De Roddelrubriek (thema personages).

 Personages

images

‘Daar heb je haar weer, die roddelrubriek van een buurvrouw met haar galgenhumor, mompel ik.’

Ze komt mij tegemoet. Ik moet langs haar heen lopen om bij de supermarkt te komen. Geen sprake van dat ik haar nu voorbij loop. Ze houdt mij onherroepelijk aan.

‘Wat moet ik nu doen?’

Zonder te kijken loop ik een dichtstbijzijnde winkel binnen. Een geur van zeep en lawaai van een föhn komen mij tegemoet. Ik zie, tot mijn grote schrik, dat het een dameskapsalon is. Hier moet ik eigenlijk niet zijn denk ik en wil meteen rechts omkeert maken. Een vriendelijke kapster snijdt mij onverwachts de pas af en vraagt aan mij: ‘heeft u een afspraak mevrouw?’

‘Nee’, stamel ik, met mijn hand uitgestoken richting de deurkruk.

‘Het is niet druk mevrouw er is plek zat, zegt ze weer.’

Gelijktijdig voel ik dat ik nu niet weg kan gaan.

‘Hoe is uw naam mevrouw?’

‘Mevrouw Van Dongen.’

‘Wilt u uw haren wassen en knippen mevrouw?’

Voordat ik iets kan zeggen, troont ze mij mee naar de wasbak. ‘Eh, dank u!’, stamel ik, niet wetende wat er precies gaat gebeuren en neem onvrijwillig plaats.

Ik mompel: ‘waarom laat ik mij door haar overreden? Eigenlijk heb ik hier niets te zoeken. Het is een vlucht om buurvrouw Jeannette Vink te ontlopen.’

De kapster met hoogblond haar, pakt een blauwe handdoek uit een kastje die achter de drie wasbakken aan de muur hangt en legt deze over mijn schouders heen. Vrijwel direct doet ze daar een kapmantel over heen. Op hetzelfde moment zie ik Jeannette door het winkelraam kijken en meteen daarna komt ze naar binnen. Ik voel mijn hart bonzen en bedenk mij opeens dat zij waarschijnlijk wél een afspraak heeft. Zo te zien heeft ze een knipbeurt nodig. Haar rode, krullende haren zijn uitgezakt. Ik wil deze roddelaarster beslist niet aanhoren en trek onverwachts de bruine kapmantel over mijn hoofd heen in de hoop dat ze mij niet ziet.

Heb ik het nu goed gezien!, volgens mij is dat mijn over buurvrouw Lieke van Dongen. Ze kijkt alsnog door het etalageraam. Ook toevallig dat ik haar hier moet treffen. Waarschijnlijk hebben wij rond dezelfde tijd een afspraak gemaakt bij de kapper. Ik hoop niet dat Leo, de eigenaar van de zaak haar nu helpt. Ze wil geen andere kapper dan hij. Die knappe Leo knipt al jaren haar haren en is altijd heel voorkomend tegen haar. Tussen de shampoo flessen en haarlakbussen, die in de etalage staan, ziet ze dat het toch Lieke is. Gezellig, dan kan ik haar de laatste nieuwtjes laten horen uit de buurt en ze loopt meteen de kapperszaak binnen.

‘Wat doet u nu mevrouw?’ zegt de verbaasde kapster tegen mij. ‘Mijn handen zitten vol met zeep om uw lange haar te wassen en u trekt de kapmantel over uw hoofd heen. Het haar moet wel met water en zeep worden gewassen hoor!’

‘Sorry, juffrouw. Ik verstop mijzelf voor mijn buurvrouw die zojuist is binnengekomen. Kijk, die vrouw daar met het rode, krullende haar. Mensen uit mijn buurt die haar kennen, noemen haar de roddelrubriek. Ze heeft van alles over iedereen te vertellen en vertelt het dan door aan derden. Dat vind ik vreselijk.’

‘Ik begrijp het dilemma mevrouw, maar ik zal toch nu uw haar moeten gaan wassen, het zeep glijdt intussen door mijn vingers heen.’

‘Waarom zeg ik toch niet gewoon de waarheid, dat ze geen was- en knipbeurt nodig heeft en dat het mijn  bedoeling niet is om naar de kapper te gaan.’

