De leukste thuis

ETALAGESTAANDER ETAST4-5P
ETALAGESTAANDER ETAST4-5P met Cogan solaire

 

 

Samen met mijn dochter gaan wij bij een opticien naar binnen. Op verzoek van de diabetesverpleegkundige moet ik foto’s laten maken van mijn ogen. Er wordt ons een stoel aangeboden omdat ik nog niet aan de beurt ben. Rondom in de winkel hangen diverse brilmonturen. Mijn dochter is geïnteresseerd in enkele exemplaren. Ze past er een paar. Een ervan vind ze erg leuk. Het donkerblauwe montuur staat haar erg goed moet ik toegeven.

‘Zal ik deze kopen? vraagt ze onverwachts aan mij. Maar dan met vensterglas.’

Ik ben stomverbaasd dat ze dit zegt en antwoord: ‘Weet je wel hoe duur die monturen kunnen zijn.’

Even later krijgen wij koffie aangeboden en komt ze weer naast mij zitten. Er komt een mevrouw de winkel binnen die aan mij vraagt of ze naast ons aan tafel plaats mag nemen. Ik knik en zeg ‘Jazeker er is nog een stoel over.’

De Hindoestaanse vrouw neemt plaats. Ze moet glimlachen om mijn dochter die weer opstaat en alsnog haar favoriete montuur opzet.

‘Deze vind ik toch de mooiste mam.’

De vrouw zegt tegen mij: ‘Uw dochter staat blijkbaar alle brilmonturen zo te zien. Ze zou eventueel model kunnen lopen op een catwalk.’

Ik moet er om lachen en ik zeg: ‘Thuis heeft ze ook een aantal hoeden. Die staan haar ook erg leuk. Ze is een type die vrijwel alles staat.’

Ik zie mijn dochter kijken naar het prijskaartje. Ze zegt niets. Ik weet wel beter. Ondanks ik tot heden zelf geen bril heb, weet ik dat sommige monturen erg duur kunnen zijn. Laat staan een montuur met geslepen glas.

Onverwachts word ik binnengeroepen bij de opticien die mijn ogen druppelt. Ze zegt dat ik nog even een half uur moet wachten alvorens ze mijn ogen na kan kijken. Als ik de winkel weer binnen loop, hoor ik mijn dochter zeggen tegen een verkoper dat ze ooit elders een oogmeting heeft gedaan. De uitslag was toen: min 25. Ik ben verbaasd en vraag haar even later hoe ze aan die wijsheid komt.

‘Een jaar geleden heb ik mijn ogen laten meten bij een opticien die aanwezig was op de auto RAI in Amsterdam’ vertelt ze aan mij.

‘Dat is voor het eerst dat ik dit van je hoor’ zeg ik weer. Verder ga ik niet meer op de kwestie in. Het half uur is inmiddels voorbij en ik moet weer terug naar binnen. Na een klein onderzoek van mijn ogen blijkt de uitslag goed te zijn. Ik hoef geen bril aan te schaffen. Dat is gelukkig al die jaren het geval. Even later stappen mijn dochter en ikzelf de winkel uit.

‘Mam? Ik heb alsnog een afspraak gemaakt met de verkoper’ zegt ze terwijl wij naar de auto lopen. Ik wil zo graag dat leuke montuur, maar dan met vensterglazen.’

‘Als je geen bril nodig hebt, heeft het geen zin om voor de grap een montuur aan te schaffen. Dat is een behoorlijke aanslag op je portemonnee, meisje en het wordt niet vergoed door de zorgverzekeraar.’

‘Ook heb ik intussen een foto gemaakt van mijzelf met mijn Gsm compleet met montuur. Ik heb de foto doorgestuurd naar twee vrienden.’

Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Wij stappen in de auto en rijden naar huis. Over het montuur wordt niet meer gesproken.

De volgende ochtend tijdens het ontbijt zegt ze onverwachts tegen mij: ‘Het is toch wel een groot bedrag voor dat leuke montuur met vensterglas.’

‘Hoeveel kost het montuur dan? vraag ik quasi nieuwsgierig aan haar. Ze noemt mij het bedrag.’

‘Ben je de leukste thuis!’ antwoord ik meteen.

