Dieren aan de wandel

koe hermien

Vroeg of laat lees je in de krant of hoor je op het journaal dat koeien of andere dieren zijn weggelopen van hun stek. Men vindt ze dan in een naburige sloot of dolen in een voor hun onbekend terrein. Het zijn niet alleen koeien, maar vaak hoor je ook over paarden. In België was in de plaats Neeroeteren een Pony uit zijn weide ontsnapt die twee keer de brug over de Zuid-Willemsvaart overstak en in het centrum terecht kwam op zoek naar andere oorden. Het dier wandelde vanuit zijn woonkern Waterloos. Uiteindelijk is de Pony opgevangen door een jonge vrouw ene Ine Knooren. Of zij de eigenaresse is?

Koe Hermien ging aan de wandel hoorde ik op het nieuws. Vorige maand ontsnapte ze. Hermien is inmiddels na weken teruggevonden en is nu ondergebracht bij haar soortgenoten. Zij is de dans ontsprongen om naar het slachthuis te gaan. Ze liep na haar vlucht al weken vrij rond in de bossen bij Lettele in Overijssel. Om te voorkomen dat ze alsnog na haar vangst naar het slachthuis zou worden getransporteerd had de Partij voor de Dieren intussen een actie gestart om Hermien alsnog te sparen. Weken daarvoor had men verwoede pogingen gedaan haar te vangen. Tevergeefs. Wat de koe intussen gegeten heeft is vooralsnog een raadsel.
De van de slacht ontsnapte vleeskoe Hermien zal niet opnieuw naar het slachthuis worden gebracht. Het dier zal vrijgekocht worden van de boer dankzij de geldinzameling voor haar door een actie van de Partij voor de Dieren.

Op het journaal was te zien dat Hermien uiteindelijk terecht is terechtgekomen in een rusthuis aan De Leemweg in Friesland. Hier kan de nog jonge koe nog zo’n vijftien jaar de rest van haar tijd doorbrengen. “Er komen wel kosten om de hoek kijken, zo’n 150 euro per maand voor onderhoud en eten, etc. Driekwart van het benodigde bedrag is binnen”, meldt de actievoerder.
Zodra het volledige bedrag is opgehaald, kan Hermien prima worden opgenomen in de stabiele kudde ter plekke, aldus de mededeling van het rusthuis aan de krant. Bron: NU.nl.
“Er lopen hier zo’n 45 koeien rond. In de winter staan ze op stal en in de zomer kunnen ze de wei in,” aldus een medewerker. Hermien heeft haar eigen lot in handen genomen om toen het rit te nemen, zodat ze gespaard is gebleven van het slachthuis. Een slimme koe die Hermien.

