CARNAVAL IN BREDA

Fotoactie2014-kleinBoer Jan een vrijgezel van veertig jaar ging één keer per jaar naar het carnaval in Breda, een grote stad in Brabant. Hij had een grote boerderij in Berkel-Rodenrijs die hij deelde met zijn broer Piet en zijn vrouw Marian. Ze hadden de boerderij geërfd van hun ouders die al enige jaren geleden waren overleden. In zijn dorp werd ieder jaar door de plaatselijke carnavalsvereniging “de Suikerbuikers” carnaval gevierd in een plaatselijk café. Hij was er weleens geweest, maar vond dat zijn dorpsgenoten geen carnaval konden vieren. Voor de vierde keer ging hij nu naar Breda toe om precies te zijn naar ‘het ginneken’, dat midden in het centrum lag. Als melkveehouder, wist hij te weinig af van de grote stad. Carnaval vond hij wel leuk, maar om in een grote stad te wonen leek hem –wegens de drukte- niet leuk.

          Rita een rasechte Brabantse kwam niet van het platteland, maar uit de stad ’s-Hertogenbosch. Enkele jaren geleden verhuisde ze naar het centrum van Breda en ging werken bij een kunsthandelaar. Ze had plannen om vanavond naar het carnaval te gaan in café ‘de Vrachtwagen’. Het was haar favoriete café geworden en niet alleen tijdens het carnaval, want ook doordeweeks was dit een favoriete plek voor haar, na alle drukke werkzaamheden. In die twee jaar dat ze in Breda woonde had ze een aardige vriendenkring opgebouwd. Zelfs oude vrienden uit haar geboorteplaats kwamen in het weekend weleens bij haar op visite.

         

 

Op een vrijdagavond stapte Jan café ‘de Vrachtwagen’ binnen, en bestelde een pils. Het was al wat later in de avond, maar dat was heel normaal met carnaval. Vroeg in de avond waren alle horecagelegenheden nog leeg. Nu was er al aardig wat verkleed volk binnen. Hij zag er van alles rond lopen. Een lange kerel verkleedt als haan met een paar veren in zijn achterwerk, een fee met een roze pruik op haar hoofd, een clown die zijn rode neus had vergeten. Het moet niet gekker worden, lachte hij. Hij zette zijn halfvolle glas pils neer en wilde gaan dansen, keek naar zijn boerenkiel en deed zijn pet op. Hij zag er nog puik uit vond hijzelf en danste naar het midden van het café. De menigte begon te hossen en hij voelde dat de plankenvloer begon door te zadelen. ‘

Wat eng mompelde hij, zo dadelijk gaan we met zijn alle naar de kelder’.

De carnavalsmuziek werd steeds luider. Iemand trok hem opeens aan de mouw van zijn kiel mee om te gaan dansen. Het bleek een heks te zijn met zwart haar. Na enige tijd rook hij een penetrante lucht om haar heen en duwde zich van haar weg.

‘Bah, wat stinkt die heks zeg! en hij ging aan de zijkant staan bij het raam van het café. In de hoek naast de bar waar hij zijn halfvolle glas had neergezet, zag hij een slanke jonge vrouw staan verkleedt als poes. Ze zag er mooi uit in het zwart witte pak en lange staart. Wat een koddig gezicht die staart, want bij elke beweging van de kat zwiepte de staart  heen en weer. Hij worstelde zich door de menigte richting de eikenhouten bar met krukken. De mooie poes stond er nog steeds en had moeite om haar glas cola leeg te drinken omdat haar snorharen in de weg zaten. Hij moest erom lachen, maar dan zachtjes, want hij wilde met die mooie poes een praatje maken. Hij pakte zijn glas pils die nog steeds op de bar stond en nam een laatste slok. Het bier was helaas niet lekker meer en hij bestelde een nieuw glas. Dichtbij ging hij naast de poes staan en zei voor de grap:

‘miauw!, ik heet Jan’.

De vrouw moest lachen en verslikte zich bijna in haar laatste slok cola. Ze keek in een paar guitige ogen en zei:

‘ik heet Rita!’.

          Hij streek zijn boerenkiel glad en zei tegen haar: ‘wil je misschien iets van mij drinken? ik neem aan geen melk!’.