‘Ik vind het achteraf ook erg prijzig. Ik denk dat ik zo dadelijk mijn afspraak maar annuleer mam.’

 

Ik knik en slaak een zucht van verlichting. Waarschijnlijk heeft ze over deze materie een nachtje geslapen.

‘Bijna twijfelde ik aan je verstand’ zeg ik gekscherend tegen haar. Wij moeten samen hard lachen om mijn antwoord.

 

 

 

 

Beter een goede buur……..

paniek700.jpg

 

 

De voorjaarsvakantie stond weer voor de deur. Henriëtte wist van enkele buren dat ze spoedig op vakantie zouden gaan. Haar gezin bleef thuis. Soms maakten ze dagtrips, maar daar bleef het dan ook bij. Eén keer per jaar gingen ze op vakantie. Dat was tijdens de zomervakantie.

Ze wist dat binnenkort de buren langs zouden komen om haar te vragen of ze voor hun weer enkele hand- en spandiensten wilden doen.

‘Ach, Henriëtte, zou jij voor de kat, de post en de planten willen zorgen? Ze had daarvoor ooit haar toestemming gegeven. Ze deed dit inmiddels al jaren. Dat gold ook voor de overburen die in hun tuin een ijzeren kooi hadden staan met daarin twee nertsen. Prachtige dieren om te zien. Wel bijtgraag had ze op een keer gemerkt. Bijna was ze haar vingertop kwijtgeraakt. Nee, voor deze dieren moest ze oppassen. Ook had het jonge stel een konijn, een zogenaamde Vlaamse Reus, die met zijn tanden een deel van het hok kapot had gebeten. Kortom, elk jaar was het weer een hoop gedoe en gestress had ze gemerkt.

‘Ik begin er tegenop te zien’ Ron, had ze tegen haar man gezegd, die op het punt stond om naar zijn werk te gaan.

‘Je kunt toch tegen de buren zeggen dat je het niet meer wilt doen’ antwoordde hij.

‘Ik doe dit al jaren. Ze zullen mij dit niet in dank afnemen, weet ik.’

‘Het enige dat wij dan kunnen doen is gaan verhuizen Henriëtte’ grapte hij en trok de voordeur achter zich dicht, haar met een mond vol tanden achterlatend.

Opoffering.

Afbeelding

               DE BOOMHUT

Ik sta voor mijn raam en kijk naar buiten. De zonnestralen priemen in mijn gezicht. De warmte voelt goed. De afgelopen zes jaar heb ik geen lijflijke warmte meer gevoeld, toen zes jaar geleden de specialist van het ziekenhuis mij vertelde dat mijn vrouw Lilly de diagnose ‘Schizoïde’ had.

‘Uw vrouw lijdt, in beperkte mate, aan een persoonlijkheidsstoornis mijnheer de Jong. Ze distantieert zich van mensen en leeft het liefst in haar eigen wereld. Een fantasiewereld wel te verstaan.

Ik wist dat Lilly vaak de behoefte had om op zichzelf te zijn en het liefste vertoefde met flora en fauna. Daar was op zich niets mis mee, maar haar werkzaamheden bleken de laatste tijd een obsessie te worden. Ze realiseerde zich niet voldoende dat er nog iemand thuis op haar wachtte.

 

Ik had haar ooit ontmoet op het hoofdkantoor van de Vogelbescherming waar ik werkte op de afdeling Personeelszaken. Op een dag had ik een sollicitatiegesprek met haar. Ze leek wat afwezig had ik gemerkt toen ik haar een zitplaats tegenover mij aanbood. Misschien was ze nerveus. Haar CV was uitstekend, las ik. Ze was afgestudeerd als bioloog. 35 jaar jong. Ze stelde zich voor als Lilly Verbeek en gaf mij een hand. Ik zag een magere vrouw met halflang gekruld haar dat strak in een paardenstaart zat. Blijkbaar was ze niet gewend om een jurk te dragen en ging regelmatig verzitten. Én passant trok ze haar blauwe jurk naar beneden. Ik probeerde haar gerust te stellen. Ze leek mij geen vrouw om met mensen samen te werken. Voor deze baan was dat ook niet nodig. Ze had gesolliciteerd als onderzoeker gespecialiseerd in Europese vogels. Door haar kennis werd ze door mij aangenomen.

