit Parijs. Hij woonde al een aantal jaren in Genève. Wij werden vrienden. Hij was ouder dan ikzelf en zag in hem een vaderfiguur die ik, nadat ik uit Turijn was vertrokken, moest missen.

Ze had in eerste instantie genoten van die dag op het jacht, maar alles was onverwachts zo snel gegaan. Ze had met Remo in Istanbul kennis gemaakt en kort daarop met hem een afspraak gemaakt. Er was iets veranderd in haar karakter had ze gemerkt. Emoties kwamen bij haar los, die ze met andere mannen uit het verleden nooit had gehad. Deze man had een aantrekkingskracht op haar en zij op hem. Zo intiem, zoals ze op die middag met hem was, was ze nog nooit met andere mannen geweest. Ze had zich meteen in zijn armen geworpen, nadat hij haar gekust en werd daardoor heen en weer geslingerd met haar gevoelens. Ze wist zich geen raad meer. Het voelde goed, dat wel, maar opeens stak weer die bindingsangst de kop op, die bij elke nieuwe relatie weer terugkwam. Flirten met mannen zag ze alleen als een spel, meer niet. Onverwachts had ze zich losgemaakt uit zijn armen en was terug gezwommen naar zijn jacht. Ze moest even bij zinnen komen en had zijn verbaasde blik gezien toen hij even later naast haar ging zitten op het dek.

‘Blijf je niet dineren Hélène? had hij aan haar gevraagd’ Ze had met ‘nee’ geantwoord. Eigenlijk wilde ze meteen naar huis. Hij had aan haar gevraagd wat de reden was van haar onverwachte vertrek. Ze kon er niet op antwoorden. Wij waren samen zo intiem zei ik.

‘Ik wil je geen verwachtingen geven Remo, had ze gezegd.’

Hij stond er op om mij naar huis te brengen. Onderweg werd er niet veel gesproken en voelde ze zich even schuldig, maar bij het afscheid bij mijn voordeur gaf ik hem een vluchtige kus en ging meteen naar binnen zonder nog een afspraak te maken.

Ik voelde mij ongemakkelijk met deze situatie, omdat er opeens een geheel onverwachte wending kwam aan die intieme middag met haar. Ik raakte er door verward. Had ik soms iets verkeerds gezegd of ging alles soms veel te snel? Dat laatste kon misschien een reden zijn. Ze had hem ook direct af kunnen wijzen. Toch leek ze mij oprecht die middag, zo had ik het gevoeld. In het verleden had ik vaker contacten gehad met mooie vrouwen. Ik stelde haar voor om haar naar huis te brengen. Ze ging ermee akkoord. Ik liet de keuze aan haar of zij mij nog een keer wilde ontmoeten, maar ze wilde geen afspraken meer maken, behalve dan de zakelijke.

Een paar maanden waren verstreken. Vanmorgen had ik nog wat email te versturen, zat op het dek met mijn laptop en kreeg geen tekst meer op mijn scherm. Ik kon mij niet meer concentreren. Ik deed mijn laptop dicht, ging naar binnen en ging languit op mijn zitbank liggen. Er was onverwachts een andere vrouw in mijn leven gekomen. Ik moest denken aan die middag in juli toen ik haar had ontmoet bij een schilderijenexpositie in de lounge van Hotel ‘Four Seasons des Berques Geneva’. De schilderijen waren geschilderd door mijn goede vriend en buurman Toni Le Clercq. Hij nodigde mij uit om samen met hem de expositie te openen. Een kwartier na aanvang, zat ik in de ruime lounge te wachten van het hotel, toen er opeens een lange, volslanke vrouw naar binnen kwam met gekruld, rossig haar dat op haar taille viel. Ze droeg een strakke, rode jurk, waarvan het decolleté zo laag uitgesneden was, dat haar borsten duidelijk zichtbaar waren. Elegant liep ze langs de genodigden en kwam regelrecht op mij aflopen. Ze gaf mij een hand en zei: ‘mijn naam is Caroline Swift, kunsthandelaar. Ik ben op zoek naar de beroemde kunstenaar Toni Le Clercq, heeft u hem misschien ergens gezien?’

‘Hij moet hier zijn. Samen met hem heb ik zojuist deze tentoonstelling geopend. Mag ik mij even voorstellen, Mijn naam is Remo Rigutto.’

‘Aangenaam, mijnheer Rigutto, ik ben hier op uitnodiging, maar heb helaas de opening gemist.’

‘Jammer voor u! Ik keek om mij heen en zei: ‘Mijnheer Le Clercq bevindt zich ergens tussen de andere gasten. Volgens mij zie ik hem staan bij een groepje belangstellenden.’

‘Kijk daar! het is die man met zijn gekrulde snor en zwarte baret’ en ik wees met mijn wijsvinger naar een hoek van de lounge.

‘Ik ken Toni persoonlijk hoor, mijnheer Rigutto, glimlachte ze. Alsnog bedankt en ze maakte meteen aanstalten om weg te lopen.

Met een schuine blik observeerde ik haar. Wie was deze vrouw en waar kwam ze vandaan? Ze was mooi om te zien. Haar volslanke figuur, waarvan haar ronde billen strak in haar jurk zaten, joeg mijn hart op hol.

‘Mijnheer, wilt u misschien iets drinken? onderbrak één van de aanwezige obers mijn gedachten. Ik keek omhoog. De ober stond naast mij met een blad vol met champagne, rode- en witte wijn.

‘Geen champagne alsjeblieft, ik heb liever een whisky. Hebt u die misschien?

‘Jazeker, ik kom de whisky zo dadelijk bij u brengen.’

Tot mijn grote verbazing kwam even later Caroline weer teruggelopen en nam naast mij plaats op een blauw, leren sofa voorzien van bladgouden armleuningen.

‘Het is hier behoorlijk druk zag ik. Naast Toni bent u de enige die ik zojuist hebt ontmoet. Andere bekenden in de kunstwereld heb ik hier nog niet gezien.’

Ze had iets guitigs over zich. Af en toe moest ik haar afremmen om haar gesprek korter te houden. De ober bracht intussen mijn whisky en ik nam een slok.

‘Wilt u misschien ook iets drinken Caroline?’

‘Ik heb zojuist champagne op, dank u. Hebt u de schilderijen van Toni al bekeken? Er zijn aparte doeken bij. De mooiste heb ik een paar dagen geleden bij hem gekocht. Hij heeft mijn twee hazewindhonden geschilderd. Elk moment kan er een bevriende bankier binnenkomen om de aankoop van het schilderij af te handelen. Ik heb het schilderij cadeau gekregen van hem. Mijn honden zijn drie maanden geleden geschilderd in Toni zijn atelier in Parijs.’

‘Waar zijn uw hazewindhonden nu?’

Thuis in mijn villa. Ik woon in deze stad en heb een kunstgalerie. Regelmatig bezoek ik beurzen om weer eens inkopen te doen voor mijzelf en mijn klanten. Naast schilderijen koop ik ook beeldhouwwerken in.’

Voordat ik antwoord kon geven vroeg ze: ‘zal ik u een rondleiding geven langs alle schilderijen, dan ziet u vanzelf het schilderij van mijn twee hazewindhonden? en ze stond op vanuit haar sofa.’

‘Ik neem uw aanbod graag aan. Ik was al van plan om de schilderijen te bewonderen, u bent mij net voor. Weet u trouwens dat Toni een goede vriend van mij is?’

‘Hoe hebt u elkaar ontmoet, in Parijs soms?’

‘Nee, hier in de stad. Ik heb een jacht op het Meer van Geneve. Toni is mijn buurman en bezit er ook een. Ik ben 30 jaar. Hij is ouder dan ik ben en is als een vader voor mij.’

‘Zullen wij nu de tentoonstelling gaan bezoeken, mijnheer Rigutto? vroeg ze ongeduldig.’

‘Alleen als u mij bij de voornaam noemt Caroline?’ Dat laatste had ze blijkbaar niet gehoord want ze was al vooruit gelopen.

Ik stond op en liep in haar kielzog. Wij bekeken alle schilderijen. Naast abstract werk hing er ook realistisch werk. Ik hield van kunst, maar niet alles vond ik mooi. Ze praatte honderd uit en ik merkte dat ze veel van schilderkunst af wist. Opeens stond ze stil en wees naar een groot doek waarop haar twee hazewindhonden waren geschilderd.

‘Hoe vind u het schilderij Remo? Het is geschilderd met Acrylverf. Dit zijn mijn honden Misty en Rocks. De laatste heeft een zwarte vlek boven zijn neus.’

‘Prachtige honden Caroline, ik begrijp dat je trots op ze bent.’

Over haar schouder zag ik in de verte dat er een warm- en koud buffet door obers werd neergezet op een lange gedekte tafel.

‘Ik heb van de rondleiding eetlust gekregen Caroline. Ik zie daar een uitgebreid buffet staan. Loop je met mij mee?’

Samen liepen wij naar het buffet en sloten ons aan in de rij van de genodigden.

Er stonden zilveren schalen, waarop verschillende salades waren uitgestald, met diversen desserts en soepen. Ook was er een schotel met Mediterrane hapjes. Ik bood haar een bord aan met couvert en wij liepen langs allerlei lekkernijen. Op een andere plek in de lounge, namen wij plaats op een klein zitje. Het eten smaakte voortreffelijk. Ik zag dat ze genoot. Op een zeker moment kwam er een kleine man onze richting uitgelopen met in zijn hand een zwarte aktetas. Hij ging naast Caroline staan en tikte op haar schouder. Ze draaide zich om.

‘Hallo Hans! Wat fijn dat je tijd kon vrijmaken?’

‘Jazeker Caroline, ik kom speciaal voor de tentoonstelling en heb met kunstenaar Le Clercq afgesproken om vandaag het schilderij te kopen en dan is hij voor jou.’

‘Mag ik je intussen voorstellen aan Remo Rigutto? Hij is een zakenman. Hans Heeren, is de naam en wij gaven elkaar een hand.

‘Hans is een bevriende Nederlandse bankdirecteur. Hij woont in Amsterdam en heeft hier ook een penthouse, waar hij verblijft als hij voor zaken in Zwitserland is.’

Ik zag een man van middelbare leeftijd met een vriendelijk gezicht. Zijn haar, dat van origine blond bleek te zijn, had grijze tinten bij zijn slapen. Hij oogde jonger dan hij daadwerkelijk was.

‘Waarom eet je niet gezellig met ons mee Hans? Verderop staat een uitgebreid buffet. Kijk daar!’

‘Een goed idee Caroline, ik eet graag een hapje met jullie mee en liep weg.’

‘Vind je het niet erg als Hans met ons de lunch gebruikt Remo?’

‘Welnee Caroline, eerlijk gezegd ben ik wel van plan om nu weg te gaan. Ik ben hier al even.

‘Ik vond de onverwachte ontmoeting prettig Caroline. Hier heb je mijn visitekaartje, wie weet ontmoeten wij elkaar wel weer en ik gaf haar een hand.’

‘Je weet maar nooit Remo, zakenmensen ontmoeten elkaar vroeg of laat wel ergens.’

Alvorens ik zou vertrekken, had ik besloten om Toni te bedanken voor de geweldige tentoonstelling.

Donkere wolken pakten samen in de lucht. De lange vitrage van één van haar openslaande deuren waaide naar binnen. Daarna volgde een harde klap en een geluid van glasgerinkel. Ze keek omhoog uit haar boek en legde het neer op de armleuning van haar gebloemde tweezitsbank. Meteen keek ze richting haar terras en zag dat er uit een van de deuren een deel van het glas was uitgewaaid. Ze rende er naar toe en kon nog net voorkomen dat de deur met het kapotte glas weer dicht sloeg. De harde wind blies de vitrage door het gat naar binnen. Voorzichtig trok ze de vitrage er uit, maar kon niet voorkomen dat het scheurde.

‘Verdraaid, nog aan toe, nu zit er een winkelhaak in, mompelde ze.’

Ze keek naar buiten en zag dat de lucht intussen git zwart was geworden. Dat zag er niet zo best uit. De wind stak op en gierde rondom haar villa. Het begon te stortregenen op het terras. Ze deed meteen de deuren dicht. Wat moest ze nu doen? Ze was alleen thuis met haar twee honden. De deur met de kapotte ruit moest voor nood worden dichtgetimmerd. Materiaal had ze niet in huis alleen gereedschap. Ze kon niet weg nu het raam kapot was en het al wat laat in de middag was. Stel je voor dat door de hevige wind het restant van het glas zou breken. Het centrum was te ver verwijderd om naar de bouwmarkt te gaan. Ze keek op haar horloge en zag dat het rond sluitingstijd was. Ze moest nu snel handelen.

De enige klusjesman die ze kende was de particulier chauffeur van Hans Heeren, Dat was de oplossing. Hans verbleef voor bankzaken in de stad, dat wist ze. Ze pakte haar gsm-toestel van de salontafel en draaide zijn nummer. Na een paar pogingen kreeg ze geen gehoor en ze hing op. Ze werd er zenuwachtig van. Iemand moest haar toch helpen, maar wie? Opeens moest ze denken aan de knappe man die ze een paar maanden geleden had ontmoet bij de schilderijententoonstelling. Hoe was zijn achternaam ook al weer? Hij had haar een visitekaartje gegeven. Met vlotte pas liep ze naar de hal en nam gelijk haar honden mee naar een kamer aan de voorzijde van de woning. Een koude wind waaide door de salon. Dat was niet behaaglijk voor mens en dier. Ze haalde het visitekaartje uit haar schoudertas en las: ‘Remo Rigutto, zakenman in bont.

Direct belde ze het telefoonnummer. Zou hij wel thuis zijn, misschien vond hij het wel gênant dat ze om zijn hulp vroeg?

‘Met Remo Rigutto, hoorde ze aan de andere kant van de lijn. Met wie spreek ik?’

‘Met Caroline Swift. Ik heb u ontmoet tijdens de schilderijenexpositie van uw vriend Toni Le Clercq.’

Haar stem klonk gejaagd, hoorde hij. ‘Natuurlijk ken ik u nog, u heeft mij nog een rondleiding gegeven op de tentoonstelling en wij hebben samen nog heerlijk geluncht.’

‘Ik bel u, omdat door het noodweer één van mijn ramen van mijn openslaande deuren in mijn salon is gesneuveld en de wind en regen vrij spel hebben. Overal ligt er glas en een deel van mijn tapijt is nat geworden. Een goede vriend van mij kan ik momenteel niet bereiken. Ik herinnerde mij dat u mij een visitekaartje had gegeven en u mij misschien zou kunnen helpen?’

‘Of weet u misschien iemand die dit probleem tijdelijk kan oplossen?’

‘U treft het Caroline, ik kan je helpen. Ik ben handig met klussen.

‘Wat wil je dat ik ga doen?

‘Ik heb gedacht om tijdelijk tegen de deur met het kapotte glas een houten paneel te plaatsen. Op een later tijdstip laat ik een vakman komen die het glas kan zetten en mijn deur kan repareren. De wind en de regen hebben nu vrij spel. Er is wel haast bij geboden, de winkels gaan zo sluiten.

‘Ik ga nu meteen naar bouwmarkt Distridim om het materiaal te kopen en het houten paneel er op te timmeren. Je ziet mij straks.

‘Fantastisch Remo!

‘Goed dat je mij hebt gebeld Caroline en ik hing op.’

Het waaide nog stevig toen ik over het dek mijn pas versnelde richting mijn loopplank. Mijn jacht deinde op de golven ondanks het verankerd zat. De regen spatte op mijn gezicht. Ik trok  mijn capuchon over mijn hoofd en kroop wat dieper in mijn gele regenjack. Op de kade stapte ik in mijn metallic Mercedes en reed met volle vaart weg.

‘Caroline! Hoe was het mogelijk, mompelde ik.’ Haar naam gonsde door mijn hoofd. Door deze onverwachte situatie zouden wij elkaar weer ontmoeten. Ze had mijn hulp nodig en aan hem gedacht. Ik voelde mij vereerd door deze toevalligheid. De regen kletterde tegen mijn autoraam en ik zetten mijn ruitenwissers op de hoogste stand. Eigenlijk was het geen weer om er op uit te gaan. Ik  deed het voor haar. Na twee kilometer reed ik de Ch. De la Rochette in en parkeerde de auto vlakbij de bouwmarkt. Door de stromende regen liep ik met ferme pas de bouwmarkt in op zoek naar spijkertjes en een houten paneel.

Ze was blij dat ze Remo had gebeld. Zo dadelijk kreeg ze hulp van hem. Ze woonde alleen in haar mooie villa samen met Misty en Rocks, haar twee honden. Binnenkort zou ze haar dertigste verjaardag vieren. Haar ouders leefde niet meer en ze miste hun nog steeds. Ze moest nu voor zichzelf zorgen. Geld had ze gelukkig genoeg. Haar ouders waren niet onbemiddeld geweest. Vader was makelaar. Koken deed ze het liefste zelf. Ze wilde geen kok aan huis. Ook had ze geen particulier chauffeur. Haar goede vriend en vertrouwensman Hans Heeren, had wel een particulier chauffeur, dat was gewoon in die bancaire wereld. Voor bankzaken moest hij vaak reizen. Een particulier chauffeur aan huis vond ze ook overbodig, liever reed ze zelf in haar blauwe Maserati. Als de honden met haar meegingen reed ze in haar Jeep. Op Hans kon ze meestal wel rekenen als hij hier in Zwitserland was. Hij was vijftig jaar, heel wat jaren ouder dan zij was. Ze had hem een paar jaar geleden ontmoet toen ze in Nederland was tijdens een receptie van bankiers in Amsterdam. Na afloop van de receptie vroeg hij haar om met hem te gaan dineren bij Restaurant La Garage in dezelfde stad. Vanaf dat moment raakte ze met elkaar bevriend. Hij vertelde haar dat hij een zoon had uit een eerder huwelijk. Net als zij had hij een huis in Genève. Hij was bankier en kwam uit een oud bankiersgeslacht. Ze had hem aardig gevonden en hij was een galante man. Door hem had ze zijn zoon Jeroen ontmoet en ze kregen na verloop van tijd een relatie. Hans was verguld met de keuze van zijn zoon. Toch hield de relatie geen stand. Jeroen ontmoette op een zekere dag Cinthia waar hij ooit mee had gestudeerd. Tijdens zijn studie was hij op haar verliefd geworden. Ze had haar studie Rechten niet afgemaakt en vertrok tijdig van de universiteit. Onverwachts hadden ze elkaar weer ontmoet. Ze was erg verdrietig dat hun relatie voorbij was. Ook Hans vond het jammer dat zijn zoon de relatie had verbroken.

Ze keek op haar gouden horloge. Het was tijd voor het diner. Eerst moest ze haar honden te eten geven. Ze deed de deur open van één van de zijkamers waar ze haar honden had ondergebracht. Rocks lag op een hoogpolig beige vloerkleed. Misty kwam meteen naar haar toegelopen. Ze knuffelde het dier en liep door naar Rocks en aaide hem ook over zijn kop.