Voordat de kapster mijn hoofd achterover op de wasbak wil leggen, zie ik mijzelf in een grote spiegel. Eigenlijk is mijn haar aan de lange kant, waardoor er geen model meer in zit. Mijn haarpunten moeten nodig eens worden geknipt. Ik besluit om mij alsnog over te geven aan de knipkunst van de kapster.

Ze wast nu mijn donkerbruine haar die al wat grijstinten bevat. Onverwachts zie ik een gezicht boven mijn hoofd opdoemen. Ik schrik hevig. Het is het gezicht van Jeannette Vink. Ze ziet het aan die onooglijke voortand waar een gedeelte van afgebroken is. In een oogwenk zit ik rechtop. Het water druipt van mijn haren in mijn hals, handdoek en over de kapmantel heen.

‘Wat doet u hier mevrouw? hoor ik de kapster zeggen. Ziet u niet dat ik met een klant bezig ben? Deze mevrouw schrikt van u.’

Jeannette luistert niet naar haar merk ik en ze zegt onverstoorbaar tegen mij: ‘Hallo Lieke, leuk dat ik je hier tref bij de kapper.’

Verontwaardigd zeg ik: ‘Heb je niet gehoord wat de kapster zojuist tegen je zei en kijk eens hoe ik er uit zie? De kapmantel en de handdoek zijn nat geworden. Je wordt bedankt!’

Zo snel als ze kan haalt de kapster de natte handdoek en kapmantel van mijn schouders af en pakt meteen een schone handdoek uit de kast. Ik pak de handdoek van haar aan en drapeert deze op mijn hoofd.

Ik zie dat Jeannette nu een stap achteruit doet en bijna tegen de eigenaar botst die aan komt lopen.

‘Wat is er hier aan de hand? vraagt hij licht geïrriteerd aan de kapster.’

Ik hoor haar vertellen tegen haar baas, dat haar klant wordt lastig gevallen door een vrouw die zojuist is binnengekomen in de kapsalon.

‘Je kent deze vrouw toch Tilly, hoor ik hem alsnog zeggen tegen zijn kapster, dat is mevrouw Vink, een vaste klant van ons.’

‘Dat weet ik Leo, ik ken mevrouw ook, maar dat neemt niet weg dat zij deze klant lastig valt.’

‘Bij het naar binnen gaan zag ik dat mijn buurvrouw hier ook was Leo’, hoor ik Jeannette vrijpostig tegen de eigenaar zeggen.

‘Dat kan allemaal zo zijn mevrouw, wilt u deze klant niet meer lastig vallen?’

‘U weet toch dat ik Jeannette Vink heet? Noemt u mij dan maar met deze naam Leo en ik woon ook in Vinkeveen zoals u weet. Vindt u dat geen giller?’ en ze begint onbedaarlijk te lachen. Leo, de kapster en ikzelf kunnen er niet om lachen.

Leo zegt met een ingehouden stem: ‘U had toch pas een afspraak om 14.15 uur mevrouw Vink? Neemt u hier maar plaats, u bent zo dadelijk aan de beurt.’ Hij grist snel wat lectuur uit een gevlochten mand en geeft het aan de praatgrage vrouw die al jaren vaste klant bij hem is. Het is een vriendelijke vrouw weet hij, maar wel iemand die erg nieuwsgierig is. Én passant hoorde hij weleens verschillende verhalen van haar over mensen waarvan hij het bestaan niet eens wist. Hij permanenten al jaren haar haar en ze stond er op dat hij alleen haar mocht helpen. Ook gaf ze hem altijd een ruime fooi en wilde absoluut dat hij die aannam. Ja, ja, die mevrouw Vink toch!

‘Mag ik op die stoel zitten? daar bij het raam naast die jongeman, vroeg ik.’

‘Natuurlijk mevrouw van Dongen, loopt u maar met mij mee?’

Ik sta op en loop weg van de wasbak en volg kapster Tilly en ik zeg: ‘Ik ben het gekwebbel van deze vrouw zat en die vreemde humor van haar. Zelf lacht ze het hardste om haar smakeloze humor.’

De kapster antwoord niet. Ze knikt en ik loop naar een zwart leren stoel en neem plaats.