 

Na een aantal maanden ontmoette ik haar weer tijdens een personeelsuitje op de Veluwe. Ik raakte met haar in gesprek tijdens een gezamenlijke wandeling met de groep. Ze had veel geleerd van haar moeder die ook bioloog was, vertelde ze. Als kind was ze altijd al geïnteresseerd in de natuur en de dieren, maar vooral vogels. Tijdens haar onderzoeken ging ze ook op pad met haar fotocamera om de vogels te fotograferen. Ook vertelde ze dat sinds kort haar moeder was overleden. Ze had de villa van haar ouders geërfd als ook het bijbehorend landgoed. Haar vader was al jaren geleden overleden toen ze nog een peuter van vier was. Ik vertelde haar, dat ik uit de grote stad kwam en een koopappartement had, dat niet zo groot was, hooguit geschikt voor twee personen.

Na de wandeling op de Veluwe gingen wij gezamenlijk met de collega’s een Pannenkoekhuis binnen om de lunch te gebruiken. Op een zeker moment nodigde ze mij onverwachts uit om haar een bezoekje te brengen. Ik laat je dan mijn landgoed zien Oscar, je zult verbaasd zijn van de mooie natuur.

 

De dag van het bezoek brak aan. Ik reed met mijn VW-golf naar haar landgoed. De villa was opgetrokken uit rode baksteen en had hoge ramen met luiken ervoor zag ik toen ik de lange oprijlaan opreed. Links en rechts waren kortgeschoren grasvelden met diverse bomen, heesters en was er een grote waterpartij. Wat moest zij alleen in die grote villa en wie hield het landgoed bij? vroeg ik mij af. Even later stapte ik op de brede stoep en klopte met de koperen deurklopper op de donkergroene deur. Lilly verscheen in de deuropening in een denim broek en een los vallende groene blouse. Ze droeg haar haren los, waardoor haar smalle gezicht wat voller leek. Ik werd hartelijk ontvangen door haar en na de thee met zoete lekkernijen, liet zij mij het landgoed zien. Hoe anders was mijn eigen optrekje in mijn stads appartement!

 

‘Wie houdt het landgoed bij Lilly? ik neem aan een tuinman?’

 

‘Jazeker Oscar, René de tuinman is al jaren in vaste dienst van mijn familie. Hij neemt vaak zijn zoon Ron van negentien mee om hem mee te helpen. Hij is trouwens ook een goede klusjesman.’

 

‘Hoor je het getjilp van de vogels? vroeg ze weer. Het zijn mijn gevederde vrienden geworden. Ik heb geen broers of zussen en ben samen met ‘Does’ de hond opgegroeid. Ook heb ik wat kleinvee rondlopen zoals schapen en kippen.’

 

‘En je hebt er sinds kort weer een nieuwe vriend bij Lilly. Ze moest glimlachen zag ik.’

 

Zo introvert ze was, zo extravert was ik. Toch zochten wij elkaars gezelschap op en na drie jaar trouwden wij. Ik verkocht mijn appartement en ging bij haar wonen in haar villa. Wij bleven beiden werken in dienst van de Vogelbescherming. Soms moest ze op reis om onderzoek te doen binnen Europa naar vogelpopulaties. Zo af en toe reisde ik met haar mee en planden wij gezamenlijk onze vakanties. De jaren verstreken.

 

Onderweg van het ziekenhuis naar huis, liet het woord ‘Schizoïde’ mij niet los. Ik wist dat zij graag op zichzelf was en dat haar werk ook haar hobby was. Ons huis werd niet vaak bezocht door familie of bekenden, daar hield ze niet zo van. Ik had daar nog het meeste moeite mee. Toch liet ze mij vrij om andere mensen te bezoeken. Vaak ging ik dus alleen op pad. De familie was het gewend dat ze weinig contact wilde. Leuk was het niet. Ik moest aan deze situatie wel wennen. Ook liet ze zich zelden of nooit in het dorp zien. In het begin van ons huwelijk was mij niet direct opgevallen dat ze zich zo afzijdig hield van de buitenwereld. De laatste jaren deed ik daarom zelf de boodschappen. Op een dag, tijdens mijn bezoek aan een plaatselijke supermarkt, hoorde ik twee dames praten over Lilly en mij.