‘Kom, wij gaan eten!’

Met gespitste oren renden ze weg richting de grote woon- eetkeuken. Ze schaterde het uit om hun snelle sprint. Uit de keukenkast pakte ze een doos hondenbrokken en rammelde ermee, waarop ze allebei tegen haar op sprongen. Ze liep richting een hoek van de keuken en vulde de bakken met hondenbrokken en met wat water. Ze waren zo gulzig, blijkbaar hadden ze trek. Nadat ze te eten hadden gekregen, maakte ze voor haarzelf een salade klaar met fetakaas, courgette en tomaten en daarbij een groenteschotel en krielaardappelen. Ze ontkurkte een fles droge, rode wijn. Net op het moment dat ze de groente en aardappelen in de magnetron wilde plaatsen, hoorde ze de deurbel.

‘Dat was vast en zeker Remo, mompelde ze.’

Ze sloot de keukendeur, de honden blaften. Opeens realiseerde ze zich dat ze zich nog niet had omgekleed en nog steeds liep in haar sportieve kleding. Onderweg naar de voordeur keek ze in de grote halspiegel. Hoe anders zag ze er nu uit in haar denim spijkerbroek met donkerblauwe trui en een paar zwarte ballerina’s aan haar voeten. Met haar slanke vingers kamden ze provisorisch haar lange haar en deed de voordeur open.

Ze zag Remo staan die verscholen met zijn hoofd in zijn capuchon zat en met een breed paneel in zijn handen stond. Regendruppels liepen als straaltjes langs zijn regenjack.

‘Hallo Remo, kom gauw binnen?’

‘Dag Caroline, hier is jouw klusjesman.’ Ze zag een grijns op zijn gezicht en hij stapte op de brede deurmat in de hal.

‘Waar kan ik het houten paneel neerzetten?’

‘Zet het maar naast de voordeur Remo. Ik zal je natte jack aannemen.’

‘Graag Caroline, het water loopt van mijn jack af en ik ziet er ook verwaaid uit.’

Nadat ik het paneel had neergezet, mijn sportschoenen had uitgedaan, gaf ik mijn jack aan haar. Ze hing het op aan een messing kapstok. ‘Wil je je misschien even opfrissen Remo, dan wijs ik je de badkamer?’

‘Graag Caroline, mijn gezicht is nat en het loopt in mijn hals.’

Ik volgde haar op mijn witte sportsokken naar de badkamer. Ze pakte uit een lichtblauw geschilderde badkamerkast een witte badhanddoek en gaf die aan mij.

‘Ik ben in de woonkeuken mijn eten aan het voorbereiden Remo. Heb je nog tijd gehad om te dineren?’

‘Nee, Caroline ik heb geen tijd gehad om te gaan dineren in mijn favoriete hotel waar ik iedere dag eet. Toen jij mij opbelde ben ik meteen naar de bouwmarkt gereden.’

‘Als je wilt kun je mee eten dan maak ik wat extra eten erbij!’

‘Dat aanbod sla ik niet af, maar eerst ga ik de klus doen die jij mij hebt opgedragen. Daar kom ik ten slotte voor.’

Ze zag dat hij terug liep naar de hal waar het paneel stond. Ik tilde het paneel op en ze wees mij de weg naar de salon. Bij binnenkomst voelde ik een koude windvlaag langs mijn benen gaan en rilde. Ik zag het grote gapende gat van de ruit. De vitrage hing aan flarden langs de openslaande deur. Ik verwijderde de kapotte vitrage en pakte uit mijn denimbroek een doosje kleine spijkers en zetten het neer op de hoogpolige vloerbedekking.

‘Eerst gaat het restant glas er uit Caroline en dan wil ik graag een hamer van jou? Als ik klaar ben kun je gaan stofzuigen. Ik moet er niet aan denken dat wij en jouw honden in het glas trappen.’

Als een braaf meisje liep ze naar een kast in de hal, pakte de stofzuiger en uit een gereedschapskist een hamer. In een glimp zag ze nog een paar flinke leren werkhandschoenen liggen. Daarmee kon hij het glas uit de sponningen halen, zonder zijn handen te bezeren. Ze bracht de spullen naar hem toe. Op gepaste afstand sloeg hij de laatste glasresten uit de sponningen van de deur. De glassplinters lagen voor de openslaande deuren en een gedeelte lag op het terras. Het tapijt was vochtig van de regen. Ze stofzuigde en zorgde ervoor dat alle glasresten weg waren. Hij timmerde zorgvuldig het houten paneel tegen de deur aan, zag ze.

‘Daar komt geen regen en wind meer doorheen Caroline, zei ik nadat de klus was geklaard.’

‘Wat fijn Remo, dank je wel en ze gaf hem een vluchtige kus op zijn wang. Ze zag dat hij er van moest blozen.

Door het raam van de andere deur keek ze naar buiten. De regen was zojuist gestopt. Het waaide nog wel. De takken van de lindenbomen in haar tuin zwiepten heen en weer.

‘Ik verdien nu wel een maaltijd Caroline, grapte hij met een glimlach om zijn lippen.’

‘Dat is het minste wat ik voor je kan doen Remo’ en samen liepen wij naar de woonkeuken, waar Misty en Rocks al op ons zaten te wachten.

‘Neem maar plaats aan de ovale eetkamertafel. Ik zal wat extra aardappelen en groente klaarmaken. Salade heb ik genoeg.’

Ik zag dat ze de ovenschaal in de magnetron plaatste. Door alle hectiek had ik haar niet goed bekeken. Ze zag er vlot uit in haar spijkerbroek met trui. Hoe anders zag ze er uit toen ik haar voor de eerste keer had ontmoet in haar rode jurk. Ze was nog steeds een schoonheid om te zien, zelfs in deze kleding?

De bel van de magnetron bracht mij bij mijn positieven. Ze plaatste de witte borden, het bestek en twee wijnglazen samen met de rode wijn op tafel en nam tegenover mij plaats op één van de zes beige, gestoffeerde stoelen.

‘Weet je dat ik graag kook Remo, begon ze het gesprek. Zo af en toe nodig ik wat gasten uit.’

‘Het eten ziet er heerlijk uit Caroline!’

‘Zou je binnenkort met mij willen dineren Caroline?, ik zou het erg op prijs stellen.’

‘Dat zou leuk zijn Remo. Ik ben alleen over twee weken in Nederland in Maastricht en bezoek daar een Internationale kunstbeurs, de TEFAF. Op de beurs zijn een aantal topstukken te zien en eventueel te koop. In twee heb ik interesse. Misschien kunnen wij over een maand iets afspreken?’

‘Afgesproken dame, het diner was voortreffelijk. Het is intussen al laat geworden, ik ga naar mijn jacht.’

Ik stond op en liep naar de hal. Mijn jack voelde nog klammig aan. Ze deed de voordeur voor mij open en zwaaide mij gedag.

‘Dag Caroline, tot gauw!’

‘Tot ziens Remo! en ze sloot de voordeur.

De wind was intussen gaan liggen. Ik reed snel naar huis. Bij mijn vertrek naar de bouwmarkt stond er een hevige wind die deining in het water veroorzaakte. Mijn jacht schommelde heen en weer. Ik was er niet gerust op. Hoe zou mijn jacht er nu bij liggen, vroeg ik mij af? Bij aankomst zag alles er gelukkig vertrouwd uit. Binnen in de kajuit trok ik mijn vochtige jack uit. Mijn kleding voelde klam aan. Het was een onverwachte en enerverende avond geweest. Mijn ogen prikten in mijn oogkassen. Het was tijd om naar bed te gaan. Nadat ik mij had gedoucht stapte ik in mijn hemelbed en viel weldra in slaap.

Nadat Remo was vertrokken had ze haar honden uitgelaten en stapte ze met een voldaan gevoel haar villa binnen. Misty en Rocks bracht ze naar hun hondenmanden in de woon-eetkeuken en nam plaats op haar sofa in de salon. Uit een kristallen kan schonk ze water in een glas en nam een slok. Ondanks het slechte weer van vanochtend had deze dag toch nog een positieve wending gekregen. Ze had nooit gedacht, dat ze Remo op korte termijn zou terug zien. Eigenlijk had ze helemaal geen verwachtingen gehad. Door haar reizen als kunsthandelaar ontmoette ze meer mensen, die ze zelden of nooit terug zag. Misschien een enkeling tijdens een bezoek aan een tentoonstelling of bij een beurs. Vandaag had ze oog in oog gestaan met een allervriendelijkste man die ze recent had ontmoet tijdens een schilderijententoonstelling van een gezamenlijke vriend. Hij was haar behulpzaam geweest toen ze om zijn hulp vroeg. Dankbaar was ze voor wat hij voor haar en haar dieren had gedaan. Ze had hem gevraagd om te blijven dineren. Tijdens het diner hadden ze samen met elkaar gepraat. Hun interesses bleken dichtbij elkaar te liggen. Net als hij hield ze van watersport, lezen en reizen. Hij had haar verteld dat hij in het verleden weleens ontmoetingen had gehad met mooie vrouwen, die nooit uitmondde in een vaste relatie. Recent had hij een vrouw ontmoet waarmee hij zaken deed. Er ontstond een kort contact tussen hen dat uiteindelijk teloor ging omdat zij bindingsangst had.

Ze had Remo verteld dat ze bijna één jaar geleden kort had samengewoond met Jeroen Heeren, de zoon van Hans Heeren, bankier en directeur van de Nederlandse Bank. Je hebt hem die middag op de tentoonstelling ontmoet, had ze tegen hem gezegd. Door hem had ze zijn zoon bij hem thuis ontmoet. Hans had een grachtenpand aan de Herengracht in Amsterdam en een penthouse in Genève. Jeroen en zij konden het goed met elkaar vinden. Na een korte periode van zes maanden gingen ze samenwonen in zijn huis in Genève. Ze dachten er zelfs over na om over twee jaar te gaan trouwen. Jeroen was net als zijn vader bankier. Zijn vader Hans was in zijn nopjes met zijn aanstaande schoondochter had hij haar verteld. Op een zekere dag kwam Jeroen wat later thuis dan normaal. Ze vond hem die bewuste avond erg stil. Toen ze had gevraagd waarom hij zo laat thuis was gekomen, vertelde hij haar de reden. Sinds kort had hij de studente Cinthia van Dijcke ontmoet, waar hij tijdens zijn studietijd verliefd op was geworden. Na de studietijd was hij haar uit het oog verloren. Tot een paar weken geleden. Hij had het moeilijk gevonden om haar te vertellen dat hij nog steeds verliefd was op Cinthia. Oude gevoelens kwamen bij hem weer boven. Hoe moest ze nu verder, vroeg ze zich af? Ze kon niet meer in zijn huis blijven wonen en was radeloos. De plannen met Jeroen en haar waren in duigen gevallen. Haar toekomstige schoonvader Hans bracht uiteindelijk redding en bood haar via een bevriende relatie een appartement aan in een chique gedeelte van de stad. Haar klantenkring vorderde gestaag in haar kunstgalerie. Na verloop van tijd kon ze een villa kopen. Ondanks alles bleef Hans haar steunen. Jeroen en Cinthia trouwden en bleven wonen in zijn huis. Remo had aandachtig geluisterd naar haar verhaal. Dat vond ze erg belangrijk. Hij onderbrak haar geen moment. Na afloop vertelde hij haar dat hij zich goed kon voorstellen hoe ze zich had gevoeld. Ze had een relaxte avond met hem gehad. Het waterglas was leeg en ze plaatste het op de salontafel. Na zo’n lange dag was het tijd om naar bed te gaan.

De Internationale kunstbeurs TEFAF was een succes geweest. Van over de hele wereld waren er belangstellenden en kopers geweest, zo’n 7.500. Ze had het, tijdens het ontbijt in een hotel,  in een dagblad gelezen. Twee kunstwerken had ze gekocht voor een goede klant. Eén schilderij van Kandinsky en één van Andy Warhol. De klant had er veel geld voor over gehad. Ze had er flink aan verdiend, dat kwam haar kunstgalerie ten goede. De kunstwerken zouden over ongeveer 3 dagen per vliegtuig aankomen. Alle verzekeringspapieren waren in orde. Nu  was ze weer op Zwitserse bodem. Haar maag voelde alweer een tijdje leeg. Het was tijd om te gaan lunchen. De wijzers van haar horloge stonden op 12.00 uur. Op een groot parkeerterrein stapte ze in haar blauwe Maserati die een paar dagen geparkeerd had gestaan bij het vliegveld. Ze had Misty en Rocks gemist en was van plan om vóór het diner haar honden op te halen bij een medewerkster van haar galerie die ze vanochtend had opgebeld. Madame Dubois was vanaf het prille begin haar rechterhand in haar galerie aan de Rue de l’Hôtel de Ville, als ze weer eens op zakenreis was. De honden logeerden dan bij haar thuis boven de kunstgalerie. In al die jaren was ze een hartsvriendin van haar geworden. Onderweg vroeg ze zich af waar ze nu eens zou gaan lunchen? Om naar haar haar villa te gaan vond ze nog te vroeg. Het moest een restaurant zijn in de nabijheid van het centrum. Het restaurant in Hotel Four Seasons des Berques Geneva stond goed aangeschreven, dat had ze van klanten gehoord. Daar zou ze naar toe gaan. Het hotel stond op een van de mooiste plekken van de stad aan het meer. Ze startte haar auto en reed weg. Na verloop van tijd reed ze de Quai des Berques in en parkeerde haar Maserati. Het prachtige chique hotel was in klassieke Franse stijl ingericht, zag ze bij binnenkomst. Ze nam plaats aan één van, de met damast, gedekte tafels. De stoelen waren bekleed met lichtblauwe, fluwelen stof. Ook de muren met goudkleurig lijstwerk waren lichtblauw geschilderd. In het lijstwerk waren klassieke muurschilderingen geschilderd. Pompeuze zwarte vazen stonden op een hoge schouw.

‘Serveur!’ De ober kwam meteen naar haar toe gelopen.

‘Wat kan ik voor u betekenen madame?’

‘Ik zou graag een Zwitserse aardappel zalmquiche en een droge witte wijn van u willen hebben?’

Nadat hij het een en ander had genoteerd liep hij bij haar weg. Op een paar hotelgasten na, die de lunch gebruikten, was ze de enige in het restaurant. Ze keek door één van de hoge ramen naar buiten. Het was heerlijk weer, de zon scheen. Opeens werd ze opgeschrikt doordat iemand onverwachts haar schouder aantikte. Ze keek omhoog en zag een man naast haar staan in een sportieve outfit.

‘Wat een verrassing Caroline, wat doe jij hier, je was toch nog in Nederland?’

‘Remo, wat een verrassing! Ze rees omhoog uit haar stoel en gaf hem een hand. Hij bracht mijn hand naar zijn lippen en gaf mij een speelse kus. Ik zag dat ze bloosde.

‘Wat een toeval dat ik jou hier moet treffen Remo. Het leven van ons bestaat uit toevalligheden heb ik de laatste tijd gemerkt?’

‘Jazeker, zei ik met een glimlach, zeg dat wel! Maar weet je Caroline, eigenlijk kom ik hier iedere dag eten. Heb ik dat jou niet verteld?’

‘Jawel, maar niet in welk hotel.’

‘Mijn jacht ligt hier niet ver vandaag. Ik zag op mijn horloge, dat het tijd was om te gaan lunchen. Bij binnenkomst zag ik aan jouw prachtige haar dat jij het was. Ik was blij verrast jou weer te zien Caroline, omdat ik niet beter wist dan dat jij nog in het buitenland was.’

‘Ga zitten Remo, de serveur heeft zojuist mijn bestelling opgenomen en kan elke moment de lunch komen brengen. Ik ben zojuist aangekomen van het vliegveld en was nog niet van plan om naar huis te gaan. Mijn reistas staat nog in de achterbak van mijn Maserati, die hier voor de deur staat.’

Ik schoof de stoel naar achteren en ging tegenover haar zitten.

Hij zag er sportief uit in zijn witte pantalon en donkerblauwe blazer. Het gestreepte shirt stond hem fantastisch.

‘Na de lunch was ik van plan om te gaan varen op het meer waar mijn jacht ligt. Hoe zou je het vinden om met mij mee te gaan?’

‘Het zou eventueel kunnen. Ik heb namelijk vanochtend besloten om vanavond mijn honden op te halen bij mijn galeriehoudster. Ik moet dan wel mijn reistas uit de auto halen, want daar zit nog wat vrijetijdskleding in.’

‘Dus ik begrijp dat je met mij meegaat?’

‘Jazeker, het is mooi weer Remo.’

De ober kwam intussen aangelopen en zetten het gerecht voor haar neer.

‘Wilt u misschien ook iets bestellen mijnheer Rigutto?’

‘Doet u maar hetzelfde als mevrouw’ en de ober liep weg.

Tijdens de lunch vroeg ik haar over de Internationale kunstbeurs en ze vertelde dat ze een goede deal had gemaakt met de aankoop van 2 topstukken voor een klant. Zelf was ik ook een paar dagen het land uit geweest, vertelde ik haar. Ik had een aantal van mijn winkels  bezocht, onder andere in Duitsland, Zweden en Noorwegen. Natuurlijk had ik overal mijn personeel, maar zo af moest ik de vinger aan de pols te houden en ter plekke bekijken hoe alles reilde en zeilde. Na de lunch vertrokken wij uit het hotel en haalde wij haar reistas uit de kofferbak van haar Maserati. Samen liepen wij over de boulevard langs de 140 meter hoge spuitende fontein. Daarachter lag namelijk mijn jacht. Bij binnenkomst kleedde zij zich om en ik zorgde er voor dat het anker en de trossen waren binnengehaald. Ik nam plaats achter mijn stuurrad en langzaam verdween de kade uit zicht. Vanaf mijn positie zag ik dat ze haar kleding zorgvuldig had opgevouwen en had neergelegd op een mahonie houten bank op het voordek en tegen de boeg leunde. Ze droeg een kort denim short. Ik zag een paar mooi gevormde benen met blote voeten. Haar lila bloes hing nonchalant langs haar lichaam. Ik had geboft dat ik zo’n mooie vrouw op korte termijn had ontmoet. Haar koperkleurige haar lag als een deken om haar heen. Naast haar mooie uiterlijk had ze een goed karakter, dat vond ik nog belangrijker. Ze hield van dieren en was een spontane persoonlijkheid. Ook was ze gastvrij. Hoe kon die Jeroen zo’n mooie vrouw laten lopen. Dat begreep ik niet. Ooit hadden mijn ouders mij verteld dat liefde niet te koop was. De vrouwen die ik had ontmoet waren meestal op mijn geld uit, waren verwend en wilde graag met mij gezien worden. Een enkeling verwende ik soms met een bontjas. Ik had Caroline meteen kunnen veroveren als ik dat had gewild, maar iets in mij zei om af te wachten. Ze dwong respect bij mij af. Ook had ze nog niet zo lang geleden een relatie achter de rug. Ik moest zorgvuldig met haar om gaan en liet het initiatief aan haar over. Door de kortstondige ontmoeting met Hélène had ik geleerd om niet te impulsief te handelen. Deze vrouw wilde ik pertinent niet verliezen, al kende ik haar nog maar kort.