‘Wat voor een coupe wilt u mevrouw? vraagt ze aan mij.’

Eerlijk gezegd heb ik daar niet over na gedacht en ik zeg: ‘alleen mijn haarpunten afknippen, zodat mijn haar beter in model zit.’

‘Mag ik u een advies geven mevrouw! zegt ze weer. Uw haarkleur is wat vaal met hier en daar grijze plukken. Hebt u er weleens aan gedacht om uw haar een kleurspoeling te geven. Een tint lichter bijvoorbeeld?’

‘Eerlijk gezegd heb ik mijn haar nog nooit laten kleuren.’

‘Ik kan u wat kleurstaaltjes laten zien!’ en ze pakt van onder een karretje een kleurenkaart en overhandigd die aan mij.

‘Kijk, ziet u!’ en ze laat mij één van de gekleurde haarplukken op de kaart zien. Deze kleur is iets lichter dan uw haarkleur dat donkerbruin is.

Intussen denk ik bij mijzelf, ik heb nooit een andere haarkleur uitgeprobeerd. Ik ga wat rechter op de stoel zitten en ik zie dat Jeannette verzonken is in een tijdschrift. Van haar heb ik even geen last hoop ik en antwoordt Tilly: ‘laat ik het maar eens proberen. Een tint lichter kan toch geen kwaad? hoop ik.’

‘Dan ga ik één en ander voor u klaarmaken en daarna knip ik uw haar.’

‘Mevrouw Vink, wilt u hier plaatsnemen?’ roept Leo.

Ik zie dat Jeannette op staat, het tijdschrift meeneemt en op een stoel plaats neemt aan de andere kant van de kapsalon en mij terloops negeert. Ik slaak een zucht van verlichting dat ze niet op mijn rij stoelen heeft plaatsgenomen.

Ergens loopt er een wekker af. Een kapster met haar haren in een knot negeert de wekker en roept naar Tilly of zij de permanentrollers van een klant uit haar haren wil halen.

‘Ik ben ook bezig Kirsten, roept Tilly terug. Ik ben een kleurstof aan het mengen voor een klant.’ Leo heeft het gepraat blijkbaar gehoord en vraagt aan Tilly om toch even naar de klant te gaan om de permanentrollers te verwijderen. Terloops zegt ze tegen mij: ‘ik kom zo bij u terug mevrouw van Dongen’ en ik knik bevestigend.

Het duurt even voordat Tilly terugkomt, ik sta op en loop naar de leestafel om een magazine te pakken en hoor Jeannette tegen de eigenaar zeggen: ‘Leo deze keer wil ik mijn haar kleuren, in mijn eigen haarkleur.’

‘Geen permanent vandaag mevrouw Vink?’

‘Nee, Leo graag een kleurtje?’ en Leo loopt naar de plek waar even daarvoor Tilly is weggegaan. Ik zie dat hij een kommetje uit een kast pakt en een tube. Intussen ga ik weer zitten op mijn plek. Net op het moment dat ik de eerste bladzijde opensla van het magazine staat Jeannette naast mijn stoel.

‘Ben je er nu weer Jeannette? vraag ik geïrriteerd aan haar. Waarom laat jij mij niet met rust?

‘Ik wil alleen maar even tegen je zeggen dat John en Marijke, die aan het einde van onze straat wonen gaan scheiden na 22 jaar huwelijk, Lieke.’

Ik voel woede in mijzelf opkomen en zeg luidkeels: ‘verdoemd mens, waarom praat je toch altijd over anderen, kijk eens naar jezelf. Ik zit niet op jouw verhalen te wachten van je.’ Hoor je mij Jeannette?’

Met haar onnozele blik kijkt ze mij aan. Moet ik nou lachen of mijzelf inhouden om niet in woede uit te barsten. Normaal ben ik nooit zo obstinaat, maar nu ben ik het zat.

Leo, die alles heeft gezien zet zijn bakje met kleurstof neer en mompelt: ‘daar staat notabene weer mevrouw Vink bij die nieuwe klant. Wat is er toch aan de hand met die dames?’

Ook Tilly, die zojuist de laatste permanentroller uit de haren van een klant heeft verwijderd, staat vrijwel direct bij mij.