 

‘Wat vervelend voor die man dat zijn vrouw als een kluizenaar leeft. Hij doet altijd alleen zijn boodschappen.’

 

Het irriteerde mij dat deze dames zo loslippig waren. Zou ik ze op hun gedrag aanspreken, vroeg ik mijzelf af. ‘Nee’ ik hield de eer aan mijzelf. Het ging ze namelijk niets aan hoe ik mijn leven leidde met mijn vrouw. Lilly was lief maar had nu eenmaal één grote hobby: ‘Flora en Fauna.’ De buitenwereld wist niet dat ze aan Schizoïde leed. Langzamerhand raakte ze meer in haar isolement, merkte ik. Er ontstond een platonische relatie tussen ons. Regelmatig lag ik wakker en keek ik naar Lilly die zo vredig lag te slapen. Seks stond op een laag pitje; het bleef vaak bij een vluchtige kus. Desondanks hield ik van haar en diep in mijn hart wist ik dat zij ook van mij hield. Die rotziekte had haar in zijn greep. Soms had ze de vreemde gewoonte zich te nestelen in de grote eik dicht bij ons huis. Deze eik stond al 105 jaar op het landgoed. Ze had mij ooit verteld dat ze als kind vaak in de grote eik was geklommen en luisterde naar de vogels om haar heen. Op ons landgoed verzorgde ik onze dieren en zocht ik soms troost bij mijn kameraad ‘Does’ onze labrador.

 

Sinds kort waren wij met pensioen. Het was wennen om niet meer samen te zijn met mijn collega’s. Nu had ik de zorg voor Lilly. Hoe moest ik nu verder. Ik wilde in haar directe nabijheid zijn, maar niet alleen tijdens de maaltijden. De oplossing kwam sneller dan ik dacht.

 

Vanmiddag had ze weer eens de hoge ladder neergezet tegen de eik en was er ingeklommen. Ik drukte mijn gezicht bijna tegen de ruit van het raam. Wat was ze nu aan het doen, vroeg ik mij af. Tot mijn grote schrik zag ik haar zitten op een zware tak en had ze haar fotocamera in de aanslag. De tak voelde blijkbaar hard aan, want ze bewoog regelmatig heen en weer. Zo dadelijk valt ze nog uit de boom, bedacht ik mij opeens. De schrik sloeg om mijn hart. Snel liep ik naar buiten. Een geur van voorjaarsbloemen prikkelde in mijn neus. Om haar niet te laten schrikken liep ik rustig naar de eik. Ik hoorde  het geluid van een specht die stelselmatig tegen de boom tikte met zijn snavel. Ik keek naar boven en zag dat Lilly een foto van de vogel maakte. Als ik haar nu zou roepen vliegt waarschijnlijk de specht weg en wordt ze boos. Ik zuchtte en liep weer richting de nog openstaande deur. In de keuken tapte ik water, schonk het in de koffiekan en pakte daarna de koffiebus. Ik was toe aan een hartversterker en zette de knop aan van het koffiezetapparaat. Ik nam plaats aan de lange keukentafel en sloeg de krant open. Wat zal er vanavond op de televisie zijn, vroeg ik mijzelf af? Eén programma trok mijn aandacht. Een documentaire over boomhutten in Amerika. Wat vreemd eigenlijk dat daar nu net mijn interesse naar uit gaat. De geur van koffie kwam mij tegemoet. Net op het moment dat ik de koffie in mijn beker wilde doen hoorde ik voetstappen. Daar is Lilly zag ik. Ik moest lachen om haar. In haar haren zaten wat bladeren verstrengeld. Ze legde de fotocamera op tafel neer.

 

‘Wil je ook koffie Lilly, vroeg ik aan haar?

 

‘Graag Oscar, daar ben ik wel aan toe. Ik heb wat foto’s gemaakt van een bonte specht die in onze eik zat te hakken.

 

‘Ik heb de specht gezien en ik stond doodsangsten uit Lilly, omdat jij allerlei capriolen uithaalde. Als je uit de boom zou vallen dan kan het weleens verkeerd aflopen. Hier heb je je koffie.