Het kabbelen van het water tegen de boeg maakte haar rustig. Eigenlijk had ze, ondanks ze alleen was, een druk leven. Twee personen waren belangrijk voor haar: Hans Heeren en Madame Dubois. De laatste was al jong weduwe, had geen kinderen en woonde boven haar kunstgalerie. Toni behoorde tot één van haar zakenrelaties. In de zakenwereld ging heel veel geld om. Ze had alles wat haar hartje begeerde door vooral hard te werken. Vrouwen waren schaars in de kunstwereld, het was vooral een mannenwereld. Soms ging ze met een zakenrelatie uit eten, maar daar bleef het ook bij. De gesprekken gingen bijna altijd over zaken en geld. Er was meer in het leven had ze gemerkt. Sinds kort had ze de Italiaan Remo ontmoet, niet via het zakencircuit maar tijdens een privéaangelegenheid. Ze had hem nu een paar keer ontmoet. Hij was knap en charmant en ze konden goed met elkaar communiceren. Dat vond ze belangrijk. Het lot wilde blijkbaar dat ze elkaar weer zouden ontmoeten. Zijn karaktereigenschappen stonden bij haar op de eerste plaats. Ze had de indruk gekregen dat hij haar graag mocht. Ook was het haar opgevallen dat ze zich beiden op hun gemak voelden bij elkaar, dat had toch wel iets speciaals. Ze voelde vlinders in haar buik en wilde graag bij hem zijn.

‘Caroline! Ik heb iets koels voor ons gehaald, een glas jus-Orange, schat.’

‘Had ze het goed gehoord, zei hij ‘schat’ tegen haar?’

‘Wat lief van je, dank je Remo!’

‘Weet je dat wij intussen richting Montreux varen. Ik heb zojuist mijn anker uitgegooid en  vaar nu niet verder, anders ben je vanavond te laat thuis om je honden op te halen. Wat was je trouwens aan het mijmeren?’

‘Over het recente verleden Remo en dat ik sinds kort jou heb ontmoet. Iemand die zo belangrijk voor mij is, dat ik graag in zijn nabijheid wil zijn.’

Ik kreeg een brok in mijn keel door haar antwoord en kon daarom even niets zeggen. Langzaam liet ik mij door mijn knieën zakken en ging naast haar zitten tegen de boeg.

‘Wat lief dat je dat zegt Caroline, eerlijk gezegd ben ik ook blij dat ik jou hebt ontmoet. Onze ontmoeting was niet gearrangeerd maar ontstond spontaan. Dat is ook het leukste.’

‘Nu zit ik hier samen met jou op jouw jacht. Hoe lang is het jacht eigenlijk?’

‘Om precies te zijn 70 meter. Er kunnen met gemak 12 personen logeren.’

Ze giechelde, ‘12 personen, wat veel! Voor ons tweeën is het al een balzaal.’

Nu moesten wij beiden lachen en keken even niet uit. In alle hilariteit schopte ze pardoes onze glazen jus-Orange omver. Het kostelijke vocht droop over een gedeelte van het achterdek. Ze stond verschrikt op, gleed uit en belandde achterover in de natte jus-Orange. Ik hielp haar overeind en zag dat haar denim short besmeurd was.

‘Dat wordt dus een wasbeurt Remo, grapte ze en nam het gebeuren laconiek op. Naast mijn kleding van vanmiddag heb ik ook nog een bikini bij mij. Zou jij mij de weg willen wijzen naar de badkamer Remo?’

Ik nam de glazen mee naar binnen en wees haar de badkamer. Haar reistas had ze al mee naar binnen genomen, zag ik. Uit een keukenkast pakte ik een emmer, vulde het met warm water, wat schoonmaakmiddel en maakte de plek op het dek weer schoon met een zwabber. Op weg naar mijn kajuit begon ik hard te lachen. Het was ook zo’n komisch gezicht.

Er klonk een stem van Caroline: ‘Wat ben je toch een plaaggeest Remo.’

Mijn kleding was gespaard gebleven. Plotseling zwaaide de deur open van de badkamer en stapte ze met een lichtblauw badlaken om haar middel het woongedeelte in. Haar lange haar had ze voor het gemak in een wrong gedraaid. Het kon mij niet ontgaan dat haar volle borsten in een gebloemd bovenstukje van haar bikini zaten.

‘Na zo’n warme douche koelt mijn lijf wel erg snel af. Vind je het goed dat ik in jouw jacuzzi plaats neem. Het lijkt mij heerlijk dat warme water met al die bubbels.’

‘Dan kom ik erbij Caroline, hij is groot genoeg voor ons beiden. Ik moet mij alleen nog even omkleden en weg was ik.’

Ze liep voorzichtig naar het achtersteven van het jacht en deed de knop aan van de jacuzzi. Via een klein opstapje klom ze over de rand heen en ging voorzichtig zitten in een van de hoeken van het bad. Een spier van haar rug was wat gevoelig voelde ze, dat door de val kwam van zonet. De waterbubbels masseerden haar lijf, dat voelde relaxed.

Het liefste zou ik nu naast haar willen gaan zitten. Toch besloot ik om daar nog even mee te wachten en nam tegenover haar plaats in een andere hoek van de jacuzzi. Tussen haar donkere wimpers observeerde zij mij. Plagend ging ik onverwachts kopje onder. Ik pakte haar rosé gelakte tenen vast toen ik weer boven water kwam. Spontaan gaf ik er een kusje op. Met haar linkerbeen sloeg ze plotseling hard op het water, waardoor mijn gezicht en haren kletsnat werden.

‘Ha, ha, die Remo, nu heb ik jou te pakken, lachte ze.’

Het prikkelde mij dat ze zo ondeugend was. Onverwachts steeg het bloed naar mijn hoofd. Opeens trok ze mij naar haar toe. Onze gezichten kwamen dichtbij elkaar. Haar groene ogen keken mij vragend aan. Op het moment dat ik haar wilde gaan kussen duwde ze mij speels met haar twee handen mijn hoofd onder water. Proestend kwam ik boven en ze moest weer lachen.

‘Dekselse meid ik zal je pakken, mompelde ik.’

Ze liet zich door het water glijden naar één van de andere hoeken van het bad. Al spartelend ging ik haar achterna. Het water om ons heen gutste over de rand.

‘Kijk eens wat je hebt gedaan tijgerin, het dek is kletsnat.’

Ik schoof langzaam haar kant uit, trok haar opeens naar mij toe en likte zachtjes aan haar rechter oorlel. Daarna ging mijn mond op haar lippen. Ik wilde nu het heft in eigen hand nemen. Gretig kuste ze mij, haar tong drong zich bij mij naar binnen. Speels maakte ze het bovenstukje van haar bikini los, waardoor haar borsten deels onder water hingen. Ze kreunde zachtjes toen ik haar beiden tepels streelden en ze spontaan stevig aanvoelden.

‘Caroline, Mi Amore! Onverwachts ging ze bovenop mij zitten, waardoor er iets bij mij begon te groeien. Ze fluisterde zachtjes in mijn oor: ‘Ma chérie.’

De tijd verstreek. Ik draaide de knop uit zodat het water niet meer ging borrelen. Ik keek op mijn rolex horloge en zag dat het rond 16.30 uur was. Tijd om weer richting Genève te varen.

‘Wij moeten gaan Caroline. Ik vaar weer terug naar mijn ligplaats. Zoals afgesproken ga jij je honden ophalen bij Madame Dubois en ik stapte voorzichtig over de rand van de Jacuzzi. De vloer van het dek was glibberig. Ik tilde haar uit het water, sloeg een badlaken om haar heen en legde haar neer op mijn hoekbank in het woongedeelte van mijn kajuit. Liefkozend trok ze mij weer naar haar toe, greep mijn heupen vast en liet mijn zwarte zwembroek zakken. Voordat ik het wist drong ik zachtjes bij haar naar binnen. Ze kreunde bij iedere stoot die ik haar gaf. Wij raakten samen in extase en het was een genot om samen klaar te komen. Na de daad bleef ze nog liggen en trok haar bikinibroekje weer omhoog. Ik stond op en gaf haar een kus op haar voorhoofd.

‘Ik moet nu echt gaan varen schat, anders zijn wij niet op tijd?’

In een roes nam ik plaats achter mijn stuurrad, trok het anker naar binnen en vertrok. Bij aankomst liepen wij samen hand in hand naar haar Maserati die nog steeds voor het hotel geparkeerd stond. Bij het openen van haar portier plaatste ik haar reistas op de autostoel naast haar.

‘Helaas is er geen tijd voor ons om samen te gaan dineren, daar is het te laat voor Caroline.’

‘Dag Remo, tot ziens. Ik heb genoten van jou en van het mooie weer.’

Ik wierp haar een kushandje toe en zei: ‘My love, spoedig zie ik je weer.’

Ze startte haar Maserati en verdween de hoek om van de Rue du Lausanne en ik liep naar  mijn vertrouwde hotel om te gaan dineren.

Onderweg naar haar kunstgalerie voelde ze zich erg opgewonden. Remo, wat heb je toch met mijn gevoelens gedaan, mompelde ze? Ze wilde het van de daken schreeuwen, zo goed voelde ze zich bij hem. Het leek wel alsof ze hem al jaren kende. Nog een paar straten en dan was ze bijna bij de woning van Madame Dubois. Hoe zou het met haar twee lieve honden zijn? Ze parkeerde de auto voor de deur van haar galerie en stapte uit. Vrij snel, nadat ze op de deurbel had gedrukt, deed Madame Dubois open met naast haar Misty en Rocks.

‘Hallo Irene, hoe is het gegaan in de galerie en hoe is het met mijn twee lieve honden?’

‘Fantastisch Caroline, ik heb de afgelopen dagen aardig wat belangstelling gehad in de galerie. Een klant is zelfs twee keer teruggekomen om naar een beeldhouwwerk te kijken en besloot om het één dag later alsnog te kopen. Met je honden is het uitstekend, kijk maar, zei ze met een glimlach.’

‘Fijn zo, de zaken gaan dus nog steeds voorspoedig. Rocks en Misty begonnen te blaffen bij het aanzien van hun bazin en ze sprongen tegen haar op.

‘Ik heb jullie gemist hoor!’ en ze gaf ze beiden een aai over hun kop.

‘Sorry, dat ik wat later ben dan normaal, ik heb zelfs nog niet eens gedineerd!’

‘Ik had al op je gerekend met het diner, Caroline. Waarom eet je niet mee? Ik heb een groente taart gemaakt en wat uiensoep.’

‘Graag Irene, ik heb een drukke dag achter de rug en ben onverwachts een goede vriend tegengekomen, waarmee ik vanmiddag ben gaan varen.’

‘Je maakt mij wel nieuwsgierig hoor, vertel het maar tijdens het eten?’

Ik had haar gezelschap gemist tijdens het diner, maar ik wist niet beter dan dat ik vaak alleen zat te eten. Hier in dit hotel of in een restaurant in het buitenland. De hoteleigenaar en het personeel kenden mij nu al een paar jaar. Ik was hun dagelijkse vaste klant. Het leven als zakenman had zo zijn voor- en nadelen. Er was geld in overvloed, ik had een jacht, een chateau en ging regelmatig op reis. Het nadeel was dat ik altijd alleen thuis kwam. Ik was er aan gewend, maar toch begon de eenzaamheid aan mij te knagen. Sinds ik Caroline had ontmoet veranderde er iets met mijn gevoel. Ze was een vrouw naar mijn hart en was beslist geen oppervlakkig type. De vrouwen die ik had ontmoet wilden met mij pronken en waren niet bijster intelligent. Hun kracht was hun uiterlijk, meer niet. Ik wilde iemand waarmee ik ook een persoonlijk gesprek kon voeren, dat niet altijd over zaken ging. Door het jachtige zakenleven zou ik bijna vergeten dat er ook een leven zou kunnen bestaan met een vrouw aan mijn zijde en om gezamenlijk leuke dingen doen. In haar had ik de ware gevonden, dat wist ik zeker.

Ze was nu een paar keer met hem op zakenreis geweest. Hij had haar een aantal van zijn winkels laten zien en stelde haar voor als zijn verloofde aan enkele van zijn personeelsleden, al was het dan nog niet officieel. Ze had een schitterende witte nertsmantel van hem gekregen. Het stond haar prachtig had hij tegen haar gezegd, vooral met je prachtige koperkleurige haar. Hun verliefdheid was overgegaan in liefde. Ze hadden na de zakenreis ook Italië aangedaan en zijn ouders ontmoet in Turijn alsook zijn jongste broer Luiz. Zijn ouders hadden haar in hun armen gesloten. Bij thuiskomst in Zwitserland had ze samen met hem een bezoek gebracht aan Hans Heeren, die hij nu voor de tweede keer zou ontmoeten. Ze had gehoopt om zijn zoon Jeroen en diens vrouw Cinthia te zien. Ze wilde Remo aan hun voorstellen, maar Hans vertelde dat ze voor een korte vakantie waren vertrokken naar Lesbos een eiland in Griekenland. Ook werd er een kennismakingsbezoek gebracht aan Madame Dubois die het leuk had gevonden dat ze eindelijk de ware man had gevonden in Remo.

Halverwege september zou ze 30 jaar worden had ze tegen mij gezegd. Ik had, zonder dat zij het wist een aantal gasten uitgenodigd, zoals zakenrelaties, naaste wederzijdse vrienden en  familie. Het zou een groot feest worden in haar villa. Ik wilde wat speciaals gaan doen op die dag, daar had ik een goede reden voor en had contact gezocht met de hoteleigenaar van Four Seasons des Berques Geneva. Zij zouden een complete catering verzorgen. In de tussentijd had ik bij Cartier in Parijs een gouden halssieraad gekocht met een groene Jade edelsteen. De kleur van deze edelsteen paste goed bij haar groene ogen en haar koperkleurige haar. Ook kocht ik een dito gouden ring. Het moest een speciale dag worden.

De verjaardag was aangebroken en de gasten waren zojuist gearriveerd. Op de oprijlaan van haar villa stonden diverse typen auto’s. Remo had zich als gastheer over de gasten ontfermd. De hal en de grote salon waren prachtig versierd had ze gezien. Er was een overdaad aan bloemstukken gebracht, die her en der waren opgesteld. Ze had aan hem gevraagd, waarom er zoveel gasten waren uitgenodigd op haar verjaardag en waarom al die bloemstukken waren bezorgd? Ze had gevoeld dat er iets zou gaan gebeuren, maar wat? Ze had gezien dat er links en rechts lange, gedekte tafels met zilveren kandelaars en prachtig opgemaakte schalen met de lekkerste gerechten stonden. Genoeg voor zo’n 50 gasten. Obers liepen langs met zilveren dienbladen met champagne. Remo had voor de grap Misty een rosé strik om haar nek gedaan en bij Rocks een blauw exemplaar. Ze had er om moeten lachen. Remo had zich in een zwart jacquet gestoken. Het diner zou zo dadelijk plaatsvinden. Ze was zojuist naar haar slaapkamer gegaan om zich te verkleden in een avondjurk. Na afloop van het diner zou er worden gedanst. De muziekinstrumenten stonden reeds klaar samen met de orkestleden. Madame Dubois was met haar mee naar boven gegaan om haar te helpen met het opsteken van haar lange haar.

‘Jouw 30e verjaardag wordt vandaag wel erg groots gevierd Caroline en wat heb je een prachtige lichtgroene japon hangen? Die zilveren lovertjes maken het helemaal af.’

‘Ik begrijp zelf ook niets van al deze uitbundigheid Irene. Remo heeft mij niets verteld. Deze avondjurk heb ik gekocht bij een Nederlandse couturier in Amsterdam tijdens mijn bezoek aan de TEFAF in Maastricht.’

‘Ik zal je helpen met jouw jurk Caroline. Remo zal zijn ogen uitkijken alsook alle gasten, denk ik.’

Ik stapte in mijn nieuwe bijpassende naaldhakken en bekeek mijzelf in de spiegel van de noten houten slaapkamerkast.’

‘Kom Caroline, wij moeten nu gaan? Remo en de gasten wachten op je.’

Even later stond ze boven aan haar wit marmeren trap om naar beneden te gaan. Het geroezemoes verstomde. Het leek wel of iedereen de adem had ingehouden. Gracieus liep ze de trap af naar beneden. Remo, de liefde van haar leven stond daar beneden. Hij volgde haar met zijn ogen en pakte haar hand toen ze de laatste tree betrad.

‘Lieveling, wat zie je er beeldig uit in die groene avondjurk en je haar is zo mooi opgestoken.’

‘Dank je schat, ik word er verlegen van. Jijzelf ziet er ook mooi uit in je Jacquet.’

De gasten begonnen allemaal te klappen.

‘Ik zal je begeleiden naar onze tafel.’

Ze zag dat haar gasten volgden en iedereen plaats nam aan de prachtig gedekte tafels.

Net voordat ze wilde gaan zitten, pakte Remo een champagneglas en gaf het aan haar.

‘Lieve Caroline, familie, naaste vrienden en bekenden. U zult wel hebben gemerkt dat dit niet zomaar een verjaardag is voor mijn lieve Caroline. Voor haar is dit ook een verrassing. Ik wilde deze bijzondere dag benutten om Caroline om haar hand te vragen. Haar mond viel open van verbazing. Ik schoof mijn stoel naar achteren, knielde en vroeg aan haar: ‘Lieverd zou jij met mij willen trouwen?’

Even viel er een stilte.

‘Ja, lieve schat, ik wil graag met je trouwen.’ Wat een origineel idee om dat op mijn 30e verjaardag kenbaar te maken. Nu begrijp ik dat je zoveel gasten hebt uitgenodigd!’

Uit mijn jacquet haalde ik een langwerpige fluwelen doos tevoorschijn als ook een klein doosje. Als eerste maakte ik het kleine doosje open en liet haar een prachtige rosé diamanten ring zien.

‘Wat een schitterende ring Remo!’

Ik nam de ring uit het doosje en schoof hem aan haar linker ringvinger.’ Ze bekeek de ring aandachtig, pakte mijn kin en gaf mij een kus op mijn wang.

‘Dit is nog niet alles Caroline en ik opende de langwerpige doos.’ Haar ogen vielen open van verbazing, wat ze zag liggen in de doos. Ik nam voorzichtig het gouden collier met groene jade edelstenen eruit en hing het sieraad om haar hals. Iedereen begon te juichen en te klappen. Ze was er ondersteboven van. Het leek wel of ze in een roes te recht was gekomen.

‘Wat een prachtige ring en collier Remo, dank je wel.’

Ik hief mijn champagneglas omhoog en zei: ‘Proost Caroline op je 30e verjaardag en op ons voorgenomen huwelijk.’

‘Proost, riepen alle gasten in koor.’

Het diner kon gaan beginnen.