INGESLOTEN

imagesCAW0428T  Het gebeurde heel plotseling. Hij zag haar in een flits toen het licht van zijn koplampen over haar gestalte gleed. Hij trapte snel op de rem, reed een stukje achteruit en bracht de wagen tot stilstand. Ze stond in de regen, haar schouders opgetrokken terwijl de wind speelde met haar groene shawl. ”Waar gaat u naar toe”, vroeg ze toen hij het raampje opendraaide. ”Ik rijd zomaar wat rond zonder bestemming”, glimlachte hij. Aarzelend bleef ze staan en rilde zichtbaar in haar doorweekte jas. ”Stap gauw in”, zei hij. Ze bracht een vage geur van rozen met zich mee en een vleugje buitenlucht vermengd met vochtige kleding. De ruitenwissers zwiepten heen en weer en het zwarte wegdek glom. Hij probeerde zijn ogen op de witte streep gericht te houden, dwars door de stromende regen heen. Met een zakdoekje veegde zij de uitgelopen make-up van haar gezicht en fatsoeneerde haar gebloemde rok die aan haar lange benen kleefde. ”Hoe heet je”, vroeg hij na een poosje. Ondertussen zette hij de verwarming wat hoger, voor haar die zo lang in de kou had gestaan. ”Sintha”, antwoordde ze. Ze keek hem aan. Haar lichte ogen leken bijna transparant, omrand door lange donkere wimpers. Een beetje bleek zag ze wel, maar dat hoorde bij de tint van echte roodharige, wist hij. ”Een bijzondere naam”, merkte hij op. Ze glimlachte. Ze rommelde wat in haar tas en haalde een rol pepermunt tevoorschijn. Het was lang geleden dat hij pepermunt had geproefd. De scherpe smaak tintelde op zijn tong. Hij deed de radio aan. Gelukkig was ze geen prater. Daar hield hij niet van. Ze hield haar ogen gesloten en tikte met haar voet mee op de maat van de muziek. Phil Collins zong: ”In the air to night”. Ze zou beslist zijn vriendin kunnen worden, mijmerde hij. Hij vond haar zelfs meer dan leuk. Ze was zijn type; spannende rok, lang haar, mooie tanden. Wel wat aan de magere kant. Haar tengere polsen staken wit uit de wijde mouwen. Behalve de voorruit waren alle ramen beslagen. Afgescheiden van de buitenwereld door duisternis innig verbonden voelde hij zich bevoorrecht dat ze naast hem zat. ”Je komt me bekend voor”, zei ze opeens. Even schoof hij heen en weer in zijn stoel. ”Dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk”, zei hij uiterlijk kalm. Maar zijn ogen prikten en zijn handen werden klam. Ingespannen tuurde hij over de natte glinsterende rijbaan. Eigenlijk zou hij een parkeerplaats moeten zoeken om even te pauzeren. Maar iets weerhield hem daarvan, alsof er niets mocht gebeuren dat de betovering van de rit zou verbreken. Bij het schijnsel van een tegenligger lichtten haar ogen op als een kat in een donker. Hij wenste dat hij haar kon tekenen; haar gelaatstrekken kon vastleggen op papier. De tere lijnen van kaak naar hals met speelse koperen krullen die ontsnapten uit een losse knot. Hij zou haar een blos van abrikoos geven op haar zachte wangen. Nog steeds had ze niet gezegd waar ze heen wilde. Misschien wist ze dat nog niet. Haar sierlijke handen lagen op haar bovenbenen, terwijl ze roerloos voor zich uitstaarde. Hij stelde zich voor hoe het zou zijn als ze bij elkaar zouden blijven. Hij en Sintha. Met open dak rijden door verre warme streken, wapperende haren. Samen onder een gouden zonsopkomst in de woestijn. Langs slingerende paden door eindeloze velden met wuivend koren. Door spookdorpen met volle maan of zwerven door nevelige donkergroene wouden waar geen sterveling te bekennen was. Vrij, zorgeloos en toch zou ze van hem zijn…. Een plotselinge windstoot deed de auto slingeren en geschrokken greep hij het stuur steviger vast. Vanuit zijn ooghoek zag hij dat Sintha haar rok verder over haar knie schoof. Zijn gedachten keerden terug naar de afgelopen periode. Al een paar troosteloze zondagen had hij in de bewoonde wereld doorgebracht ijsberend in zijn grauwe flat waar niets aan de muren hing. De telefoon rinkelde zelden. Soms bracht de stilte hem ertoe dwaze liedjes uit zijn jeugd te zingen. Sinds een maand was hij weer een vrij man, maar opnieuw gevangen tussen vier muren die zijn rusteloze gedachten weerkaatsten. Dikwijls liet hij zijn vermoeide hoofd in zijn koele handen zakken, sloot zijn ogen en probeerde nergens aan te denken. De goden van het toeval leken onverbiddelijk. Alsof hij werd achtervolgd door een geplande samenloop van omstandigheden die hij telkens opnieuw moest meemaken. Die laatste keer, alweer vijftien jaar geleden was het ook in zijn auto begonnen. Het was toen ook een mooie vrouw die naast hem zat. Toch leek ze in niets op Sintha. Plotseling had ze hem op de zenuwen gewerkt met haar nietszeggende gekwebbel en haar goedkope opdringerige parfum. Hij kon zijn eigen gedachten niet meer volgen. Daardoor was het allemaal gekomen. Monica heette ze. Ze had niets door, zelfs niet toen hij een donkere verlaten landweg insloeg en haar wijsmaakte dat hij de weg kwijt was….. Daarna kwam hij in die andere wereld, ver van de beschaving in alle betekenissen van het woord. Een paar streepjes licht hielden hem in leven. De gedempte zonnestralen die door het getinte glas van het getraliede raampje vielen hadden hem herinnerd aan het bestaan van ruimte, de open hemel, de sterren en de weidsheid van het heelal. Plotseling veerde Sintha overeind. Ze naderden een afslag die leidde naar een klein stadje. Ze stonden even stil voor het stoplicht. ”Ik ben hier al eens eerder geweest”, zei Sintha. ”Maar toch ken ik niemand die hier woont”. ”Dat heb ik nou ook zo vaak”, zei hij. Het licht sprong op groen. ”Waar moet je eigenlijk heen”, vroeg hij eindelijk. Zijn stem haperde een beetje. ”Dat weet ik nog niet”, zei ze een tikkeltje treurig. Opgelucht haalde hij adem. Ze moet wel voor mij bestemd zijn, dacht hij verwonderd. Sintha beviel hem wel. Haar doorweekte jas irriteerde haar en ze deed de knopen van haar jas los. ‘Kunnen wij misschien ergens iets gaan drinken?’ vroeg ze en passant aan hem. Dan kan ik mij ook even opfrissen. ‘Dat kan!, maar liever niet in een café; daar is het vaak te druk. Wij gaan op zoek naar een bemand tankstation, die hebben vaak ook een toiletruimte. Bij een kiosk kun je drinken en versnaperingen kopen. Dat is vreemd vond ze dat hij niet naar een café wilde gaan. Zijdelings keek ze hem aan en ze vroeg: ‘hoe heet jij eigenlijk? Hij draaide zich naar haar toe en zei: ‘zeg maar Ton!’ en hij ontblootte zijn vergeelde tanden. Onder zijn zwart gekrulde haar keken een paar indringende ogen haar aan. Hij was best wel knap om te zien, alleen zijn vergeelde tanden ontsierde zijn gezicht. Ongeduldig gaf hij een ruk aan zijn stuur en ze vervolgden hun weg door een aantal straten, waarvan er een uitkwam bij een kruispunt waar een tankstation stond aan de rand van de weg. Aan de zijkant van de kiosk parkeerde hij zijn auto. Uit zijn versleten broekzak haalde hij een biljet van twintig euro en gaf het aan haar. ‘Koop daar maar een paar blikje coca cola van, mompelde hij!’ Bij het uitstappen pakte ze haar zwarte laktas van de achterbank, die ze even daarvoor er in had geworpen, en in een flits zag ze vanonder een bruin suède herenjack een loop van een geweer. ‘Waarom lag dat ding daar, vroeg ze zich af?’ Haar blik verstarde en zonder nog iets te zeggen, sloeg ze het autoportier achter zich dicht en liep, zonder nog om te kijken,  richting de ingang van de kiosk van het tankstation. Ze voelde zich ongemakkelijk. Zou ze nog teruggaan naar hem; ze wist het niet! Hij had haar nagekeken en kreeg een warm gevoel van binnen. Een lekker ding om te zien ondanks haar natte haar en doordrenkte regenjas die tegen haar lange benen zat vastgeplakt. Ze was voor hem een moordvrouw. Maar waar bleef ze toch? Bij het afrekenen van de coca cola legde de verkoper het wisselgeld op een paar dagbladen die op de toonbank lagen. Met haar slanke vingers pakte ze het wisselgeld op. Een foto op de voorpagina werd zichtbaar alsook een koptekst. Ze bekeek de foto aandachtig en las de korte tekst. ‘Sjaak B. Gezocht voor een dubbele moord in Schin op Geul. Onberekenbaar en vuurgevaarlijk. Bij waarneming bel de politie op alarmnummer 112. Zijn profiel klopte met de man in de auto. Ze stond genageld aan de vloer en greep zich vast aan de rand van de toonbank. Er liep wat vocht langs haar benen voelde ze. ‘Scheelt er iets mevrouw, u ziet zo bleek, vroeg de verkoper aan haar? ‘Ik moet nodig naar het toilet, is er hier een toiletruimte?’ ‘Jazeker, buitenom achter het gebouw is een heren- en damestoilet!’ ‘Ik kom zo dadelijk de blikjes coca cola ophalen, zei ze nerveus en rende enigszins in paniek de uitgang uit richting het toiletgebouw. Bij het naar buiten gaan hoorde ze een claxon en een luide stem van Sjaak, alias ‘Ton’ die riep of ze nou eens eindelijk eens wilde instappen, maar ze keek niet om en rende zo snel als ze kon het toiletgebouw naar binnen en verdween in het toilet. Na het wassen van haar handen pakte ze haar GSM uit haar tas. Haar handen beefde en ze drukte op de toetsen het alarmnummer 112 in. Aan een agent van de meldkamer vertelde ze op nerveuze toon, dat ze van huis was weggelopen door onenigheid met haar vader. Omdat het slecht weer was stapte ze in bij een wildvreemde man. Zojuist kwam ze er achter dat het een bekende moordenaar bleek te zijn. Hij kwam mij al bekend voor zei ze. ‘Waar is de persoon, vroeg de agent weer?’ ‘Hij zit in zijn auto bij een tankstation in het dorp Teuven en staat op het punt om verder te rijden!’ ‘Niet teruggaan naar deze man adviseerde de agent haar. Wij komen er meteen aan en hij hing op. Ze ging weer het toilet in waar ze zojuist was uitgekomen, deed de deksel van de toiletbril naar beneden, ging er op zitten en wachtte op hetgeen gebeuren ging. Snel deed ze de deur op slot. De minuten leken wel uren te duren. Ze kreeg het warm en voelde transpiratiedruppels van haar rug afglijden die bleven steken ter hoogte van haar tailleband van haar rok. Ze voelde zich vreselijk. Opeens hoorde ze zware voetstappen klinken in de holle ruimte van het toiletgebouw. ‘Sintha! ben je hier? Ik wil nou eens weggaan en hij trok onverwachts aan de toiletdeur?’ Ze moest wat verzinnen en schreeuwde in paniek: ik voel mij ineens zo ziek en heb last van mijn darmen. Ik kan nu niet met je meegaan!’ Opeens klonken er sirenes. Er volgde een trap tegen de toiletdeur, die gelukkig in zijn slot bleef hangen. Van de spanning biggelde er tranen over haar wangen. ‘Snert wijf! ik had het kunnen weten en ik wilde nog wel een relatie met jou aangaan. Je leek mij wel mijn type. Ze hoorde hem wegrennen. Er volgde over en weer geschreeuw en het dichtslaan van portieren. ‘Politie!, riep er een man. ‘Is hier iemand?’ Ze deed voorzichtig de toiletdeur open en zag een agent staan met daarnaast de verkoper van de kiosk. De agent ontfermde zich over haar en bracht haar naar zijn  politieauto. In een andere politieauto zag ze een schim van de moordenaar die tussen twee agenten inzat. Op de achterbank realiseerde ze zich ineens, dat ze een ervaring rijker was geworden. Hoe anders had het afgelopen kunnen zijn.