 

Ik zetten de koffiebeker neer. Ze kwam naast mij zitten en ik vertelde aan haar dat ik zojuist in de krant had gelezen dat er vanavond een programma op de televisie zou komen over boomhutten in Amerika. Het schijnt een rage te zijn dat Amerikanen op het platteland in een boomhut gaan wonen naast of in de buurt van hun eigen woning. Het maakt mij nieuwsgierig Lilly.

 

‘Dan kijken wij samen Oscar. Het lijkt mij wel leuk om in zo’n boomhut te wonen en de vogels van dicht bij te observeren.

 

‘Laten wij eerst maar eens kijken wat het programma te bieden heeft.

Samen dronken wij onze koffie op en werd er die middag niet meer over gesproken.

 

De avond was ingevallen. Ze kwam naast mij zitten op de rode driezitsbank en nestelde zich tegen onverwachts tegen mij aan. Het verraste mij dat ze deze handeling deed. Het was alweer zolang geleden dat ze zo dicht bij mij zat en ik haar warmte weer voelde.

 

‘Hoe laat begint het programma over die boomhutten Oscar?

 

‘Over een minuut of tien Lilly. Dat was het dus! ik had haar interesse gewekt met de boomhutten.’

 

Het programma was begonnen. Het was fascinerend om te zien hoe een aantal Amerikaanse mannen een boomhut bouwde rondom een stevige boom. Het viel op dat de meeste boomhutten waren gemaakt op hun eigen terrein. Er werd een geraamte gemaakt rondom een stevige boom dat deels op palen stond en verankerd werd aan de stam. Er werd een compleet huis op gebouwd voorzien met allerlei voorzieningen.

 

‘Eerlijk gezegd kun je het geen boomhut noemen Oscar, mompelde ze. Het lijkt wel een compleet huis. Fantastisch om in zo’n boomhut te wonen Oscar, samen met jou en dicht bij mijn vogels.’

 

Verbaasd hoorde ik haar aan en naarmate het programma vorderde werd ze steeds enthousiaster. Dit was nou precies mijn bedoeling, dat ze net zo enthousiast zou worden als ik zelf.

 

‘Het is wel een gigantisch werk om het te maken, daar heb je wel een paar timmerlieden voor nodig. Ook vraag ik mij af of ik wel een vergunning kan krijgen om zoiets te bouwen Lilly?’

 

‘Ben je dan van plan om er een te bouwen?’

‘Eerlijk gezegd vind ik het wel een pracht idee om samen met jou en de vogels hoog in de boom te wonen. Hoe moet het dan met onze villa Oscar?

 

‘Wij vragen aan onze tuinman of hij in onze villa wil wonen met zijn vrouw en zijn zoon. Nu woont hij naast het koetshuis. Die woning is niet zo groot.’

 

‘Als ze ermee akkoord gaan lijkt mij dat een goed idee, de villa is eigenlijk te groot voor ons en het geeft veel onderhoud.’

 

‘Ik vraag aan René of hij samen met mij de boomhut wil bouwen. Daar zijn wij dan wel een paar maanden mee bezig.’

 

‘Wat een goed idee, ik kijk er u al naar uit Oscar.’

 

Een paar weken later was de bouwtekening klaar. Van de gemeente hadden wij toestemming gekregen om te gaan bouwen. Omdat de boomhut op het landgoed stond en wij geen naaste buren hadden ging de gemeente akkoord. Lilly had een gesprek gehad met René en zijn gezin, die graag in de villa wilde wonen. Er werd een contract opgesteld, dat de villa in ons bezit bleef. De villa mochten ze huren voor een redelijk bedrag. Bij ons overlijden werd het huis aan hun geschonken, omdat wij geen nazaten hadden. Ook wam in het contract te staan, dat wij gezamenlijk zorgde voor de dieren. Does zou bij ons in de boomhut gaan wonen. 