Na het voortreffelijke diner liep iedereen naar de grote hal om te gaan dansen. Het orkest begon te spelen. Wij stonden als eerste op de dansvloer. Ik nam haar in mijn armen en zo dansten wij samen met alle gasten tot in de late uurtjes.

Het was nu drie weken later. De gasten hadden enthousiast gereageerd op het feest en hadden diverse huwelijksgeschenken gestuurd. Ze zou in december mevrouw Rigutto-Swift worden. Haar leven was in korte tijd in een stroomversnelling geraakt. Ze ging nu regelmatig met hem uit. Tot aan hun huwelijk zou hij voorlopig nog op zijn jacht blijven wonen had hij tegen haar gezegd. Ze had het druk met alle voorbereidingen voor haar huwelijk. In het chateau van Remo zou de huwelijksvoltrekking plaatsvinden en ze gingen daar ook wonen. Het jacht werd niet verkocht. Wel zou ze haar villa gaan verkopen. Maar zover was het nog niet er moest een gastenlijst worden opgesteld en het belangrijkste van alles was de aanschaf van haar trouwjurk. Daarvoor wilde ze naar Parijs gaan in Frankrijk. Ze had aan Madame Dubois gevraagd of zij haar wilde vergezellen en ze had ‘ja’ gezegd. Ze vond het pijnlijk dat haar ouders haar huwelijk niet meer konden meemaken. Ze waren reeds jaren overleden. Het was niet anders. Vanmorgen had ze een afspraak met 3 klanten in haar galerie samen met Madame Dubois. Met twee van de drie was ze tot een akkoord gekomen met de aankoop van een paar kunstwerken. Ze had Remo opgebeld dat ze deze middag het eens wat rustiger aan wilde doen.

‘Dat komt dan mooi uit schat, dan kan ik gaan winkelen in de Rue de Rive of Rue du Rhône. In de laatste winkelstraat heb ik een chique herenkledingzaak gezien en ga op zoek naar een trouwpak. Zullen wij vanavond samen gaan dineren? Ik kom je ophalen rond 18.30 uur.’

Bij thuiskomst in haar villa bedacht ze zich opeens om te gaan wandelen met haar honden in Parc Moynier. Dit park had een schitterende tuin en lag praktisch om de hoek van hun favoriete hotel aan de Rue de Lausanne. Ze had geen zin om zich te verkleden en had nog steeds een rode jurk aan met een donkerblauwe blazer die de vanochtend had gedragen in haar galerie. Ze koos wel voor een paar gemakkelijke zwarte instappers en zetten haar rode naaldhakken in de inloopkast. Nadat ze haar honden eten en drinken had gegeven, nam ze hun mee naar buiten en deed de voordeur achter haar dicht. Bij het openen van haar Jeep sprongen ze beiden op de achterbank. Wat moest ze toch zonder haar lieve dieren, vroeg ze zich af. Remo hield ook van haar honden, dat wist ze. Even later liep ze samen met hun in het park. Het was erg druk. Ze zag een jonge vrouw joggen met een vriendin, Een stel mensen waren  aan het picknicken. Een ouder echtpaar zaten op een bankje en kinderen waren aan het spelen met een bal. Uit haar schoudertas haalde ze een flesje water en dronk eruit. Ze voelde zich relaxed na die drukke ochtend. Na verloop van 2 uurtjes liep ze weer richting haar Jeep. Ze opende het portier. Als eerste sprong Rocks op de achterbank. Opeens voelde ze een ruk aan de riem van Misty. In een oogwenk zag ze dat Misty een rode kat in het vizier had die onverwachts de rijbaan overstak. Ze rukte zich los en rende achter de kat aan de rijbaan op. Verstijfd zag ze wat er ging gebeuren. Ze hoorde een snerpend geluid van piepende autobanden. Er volgde een harde klap en daarna glasgerinkel. Ze zag dat de kat de overzijde had gehaald. Vol afschuw zag ze dat Misty werd geschept door een Bentley en boven op de motorkap belandde. Van schrik sloeg ze het autoportier dicht waarachter Rocks zat en schreeuwde luidkeels om hulp. Een paar mensen die het zagen gebeuren snelde naar haar toe. Ze was meteen naar de intussen stilstaande auto toegerend en gilde: ‘Nee Misty, niet mijn arme dier!’

Iemand riep: ‘Bel de dierenambulance, misschien is het nog niet te laat!’

In alle hilariteit had ze de bestuurder van de Bentley niet gezien die intussen was uitgestapt en zijn auto half over de stoep had neergezet. Samen met een paar toeschouwers legde ze Misty op de stoep neer in de buurt van een Bistro. Ze zag dat haar kop scheef hing en bloed uit haar bek was gelopen. ‘Oh nee, Misty niet doodgaan alsjeblieft’ jammerde ze en ze barste in tranen  uit. Opeens voelde ze een hand op haar schouder. Met betraande ogen keek ze op. ‘Jeroen, jij, wat doe je hier!’

‘Oh Caroline wat vreselijk!, ik zie dat ik één van onze honden heb aangereden, die ik voor jou als pub heb gekocht.’ Ik kon niet meer remmen omdat er een hond onverwachts de rijbaan overstak, niet wetende dat het Misty was, zei hij met hese stem.

In de verte hoorde ze de sirene van de ambulance. Eén van de ambulancebroeders sprong, bij het stilstaan de dierenambulance, er uit en ontfermde zich  samen met zijn collega over de hond. Samen met Jeroen nam ze plaats bij Misty. Ze pakte haar kop en legde die op haar schoot. Oh, lief dier, dat ik je nu moet missen. Haar jurk zat onder het bloed, het kon haar niet schelen. Was Remo nu maar hier?

‘Uw hond heeft zijn nek gebroken mevrouw vertelde één van de ambulancebroeders tegen haar. Wij nemen de hond mee naar een dierenarts, ik geef u het adres of gaat u met ons mee?’

‘Wij gaan zo dadelijk naar de dierenarts. Ik ken deze mevrouw ze is helemaal overstuur, mijnheer, ik breng haar binnen in de Bistro, daar aan de overzijde van de weg.’ De dierenambulance vertrok. De toeschouwers verlieten langzaam de plek des onheils. Hij had het briefje met het adres van de dierenarts in zijn blazer gestopt, hielp Caroline overeind en sloeg zijn arm op haar heen. Ze legde haar hoofd op zijn schouder. Rustig maar meisje, streelde haar lange haar en gaf haar spontaan een kus op haar wang. Binnen in de Bistro gaan wij wat drinken Caroline en even op adem komen. Daarna moet ik de politie nog bellen en dan gaan wij naar Misty toe. Maar eerst ben jij belangrijk. Ze gaf geen antwoord en liep samen met hem mee.

 

Ik had een prachtig aubergine trouwpak gekocht met bijbehorend lila overhemd en had gekozen voor een strik en pochet in de kleur van het overhemd.

‘Fantastisch mijnheer, het staat u goed, had de verkoper gezegd.’

Keurig verpakt lag het pak op de achterbank van mijn auto en was ik onderweg naar mijn jacht. Onderweg hoorde ik een geluid van een ambulance, dat was niet zo vreemd in zo’n grote stad. Zoals afgesproken zou ik vanavond met Caroline dineren. Ik reed langs een park en zag tot mijn grote verbazing een vrouw en man innig naast elkaar lopen die richting een restaurant liepen. Die vrouw leek verdacht veel op Caroline. Ik kon het moeilijk zien, want ik zag de vrouw alleen van de achterkant.

‘Dat kon toch niet, mompelde ik. ‘

Ik ging langzamer rijden en zag aan het lange, koperkleurige haar dat het toch Caroline was. De schrik sloeg meteen om mijn hart. Wat moest zij met die wildvreemde man? Hij had zijn arm om haar heengeslagen en gaf haar een kus. Ik zag alleen de zijkant van het gezicht van de jonge man. Zou ik stoppen vroeg ik mijzelf af? Opeen kwam er een jaloers gevoel over mij heen.  Nee, ik zou haar vanavond tijdens het diner met deze man confronteren. Een paar weken geleden had ik haar op haar verjaardag ten huwelijk gevraagd. Ze zou mijn vrouw worden. Ik was woedend en gaf een paar klappen op mijn stuur van mijn auto en reed door. Bij aankomst smeet ik het autoportier dicht en stapte op mijn dek. Binnen plofte ik neer op mijn bank en schreeuwde luidkeels: ‘verdoemde Caroline, waarom heb je mij bedrogen? Ben ik niet goed genoeg voor jou!’ De tranen prikten in mijn ogen en ik ging languit op mijn bank liggen.

‘Ga hier maar zitten Caroline en bood haar een plaats aan in het restaurant van de Bistro. Een ober die zag dat er iets mis was kwam meteen naar ons toe en vroeg wat er was gebeurd?

‘Een dramatische aanrijding met een hond mijnheer, heeft u misschien wat water voor ons en vertelde het verhaal van de aanrijding aan de ober. Ze zat stil voor zich uit te staren.

Opeens zei ze: ‘dat uitgerekend jij één van onze honden moet aanrijden Jeroen, hoe is het mogelijk!’

‘Waar is Rocks eigenlijk of was je alleen met Misty aan de wandel?’

‘Oh, Jeroen, in alle consternatie ben ik Rocks helemaal vergeten, die zit om de hoek van de straat langs het park in mijn jeep opgesloten.’

‘Ik ga hem meteen halen en bel onderweg meteen de politie om een proces verbaal op te laten maken.’

Ze gaf hem de autosleutels en hij verdween. Onderweg naar haar Jeep belde hij de politie en vertelde hun dat zijn auto schade had opgelopen door een aanrijding met een hond die onverwachts de rijbaan was overgestoken. ‘In een Bistro om de hoek van Parc Moynier zit ik samen met de bazin van de overleden hond.’ Hij hoorde bij aankomst bij de Jeep Rocks al blaffen. Het arme dier wist niet wat hem was overkomen. Nadat hij Rocks had bevrijd, sloot hij het portier en liep samen met het dier naar de Bistro. Intussen was de politie gearriveerd en werd er een proces verbaal opgemaakt.

Jeroen had met haar afgesproken om samen met haar naar Dierenkliniek des Pontes te rijden in Grand Lancy, waar Misty naar toe was gebracht en haar daarna naar haar villa te brengen. Remo wilde ze nog niet bellen, dat deed ze later wel. De jeep zou worden opgehaald had de politie gezegd. Even later besprak ze met de dierenarts, dat ze in overleg met Remo Misty zou laten begraven. Maar eerst moest ze hem opbellen, alvorens hij haar vanavond zou ophalen om met haar te gaan dineren. Ze pakte haar gsm-toestel en belde hem op. Na verschillende pogingen te hebben gedaan hing ze op.

‘Ik begrijp er niets van Jeroen, ik krijg geen gehoor. Hij had allang thuis moeten zijn!’

Er ging een signaal af. Een berichtje kwam binnen. Het was van Remo en ze las: ‘het diner wordt uitgesteld, ik heb voorlopig geen tijd.’ Hij had niet geschreven waarom hij geen tijd had.

‘Zal ik je brengen bij Remo, al kent hij mij niet?’

‘Laat maar Jeroen, hij zal wel een reden hebben, denk ik zo’.

Er kwam een onbehagelijk gevoel over haar heen. Ze voelde dat er iets niet klopte. Ze namen afscheid van de dierenarts en ze aaide voor de laatste keer over Misty haar kop. Meteen liepen de tranen weer over haar wangen.

‘Kom Caroline, ik breng je naar huis?’

Onderweg naar haar villa voelde ze zich eenzaam. Wat was er toch met Remo aan de hand en waarom kreeg ze zo’n vreemd bericht van hem? Eindelijk was ze thuis, gaf Jeroen een hand en bedankte hem voor alle goede zorgen. Morgen zal ik de autoverzekering bellen Jeroen.’

‘Het komt wel goed Caroline, je hebt nu andere zaken aan je hoofd.’

Ze opende de voordeur en nam Rocks mee naar binnen. Het dier was ook van slag zag ze; hij keek maar om zich heen. Ze gaf Rocks een knuffel en vulde zijn etensbak met voer. Onderwijl keek ze naar de lege bak van Misty. Ze voelde zich akelig worden en begon opnieuw te huilen. Snel liep ze de trap op naar boven richting haar slaapkamer en liet zich met bebloede kleding en al op bed vallen. Waarom deed Remo zo vreemd, nu ze hem nodig had?

Thuis gekomen vertelde hij Cinthia het dramatische verhaal.

‘Als ik jou was zou ik ook jouw vader Hans hierover inlichten Jeroen. Hij is haar steun en toeverlaat.’

Vóór het diner belde hij zijn vader en vertelde wat er deze dag was gebeurd.

‘Ik zal haar meteen opbellen Jeroen. Is alles trouwens goed met jou?’

‘De Bentley is beschadigd en de vooruit versplinterd pa. Gelukkig ben ikzelf ongedeerd.’

‘Je hoort nog van mij Jeroen en doe de groeten aan Cinthia.’

Ze had het fijn gevonden dat Hans Heeren telefonisch contact met haar had opgenomen. Ze had het hele verhaal aan hem verteld. Hij vond het frappant dat uitgerekend zijn zoon één van zijn eigen honden had aangereden.

‘De twee honden kreeg ik van Jeroen toen wij net verkering hadden, ik weet het nog goed Hans.’

‘Heb je Remo nog over het ongeluk gebeld Caroline?’

‘Ik heb hem verschillende keren gebeld, hij neemt de telefoon niet op. Ik maak mij vreselijk ongerust. Ook reageert hij niet op mijn berichten. Het lijkt wel of hij van de aardbodem is verdwenen.’

‘Zal ik eens met hem gaan praten Caroline. Misschien is hij onverwachts voor zaken vertrokken naar Europa. Momenteel ben ik in Amsterdam, maar over 2 dagen kom ik weer naar Zwitserland. Ik neem contact met je op wanneer ik weer thuis ben.’

Nadat ze Hans had gesproken belde ze Madame Dubois op die diezelfde avond meteen naar haar toe kwam om haar te ondersteunen.

Ik was blijkbaar in slaap gevallen en had bij het opstaan een barstende hoofdpijn. Nog duf van de slaap kwam de herinnering weer naar boven. Caroline in innige omhelzing met een voor mij onbekende man. Wie was hij? Ik had hem nog nooit ontmoet. Over een paar uur had ik met haar afgesproken om haar te gaan halen om te gaan dineren. De moed was mij in mijn schoenen gezonken en ik had besloten om het etentje maar uit te stellen. Ik voelde mij gekrenkt en kon het niet opbrengen om haar te bellen of een sms te sturen.

Zoals afgesproken arriveerde Hans Heeren een paar dagen later in Genève. Op het vliegveld had hij Caroline een berichtje gestuurd dat hij regelrecht naar haar villa toe zou komen.

‘Het enige wat ik voor je kan doen is om contact te leggen met Remo zei hij bij binnenkomst in de hal tegen haar. Misschien wil hij wel met mij praten? Hij heeft mij nu een paar keer ontmoet en weet nu wel wie ik ben. Ik ga nu meteen naar zijn jacht. Heb je zijn adres voor mij?’

Uit een lade van de haltafel pakte ze pen en papier en schreef het adres op.

‘Laat mij alsjeblieft weten wat het resultaat van het gesprek is Hans?’

‘Dat doe ik, jij moet nu gaan rusten Caroline, zo te zien heeft de vermoeidheid toegeslagen.’

‘Succes Hans en ze sloot de voordeur.’

Het was nog vroeg in de ochtend. Terug naar bed gaan wilde ze niet. Vanuit haar slaapkamer pakte ze een geruite plaid en ging weer terug naar de salon waar ze zich nestelde tussen een paar sierkussens op haar sofa. Rocks, die op het hoogpolig tapijt lag stond op en ging voor haar zitten. Hij legde zijn kop in haar schoot alsof hij zeggen wilde: ‘Waar is Misty.’

Ze had tegen Hans gezegd dat Remo zijn jacht aan het meer van Genève lag. Het kon niet missen al was het alleen al om het formaat van zijn jacht. Het lag er verlaten bij toen hij over de loopplank richting het dek liep. De luiken van de kajuit zaten potdicht. Het leek stil. Er was geen mens te zien. Hij had zojuist toch een Mercedes zien staan. Hij moest dus thuis zijn!

Hij tikte op het luik die naast de deur zat. Het bleef stil. Weer deed hij een poging. Geen reactie. Er hing een koperen scheepsbel naast de deur. Zou hij bellen vroeg hij zich af? Wat kon het hem ook schelen, hij moest en zou Remo spreken, eerder ging hij niet naar huis. Hij zwaaide de klepel heen en weer zodat er een schel geluid ontstond, dat zich een paar keer herhaalde. Hij hoorde iets rammelen. Een deur ging open en werd op een kier gezet. Een stem riep: ‘Wie is daar?’

‘Ik ben het Hans Heeren, wij hebben elkaar ontmoet op de verjaardag van je aanstaande vrouw Caroline. Ik moet u iets vertellen, het is nogal dringend!’

Had hij het goed gehoord, Hans Heeren, dat was toch die bankier en vertrouwensman van Caroline. Wat moest hij hier?’

‘Als het over Caroline gaat, die wil ik hier niet meer zien, ze heeft mij bedrogen met een ander, mijnheer en ik ga nu mijn deur sluiten.

Hans stak zijn voet tussen de deur. ‘Luister Remo er is iets dramatisch gebeurd en dat kan ik alleen vertellen, als je mij binnen laat.’

De deur ging langzaam open. Hij zag het gezicht van Remo en schrok. Was dat de charmante man die hij had ontmoet? Hij zag een ongeschoren gezicht, ongekamd haar en hij was amper aangekleed.

‘Dramatisch, hoe bedoel je Hans? Het spijt mij ik zie er momenteel onverzorgd uit, alle lust is mij ontnomen. Kom binnen en let niet op de rommel.’

Ik schoof een partij kranten opzij die op mijn bank lagen en deed een rolgordijn open voor wat daglicht.

‘Ga zitten Hans en vertel mij wat er aan de hand is? Als het over Caroline gaat dan wil ik er niets over horen.’

‘Helaas voor jou Remo het drama heeft deels met Caroline te maken, maar eerst wil ik weten wat de reden is dat je sinds 3 dagen niets meer van je hebt laat horen. Caroline is erg bezorgd.’

‘Ik kan mij niet voorstellen dat ze bezorgd om mij is Hans, sinds ik haar een paar dagen geleden met een jonge man zag lopen die haar omhelsde en haar een kus gaf. Ik was die middag gaan winkelen in het centrum. Ik had zojuist een trouwpak gekocht en reed opgewekt met de auto op weg naar huis. ’s Avonds had ik met Caroline afgesproken om met haar uit eten te gaan en zou haar op gaan halen. Ik reed langs het Parc Moynier de eerstvolgende straat in en zag tot mijn grote verbazing Caroline lopen in omhelzing met een man. Eerst dacht ik dat ik mij vergiste, maar toen ik beter keek zag ik dat ze het toch was. Ik was boos en teleurgesteld tegelijk en dacht meteen: ‘mijn aanstaande vrouw gaat vreemd.’ Zonder te stoppen reed ik in volle vaart naar huis en wilde haar voorlopig niet meer zien.’