‘Ik zie mijn baas aankomen mevrouw van Dongen, ik ga gauw uw haarverf halen. Ze loopt naar de kleine aanrecht waar nu twee bakjes staan. Welk bakje was nu van mij? Ze twijfelt, volgens mij was het de linker. Intussen ziet ze dat Leo bij beide dames is aangekomen.

‘Wat is er toch aan de hand dames met u beiden, vraagt Leo beleefd aan ons?’

Jeannette weet blijkbaar op dit moment niets te zeggen en blijft stil.

Ietwat gespannen vertel ik dat Jeannette Vink nogal loslippige buurvrouw is. Ik ben van haar roddels niet gediend mijnheer, zeg ik tegen Leo. Deze vrouw is zo vasthoudend en ik werp Jeannette een kille blik toe. Zodra ze mij maar ergens ziet valt ze mij lastig. Ik ben het helemaal zat, begrijpt u?’

‘Jazeker, dat begrijp ik mevrouw. Eerlijk gezegd word ik nu voor een dilemma gesteld. U moet deze kwestie ergens anders gezamenlijk bespreken. U ziet dat er meer klanten zijn. Ik vraag u om beiden te gaan zitten zodat Tilly en ikzelf u beider haar kan kleuren. Dat was toch de bedoeling neem ik aan?’

Moedeloos schuif ik heen en weer op mijn stoel en denk, de man moest eens weten. Ik zie Tilly aan komen lopen met de haarverf. Leo brengt Jeannette naar haar plaats en blijft nog een tijdje onverstaanbaar voor mij met haar praten.

‘Ziezo, mevrouw van Dongen, gaat het weer een beetje? vraagt Tilly.

‘Het moet maar, mompel ik.’

‘Ik ga nu uw haar inkleuren’ en zorgvuldig smeert ze de verf in mijn donkerbruine haar. Daarna dekt ze iedere haarpluk af met zilverfolie. Na het inwikkelen van de laatste pluk loopt ze weg en pakt uit de hoek van de kapsalon een warmtekap en plaatst deze over mijn hoofd heen en ze zet het wekkertje op 10 minuten.

‘Wilt u koffie? mevrouw.’

‘Graag! daar ben ik wel aan toe en even later drink ik mijn heerlijke koffie op. Dat doet een mens goed. Even richt ik mijn ogen op Leo die nog steeds in gesprek is met Jeannette. Nog even dan is ze eerder klaar dan zij. De haarkleur doet intussen zijn werk. Wie had dat ooit gedacht, in plaats naar de supermarkt, een kleurbehandeling bij de kapper. Hoe zal ‘haar man Ton het vinden? Die heeft mij nog nooit met een andere haarkleur gezien dan donkerbruin.

Waarom maakt Lieke zich toch altijd zo druk als ik bij haar in de buurt ben, vraagt Jeannette zich af, nadat Leo is vertrokken om de haarverf te halen. Ze bedoelt het toch goed. Het is toch belangrijk om van alles op de hoogte te zijn? Ze snapt werkelijk niet dat Leo zojuist aan haar vertelde dat ze Lieke niet moet lastig vallen. ‘Waar blijft Leo eigenlijk?’ vraagt ze aan een passerende kapster met de haarknot.

‘Mijn baas staat daar met een bakje in zijn hand. Ik denk dat hij zo bij u komt, zegt de knot.’

De wekker die bij mij is neergezet is intussen afgelopen. Tilly haalt de warmtekap bij mij vandaan en vraagt aan mij of ik weer bij de wastafel wil plaatsnemen?’ Ik sta op en loop met mijn hoofd vol met aluminiumfolie richting de wasbak en neem plaats.

Tilly verwijderd één voor één de aluminiumfolie en schrikt van de kleur die daar onder vandaan komt. Hoe moet ze dit aan mevrouw van Dongen verkopen, vraagt ze zich af. Wat is ze stom geweest. Ze twijfelde over beide bakjes. Nu heeft ze het verkeerde bakje met de vloeistof gebruikt. Net op het moment dat ze aan mevrouw Van Dongen wil vertellen over de verkeerde haarkleur, ziet ze dat haar baas voornemens is de andere kleurstof op het haar van mevrouw Vink aan te brengen. ‘Stop!’, gilt ze enigszins in paniek, u heeft de verkeerde kleurstof Leo.’ Hij schrikt ziet ze en wordt nu boos en zegt tegen haar: ‘Wat is dat toch vandaag wat een tumult is er hier in mijn zaak, Tilly?’ Ze vertelt snikkend dat ze per abuis het verkeerde bakje met vloeistof heeft gebruikt en op het haar van mevrouw van Dongen heeft gesmeerd.’