 

René en ik bestelde het materiaal voor de boomhut en onder het genot van koffie bekeken wij samen de bouwtekening. Het werd een compleet huis op palen, verankerd met stalen buizen aan de stam. Ook werd er een houten trap geplaatst. Er kwam een kleine woonkamer, keukentje, toilet en een slaapkamer. Ook kwam er een balustrade. De boom bleef in zijn geheel in tact. Maar voordat wij met het bouwen begonnen, liet ik een boomdeskundige kijken of de eik nog in goede staat was. Ondanks de boom een behoorlijke leeftijd had, was de boom sterk genoeg om de boomhut te kunnen dragen.

 

‘Wanneer beginnen jullie nu te bouwen vroeg een ongeduldige Lilly aan ons, bij binnenkomst in de keuken?

 

‘Over drie dagen wordt het materiaal gebracht en dan gaan wij beginnen schat, je moet  even geduld hebben.’

 

René moest glimlachen, zag ik en hij zei: ‘ik zal intussen Irma mijn vrouw vragen of ze samen met mijn zoon Ron gaan inpakken voor de komende verhuizing.’

 

‘Dan zal ik Irma meehelpen René, zei Lilly.’

 

Die avond in bed kroop ik tegen Lilly aan en vroeg: ‘Hoe vind je de verrassing dat ik samen met René een boomhut voor ons maakt.’

 

‘Ik vind het een goed idee en kijk er nu al naar uit Oscar om dicht bij mijn vogels te zijn.’

 

‘Weet je Lilly, dat ik de boomhut bouw om te zorgen dat wij wat meer tot elkaar komen. De laatste jaren leven wij langs elkaar heen. Jouw hobby is een obsessie geworden, waar ik de dupe van ben. Ik wil wat meer samen met je zijn, samen met onze hond. Je was zelden thuis in onze villa, alleen om te eten en te slapen. Bijna nooit ondernamen wij niets.’

 

Ze keek mij lang aan, maar zei niets. Onverwachts trok ze mij naar haar toe en gaf mij een kus op mijn mond. Voor mij was dat een teken dat ze mij had begrepen. Praten was nu eenmaal niet haar sterkste kant.

 

Het regende zachtjes die vroege ochtend in augustus. De bel van de intercom ging over en ik zag dat de chauffeur voor het hoge hek stond met de vrachtauto met bouwmateriaal. Ik drukte op de knop om het hek automatisch te openen. Even later hoorde ik de zware wielen over het grindpad rijden en kwam tot stilstand naast de villa. Samen met Lilly stapte wij naar buiten en liepen naar de chauffeur.

 

‘Waar wilt u de spullen hebben mijnheer de Jong? vroeg hij aan mij.’

‘Legt u het materiaal maar aan de achterzijde van de villa.’

 

De chauffeur bracht het materiaal samen met een compagnon achter de villa en vertrok. Intussen was René naar ons toe komen lopen.

 

‘Zullen wij maar meteen gaan starten Oscar?’

‘Laten wij eerst maar koffie gaan drinken. Ik moet mij ook nog omkleden René.’

 

‘Je beige overall ligt al klaar mompelde Lilly en met z’n drieën gingen wij naar binnen.

 

Ik kleedde mij uit in de bijkeuken en deed de beige overall aan. Ik spiegelde mij in de glazen ruit van de deur. Ik had al jaren een volslank figuur. Toch zag ik er nog goed uit voor mijn 66 jaar. Even later stapte ik de keuken weer binnen. Lilly begon opeens te lachen. ‘Je overall past goed, alleen zijn je broekspijpen te kort Oscar. Je bent 1.80 cm, ik heb mij vergist in de lengtemaat.’

 

‘Dat geeft niet Lilly, ons mannen interesseert het niet zo hoe we erbij lopen in onze vrije tijd, toch René?’

 

‘Je hebt gelijk Oscar en hij nam een laatste slok van zijn koffie.’

 

‘Kom, wij gaan aan de arbeid, er ligt een behoorlijke klus voor ons. Wij distantiëren ons niet voor een miezerige bui regen.’

 

‘Ik roep Irma of ze ook koffie wil, dan help ik haar met de spullen die nog ingepakt moet worden voor de verhuizing.’

 

‘Waar is je zoon eigenlijk René?’

 

‘Die komt ons, na schooltijd, meehelpen Lilly.’

 

‘Leuk dat hij mee wil helpen, maar laat hem niet teveel doen, want de werkzaamheden zijn te zwaar voor zo’n jonge jongen.’

