Bij elkaar en toch monddood.

imagesCADPD217Twee keien zaten tegenover elkaar in een park. Ze leken op moderne standbeelden, ontstaan uit twee grote keien die op rompen leken, met op elke romp een kleinere kei in de vorm van een gezicht. In keienstad Amersfoort hadden ze elkaar per toeval ontmoet. De gemeente had ze tegenover elkaar neergezet. Ze waren zo dichtbij elkaar en toch monddood.

Op een dag kwam er een jong en verliefd stel voor hun staan.

‘Wat zullen ze elkaar te vertellen hebben?’, vroeg het meisje aan haar vriend.

‘Ze lijken inderdaad heel vertrouwd met elkaar’, antwoordde de jongeman.

‘Toch jammer dat ze beiden niet echt zijn, misschien hebben ze een stenen hart, zei ze weer.’

‘Wat ‘grappig’ dat je dit zo zegt, zo te zien zullen ze hier nog wel jaren zitten en ons overleven.’

‘Leuk dat wij ze even een ‘stem’ hebben gegeven, zei hij lachend tegen haar. Ze knikte en liepen samen verder.

De oude fiets.

een oude verroeste fietsDe kleur van mijzelf bevalt mij niet. Ik houd van warme kleuren, zoals rood of blauw. Aardetinten horen niet bij mij. Ik wil opvallen. Dat lukt niet met bruin. Met deze saaie kleur zou ik mij willen verstoppen. Maar waar? Als ik naast een boom ga staan val ik, ondanks de bruine kleur, toch op. Liever verschuil ik mij tussen mijn soortgenoten. Ook zou ik ergens tegen aan willen leunen. Ik heb namelijk vaak pijn in mijn rug zoals de meesten van mij op mijn leeftijd. Alles kraakt en soms knarsen mijn tanden. Zo af en toe maak ik een piepend geluid. Sinds kort heb ik last van schilfers die spontaan van mij afvallen. Het sjouwen wordt mij ook veel te zwaar. Vandaag droeg ik een pot met een groene plant. De plant vrolijkt mij op. Ik houd namelijk van de natuur. Omdat ik niet opval, vragen mensen mij, wie of wat ik eigenlijk ben?