Wat hoor ik nu, van schrik ga ik overeind zitten en kijk in de grote spiegel voor mij. Oh, nee, ik heb koperkleurig haar. Wat een vreemd gezicht, het is even wennen. Mijn haar is nog vochtig en er zit nog geen model in.Tilly moet het zelfs nog gaan knippen. Van alles er schiet door mijn hoofd. Wat zou mijn man Ton er van zeggen? Daar zit ik nog het meeste mee. Gelijktijdig hoor ik kapster Tilly huilen. Leo geeft haar een reprimande. Het is even slikken voor mij, maar ik krijg medelijden met haar. Leo en Tilly maken excuses die ik aanvaard.

‘Het was ook zo rumoerig in de zaak mevrouw, daardoor werd ik afgeleid van mijn werk, zegt Tilly weer.’

‘Dat is zeker waar Tilly en het is ook deels mijn schuld. Zou je mijn haar alsnog willen drogen, knippen en in model willen brengen?’

‘Jazeker mevrouw!’ en ik loop weer terug naar mijn stoel bij de spiegel.

‘U hoeft niets te betalen mevrouw van Dongen hoor ik Leo alsnog tegen mij zeggen.’

Jeannette heeft alles gezien en gehoord. Lieke met koperkleurig haar dat voor haar haren was bedoeld. Gelukkig was ze gespaard gebleven van de haarkleur die eigenlijk Lieke moest hebben. Hoe zouden de buren in de straat het vinden dat Lieke nu koperkleurig heeft? Wat had Leo zojuist tegen haar gezegd, niet roddelen mevrouw Vink?

‘Dat vind ik attent mijnheer dat ik de rekening niet hoef te betalen, zeg ik tegen Leo. Eerlijk gezegd vind ik de koperkleur best wel meevallen. Natuurlijk is het even wennen, vooral voor mijn man denk ik. De kleur maakt mij wel jonger dan het donkerbruine haar’ en ik zie dat er een flauw glimlachje om Tilly haar lippen verschijnt.

‘Zal ik alsnog de rekening met u delen mijnheer?’ vraag ik aan Leo.

‘Niets ervan mevrouw, uw haarbehandeling neem ik voor mijn kosten.’

‘Knip jij het haar van mevrouw van Dongen alsnog en droog het in model Tilly, dan ga ik mevrouw Vink even verder helpen?’

‘Ja, Leo dat doe ik.’

‘Zal ik een nieuwe kleur voor u aanmaken mevrouw Vink?’

‘Nee, Leo knip mijn haar maar in model, geen haarkleuring vandaag en ook geen permanent. Ik heb te lang gewacht.’

Na de kappersbehandeling stonden Jeannette en ikzelf bij de kapstok om onze jassen aan te doen en stapten gezamenlijk de deur uit, nadat ik de eigenaar en Tilly gedag had gezegd. Eigenlijk had ik Tilly willen vertellen dat het mijn bedoeling niet was om naar de kapper te gaan, ik liet het maar zo. Er was al tumult genoeg geweest vandaag.

‘Weet je Lieke, zei Jeannette tegen mij. ‘Die koperkleur staat je best wel goed’, toen wij de straat uitliepen. Ik keek op mijn horloge. Het was nu te laat om naar de buurtsuper te gaan, zag ik.

‘Wat zei je ook alweer Jeannette?’

‘Ik ben benieuwd wat je man en de buren in de straat van je haarkleur vinden?’

Even balden ik mijn vuisten in de zakken van mijn denim blazer, maar vrij snel daarna ontspande ik mijzelf en zei ik met een kordate stem tegen haar: ‘als je dat roddelen over mijn nieuwe haarkleur maar laat Jeannette!’ een beduusde buurvrouw achterlatend.