Nu begonnen ze allebei te lachen. ‘Een cola graag!’, zei ze tegen hem.

Hij bestelde het bier en de cola en ging naast haar zitten op de barkruk.

‘Ik zou ook graag willen zitten maar mijn staart zit in de weg!’, lachte ze weer.

          Hij had haar zijdelings aangekeken. Onder het masker zag hij twee donkerbruine ogen. Ze had volle roze lippen en een slanke neus. Haar haren kon hij niet zien want die zaten nog verstopt in de capuchon met twee kattenoren.

Hij deed zijn pet af en ze zag een blonde kop met stijl haar met daaronder een slank gezicht. Zijn kiel was te groot voor hem en met zijn slanke handen hield hij zijn pet en bierglas vast.  Hij keek haar ondeugend aan en ze kreeg het ineens warm. Het poezenmasker begon haar opeens te irriteren en de snorharen zaten in de weg met het drinken. De zwarte capuchon met poezenoren trok ze opeens naar beneden.

‘Vind jij het hier ook zo warm zei ze tegen hem?’

‘Ja, dat kun je wel zeggen met al die feestvierders om ons heen. Haar koperrode haar viel over haar poezencapuchon naar beneden tot op haar schouders. Ze raakte met elkaar in gesprek en van het carnavallen kwam de rest van de avond niets meer terecht.

‘Zullen we even een frisse neus halen, vroeg Jan aan haar het wordt namelijk steeds drukker hier?’.

‘Dat is een goed idee, zei ze tegen hem.’

‘Weet jij waar we ergens even rustig kunnen zitten, want alle horecabedrijven zitten vanavond vol?’.

‘Ik weet wel een plek, zei ze tegen hem. Er is een groot plein in de buurt met verschillende loungebanken, laten we daar heen gaan en parmantig liep ze al richting de uitgang’.

          Ze nam hem bij de hand en loodste hem door de menigte naar buiten. Wat een leuke vrouw dacht hij bij zichzelf, een beetje brutaal, maar dat mocht hij wel. Na een kwartier zaten ze samen op een houten loungebank op het plein. Het was druk op straat, ondanks het al middernacht was. Ze praatte geanimeerd met elkaar.

‘Zal ik je naar huis brengen vroeg hij opeens aan haar?

‘Ik woon een paar straten achter het ‘ginneken’ zei ze tegen hem!’.

‘Ik wil je graag wegbrengen hoor, want een vrouw alleen op straat met al die carnavalsfiguren vind ik maar niets.

‘Nou graag, als je wilt!’.

Mijn auto staat nog bij het café. Ik stel voor om met je mee te lopen naar je huis?’.

          Bij aankomst bij haar appartement wisselde ze elkaar telefoonnummers uit en beloofden elkaar binnenkort weer te ontmoeten. Hij gaf haar voor de grap een handkus en ze zei: dat ze hem erg aardig vond en ik jou ook Rita, zei hij –net voordat ze met een zwiepende staart- de hal van het appartementencomplex naar binnen ging.

          Hij liep alleen de weg terug naar het café. Er waren nog mensen aanwezig zag hij. Hij stapte in zijn donkerblauwe volkswagen en reed in de nacht weer terug naar huis.

‘Hoe is het mogelijk dat ik een poes heb ontmoet en nog een mooie ook!’, mompelde hij en kreeg weer een lachbui, want in gedachten zag hij nog steeds die zwiepende zwarte staart met aan het eind een wit puntje. Opeen begon hij onbedaarlijk te lachen.

          Onderweg passeerden wat automobilisten die hem terloops aankeken. Het kon hem niet schelen. Hij had het geweldig gehad en zou snel contact met haar opnemen, dat was een ding wat zeker was.