 

‘Ik zal er op letten Lilly, hoorde ik René mompelen en wij liepen naar buiten om stalen buizen te gaan halen om de eik te stutten.

 

 

Er was ruim een maand voorbij gegaan. Alles verliep voorspoedig. Rondom de boom was een stalen constructie geplaatst met daarom heen een houten karkas. De verdiepingsvloer hing drie meter boven de grond, met daaraan een houten trap. De houten muren stonden overeind, gemaakt van eikenhouten planken. Zelfs de binnenmuren waren afgetimmerd. Wij hadden afgesproken om de eik zoveel mogelijk in tact te laten, met als gevolg dat er één stevige boomtak in een hoek van de woonkamer zichtbaar was. Het stoorde niet vond ik. Ook in de badkamer was dat het geval. De douchecabine kon precies naast een deel van de zichtbare tak staan alsook het toilet. Nu moest het dak er nog op. Dat was de grootste klus. Sommige binnenste takken moesten er af, maar gelukkig niet alles.

 

Lilly kwam regelmatig kijken en ik zag dat het haar niet snel genoeg kon gaan. Wij lagen op schema. Medio oktober was de boomhut klaar en legde wij de laatste dakspanten op het dak. Een eigen boomhut met trap en balustrade. Ook hadden wij zelfgemaakte meubels gemaakt van wat lichter materiaal. Nu moest er gevierd worden. Wij nodigde René en zijn gezin uit en ging ik alvast samen met Lilly en ‘Does’ de hond, via de houten trap naar boven. De anderen volgde later. Langs de trap hadden wij een kabel gemaakt van gevlochten touw dat vastzat met koperen ringen.

 

‘Does’ vond het maar vreemd om de trap op te lopen. Eenmaal boven begon hij op zijn gemak alles te verkennen. Lilly was in haar nopjes. Ze deed de openslaande ramen open en keek omhoog. ‘Wat leuk dat de boom in tact is gebleven Oscar. De vogels kunnen onze boom bezoeken want er zijn nog genoeg takken.’

 

‘Dat is toch de bedoeling, Lilly! Vanaf morgen gaan wij er wonen. René en zijn gezin kunnen dan eindelijk verhuizen naar de villa.’

René, Irma en Ron waren intussen ook naar boven gelopen. Irma keek haar ogen uit. Wat apart voor jullie, wie had ooit gedacht dat jullie in een boomhut zouden gaan wonen en wij in jullie villa. Irma ontkurkte de meegenomen champagnefles en schonk de glazen vol. Ik aaide Ron door zijn zwarte krullen en ik zei: ‘Ook jij bent onze grote hulp geweest, samen met je vader. Ik had deze boomhut voor Lilly en mijzelf nooit in mijn eentje kunnen bouwen.’

 

‘Proost allemaal, op de succesvolle afloop. Vanaf morgen woon ik samen met Lilly, Does en de vogels in onze boomhut.’

 

‘En wij zijn vanaf nu af aan jullie beneden buren, grapte René en gaf mij een knipoog.’

 

Het bleek een goede zet van mij geweest. Lilly was zichtbaar in haar element. Ze vond het apart om in de nabijheid van haar vogels te wonen. In onze compacte boomhut voelde wij ons thuis. De villa was ons ontgroeid. De ziekte van Lilly was stabiel en niet verergerd, aldus de specialist. Lilly was nu eenmaal Lilly, maar één ding was er wel veranderd, wij leefden nu weer samen met elkaar, zoals in het begin van ons huwelijk was. En wat de rest van de maatschappij over ons dacht interesseerde mij niet. Wij leefden ons eigen leven samen met onze benedenburen en de dieren om ons heen.

 

 

 

LeaLariekoek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIENDSCHAP.

imagesCAI75FHL

Urenlang  lag ik,  Slang,  verscholen tussen de hoge struiken en brandnetels langs het zandpad, niet ver van het hol van mijn vijand Kameleon vandaan. Vaak kwam ik dan ineens tevoorschijn. Dat deed ik om Kameleon te laten schrikken. Maar vandaag deed ik dat niet, want ik was wat anders van plan.