‘Wat ik je nu ga vertellen zal je gedachten meteen doen veranderen, luister dus goed wat ik je te zeggen heb en vertelde uitgebreid mijn verhaal.’

Ik had verbijsterd geluisterd. Jouw zoon Jeroen, de aanrijding met Misty en het bezoek aan de Bistro. Is dat waar Hans?’

‘Ja, Remo het is waar, mijn zoon had zich over Caroline ontfermd na de aanrijding van Misty, ze was zo overstuur dat hij besloot om Caroline te ondersteunen en tot bezinning te laten komen in een dichtstbijzijnde Bistro.’

‘Het was niet wat het leek Remo!’

‘Juist op dat moment had ze jouw steun hard nodig. Ze besloot jou later op te bellen, omdat ze naar de dierenarts werd gebracht door mijn zoon Jeroen. Misty was daar door de Dierenambulance heengebracht. Daarna bracht Jeroen haar samen met Rocks naar haar huis. De volgende dag moest haar Jeep nog worden opgehaald die geparkeerd stond bij het politiebureau.

‘Ik moet meteen naar haar toe Hans, wat een idioot ben ik geweest. Ze heeft mijn hulp nodig, Maar eerst moet ik mij opknappen, zo kan ik niet bij haar aankomen. Neem wat te drinken Hans, ik kom er zo aan!’

‘Vind je het goed dat ik alvast Caroline opbel dat wij er samen aan komen Remo?’

‘Doe dat Hans, meteen?’

De deurbel ging. Ze stond op vanaf de bank en vouwde de geruite plaid op. Ze wist dat Remo zou komen samen met Hans die er voor had gezorgd om tot een gesprek te komen. Hans had in het kort tegen haar verteld door de telefoon dat alles op een misverstand beruste. Ze was hem dankbaar had ze tegen Hans gezegd. Nu was ze op alles voorbereid. Ze opende de deur. Remo aarzelde even om binnen te komen. Zonder iets tegen hem te zeggen pakte ze zijn hand en nam hem mee de hal in. Hans liep langs hun heen richting de salon. Het was een heftig moment voor hun beiden. Daar hoorde hij niet bij.

‘Caroline, wat ben ik een jaloerse idioot geweest. Toen ik jou zag met die man begreep ik niet wat er aan de hand was. Ik trok een verkeerde conclusie en dacht dat je mij bedroog met hem. Door mijn gedrag zou ik bijna ons voorgenomen huwelijk op het spel zetten. Nu Hans mij alles heeft verteld zijn de schellen van mijn ogen gevallen. Nu weet ik dat deze man de zoon is van Hans, zoals je mij ooit hebt verteld. Kun jij mij vergeven Caroline?’ Ze trok mij naar haar toe. ‘Ja, Remo ik vergeef je, ik wil jou nu ook niet verliezen.’

‘Nee, schat dat gebeurt niet. Ik zal je bijstaan bij de begrafenis van onze Misty en in december vieren wij ons huwelijk Caroline, samen met familie, vrienden en bekenden.’ Hij pakte haar bij haar middel, trok haar naar zich toe en kuste haar hevig. Ze gingen zo in elkaar op dat ze niet merkten dat Hans hun inmiddels had gepasseerd en de villa had verlaten. Eén week later brachten ze samen met Rocks Misty naar de dierenbegraafplaats. Ze had een brok in haar keel gekregen dat Rocks tijdens de sobere plechtigheid begon te janken.

Er was nadien een koper geweest voor haar villa, die werd gekocht door een scheepsmagnaat uit Griekenland die op vakantie was. Ook een gedeelte van haar inboedel hoorde daarbij. Zijn vriendin, zoals hij haar voorstelde, was gecharmeerd van haar meubels. Het andere deel verhuisde mee naar het chateau van Remo, waar ze na haar huwelijk met hem zou gaan wonen. Haar geliefde schilderij met Misty en Rocks werd zorgvuldig door haar ingepakt. Ze had het ondertussen weggebracht naar het chateau. Remo had een muur vrijgemaakt om het schilderij op te hangen. Nadat alles door de verhuizers was neergezet, had Remo als eerste het schilderij, in overleg met haar, opgehangen aan de muur in hun slaapkamer. Dat was een mooie herinnering aan hun geliefde hond, geschilderd door hun vriend Toni Le Clercq.

10 december. De trouwdag was aangebroken. Naaste vrienden hadden het chateau versierd met grote bloemstukken en guirlandes. De plechtigheid kon beginnen. Rocks zat braaf naast Madame Dubois in de grote zaal. Naast de familie was iedereen aanwezig. De stoelen waren versierd met grote witte strikken en linten. Hans Heeren gaf haar weg aan Remo, dat had ze aan hem gevraagd. Hij vond het een grote eer om haar weg te geven had hij tegen haar gezegd. Iedereen stond op toen ze samen binnenkwamen. Ze zag er schitterend uit in een kanten bruidsjurk versierd met kleine parels langs haar decolleté. Haar lange haar was opgestoken en gevlochten door een diadeem met robijnen, waaraan een lange sleep hing. Remo stond haar al op te wachten. Zij mond viel open van verbazing. Ze had Remo gezien in zijn bordeaux kleurige trouwpak, het stond hem mooi. Wat droeg hij op zijn arm? Zag ze het goed! Het was een pub, een hazewindhond met een rosé strik om zijn nek. Aan de strik bungelde 2 trouwringen. Ze voelde tranen in haar ogen komen, maar Remo glimlachte naar haar toen hij haar hand had gepakt en haar overnam van Hans. Je mag zelf een naam verzinnen Caroline fluisterde hij in haar oor, de pub is voor jou.

‘Bedankt lieverd, dit is een mooi en lief cadeau en niet te vergeten onze huwelijksdag.’

Tijdens de plechtigheid schoven wij elkaar de ringen om. Het feest kon daarna beginnen. Eerst was er een receptie met veel genodigden. Na de receptie werd door ons een taart aangesneden van drie etages. Daarna ging iedereen samen met ons aan het diner. Verschillende ongemaakte salades stonden op lange tafels alsook diverse drank en champagne. Tot laat in de avond werd er gedanst. Mevrouw Dubois paste op Rocks en de pub in de feestzaal. Rocks begon het diertje meteen te besnuffelen. Na afloop van een prachtige dag bedankte wij de familie en alle gasten. Ik tilde haar op en bracht haar naar boven in de slotkamer van ons chateau. Dit is voortaan onze eigen plek Caroline, zei ik tegen haar. Rocks en de pub volgden hun op de voet mee naar boven. De kleine had moeite om de trap op te klimmen. Ze moesten beiden lachen. Ik pakte de pub op en Rocks volgde. Samen brachten wij ze naar een kamer naast onze slaapkamer. Daar stonden twee hondenmanden.

‘Die zijn voor jullie, mompelde ik.’

‘En weet je al een naam voor onze pub Caroline?’

‘Jazeker Remo, ik noem haar Missy! Rocks en Missy Rigutto.

‘Een leuke naam mevrouw Rigutto, die herinnert aan onze lieve hond Misty, die wij nooit zullen vergeten en ik deed de slaapkamerdeur achter ons dicht.

Eén dag na onze huwelijksnacht vertrokken wij met onze honden naar mijn geliefde Italië. De honden bleven tijdens onze rondreis bij mijn ouders logeren. Wij deden een aantal historische plaatsen aan. Ik had nog een laatste verrassing voor haar en had besloten om ons huwelijk te laten inzegenen in een Kathedraal in Rome. Thuis in Zwitserland waren wij alleen voor de wet getrouwd. Deze plechtigheid wilde ik haar niet ontnemen. Zo stonden wij op een zondag  in een immense kathedraal en werd ons huwelijk alsnog ingezegend. Onze vrijgezellentijd was nu voorgoed voorbij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DE KAKETOE

imagesCA2IY692

Als vrijgezel  woonde ik aan de rand van het dorp Schipluiden in een vrijstaand huis samen met mijn moeder Anna. Mijn vader was enkele jaren geleden overleden door een noodlottig ongeval.  Op de dag van mijn vaders overlijden had onze herdershond ‘Bruno’ bijna de hele dag gejankt, alsof het dier had aangevoeld dat er iets was gebeurd. Sinds kort was ook zijn zeventig jarige moeder overleden na een kort ziekbed. Haar overlijden had mij erg aangegrepen, omdat wij de laatste jaren op elkaar waren aangewezen. Nu had ik  via de notaris gehoord, dat ik in het koophuis, dat mijn ouders bij hun trouwen hadden gekocht,  mocht blijven wonen, omdat ik geen broers en zusters had. Tot aan haar dood kookte mijn moeder en hielp ik zoveel als mogelijk mee in het huishouden. Dat ging mij goed af, had ze eens gezegd. Het huis was altijd keurig aan kant. Mijn moeder had een weduwepensioen en ik werkte in mijn dorp bij mijn vriend, wiens vader schroothandelaar was in oud ijzer. Mijn vriend, die eigenlijk Cornelis heette, werd Kootje genoemd door zijn ouders en vrienden.

Mijn huis lag aan een weiland langs een brede vaart. Via een stenen brug was het huis bereikbaar. Aan de andere kant kwam de brug uit op een tweebaansweg die naar Delft ging. Twee  lindebomen omsloten aan weerszijden mijn huis met zijn groen met rood beschilderde luiken. Het had een woonkamer, twee slaapkamers, keuken met bijkeuken, een kelder en een vliering. De badkamer en toilet waren gesitueerd in een aanbouw aan het huis. Er was een groot erf dat grensde aan het achterliggende weiland. Ook had ik een kleine moestuin die langs de vaart lag. Steevast haalde ik met de tuingieter het water uit de vaart en besprenkelde mijn groenten en planten. Omdat mijn moeder voelde dat ze niet lang meer te leven had,  had ze tegen mij gezegd: ´Ben! ik zal jou leren koken, want het huishouden hoef ik jou niet te leren.

In vroeger tijden stond er een glazen kas op het erf achter het huis. Daarin werden tomaten geteeld. De kas was van mijn vader Jan, Hij had gehoopt dat ik tomatenteler zou worden, net als zijn vader, maar ik had daar geen oren naar, tot groot verdriet van hem. Door reparatiewerkzaamheden aan het glazen dak van de tomatenkas, liep mijn vader, op een broeierige augustus dag, een slagaderlijke bloeding op aan zijn pols en stierf. Ik was toen 19 jaar oud.

Rond die tijd leerde ik mijn vriend  Kootje kennen en kwam ik met het oud ijzer in aanraking. Kootje werkte bij zijn vader in de schroothandel en nadat zijn ouders naar een verzorgingstehuis gingen nam hij het huis en de schroothandel over. Ik werkte met veel plezier bij Kootje en na de dood van mijn vader sloopte ik de tomatenkas. Ik had ooit een meisje gehad en was zelfs verloofd met haar geweest. Ze heette Diny en kwam uit Delft. Voordat wij voornemens waren om te gaan trouwen, had ik op een keer tegen haar gezegd, dat ik, als ik getrouwd was met haar,  in het huis van mijn moeder zou blijven wonen. Ik wilde het goede mens niet alleen laten. Diny had daar geen oren naar en na verloop van tijd, leerde ze een jongen uit haar eigen stad kennen en liet mij weten dat de verloving voorbij was. Ik had er veel verdriet van dat Diny het had uitgemaakt.

Na de dood van mijn moeder, veranderde ik geleidelijk van karakter. Ik werd van een prater een stille jongen en voelde mij eenzaam in het huis aan de vaart. Overdag werkte ik samen met Kootje, maar ’s avonds zat ik samen met mijn hond Bruno bij de open haard. Kootje, die ook alleen was, had er niet zoveel moeite mee om alleen te zijn. Hij hield wel van de vrouwtjes, dat had ik wel gemerkt als ze weleens samen op stap gingen, maar Kootje had zijn gezicht niet mee, maar wel zijn geld. Een kromme neus ontsierde zijn gezicht. Ik was daarentegen een knappe kerel met ravenzwart licht gekruld haar met bruine ogen en had een atletisch figuur had Diny eens tegen hem gezegd.

Op een zekere middag waren wij onderweg naar Scheveningen, een kustplaats aan de Noordzee. Er moest oud ijzer worden opgehaald in een loods bij de haven. De eigenaresse, een oudere dame in klederdracht,  stond ons al op te wachten.

‘Als de loods leeg is, zei de vrouw, dan krijgen jullie vers gerookte paling mee!’.

Dat was niet tegen dovemansoren gezegd en nadat alles op de aanhanger lag kreeg Kootje een opgerold pakket met kranten mee.

‘Daar zit de paling in hoor zei de vrouw lachend, naar de verbaasd kijkende Kootje!’.

Wij bedankte de vrouw en gingen op weg naar mijn huis.

‘Het water staat me bijna in de mond Ben! Wat ruikt de paling lekker!’.

Ik nam twee borden uit de kast en Kootje pakte de paling uit de krant. Opeens viel zijn blik op een kleine advertentie.

‘Moet je horen Ben! Aanstaande zaterdag is er een vogeltentoonstelling in de Brabanthallen in Den Bosch. Zullen we er naar toe gaan? Ik heb namelijk een idee! Omdat je altijd eenzaam bent krijg je van mij een vogel voor je verjaardag, want over een paar weken wordt je 55 jaar. Wij gaan eens kijken wat voor vogels er zijn!’.

‘Dat vind ik nou een leuk cadeau!, zei ik tegen hem en de afspraak was snel gemaakt.

Die zaterdagochtend zat Kootje te zingen achter het stuur van zijn blauwe Ford. De aanhanger bleef nu thuis, want die hadden wij vandaag niet nodig.

‘Wat zit je nou te zingen man?’, zei ik lachend tegen Kootje.

‘Om jou alvast te laten wennen aan een vogel, zei Kootje met een sneer!’.

Ik  vond dat hij vaak vrolijk was. Hoe anders was ikzelf, want de laatste tijd was ik maar een kniesoor sinds mijn moeder overleden was.

‘Vroeg of laat komt er wel weer een vogeltje op het nest Ben!.’

‘Na die affaire met Diny denk ik dat niet vriend!’.

De zon scheen priemde met haar stralen door de voorruit van de auto. Het was druk op de snelweg richting Den Bosch.

‘Zou iedereen naar de vogeltentoonstelling gaan, vroeg Kootje?’.

‘ Wij zien het wel als we aankomen of het druk is!’.

Hij had gelijk, want bij aankomst stond er een lange rij voor de kassa’s. Eindelijk stapte wij naar binnen in een van de grote hallen. Het was een gekwetter van jewelste. Rondom in de hal stonden diverse bemande stands met vogelproducten. In het midden stond in een cirkel lange tafels met kooien met diverse vogels. De verkopers stonden erbij. Wij liepen een tijdje door de hal en bekeken een aantal vogels. Opeens zag ik een mooie witte Kaketoe  zitten in een grote kooi. Achter de kooi stond een slanke, blonde vrouw.

‘Kom eens kijken zei ik tegen Kootje, wat een prachtige vogel in die grote kooi zit?’.

Ik wees naar de witte Kaketoe en vroeg aan de jonge vrouw: ‘Is deze vogel te koop?’.

‘ Nee, helaas voor u, is hij niet te koop, sterker nog hij gaat altijd met mijn vader en mij mee naar verschillende vogeltentoonstellingen!’.

‘Waar is uw vader dan?.

‘Daar komt hij net aan. Mijn vader is kweker van zangkanaries!’.

De man kwam naar ons toegelopen en vroeg of wij belangstelling hadden voor een vogel. Hij stelde zich voor als Frank.  Wij gaven de man een hand en stelde ons voor als Ben Laan en Kootje Haring.

‘En hoe heet u, vroeg  ik belangstellend aan de vrouw?’.

‘Ik heet Suzan!’, zei ze.

‘Ik heb eigenlijk interesse in de Kaketoe, zei ik tegen de kweker, maar u dochter zei dat de vogel niet te koop was!’.

‘Dat klopt!’, zei Frank, hij is namelijk erg tam!’.

Suzan deed de kooi open legde haar hand op de stok en de Kaketoe stapte op haar hand.

‘Kijk nou dan, Kootje, wat een grappige vogel!’. ‘Hoe heet hij eigenlijk?’.

‘Kiko’ is zijn naam. Wij hebben nog een identieke Kaketoe thuis, zei Suzan, ze heet ‘Pien’ en is helaas niet tam, eerder schuw!’

Ze bekeek Ben zijdelings. Hij was niet getrouwd, zag ze, want hij droeg geen ring en wat zag hij er knap uit!. Zijn vriend is ook wel aardig, maar is niet zo knap als hij.

‘Wat sta je nou te dromen’!, zei Frank tegen haar. Heb je de heren al verteld dat in deze kooien onze zangkanaries zitten en dat wij die kweken!’ Hij wees naar twee kooien die naast de kooi van de witte kaketoe stonden.

‘Helemaal vergeten zei, Suzan!’

Ik kon intussen mijn blik niet van Suzan afhouden en van de mooie witte Kaketoe.

‘Zangkanaries zijn natuurlijk wel heel wat anders dan een mooie Kaketoe. Laat u maar eens wat zien?, vroeg Kootje belangstellend. Hij was niet gierig, maar om een Kaketoe voor Ben zijn verjaardag te kopen, was wel even wat anders. Trouwens de Kaketoe was niet te koop, had de vrouw gezegd.’

Wij keken naar de vogels. Er waren wel goede zangers bij hoorde  ik. Momenteel had hij nog steeds geen kooi voor een eventuele vogel.

‘Frank raadde mijn  gedachten en zei tegen mij: in Zevenhuizen waar wij wonen, hebben wij nog meer zangkanaries die in grote kooien zitten. Zoals ik al zei: ‘ ik kweek ze zelf. Je mag ons wel opzoeken hoor met je vriend? Hier heb je mijn visitekaartje!’.

In stilte had Suzan gehoopt dat de mannen ‘ja’ zouden zeggen. Ze voelde een aantrekkingskracht naar de vreemde man, maar wist zijn leeftijd niet. De jonge vrouw was mij opgevallen al liet ik dat niet meteen blijken.

‘Dat is goed!, zei ik tegen de kweker. Wij komen binnenkort bij u kijken’ en  namen afscheid van elkaar.

Onderweg naar huis had ik het hoogste woord over de witte Kaketoe.

‘Zet die vogel nou uit je hoofd, want hij is niet te koop!, je bent bijna jarig en we hebben nog steeds geen vogel Ben!’

‘Misschien is het een idee om toch maar eens naar die kweker te gaan, mompelde ik?’

‘Ach, waarom ook niet!, maar dat moet dan wel snel gebeuren, want je verjaardag is in aantocht’.