          Bij binnenkomst liep Rita rechtstreeks naar haar slaapkamer. Eerst eens dat poezenpak uittrekken, dacht ze bij zichzelf. Ze keek in de spiegel. Haar haren waren vochtig geworden van de capuchon en zaten vastgeplakt in haar slanke nek. Haar huid voelde klam aan. Het pak legde ze languit over een stoel. Die is morgen goed voor een handwas, mompelde ze en liep door naar de badkamer. Ze stapte in de douchecabine, zette de kraan open en mixte de temperatuur. Heerlijk zeg zo’n warme douche. Uit een flacon spoot ze wat geurige lavendel op een washand en smeerde zich van top tot teen in en spoelde zich daarna af. Na het douchen wikkelde ze zich een badhanddoek, droogde haar haren  en kroop in bed. Ze voelde haar lijf tintelen en haar gedachten dwaalde af naar die Jan in zijn boerenkiel die had verteld dat hij samen met zijn broer een melkveehouderij hadden in Zuid-Holland. De afstand van Brabant naar Zuid-Holland was niet zo ver weg, ongeveer twee uur rijden. Ze hadden de afspraak gemaakt dat hij haar zou ophalen om zijn bedrijf en dat van zijn broer te bezichtigen. Dat vond ze een leuk idee. Het leek haar wel een serieuze jongen en nog knap ook met zijn blonde haar en blauwe ogen. Hij was lang en gespierd.

          Zoals afgesproken haalde Jan, na twee weken na de carnaval Rita op. Ze zag er leuk uit met haar spijkerrok en gestreept truitje. Ze had haar koperkleurige haar in een paardenstaart gedaan. Het stond haar erg leuk. Het was weer druk in de stad door het verkeer en de vele mensen die op straat liepen. ‘

Voor even lijkt het mij wel gezellig, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de rust van het platteland!’ zei hij onderweg tegen Rita.

Ze knikte. Ze was in de ban van deze jongen. Hij zag er vlot uit in zijn rode polo met spijkerbroek. Zijn jack hing los langs zijn slanke lijf. Ze genoot van hem met zijn vlotte babbel.

Opeens draaide hij het erf op. Ze hoorde het gekraak van grint onder de autobanden. Ze deed het raam van de auto open en zag een oude maar nog in goede staat verkerende boerderij met aan de achterzijde van het pad twee grote schuren en een kleine stal. ‘

‘Kom  maar uit de auto Rita?

Hij zag dat ze haar slanke benen uit de auto  zwaaide op het moment dat hij haar portier opendeed. Even voelde hij een rilling over zijn hele lijf lopen. ‘Wat een heerlijke vrouw, dacht hij’.

          Bij binnenkomst op de boerderij viel het haar op dat Jan een vrijgezel leven leidde. Hij woonde aan de achterzijde van de boerderij.

‘Ik zal je de kamers laten zien Rita!’.

Ze zag een grote hal met op de vloer gekleurde boeren tegels. Er kwamen vier deuren uit in de hal. De rechterdeur was de slaapkamer. Er stond een metalen bed in, een bureau, een grenen linnenkast en een raam dat uitkeek op de zijkant van de koeienstal. Op een stoel bij het bureau hingen verschillende kledingstukken en het bureau lag vol met paparassen.  Ze liepen de hal weer in naar de woonkamer die er netjes uitzag. Er stond een rode stoffen bankstel met twee zwarte kuipstoeltjes van leer. Op een lage grenen hoekkast stond een televisie met een groot scherm, hij hield zeker van televisie kijken bedacht ze zich ineens. In het midden van de kamer tussen twee deuren, stond een mooie schouw voorzien van Delfts blauwe tegeltjes met daarvoor een houtkachel. Alleen een lamp met een kap met franjes in een hoek van de kamer vond ze wat ouderwets. Ze keek door één van de twee openslaande ramen naar buiten en zag een weiland dat bijna reikte tot aan de horizon. ‘

Weet je zei Jan tegen haar: achter mijn weiland ligt Vliegbasis Rotterdam The Haque!’. Daar landt zo af en toe onze koningin als ze weer eens van een officieel bezoek terugkomt.

Ja, dat heb ik weleens gehoord op de televisie. Eerst heette het vliegveld Zestienhoven, meen ik!’.

‘Nou je bent aardig op de hoogte Rita!’.

          Ze liepen de kamer uit richting de keuken.

‘Die is groot Jan zei ze tegen hem!’.

Grenen hout was blijkbaar zijn favoriet zag ze, want in de moderne keuken was er ook een grote eetkamertafel met zes rieten stoelen met schattige gestreepte kussens.