Jarenlang was ik jaloers op Kameleon. Iedere keer als ik hem weer eens zag veranderde hij steeds weer van kleur. Ik kon niet uitstaan dat hij van die mooie kleuren had en ik niet. Ook had hij dierenvrienden,  maar bij mij kwam nooit iemand langs. Op een zonnige dag stond Kameleon ineens voor mijn hol. Al kronkelend kwam ik naar buiten en zag hem staan met zijn prachtige oranje vel. Dat kwam vast en zeker door de zon, dacht ik, maar wat moest hij eigenlijk van mij? Zijdelings keek ik even naar mijzelf en dacht: “waarom heb ik zo’n grijs vel”? Eén keer per jaar kroop ik weleens uit mijn vel en kreeg dan een nieuwe,  maar het bleef altijd dezelfde saaie grijze kleur.

Kameleon onderbrak mijn gedachten en zei: zeg Slang, je lijkt mij al  jaren zo eenzaam, ik wil je mijn vriendschap geven, als je wilt? Ik keek hem met kleine spleetogen aan en met hese stem siste ik: nee Kameleon, jij bent zo mooi en ik ben zo lelijk. Wij passen niet bij elkaar en wil je vriendschap niet. Dat is jammer Slang, zei Kameleon en ging terug naar zijn hol. Ik keek hem na en zag dat Kameleon veranderde van mooi oranje naar geel.  Nadien had ik hem niet meer gezien.

Nu zag ik één van Kameleon’s vrienden aankomen lopen richting het hol van Kameleon. Het was Kreeft. Zijn scharen konden mij in mootjes knippen en rolde mij diep onder een struik. Stel je voor dat hij mij zag! Ik vroeg mij af wat hij zou gaan doen bij Kameleon? Zal ik nog even wachten, bedacht ik mij  ineens?

Na verloop van tijd zag ik de vrienden uit het hol van Kameleon komen.  Wat zag Kameleon er ellendig uit met die gele kleur. Hij zag weer net zo geel als een paar dagen geleden toen ik hem sprak. Zou hij ziek zijn? Waar zouden de vrienden naar toe gaan? Eigenlijk was ik van plan om vanmorgen naar Kameleon’s hol te gaan, maar iets weerhield mij. Het gesprek met Kameleon had mij aan het denken gezet. Diep in mijn vel wilde ik wel vriendschap met hem, maar iedere keer als ik hem weer zag werd ik weer jaloers op zijn gekleurde vel.

Al moet ik nog uren wachten, ik hoop dat ik hem vandaag alleen kan spreken, zonder zijn vriend Kreeft. Even later hoorde ik geschuifel op het zandpad. Daar zul je ze hebben! Kameleon en Kreeft waren samen in gesprek en ik zag dat Kameleon weer goed in zijn vel zat, want hij had een prachtig lichtblauw vel. Ineens kwam de jaloezie weer bij mij op.  Mijzelf had ik beloofd om met Kameleon te gaan praten, want ik had besloten om toch vriendschap met hem te gaan sluiten. Nu was mijn kans. Zou hij op mijn verzoek ingaan?

Razendsnel kronkelde ik het zandpad op en belandde voor de scharen van Kreeft, die van schrik op scherp gingen. Pas op voor Slang! hoorde ik Kreeft tegen Kameleon zeggen, straks vreet hij je op! Wat een mooi lichtblauw vel heb je Kameleon, ratelde ik -en nu meende ik wat ik zei-, en wilde je vragen of  ik toch je vriend……, maar Kameleon onderbrak mij en zei: kijk eens naar jezelf Slang, je ziet grijs van ellende omdat je jaloers bent; jij zal nooit mooie kleuren krijgen, zoals die van mij. Op dat moment  kronkelde ik  ineen en voelde dat het nu te laat was om vriendschap met Kameleon te sluiten. Hij had mijn boodschap niet begrepen.

Heel boos – omdat hij mij weer eens de les had gelezen –  hief ik mij kop omhoog, kreeg een boze blik in mijn rood doorlopen ogen,  mijn tong ging op en neer en begon te sissen. Van kwaadheid werd mijn vel steeds dikker en kreeg ik een opgeblazen gevoel.  Opeens werd alles stil om mij heen.