Na ongeveer twee weken belde ik naar de kweker en vroeg of ik samen met Kootje naar de kwekerij kon komen en maakte meteen een afspraak. Het regende pijpenstelen die vrijdagochtend. Rond 11.00 uur kwamen wij bij de kwekerij aan. Frank stond ons al op te wachten.

‘Kom gauw naar de schuur?, sommeerde hij tegen ons, want het is ‘pieten’  weer, om in de term van de vogels te blijven’!, lachte Frank. ‘De zangkanaries zitten in de schuur!’. Wij liepen snel achter Frank aan naar binnen.

Langs drie zijden van de muur stonden grote kooien met diverse zangkanaries en broedkasten. Wij kregen een rondleiding van Frank en hij vertelde ons over zijn vak als kweker.

‘Wat interessant!’zei Kootje.

‘Kijk maar rustig rond, misschien is er wel een vogel voor jullie bij?’.

Wij liepen samen langs de kooien, totdat ik ineens een inval kreeg. ‘Weet je Kootje, ik wil helemaal geen zangkanarie in een klein kooitje, maar een grote volaire met verschillende zangkanaries voor buiten op mijn erf!’.

‘Ben je nou helemaal! zei hij tegen mij. ‘Ik wil je wel één vogel geven voor je verjaardag, maar geen tien!’. ‘ Nee joh, die negen betaal ikzelf en dan mag jij de tiende vogel betalen!’. ‘Nou dat is dan akkoord!’en ik liep naar Frank.

‘Willen jullie soms koffie?’, vroeg Frank aan ons.

‘Dat slaan wij niet af, zei ik!’ en hij liep naar een deur die uitkwam in de keuken van zijn woonhuis. Intussen had ik Suzan nog steeds niet gezien. Waar zou ze zijn en weet ze wel dat wij komen vandaag, dacht ik. Even later riep Frank dat de koffie klaar stond in de keuken. Haar hart jubelde, toen Suzan zag dat het de mannen waren van de vogeltentoonstelling. Vader had niet tegen haar gezegd dat ze zouden komen kijken. Er kwamen weleens meer mensen uit de buurt, maar niet zoveel uit de regio. Ook ik was verrast toe ik Suzan weer zag en kreeg een rood hoofd.

‘Ga toch zitten mannen, sommeerde Frank ons?’.

Kootje vertelde dat hij het interessant had gevonden, wat Frank hun zojuist had verteld.

‘En, weet je al wat je doet?’, vroeg Frank aan mij.

‘Ik wil graag 10 zangkanaries kopen met een grote volaire erbij, kan dat eigenlijk?, wij waren eigenlijk van plan om één vogel te kopen, want die krijg ik namelijk voor mijn aanstaande verjaardag van Kootje!’. ‘Maar eigenlijk wil ik meer kanaries, dus koop ik de rest zelf!’ en zet ze dan in een volaire achter op mijn erf!’.

‘Dat is een leuk idee, zei Frank dan bezorg ik de zangkanaries, heb je eigenlijk al een volaire?’.  ‘

Nee, zei ik, maar kan ik die bij u bestellen?’.

Frank liep naar de woonkamer die naast de keuken lag en pakte een catalogus met foto’s van diverse type kooien en volaires.

‘Deze lijkt mij wel wat Ben!’.

Frank liep naar de telefoon en regelde een kooi voor mijn zangkanaries. Opeens hoorde ik vogelgeluiden uit de woonkamer komen en keek terloops naar binnen, waar Frank aan het telefoneren was. Een vogel begon te krijsen.

‘Is dat soms ‘Kiko’, vroeg ik aan Suzan.

‘Ja, gaan jullie maar kijken, ze zitten beiden in de woonkamer!’ en wij liepen achter Suzan aan naar binnen.

Frank was net klaar met telefoneren en zei: ‘ik heb een volaire voor je besteld Ben!’.

‘Kijk!’, zei Susan, daar zitten ‘Kiko’ en ‘Pien!’; ze zitten apart in een bronskleurige kooi!’.

‘Het zijn toch wel prachtvogels hoor!’,  zei ik tegen Frank. ‘Begrijp je nou waarom wij ze niet willen verkopen Ben!’.

Wij liepen met z’n allen terug naar de keuken en ik vroeg aan Frank wanneer hij de zangkanaries  en de volaire kon bezorgen. Hij pakte zijn agenda en zei tegen mij: ‘op 28 maart aanstaande kan ik nog bezorgen; voor de rest van april zit mijn agenda vol!’.

‘April duurt nog zolang, dan is mijn verjaardag al voorbij, want ik ben op 28 maart  namelijk jarig!’.

‘Dat is me ook wat! , zei Frank.

‘Ik zou het leuk vinden als op mijn verjaardag mijn cadeau wordt bezorgd en dan krijgen jullie ook koffie met gebak!’. ‘Wat vinden jullie ervan, vroeg ik?’. Net als Kootje woon ik alleen, mijn ouders zijn overleden. Kootje woont bij mij in de buurt. Ik heb wel wat familie, maar die wonen te ver weg om even op een verjaardag te komen. Hij is daarom de enige die op mijn verjaardag komt!’.

Ik zag dat Suzan haar vader aankeek en zei: ‘dan kan ik mijn vader helpen met de zangkanaries en de volaire!’.

‘Afgesproken dan, zei Frank, wij komen!. Wij namen afscheid van elkaar en de koop was gesloten.

‘Wat is er ineens met jou aan de hand?’, vroeg Kootje aan mij toen wij in de auto stapte; een wildvreemd meisje uitnodigen op je verjaardag samen met haar vader?’.

‘Ik zal het je maar eerlijk vertellen, ik krijg vlinders in mijn buik van haar!’. ‘ Op het moment dat ik de witte Kaketoe zag, viel mijn oog ook op blonde Suzan. Na vanmiddag heb ik de indruk dat ze mij ook wel leuk vindt als ik mij niet vergis. Ze kon trouwens haar ogen niet van me afhouden. Misschien is het haar vader ook wel opgevallen!’.

‘Loop nou niet te hard van stapel man, je hebt een tijdje geleden al die affaire met Diny achter de rug!’. ‘Ja, dat weet ik, maar dit voelt goed!’. ‘Het is wel een interessante middag geweest vond je niet Kootje?’.  Maar hij antwoordde niet.

Suzan had de mannen nagekeken, totdat de auto uit het zicht was. Eigenlijk wist ze nog niet zo heel veel van Ben, maar daar zou ze snel achter komen, bedacht ze zich. Bij binnenkomst in de keuken stond haar vader haar al op te wachten.

‘Ik krijg de indruk, dat je Ben wel aardig vindt, je zat zo geanimeerd met hem te praten?’.

‘Nou vader, dat is waar!, Ben lijkt mij een aardige man en toen ik hem vanmiddag met zijn vriend zag binnenkomen werd ik opeens zenuwachtig!’.

‘Nou meisje, je hebt het wel te pakken!’. ‘Ik denk dat hij mij ook wel leuk vindt, anders vraagt hij ons toch niet op zijn verjaardag op de koffie!’.  ‘De enige plek die nog vrij was in mijn agenda was 28 maart op zijn verjaardag. Kom meisje, we gaan nog wat doen vandaag, de dag is alweer bijna om!’.

Een waterig’ zonnetje verscheen in de vroege ochtend van 28 maart. Vandaag vierde ik mij 55e verjaardag. Ik was niet zo jong meer, maar voor vrouwen was ik nog wel aantrekkelijk.

‘Kom Bruno, we gaan nog even naar buiten voordat er visite komt?’, en ik pakte mijn denim jack van de kapstok en nam de riem van Bruno mee.

Het was mijn eerste verjaardag zonder mijn moeder, het voelde vreemd. Gelukkig had ik mijn hond Bruno nog. Wij liepen over het grindpad van mijn huis. Er stonden nog enkele kerstrozen in bloei in de border. Hier en daar stonden op een beschutte plek nog enkele trompetnarcissen en plukte een bosje. Wij liepen over de stenen brug naar de secundaire weg die naar Delft leidde en volgde het voetpad dat langs de weg liep, richting het kleine Katholieke kerkhof. Dit kerkhof lag 800 meter van mijn huis vandaan. Mijn ouders lagen er begraven. Langs de kerk was de ingang van het kerkhof. Het schelpenpad kraakte onder mijn schoenen. Eerst liep ik naar het graf van mijn vader. De zerk stond bijna achterin aan het linkerpad. ik vulde de zinken vaas met water bij de pomp die in een hoek op het kerkhof stond en zette enkele trompetnarcissen erin. In stilte dacht ik aan mijn vader, die zo plotseling was overleden. Ik had niet aan mijn vaders wens voldaan om tuinder te worden. Vader was niet boos, maar wel teleurgesteld had ik gemerkt. Hij had gehoopt dat ik het bedrijf zou voortzetten. Opeens voelde ik mij bezwaard, maar moeder had gezegd dat ik mijn eigen weg moest volgen. Snel zette ik mijn gedachten opzij en liep naar het graf van mijn moeder. Ik keek naar haar foto, die op de steen prijkte. Het leek wel of ze lachte naar mij. ‘

‘Moeder, oh moeder, ik mis u zo!, mompelde ik en er kwamen tranen in mijn ogen’.

Ik knielde en zette het restant aan trompetnarcissen bij haar in een vaas en ging rechtop staan. Bruno zat naast mij.

‘Kom Bruno we gaan naar huis?’. Het dier keek omhoog en liep achter mij aan het kerkhof af.

Onderweg naar huis dacht ik opeens weer aan Suzan. Zou ze daadwerkelijk met haar vader meekomen om de kooi met vogels te bezorgen? Langs het pad naar mijn huis plukte ik opnieuw een paar narcissen voor op de salontafel. Bij binnenkomst  vulde ik de voer- en waterbak van Bruno en haalde alvast de doos met de slagroomtaart uit de koelkast en zette die op de keukentafel neer. Uit het buffet pakte ik vier kopjes, wat glaasjes voor een drankje en legde wat hartige hapjes op een schaal en bewaarde deze nog in de koelkast. De koffiepot zou ik zo dadelijk vullen. Terloops keek ik naar buiten en zag een donkerblauwe stationcar met dichte aanhanger de stenen brug over komen. Op de aanhanger stond met sierlijke letters geschreven ‘kwekerij Van der Zilk’, Zevenhuizen. Ik kon niet goed zien wie er achter het stuur zat van de auto. Gauw zette ik de suikerpot op het dienblad naast de melkkan, deed de filter met koffie in de koffiepot en liep naar de voordeur. Op dat moment stapte Suzan uit de auto. Ze had bruine enkellaarsje aan met een strakke kaki kleurige broek en een gestreepte kaki kleurige bloes met opgerolde mouwen.  Haar lange haar viel losjes over haar schouders. Wat zag ze er goed uit, dacht ik bij mijzelf. Ze zwaaide naar mij en ik zwaaide terug.

‘Hallo Suzan, wat leuk dat je er bent!, maar waar is je vader?’

‘Wij kregen onverwachts nieuwe klanten en mijn vader kon niet meegaan. Ik moest je feliciteren, bij deze dan!’ en ze gaf mij een hand.’

Bruno was mij achterna gelopen naar buiten, kwispelde met zijn staart en sprong tegen Suzan op.

‘Dag lief beest!, zei Suzan tegen Bruno, je bent braaf!  en ze gaf hem een aai over zijn kop.

Ik glimlachte.

‘Kom maar hier Bruno, bij de baas?’, riep ik tegen mijn herdershond, maar Bruno liep om de auto heen en vond Suzan veel interessanter.

‘Wil je mij even helpen Ben? , vroeg ze aan mij. ‘

Natuurlijk Suzan!’ en ik tilde samen met haar de grote volaire uit de aanhanger.

‘De  zangkanaries staan achterin de stationcar. Ik heb er een doek overheen gelegd dan blijven ze rustig!’.

Wij zetten de volaire achter het huis aan de rand van het erf.

‘Misschien kunnen meteen de vogels in de volaire doen, Suzan?’. Kootje is er toch nog niet, dus we hebben nog even de tijd!’.

Ik haalde een zak met vogelzand, vogelvoer en een kan met water uit de keuken en ze hielp mij mee om de vogels in de volaire te zetten.

‘De volaire staat hier wel goed zei ze, niet op de wind!’.

‘Ik vind het ook een goede plek Suzan en wat is het een mooie grote volaire?’.

‘Dat moet wel voor tien zangkanaries Ben!’.

Ik bekeek de kooi die van bruin metaal was en op vier hoge poten stond. Suzan legde een lange stevige tak in de lengte van de kooi, met wat boomschors erbij en plaatste vier broedkastjes. Eén voor een zette ze de zangkanaries in de kooi.

‘Ik ben benieuwd wat Kootje er van vindt, zei ze?’’ .

‘Kom we gaan naar binnen, ik zet de koffiepot even aan; wil je taart?’.

‘Daar zeg ik geen nee tegen Ben!,

‘Voordat ik het vergeet, je krijgt ook nog de felicitaties van mijn vader!’.

‘Bedank hem maar, Suzan!’.

Ze  nam plaats op de rode zitbank en zag dat alles er zo netjes uitzag voor een man alleen.

‘Help je soms hulp in de huishouding?’. ‘

Nee, hoor dat doe ik allemaal zelf!’.

Ik zette het kopje koffie met het gebak op de zwart gelakte salontafel en ging tegenover haar zitten in mijn rieten stoel met rood kussen.

‘Je hebt het erg modern ingericht Ben!.

Ze zag een zwart dressoir met een lange zwarte eetkamertafel met vier rieten stoelen met rode zitkussens. Op de vloer lagen boerenplavuizen in verschillende kleurnuances. De muren waren wit gepleisterd en een muur naast de keuken had rood behang.

‘De kleur ‘rood’ heeft duidelijk je voorkeur!, je verwacht zo’n interieur niet in zo’n landelijk huis!’.

‘Toen mijn moeder nog leefde, had ik met haar nieuwe meubels gekocht.

‘Dat is leuk om dat gezamenlijk met je moeder te doen en wat een mooi schilderij hangt daar?’ en ze wees naar een geschilderd doek met meeuwen op een rotspartij.’

‘Vandaag ben ik 55 jaar geworden Suzan!’.

’Ben je al die jaren vrijgezel geweest Ben?’.

‘Eerlijk gezegd heb ik ook weleens een vriendin gehad. Ze heette Diny, een meisje uit Delft. Ik had haar ontmoet in een café in het centrum van Delft en ben nog verloofd met haar geweest toen mijn moeder nog leefde’ en ik vertelde haar het verhaal en de afloop ervan.’

‘Zoals je hebt gezien, woon ik samen met mijn vader. Mijn moeder heb ik nooit gekend. Ze stierf vlak na mijn geboorte.’

‘Wat tragisch voor jou!’.

‘Mijn vader wilde niet meer trouwen en stortte zich op het kweken van zangkanaries. Ik help hem daarbij en doe de administratie. In september word ik 48 jaar. Ik heb wel vrienden en vriendinnen, maar tot nu toe nog geen relatie!’.

‘Wil je nog koffie?’, onderbrak ik haar’.

‘Ja graag, maar komt Kootje nog?’.

‘Ik verwacht hem eigenlijk elk moment!’.

Ik liep met de kopjes naar het aanrecht en pakte de glazen koffiekan. De kan kwam onverwachts tegen het lege kopje aan en viel van het aanrecht af op de plavuizen vloer. Suzan hoorde een gerinkel in de keuken en riep: ‘Wat gebeurt er?’ en ze snelde de keuken naar binnen.

‘Ik weet niet wat me overkomt, maar ik ben zo zenuwachtig Suzan!.’

‘Dat komt natuurlijk door het vrouwelijk schoon in je huis!’ en wij moesten lachen.

Hij moest eens weten. Zenuwachtig was ze niet, maar ze kreeg wel  de ‘kriebels’ van hem en moest de laatste tijd steeds aan hem denken.

Gelijktijdig bukte wij allebei om de scherven van het kopje op te pakken. Onze handen raakte elkaar en ik voelde een siddering. Ik pakte opeens haar hand en hielp haar omhoog. Ze bloosde. Ze werd ineens verlegen en liep terug naar de woonkamer. Ik keek haar na. Even later gooide ik de scherven in de pedaalemmer, nam een nieuw kopje en bracht het bij haar en er viel even een stilte.

Ik liep terug naar de keuken om mijn kopje koffie te halen, toen er opeens op het keukenraam werd getikt. Daar was Kootje, zag ik en stak mijn hand op. Ik liep naar de deur en zag hem staan. Hij zette zijn fiets op de standaard en stapte de hal binnen.

’Gefeliciteerd Ben, en zijn de kwekers er al?

‘Ja, Suzan zit in de woonkamer, maar haar vader kon niet komen, hij kreeg namelijk nieuwe klanten vanmiddag!’.

Hij hing zijn jack aan de staande kapstok en liep de woonkamer in.

‘Hallo Suzan, ook gefeliciteerd met de verjaardag van Ben!’.

‘Jij ook Kootje!’.

Ik kwam binnen met koffie en gebak en Kootje vroeg: ‘waar heb je de kooi met zangkanaries staan?’.

‘Suzan en ik hebben vanmorgen de kooi achter het huis gezet op het achtererf tegen de muur van de aanbouw. Ga zo dadelijk maar eens kijken?’.

Weldra  raakte ze met elkaar in gesprek en hadden het over allerlei zaken. Opeens viel Kootje het op dat Ben zo geanimeerd met Suzan aan het praten was. Hij voelde zich op dat moment even overbodig, stond op en liep naar buiten naar de zangkanaries. Enkele waren aan het fluiten. Wat later liep hij weer naar binnen en dacht: er zit hier verandering in de lucht. Na wat hapjes en een drankje stond Suzan plotseling op.

‘Voor de avond zou ik thuis zijn, had ze afgesproken met mijn vader. Bedankt voor alles Ben, en ze gaf hem een vluchtige zoen op zijn wang!’.

Ik bloosde!.

‘Dag, Kootje het was gezellig! en gaf hem een hand. Binnenkort kom ik eens met mijn vader kijken naar de zangvogels, Ben! en tot ziens hoor!’.

Ik begeleidde haar naar haar auto, deed haar portier open en liet haar instappen.

‘Tot gauw Suzan!’en doe je vader de groeten!’.

Wij zwaaide naar elkaar tot dat de auto rechtsaf de stenen brug over ging  richting Delft.

In gedachten liep ik weer naar binnen.

‘Volgens mij hebben jullie het goed te pakken’!, zei Kootje tegen mij. Waar een vogeltentoonstelling al niet goed voor is!’.

‘ Je hebt gelijk, maar eigenlijk kwam het door die witte kaketoe, die trok in eerste instantie mijn aandacht en toen viel mijn oog ook op Suzan. Net voor jij arriveerde gebeurde er iets geks in de keuken en vertelde ik het verhaal aan Kootje.’

‘Ik moet nu ook gaan Ben, het is al laat. Overmorgen is het maandag en gaan wij samen weer aan het werk!’.