‘Waarom zo’n grote tafel met zes stoelen Jan, vroeg ze aan hem?’.

‘Ik had je verteld dat mijn broer aan de straatzijde van onze boerderij woont met zijn vrouw, maar had vergeten te vertellen dat hij nog twee kinderen heeft een jongen Bas en een meisje Linda. Zo af en toe komen ze weleens buurten en dan moet je natuurlijk wel stoelen hebben.’

‘Nou begrijp ik het zei Rita tegen hem’.

          De laatste deur in de keuken deed hij open en ze zag een grote, maar nog ouderwetse badkamer.

‘Deze badkamer wil ik al een tijdje opknappen, maar door drukte komt het er maar niet van. Mijn broer Piet en ik hebben het druk met ons bedrijf en heb ik niet altijd tijd om te klussen. Ik denk er zelfs over om een aannemer in de hand te nemen. Hier en daar moet nog wel wat opgeknapt worden, maar alles op zijn tijd.’

Ze lachte naar hem en hij naar haar.

‘Kom we gaan koffie drinken. Zet je weekendtas maar in die zijkamer, want daar slaap je voorlopig.’ In deze kamer kwamen nog weleens vrienden logeren, maar nu niet meer, want ze zijn beiden getrouwd, dus van logeren komt er niets meer van en hij grinnikte. Vanavond zal ik je voorstellen aan mijn broer en zijn gezin!’. Hij zette de koffiekan met twee bekers op tafel en een schaaltje stroopwafels.

          Rita stapte met haar weekendtas naar de zijkamer die er modern en opgeruimd uitzag. De kamer had een leuk behangetje, een grenen bed en linnenkast met ovale spiegel en een raam. Ze deed het raam open en snoof de geur op van het weidse landschap. Wat een serene rust is het hier. Heel anders dan in mijn stad. Geen getingel van trams, de uitlaatgassen van autobussen, dacht ze bij zichzelf. Ze plaatste haar weekendtas op een stoel en ging de woonkamer weer binnen.

‘En wat vind je ervan Rita?’ vroeg hij aan haar.

‘Heerlijk rustig is het hier Jan!’.

‘Je moet er wel even aan wennen dat je af en toe koeien hoort loeien, maar je vertoeft tenslotte op een boerderij.’

          Die middag zetten ze het gesprek voort en ’s avonds maakte Rita kennis met Piet en zijn gezin. Piet grapte tegen zijn broer: “wat je ver haalt…dat is lekker”, zei Rita lachend tegen Piet.

          Nadien volgde er over en weer nog vele ontmoetingen tussen hen en op een zekere dag besloten ze samen dat ze bij hem kwam wonen. Het beviel haar wel om mee te helpen op de boerderij. Ze miste Breda niet meer want het landschap en de stilte hadden haar veroverd. Soms ging ze voor boodschappen naar de stad Rotterdam, maar was altijd weer blij dat ze terug was in het uit de kluiten gewassen dorp Berkel-Rodenrijs. Jan had intussen kennis gemaakt met de ouders van Rita die nog in ’s Hertogenbosch woonden en vonden het fijn dat hun dochter haar plekje had gevonden. Het klikte tussen de boerenzoon uit Zuid-Holland en hun Brabantse dochter en vonden het een goede partij voor haar.

          Ieder jaar gingen Jan en Rita nog trouw naar het ‘ginneken’ in Breda om carnaval te vieren in Café ‘de Vrachtwagen’, maar teruggaan naar deze stad dat deed ze nooit meer.

          Na drie jaar samen te hebben gewoond kocht Jan een nieuwe inboedel. De badkamer werd vernieuwd en er werd geschilderd en vrij snel erna in september van dat jaar trouwde ze. De familie en vrienden voerden ’s avonds een sketch op voor het bruidspaar. Jan en Rita moesten hard lachen toen een paar gasten verkleedt als poes en een paar in boerenkiel de zaal betraden en de polonaise gingen lopen, waarbij alle kattenstaarten heen en weer zwiepten. Dat was een aandenken aan de tijd dat ze elkaar tijdens het carnaval hadden ontmoet in Breda. Een boerenzoon in kiel en een stadse poes.