‘Bedankt nog voor je kanariepiet! en gaf mijn vriend een hand. Hij stapte op zijn fiets en reed de stenen brug over linksaf richting het dorp. In de verte zag ik nog een klein rood achterlicht schijnen in het schemer van de avond. Nadat ik Bruno had uitgelaten, ruimde ik de woonkamer en keuken op, deed de lamp van de woonkamer uit en liep richting mijn slaapkamer om te gaan slapen, wat het eerste uur nog niet lukte. Ik keek naar de bruine hanenbalken van mijn slaapkamer en dacht met warme gevoelens aan Suzan. Ik voelde mijn ogen prikken en wist daarna van niets meer.

Suzan hield zich aan haar woord. Na een aantal weken bracht ze met haar vader een bezoek aan Ben. De zangkanaries zongen dat het een lieve lust was en Frank was tevreden. Over en weer volgde er afspraken tussen ons. Frank was in zijn nopjes met mij. Op 57 jarige leeftijd trouwde wij in het Gemeentehuis van Zevenhuizen. Kootje was getuige bij ons huwelijk. Mijn schoonvader Frank  leidde zijn dochter Suzan naar het altaar. Het bruiloftsfeest met enkele familieleden van ons beiden en wat dorpsgenoten vond plaats in een naburig restaurant in Zevenhuizen. Frank had samen met Kootje het huis in Schipluiden versierd en de twee kooien met de twee kaketoes neergezet op de kast. Dat was zijn huwelijkscadeau voor ons. Bruno had er opeens twee gevleugelde vrienden bij.

Toen ik haar na het feest over de drempel van mijn huis binnendroeg waren wij blij verrast met de twee kaketoes. In plaats van een heb ik nu twee kaketoes, zei ik tegen Suzan en een lieve vrouw. Onze vrijgezellentijd was nu voorbij. Suzan bleef werken bij haar vader en ik bij Kootje die altijd onze huisvriend  is gebleven.

CULINAIRE ZOMERZOTHEID (GEPUBLICEERD)

Zullen we samen de lunch voorbereiden? zegt Daphne tegen Bas, die zojuist in tennistenue de keuken binnenstapt. Eerst geef ik je iets te drinken, want je ziet er afgemat uit. Graag schat, doe maar een tonic met een schijfje citroen. Bas neemt een teug van het glas tonic en zet zijn halfvolle glas neer op de grenen keukentafel. Ik ga mij eerst maar eens douchen dan voel ik mij weer fit. Zo dadelijk help ik je met de lunch. Dan zet ik alvast de ingrediënten klaar roept ze hem nog na.

Bij het pakken van de keukenspullen en ingrediënten, hoort Daphne Bas zingen  vanuit de badkamer. Die heeft het naar zijn zin, mompelt ze. Even later komt Bas opgewekt de keuken binnenstappen. Wat ziet hij lekker uit! Er valt een blonde natte krul over zijn voorhoofd. Zijn zuurstokkleurige streepjespolo hangt los over zijn spijkerbroek. Ondeugend komt er wat rossig borsthaar tevoorschijn bij zijn openstaande kraag en ze krijgt een warm gevoel van binnen; of zou het de overgang zijn, vraagt ze zich af.

Vanochtend heb ik een goed toernooi gespeeld Daphne, onderbreekt hij haar gedachte. Wat gaan we vanmiddag eigenlijk doen?  Ik denk er namelijk aan om samen heerlijke sandwiches te maken, verse jus-orange en een zomerse aardbeientaart. Toe maar! ik ben zojuist een paar kilo’s kwijt geraakt meisje, wat doe je mij aan! Hij knipoogt naar haar. Als we klaar zijn dan gaat alles in een  picknickmand en eten wij de lunch op in een naburig park. Je hebt je plannen al gemaakt merk ik. Kom Bas, laten we nu maar meteen gaan beginnen en ze streelt onverwachts door zijn natte haren. Ondeugende meid, zo komt de lunch nooit af, zegt hij.

Als jij de sandwiches wil doen, dan ga ik aan de aardbeientaart beginnen en ze pakt een kom en de spatel. Bas snijdt de witte boterhammen schuin doormidden, smeert er wat halvarine op en belegd het met sla, ei en komkommer. Een andere boterham belegd hij met radijs en tonijnsalade. Nu nog een met oude kaas en tomaat. Alles legt hij in een langwerpige doos en zet de doos in de koelkast.

 

Geef jij mij het fruit even aan Daphne? Dat kan nu niet schat, want ik zit met mijn handen in het deeg. Hier proef maar en ze stopt een deegballetje in zijn mond. Nog een beetje suiker erbij en dan kan het deeg in de oven, mompelt hij tegen haar. Hij loopt naar de kraan, wast zijn handen en pakt de schaal met fruit en de citruspers. Drie stuks pakt hij eruit en begint ermee te jongleren. Kijk uit Bas, zo dadelijk vliegt er een sinaasappel bovenop de taartbodem. Hij legt het fruit neer en pakt onverwachts haar middel vast en trekt haar naar zich toe. Wat ziet ze er grappig uit met het meel in haar korte zwarte piekhaar en haar neus met sproeten zit ook onder het meel. Hij draait haar licht in de rondte. Gekke man van me en ze geeft hem een zoen op zijn neus en moeten samen lachen. Ik ben in een speelse bui vandaag, zegt Bas tegen haar. Ja, dat merk ik en ze maakt zich nu snel van hem los, zet het deeg in de oven en pakt alvast de aardbeien die op de taart komen. Bas perst intussen het fruit en doet het sap in een thermoskan. Daphne pakt een ronde kunststofschaal met een hoge dekstel en zet na een uur de aardbeientaart erin. Ze heeft nog twee aardbeien over. Even later gaan ze zitten op de rieten stoelen aan de grenen tafel. Alles is nu klaar om in de picknickmand te doen. Kijk eens Bas, voor al je hulp krijg je van mij een aardbei en ze brengt de aardbei tot aan zijn lippen. Hij opent zijn mond en laat het sappige rode fruit naar binnen glijden. Heerlijk zeg, ik wil er nog wel een? Je treft het er ligt er nog een in het schaaltje. Nee, hoor lieverd die is voor jou. Je hebt ook je best gedaan vandaag.

Later in de middag vertrekken ze met picknickmand richting het park. Het is een zwoele middag met een lichtblauwe lucht. Ze vinden een leuk plekje bij een grote boom met knoestige takken. Er staat een koel briesje. Het bladerenkleed van de boom ruist zachtjes. Ze gaan zitten op een rood geruit kleedje en brengen de middag en avond door in het park en smullen van al het lekkers wat ze hebben gemaakt. Dat moeten we meer doen Daphne, samen kokkerellen?  Wat een romantische dag denkt hij en legt zijn blonde krullen in haar schoot. Ze pakt de laatste aardbei van de taart en brengt het weer naar zijn mond en moet glimlachen. Het was een zomerzotte dag vandaag.

 

CARNAVAL IN BREDA

Fotoactie2014-kleinBoer Jan een vrijgezel van veertig jaar ging één keer per jaar naar het carnaval in Breda, een grote stad in Brabant. Hij had een grote boerderij in Berkel-Rodenrijs die hij deelde met zijn broer Piet en zijn vrouw Marian. Ze hadden de boerderij geërfd van hun ouders die al enige jaren geleden waren overleden. In zijn dorp werd ieder jaar door de plaatselijke carnavalsvereniging “de Suikerbuikers” carnaval gevierd in een plaatselijk café. Hij was er weleens geweest, maar vond dat zijn dorpsgenoten geen carnaval konden vieren. Voor de vierde keer ging hij nu naar Breda toe om precies te zijn naar ‘het ginneken’, dat midden in het centrum lag. Als melkveehouder, wist hij te weinig af van de grote stad. Carnaval vond hij wel leuk, maar om in een grote stad te wonen leek hem –wegens de drukte- niet leuk.

          Rita een rasechte Brabantse kwam niet van het platteland, maar uit de stad ’s-Hertogenbosch. Enkele jaren geleden verhuisde ze naar het centrum van Breda en ging werken bij een kunsthandelaar. Ze had plannen om vanavond naar het carnaval te gaan in café ‘de Vrachtwagen’. Het was haar favoriete café geworden en niet alleen tijdens het carnaval, want ook doordeweeks was dit een favoriete plek voor haar, na alle drukke werkzaamheden. In die twee jaar dat ze in Breda woonde had ze een aardige vriendenkring opgebouwd. Zelfs oude vrienden uit haar geboorteplaats kwamen in het weekend weleens bij haar op visite.

         

 

Op een vrijdagavond stapte Jan café ‘de Vrachtwagen’ binnen, en bestelde een pils. Het was al wat later in de avond, maar dat was heel normaal met carnaval. Vroeg in de avond waren alle horecagelegenheden nog leeg. Nu was er al aardig wat verkleed volk binnen. Hij zag er van alles rond lopen. Een lange kerel verkleedt als haan met een paar veren in zijn achterwerk, een fee met een roze pruik op haar hoofd, een clown die zijn rode neus had vergeten. Het moet niet gekker worden, lachte hij. Hij zette zijn halfvolle glas pils neer en wilde gaan dansen, keek naar zijn boerenkiel en deed zijn pet op. Hij zag er nog puik uit vond hijzelf en danste naar het midden van het café. De menigte begon te hossen en hij voelde dat de plankenvloer begon door te zadelen. ‘

Wat eng mompelde hij, zo dadelijk gaan we met zijn alle naar de kelder’.

De carnavalsmuziek werd steeds luider. Iemand trok hem opeens aan de mouw van zijn kiel mee om te gaan dansen. Het bleek een heks te zijn met zwart haar. Na enige tijd rook hij een penetrante lucht om haar heen en duwde zich van haar weg.

‘Bah, wat stinkt die heks zeg! en hij ging aan de zijkant staan bij het raam van het café. In de hoek naast de bar waar hij zijn halfvolle glas had neergezet, zag hij een slanke jonge vrouw staan verkleedt als poes. Ze zag er mooi uit in het zwart witte pak en lange staart. Wat een koddig gezicht die staart, want bij elke beweging van de kat zwiepte de staart  heen en weer. Hij worstelde zich door de menigte richting de eikenhouten bar met krukken. De mooie poes stond er nog steeds en had moeite om haar glas cola leeg te drinken omdat haar snorharen in de weg zaten. Hij moest erom lachen, maar dan zachtjes, want hij wilde met die mooie poes een praatje maken. Hij pakte zijn glas pils die nog steeds op de bar stond en nam een laatste slok. Het bier was helaas niet lekker meer en hij bestelde een nieuw glas. Dichtbij ging hij naast de poes staan en zei voor de grap:

‘miauw!, ik heet Jan’.

De vrouw moest lachen en verslikte zich bijna in haar laatste slok cola. Ze keek in een paar guitige ogen en zei:

‘ik heet Rita!’.

          Hij streek zijn boerenkiel glad en zei tegen haar: ‘wil je misschien iets van mij drinken? ik neem aan geen melk!’.

Nu begonnen ze allebei te lachen. ‘Een cola graag!’, zei ze tegen hem.

Hij bestelde het bier en de cola en ging naast haar zitten op de barkruk.

‘Ik zou ook graag willen zitten maar mijn staart zit in de weg!’, lachte ze weer.

          Hij had haar zijdelings aangekeken. Onder het masker zag hij twee donkerbruine ogen. Ze had volle roze lippen en een slanke neus. Haar haren kon hij niet zien want die zaten nog verstopt in de capuchon met twee kattenoren.

Hij deed zijn pet af en ze zag een blonde kop met stijl haar met daaronder een slank gezicht. Zijn kiel was te groot voor hem en met zijn slanke handen hield hij zijn pet en bierglas vast.  Hij keek haar ondeugend aan en ze kreeg het ineens warm. Het poezenmasker begon haar opeens te irriteren en de snorharen zaten in de weg met het drinken. De zwarte capuchon met poezenoren trok ze opeens naar beneden.

‘Vind jij het hier ook zo warm zei ze tegen hem?’

‘Ja, dat kun je wel zeggen met al die feestvierders om ons heen. Haar koperrode haar viel over haar poezencapuchon naar beneden tot op haar schouders. Ze raakte met elkaar in gesprek en van het carnavallen kwam de rest van de avond niets meer terecht.

‘Zullen we even een frisse neus halen, vroeg Jan aan haar het wordt namelijk steeds drukker hier?’.

‘Dat is een goed idee, zei ze tegen hem.’

‘Weet jij waar we ergens even rustig kunnen zitten, want alle horecabedrijven zitten vanavond vol?’.

‘Ik weet wel een plek, zei ze tegen hem. Er is een groot plein in de buurt met verschillende loungebanken, laten we daar heen gaan en parmantig liep ze al richting de uitgang’.

          Ze nam hem bij de hand en loodste hem door de menigte naar buiten. Wat een leuke vrouw dacht hij bij zichzelf, een beetje brutaal, maar dat mocht hij wel. Na een kwartier zaten ze samen op een houten loungebank op het plein. Het was druk op straat, ondanks het al middernacht was. Ze praatte geanimeerd met elkaar.

‘Zal ik je naar huis brengen vroeg hij opeens aan haar?

‘Ik woon een paar straten achter het ‘ginneken’ zei ze tegen hem!’.

‘Ik wil je graag wegbrengen hoor, want een vrouw alleen op straat met al die carnavalsfiguren vind ik maar niets.

‘Nou graag, als je wilt!’.

Mijn auto staat nog bij het café. Ik stel voor om met je mee te lopen naar je huis?’.

          Bij aankomst bij haar appartement wisselde ze elkaar telefoonnummers uit en beloofden elkaar binnenkort weer te ontmoeten. Hij gaf haar voor de grap een handkus en ze zei: dat ze hem erg aardig vond en ik jou ook Rita, zei hij –net voordat ze met een zwiepende staart- de hal van het appartementencomplex naar binnen ging.

          Hij liep alleen de weg terug naar het café. Er waren nog mensen aanwezig zag hij. Hij stapte in zijn donkerblauwe volkswagen en reed in de nacht weer terug naar huis.

‘Hoe is het mogelijk dat ik een poes heb ontmoet en nog een mooie ook!’, mompelde hij en kreeg weer een lachbui, want in gedachten zag hij nog steeds die zwiepende zwarte staart met aan het eind een wit puntje. Opeen begon hij onbedaarlijk te lachen.

          Onderweg passeerden wat automobilisten die hem terloops aankeken. Het kon hem niet schelen. Hij had het geweldig gehad en zou snel contact met haar opnemen, dat was een ding wat zeker was.

          Bij binnenkomst liep Rita rechtstreeks naar haar slaapkamer. Eerst eens dat poezenpak uittrekken, dacht ze bij zichzelf. Ze keek in de spiegel. Haar haren waren vochtig geworden van de capuchon en zaten vastgeplakt in haar slanke nek. Haar huid voelde klam aan. Het pak legde ze languit over een stoel. Die is morgen goed voor een handwas, mompelde ze en liep door naar de badkamer. Ze stapte in de douchecabine, zette de kraan open en mixte de temperatuur. Heerlijk zeg zo’n warme douche. Uit een flacon spoot ze wat geurige lavendel op een washand en smeerde zich van top tot teen in en spoelde zich daarna af. Na het douchen wikkelde ze zich een badhanddoek, droogde haar haren  en kroop in bed. Ze voelde haar lijf tintelen en haar gedachten dwaalde af naar die Jan in zijn boerenkiel die had verteld dat hij samen met zijn broer een melkveehouderij hadden in Zuid-Holland. De afstand van Brabant naar Zuid-Holland was niet zo ver weg, ongeveer twee uur rijden. Ze hadden de afspraak gemaakt dat hij haar zou ophalen om zijn bedrijf en dat van zijn broer te bezichtigen. Dat vond ze een leuk idee. Het leek haar wel een serieuze jongen en nog knap ook met zijn blonde haar en blauwe ogen. Hij was lang en gespierd.

          Zoals afgesproken haalde Jan, na twee weken na de carnaval Rita op. Ze zag er leuk uit met haar spijkerrok en gestreept truitje. Ze had haar koperkleurige haar in een paardenstaart gedaan. Het stond haar erg leuk. Het was weer druk in de stad door het verkeer en de vele mensen die op straat liepen. ‘

Voor even lijkt het mij wel gezellig, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de rust van het platteland!’ zei hij onderweg tegen Rita.

Ze knikte. Ze was in de ban van deze jongen. Hij zag er vlot uit in zijn rode polo met spijkerbroek. Zijn jack hing los langs zijn slanke lijf. Ze genoot van hem met zijn vlotte babbel.

Opeens draaide hij het erf op. Ze hoorde het gekraak van grint onder de autobanden. Ze deed het raam van de auto open en zag een oude maar nog in goede staat verkerende boerderij met aan de achterzijde van het pad twee grote schuren en een kleine stal. ‘

‘Kom  maar uit de auto Rita?

Hij zag dat ze haar slanke benen uit de auto  zwaaide op het moment dat hij haar portier opendeed. Even voelde hij een rilling over zijn hele lijf lopen. ‘Wat een heerlijke vrouw, dacht hij’.

          Bij binnenkomst op de boerderij viel het haar op dat Jan een vrijgezel leven leidde. Hij woonde aan de achterzijde van de boerderij.

‘Ik zal je de kamers laten zien Rita!’.

Ze zag een grote hal met op de vloer gekleurde boeren tegels. Er kwamen vier deuren uit in de hal. De rechterdeur was de slaapkamer. Er stond een metalen bed in, een bureau, een grenen linnenkast en een raam dat uitkeek op de zijkant van de koeienstal. Op een stoel bij het bureau hingen verschillende kledingstukken en het bureau lag vol met paparassen.  Ze liepen de hal weer in naar de woonkamer die er netjes uitzag. Er stond een rode stoffen bankstel met twee zwarte kuipstoeltjes van leer. Op een lage grenen hoekkast stond een televisie met een groot scherm, hij hield zeker van televisie kijken bedacht ze zich ineens. In het midden van de kamer tussen twee deuren, stond een mooie schouw voorzien van Delfts blauwe tegeltjes met daarvoor een houtkachel. Alleen een lamp met een kap met franjes in een hoek van de kamer vond ze wat ouderwets. Ze keek door één van de twee openslaande ramen naar buiten en zag een weiland dat bijna reikte tot aan de horizon. ‘

Weet je zei Jan tegen haar: achter mijn weiland ligt Vliegbasis Rotterdam The Haque!’. Daar landt zo af en toe onze koningin als ze weer eens van een officieel bezoek terugkomt.

Ja, dat heb ik weleens gehoord op de televisie. Eerst heette het vliegveld Zestienhoven, meen ik!’.

‘Nou je bent aardig op de hoogte Rita!’.

          Ze liepen de kamer uit richting de keuken.

‘Die is groot Jan zei ze tegen hem!’.

Grenen hout was blijkbaar zijn favoriet zag ze, want in de moderne keuken was er ook een grote eetkamertafel met zes rieten stoelen met schattige gestreepte kussens.

‘Waarom zo’n grote tafel met zes stoelen Jan, vroeg ze aan hem?’.

‘Ik had je verteld dat mijn broer aan de straatzijde van onze boerderij woont met zijn vrouw, maar had vergeten te vertellen dat hij nog twee kinderen heeft een jongen Bas en een meisje Linda. Zo af en toe komen ze weleens buurten en dan moet je natuurlijk wel stoelen hebben.’

‘Nou begrijp ik het zei Rita tegen hem’.

          De laatste deur in de keuken deed hij open en ze zag een grote, maar nog ouderwetse badkamer.

‘Deze badkamer wil ik al een tijdje opknappen, maar door drukte komt het er maar niet van. Mijn broer Piet en ik hebben het druk met ons bedrijf en heb ik niet altijd tijd om te klussen. Ik denk er zelfs over om een aannemer in de hand te nemen. Hier en daar moet nog wel wat opgeknapt worden, maar alles op zijn tijd.’

Ze lachte naar hem en hij naar haar.

‘Kom we gaan koffie drinken. Zet je weekendtas maar in die zijkamer, want daar slaap je voorlopig.’ In deze kamer kwamen nog weleens vrienden logeren, maar nu niet meer, want ze zijn beiden getrouwd, dus van logeren komt er niets meer van en hij grinnikte. Vanavond zal ik je voorstellen aan mijn broer en zijn gezin!’. Hij zette de koffiekan met twee bekers op tafel en een schaaltje stroopwafels.

          Rita stapte met haar weekendtas naar de zijkamer die er modern en opgeruimd uitzag. De kamer had een leuk behangetje, een grenen bed en linnenkast met ovale spiegel en een raam. Ze deed het raam open en snoof de geur op van het weidse landschap. Wat een serene rust is het hier. Heel anders dan in mijn stad. Geen getingel van trams, de uitlaatgassen van autobussen, dacht ze bij zichzelf. Ze plaatste haar weekendtas op een stoel en ging de woonkamer weer binnen.

‘En wat vind je ervan Rita?’ vroeg hij aan haar.

‘Heerlijk rustig is het hier Jan!’.

‘Je moet er wel even aan wennen dat je af en toe koeien hoort loeien, maar je vertoeft tenslotte op een boerderij.’

          Die middag zetten ze het gesprek voort en ’s avonds maakte Rita kennis met Piet en zijn gezin. Piet grapte tegen zijn broer: “wat je ver haalt…dat is lekker”, zei Rita lachend tegen Piet.

          Nadien volgde er over en weer nog vele ontmoetingen tussen hen en op een zekere dag besloten ze samen dat ze bij hem kwam wonen. Het beviel haar wel om mee te helpen op de boerderij. Ze miste Breda niet meer want het landschap en de stilte hadden haar veroverd. Soms ging ze voor boodschappen naar de stad Rotterdam, maar was altijd weer blij dat ze terug was in het uit de kluiten gewassen dorp Berkel-Rodenrijs. Jan had intussen kennis gemaakt met de ouders van Rita die nog in ’s Hertogenbosch woonden en vonden het fijn dat hun dochter haar plekje had gevonden. Het klikte tussen de boerenzoon uit Zuid-Holland en hun Brabantse dochter en vonden het een goede partij voor haar.

          Ieder jaar gingen Jan en Rita nog trouw naar het ‘ginneken’ in Breda om carnaval te vieren in Café ‘de Vrachtwagen’, maar teruggaan naar deze stad dat deed ze nooit meer.

          Na drie jaar samen te hebben gewoond kocht Jan een nieuwe inboedel. De badkamer werd vernieuwd en er werd geschilderd en vrij snel erna in september van dat jaar trouwde ze. De familie en vrienden voerden ’s avonds een sketch op voor het bruidspaar. Jan en Rita moesten hard lachen toen een paar gasten verkleedt als poes en een paar in boerenkiel de zaal betraden en de polonaise gingen lopen, waarbij alle kattenstaarten heen en weer zwiepten. Dat was een aandenken aan de tijd dat ze elkaar tijdens het carnaval hadden ontmoet in Breda. Een boerenzoon in kiel en een stadse poes.

 

DE ONBEKENDE VAN OVERZEE.

Motorschip Indrapoera

‘Wilt u koffie of thee mevrouw Parcher?’

‘Graag een kopje thee zonder suiker Jo!’

Ze stond op van haar eetkamerstoel en liep via de voorkamer het alkoof in richting de keuken die aan het einde van de lange gang was. Ze tapte een fluitketel halfvol met water voor mevrouw Parcher en haar zelf. Moeder wilde geen thee en ging rusten. Ze plaatste de fluitketel op het fornuis en deed het gas aan. In gedachten keek ze naar het blauwe vlammenspel van de gaspit.

Het was een vriendelijke vrouw mevrouw Parcher. Ze was klein van postuur met een licht gebogen rug, golvend zwart haar met grijze tonen. Ze was van Indische afkomst. Deze ietwat vreemde vrouw had ze regelmatig ontmoet. Ze wist waarvoor ze kwam. Haar moeder had een zwakke gezondheid en regelmatig last van een zenuwpijn in een van haar armen.

Mevrouw Parcher werd steeds vergezeld door haar enige dochter, die haar dan na verloop van tijd weer ophaalde bij  klanten. Mevrouw Parcher was helderziend en had van nature erg warme handen, waarmee ze haar klanten door middel van massage de pijn kon verzachten. De massage was zojuist gebeurd bij haar moeder, die als gewoonte had na de behandeling te rusten.

De fluitketel floot zo hard, dat vrijwel direct de dop er met een boog vanaf vloog en op de aanrecht belandde. Ze schrok ervan.  Ze schonk het kokende water in de gebloemde theepot met verse theeblaadjes en plaatste de bijbehorende kopjes, suikerpot en een theezeefje erbij en zetten het geheel op een dienblad en liep terug naar de voorkamer. Daar aangekomen zag ze mevrouw Parcher zitten met haar ogen gericht naar de ramen. Ze kuchte tweemaal en zetten het dienblad op de eetkamertafel neer.

‘Sorry mevrouw Parcher, ik wilde u niet laten schrikken.’

Ze keek omhoog en observeerde Jo. Ze zag er slank uit, had halflang haar en haar kleding zag er onberispelijk uit. Vrouwen van haar leeftijd waren al verloofd of getrouwd.

‘Zeg Jo, vertel mij eens: ‘hoelang woon je nu al thuis?’

Even viel er een stilte, want zo’n directe vraag had ze niet verwacht van mevrouw. Ze schonk de thee in de kopjes, ging zitten en ze vertelde haar dat ze inmiddels bijna 36 jaar was.

‘Heb je een relatie Jo?’

‘Nee, mevrouw, antwoordde ze’.

‘Vind je het goed dat ik je hand eens ga lezen en zal kijken wat de toekomst je brengen zal?’

De directe vragen overvielen haar, maar ze gaf alsnog haar rechterhand aan haar. Ze keek mevrouw Parcher zijdelings aan en zag –na enkele seconden- haar gezicht verstarren. Even rilde ze. Blijkbaar was deze vrouw in trance. Er werd niets gezegd, maar na enkele minuten voelde ze een korte tik in haar handpalm en begon ze  haar verhaal.

‘Je krijgt een goede man Jo, hij komt van over zee. Jullie verloven en trouwen binnen een jaar.’

Een man van over zee, verloven en trouwen binnen een jaar, ze begreep er niets van. Ze kende werkelijk niemand die hieraan voldeed. Sinds twee jaar had ze een vaste baan als coupeuse bij een gerenommeerde kledingzaak en atelier bij Maison de Bonneterie, aan de Gravestraat, in de binnenstad van Den Haag. Daarnaast had ze als oudste van het gezin de taak op zich genomen om haar zieke moeder bij te staan. Haar vader moest naar zijn werk. Haar enige zus Lea was getrouwd en woonde op steenworp afstand van het ouderlijk huis. Alleen haar jongste broer Toon was thuis, die invalide was geworden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijd voor relaties had ze simpelweg niet. Ze keek mevrouw Parcher verbaasd aan.

‘Toch gebeurt het Jo, sneller dan je wellicht denkt. Ze nam twee teugen van haar inmiddels afgekoelde thee.’

De trekbel rinkelde.

‘Daar is mijn dochter Jo en ze stond  op. Samen liepen ze  richting de trap en ze trok aan het koord dat langs de trapleuning was bevestigd en vastzat aan de deurknop die spontaan open sprong.

‘Komt u maar naar boven toe, u moeder staat al op u te wachten juffrouw?’

‘Dag Jo, bedankt voor de thee en zeg maar tegen uw moeder dat ik de volgende week weer present ben rond dezelfde tijd.’

‘Dag mevrouw Parcher tot ziens!’

Hij zetten zijn groene baret schuin op zijn hoofd en keek in de ovale gangspiegel met koperen lijst. Sinds een week was hij 32 jaar en was net terug van verlof van vier jaar militaire dienst bij de Luchtmachtartillerie in de West. In 1946 werd hij uitgezonden en kwam terecht op een vliegveld op Java, waar hij als kok werkte. Nu zat zijn diensttijd er op en was hij terug in zijn ouderlijk huis. Hij was nu korporaal.

Van enkele piloten op de vliegbasis en van soldaten in het veld had hij gehoord, dat met de mannelijke inlanders niet te spotten viel, zeker niet als de soldaten relaties kregen met het vrouwelijk schoon uit de kampong. Het gebeurde soms dat er lijken waren gevonden van de vrouwen en hun soldaten met afgesneden lichaamsdelen in de kali. Nee, hij moest niets van relaties hebben. Op een keer had hij op zijn koksmuts geschreven ‘No time for love’, waarop sommige soldaten moesten lachen. Hun commentaar kon hem niets schelen. Zijn veilige haven was het vliegveld en de keuken waar hij samen met twee baboes en een katjong kookte voor de manschappen.

‘Waar ga je naar toe Frank, hoorde hij opeens zijn moeder roepen?’

‘Even een wandeling maken moeder. Ik moet nog wennen aan mijn nieuwe omgeving zonder klapperbomen.’

Net op het moment dat hij naar de groene voordeur toeliep, rinkelde de trekbel.

‘Wie kon dat nou zijn zo laat in de middag, mompelde hij?’

Hij deed de voordeur open en zag een slanke vrouw staan met kastanje bruin, half lang haar. Over een van haar armen droeg ze een partij herenkleding.

‘Goedemiddag, ik ben Jo van der Steen en kom de kleding brengen die ik heb versteld voor uw ouders.’

‘Ik heet Frank, kom toch binnen en gaf haar een hand. Ik zal mijn moeder roepen. Een moment graag?’

Vluchtig keken ze elkaar aan. Er viel plotseling een stilte. Ze voelde zich opeens ongemakkelijk door deze stilte. Opeens zei ze kordaat:

‘Sta je op het punt om naar militaire dienst te gaan?’

‘Eerlijk gezegd ben ik sinds kort thuis van een vierjarig verblijf in de Oost.’

Hij moest glimlachen om haar onverwachte vraag.

‘Uw relatie zal wel blij zijn dat u terug bent gekomen uit zo’n ver land, toen hij bijna de kamerdeur wilde openen.’

‘Eerlijk gezegd woon ik nog thuis bij mijn ouders en heb ik tot heden nog geen leuke vrouw ontmoet.’

Hij observeerde haar. Ze droeg een lichtblauw jurkje met een opstaand kraagje. Het steeg hem opeens naar zijn hoofd. Wat overkwam hem opeens?

‘Je weet het maar nooit Frank, wie weet ontmoet je een partner en ben je binnen het jaar verloofd en getrouwd.’

Bijna had hij hardop gelachen, hij die te verlegen was voor vrouwen, nee, vriendschap was nog lang niet aan de orde, laat staan verloven

Frank opende weer de kamerdeur.

‘Ben je nog niet weg Frank, vroeg zijn moeder weer?’

‘Nee moeder, er is namelijk een juffrouw van der Steen gearriveerd en ze heeft een partij kleding bij zich.’

‘Dat is Jo van der Steen, de coupeuse Frank. Zij vermaakt soms kleding voor ons. Ze woont bij ons in de straat.’

Ze stond op van haar van trijp en eikenhout gemaakte stoel en stapte de schemerige gang in.

‘Dag Jo, kom maar mee naar de zitkamer?’

‘Dag Frank, leuk om kennis gemaakt te hebben.’

Ze stapte de woonkamer binnen samen met de moeder van Frank.

‘Dag Jo mompelde hij, zou ze het nog gehoord hebben?’

De maanden verstreken. Soms moest hij aan die spontane  vrouw denken. Hij had haar na die middag nooit meer gezien. Wat had moeder ook weer gezegd. Ze woont bij ons in de straat. Nu hij regelmatig  moest solliciteren bij verschillende bedrijven liep hij regelmatig op straat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was zijn werkgever failliet gegaan en nu moest hij naarstig op zoek naar nieuw werk. Maar dat viel niet mee met de hoge werkloosheid. Tot heden had hij Jo nog steeds niet gezien.

Frank was niet uit haar gedachten geweest. Een vlotte jongeman met blond haar, tenger van postuur en iets kleiner dan zij was. Hij was goedlachs en verlegen vond ze. Ze werkte alweer drie jaar als coupeuse bij Maison de Bonneterie aan de chique Gravestraat. De vaste klanten, waaronder de adel  waren bemiddeld. Samen met drie coupeuses maakte ze schitterende avondtoiletten en bontjassen. Tijdens de oorlog verstelde ze kleding voor mensen. Van een herenjas maakte ze een kinderjasje en van lakens witte plooirokken. Ze had een vast inkomen. Tot heden was het er niet van gekomen om een leuke man te ontmoeten. Ze zag ze weleens lopen, of praatte eens vluchtig met iemand, maar tot een contact kwam het nooit. Naast  werkloosheid  was er woningschaarste. De meeste stellen woonde in bij hun familie. Een enkeling had soms geluk om een woning of een etage te bemachtigen. Het was nu een aantal jaren na de oorlog. Haar ouders hadden het financieel goed. Vader werkte als gemeenteambtenaar.

De maand augustus was warm van dat jaar. Het weekend was begonnen.

‘Jo, kom eens kijken, riep haar aanstaande schoonzus Wil tegen haar?’

Ze stond op en liep naar de zijkamer waar Wil uit het omhoog geschoven raam hing.

‘Moet je kijken wat een bedrijvigheid buiten. Veel kinderen zijn buiten aan het spelen en daar komt net de orgelman aan.’

Met haar beide armen leunde ze op de vensterbank en keek met Wil naar beneden. Na verloop van tijd kwamen er twee jongens aangelopen met elk twee vishengels vastgebonden aan hun fietsen. Was dat niet Frank, zag ze opeens! Hij had een vriend bij zich. Een kleine man met zwart, kroezend haar. Ze waren met elkaar in gesprek. Opeens had Frank haar in de gaten en mompelde iets tegen zijn vriend. Toen ze bijna onder hun raam doorliepen, riep opeens de vriend van Frank: ‘Dames als jullie zin hebben om te gaan kijken naar het vissen, wij zitten in het Westbroekpark in Scheveningen.’

Ze stak haar hand op naar Frank en hij zwaaide terug. Net voordat ze iets wilde zeggen, was Wil haar voor en riep: ‘Misschien Jo, want ik ben reeds verloofd met Toon de broer van Jo. Ze ziet wel of ze komt, riep ze giechelend naar de jongens die aanstalten maakten om verder te lopen.’

‘Ga je eigenlijk naar Scheveningen toe Jo, vroeg Wil aan haar?’

‘Je denkt toch niet dat ik die jongens achterna ga lopen Wil, ik heb die Frank een keer gezien. Het lijkt mij een sympathieke man, maar om hun een bezoekje te brengen, nee dank je Wil.’

‘Je hebt niets te verliezen Jo, als je het niet leuk vindt dan ga je weer terug met de tram naar huis!’

Op een zeker moment liet ze zich toch ompraten, stapte op de tram die haar in de buurt bracht van het Westbroekpark. Het was al in de namiddag.

‘Ik lijk wel gek, mompelde ze toen ze voor de zoveelste keer een willekeurig pad insloeg van het grote park. Er zijn geen vissers te zien.’

Ze was al langs de rozentuin gelopen en langs een vijver. Alles was voor niets geweest. Nu moest ze dat hele eind weer terug naar huis met de tram. In gedachte liep ze weer terug. Uit een zijpad kwam er op eens een agent aangelopen. Misschien had die agent de vissers gezien,? Ze kon het hem nog vragen voordat ze huiswaarts ging.

‘Heeft u soms twee vissers gezien die aan de waterkant zitten, vroeg ze aan de agent?’.

‘ Sterker nog juffrouw, als u doorloopt dan ziet u die twee vissers zitten. Ik heb hun zojuist om hun visvergunning gevraagd?’

‘Dank u wel, agent en hij liep verder. Een lichte tinteling overkwam haar toen ze een van de beide jongens zag zitten. Ze tuurden over het water en hadden haar in eerste instantie niet gezien. Ze kuchte tweemaal. De vriend van Frank keek omhoog en gaf hem een por dat hij achterover van zijn blauw wit, gestreepte viskruk viel.

‘Wat doe je nou Leo, ik schrik van je?’

‘Kijk een wie hier is Frank en hij wees naar haar!’

Frank krabbelde overeind vanuit het vochtige gras en gaf haar een hand.

‘Wat leuk dat je toch gekomen bent Jo, neem plaats op mijn viskruk?’

Hij pakte de viskruk en zetten die overeind.

‘Eerlijk gezegd kon ik jullie niet meteen vinden, ik heb bijna het hele park doorgelopen, totdat ik een agent zag en hij mij vertelde dat jullie hier zaten.’

‘Je hebt het uiteindelijk toch gevonden Jo. Wil je soms een broodje en een kop koffie?’

‘Graag, mompelde ze.’

Ze raakten met elkaar in gesprek. Het was een gezellige middag. Op een zeker moment liet Leo hun alleen, hij wilde het prille geluk niet verstoren.

Voordat de schemering inviel vertrokken ze naar huis. Ze brachten Jo naar de tram. Door al het vistuig –meegenomen op hun fietsen- was er geen plek meer om op de bagagedrager mee te rijden.

Er volgende meer ontmoetingen. In het jaar 1951 verloofden ze zich en trouwde in datzelfde jaar in de maand april in het gemeentehuis en in september in de kerk. Jo had voor Frank, de bruidsjongen- en meisje de trouwkleding gemaakt. Ook had ze van taft zijde haar bruidsjurk gemaakt met een lange sluier. Frank nam als bruidsboeket een lang boeket mee met witte anjers en zijden linten.

‘Mevrouw Parcher heeft toch gelijk gehad Jo met haar voorspelling fluisterde hij in haar oor, voordat de ceremonie in de kerk zou plaatsvinden.’

Ze glimlachte en zei: ‘ En dan te bedenken dat wij zo dicht bij elkaar woonde. Een goede  man die van over zee kwam.’

Copyright/LeaLariekoek, mei 2013.