VLASSIG HAAR

kaal-hoofdVlassig haar

Het was druk in het bruine café. Alle klaverjassers waren aanwezig alsook andere klanten. Jan kwam binnen en nam zoals gewoonlijk plaats aan de leestafel. ‘Koffie? Jan, vroeg Nel, die hem zojuist zag zien zitten. ‘Graag Nel!’ Nadat ze de koffie bij hem had neergezet, liep ze terug achter de bar. Joep stond voorover gebukt om iets uit de koeling te halen.
Nel keek bovenop op haar man zijn kruin. Onverwachts streek ze met haar vingertoppen door het beetje haar dat Joep nog had.
‘Je wordt kaal man!’ zei ze.
‘Kan het wat zachter Nel? Je zet mij voor gek bij al mijn klanten?’ antwoordde hij.
‘Ik ken iemand die een middeltje heeft tegen kaalheid. Ik zal eens aan haar vragen waar ze dat middel heeft gekocht’ zei ze weer.
Enkele klanten hoorden haar opmerking en moesten lachen.
‘Ja, Joep je wordt inderdaad kaal’ antwoordde een klant die het gesprek had gehoord. Bovenop zit nog wat vlassig haar.
‘Nog even, en je lijkt op een biljartbal, riep Karel vanaf zijn barkruk.
De ene opmerking na de andere passeerde de revue.
Onverwachts kwam er wat meer leven in het café, merkte Jan. Iemand riep: ‘Waar geen haar is, zitten hersens!’
Joep kreeg een hoofd als een biet: ‘Wil je voortaan je mond houden?’ Nel.
‘Mijn vrouw Alie zei ooit: ‘dat een dopje Pokon wonderen doet.’
‘Begin jij nu ook al Chris! Ik voel mij in mijn kuif gepikt.’
‘Ik maak maar een geintje man. Trouwens, je hebt helemaal geen kuif.’
Joep zag er werkelijk de humor niet van in, zag Jan.
Nel hoorde alle opmerkingen aan.
‘Sommige middelen zijn wel goed voor je haar. Bier is namelijk een goede haarversteviging’ zei ze weer.
‘Doe ons dan maar een rondje haarversteviger’ riep een van de klaverjassers.
De klanten schaterden het uit van het lachen.
‘Oké, mensen! Het is weer genoeg geweest voor vandaag’ riep Nel met luidde stem.
Ze liep terug naar haar man en pakte onverwachts zijn hoofd vast en ze zei: ‘Ondanks je vlassige haar blijf jij mijn eigen kale neut, Joep en ze gaf hem een zoen op zijn bijna kale schedel.
‘Dat is pas humor Nel’ riep Jan vanaf zijn leestafel.
‘Mijn vrouwtje, heeft voor elke kwaal wel een oplossing mannen’ antwoordde Joep. Alleen moet ze niet zo voor haar beurt praten.’
Nu moesten ze allebei lachen en de klanten lachten mee.

Ome Aart

oude%20Horn%20leerdam

 Leerdam

Jaren geleden ontmoette ik een zekere ome Aart. Zo mocht ik de tachtig jarige man noemen. Hij had een rijzig gestalte, grijs haar en een smal gezicht. Een alleraardigst persoon. Steevast kwam hij in mijn dorpscafé jenever drinken. Hij werd een van mijn favoriete klanten.

Ik had al snel door dat hij een probleemdrinker was. Na verloop van tijd kwam het hoge woord eruit. Zijn vrouw was nogal het  overbezorgde type. Ze was bang dat hem wat overkwam en claimde hem teveel. Dat vertelde hij mij in vertrouwen. Omdat ik zijn vrouw niet persoonlijk kende, nam ik zijn verhaal maar voor lief.

´s Morgens kwam Aart meestal als eerste binnen en ging halverwege de middag weg. Ik had altijd met de man te doen. Het was een goedzak. Altijd betaalde hij keurig zijn rekeningen. Als hij te lang bleef zitten in het café, belde steevast zijn vrouw Alie op.

‘Zou u alsjeblieft Aart naar huis willen sturen?’ vroeg ze dan.

‘Het is zeker weer mijn vrouw die belt? Zeg maar dat ik er niet ben.’

Deze gesprekken waren steeds een terugkerend ritueel. Als ik hem weg zou sturen ging hij zeker naar een ander café in het centrum. Op het oog kon men nooit aan hem zien of hij teveel had gedronken. Hij sprak nooit met een dubbele tong. Ik zag het aan zijn gezicht, dat steeds rode werd. Zolang hij op zijn kruk bleef zitten ging alles goed.

Op een namiddag ging hij weer naar huis. Nadat hij had betaald stapte hij van zijn kruk af en zwalkte richting de uitgang. Al een paar keer had ik hem gewaarschuwd om niet te veel te drinken. Dat deed ik uit bezorgdheid voor hem.

‘Ik denk niet dat het goed gaat met Aart’ zei ik tegen mijn ober  Marc. De fiets van Aart stond op zijn vertrouwde plek tegen de gevel. Hij liep ernaartoe en raakte uit balans. Even later stapte hij op zijn fiets.  

‘Ik denk dat ik ome Aart maar naar huis toe breng’ Marc. Ik vind dit veel te gevaarlijk worden.’

‘Dat lijkt mij een beter idee’ antwoordde hij.

Net op het moment dat ik op de drempel van de deur stond, reed ome Aart inmiddels in het midden van de straat. Ik kon hem lopend niet meer inhalen. Tenslotte ging ik maar weer naar binnen. Het zat mij niet lekker.

“Gelukkig woont hij in de buurt’ mompelde een andere klant bij mijn binnenkomst.

Rond 16.00 uur ging de telefoon.

‘Het is Alie voor jou’ zei Marc.

Verbaasd nam ik de telefoon aan en hoorde Alie haar stem.

‘Is Aart nog bij jullie?’ vroeg ze. Ze klonk bezorgd.

‘Hij is al ruim twee uur geleden naar huis gegaan’ Alie. Tijdens ons gesprek hoorde ik, op een gegeven moment, haar deurbel rinkelen.

Er staat politie voor mijn deur zei ze, lichtelijk in paniek en ze hing op. ‘Wat was er gebeurd?’ vroeg ik mij inmiddels af.

Die nacht kon ik niet slapen en moest ik maar aan ome Aart denken. Het antwoord kwam sneller dan ik had verwacht.

De volgende ochtend rinkelde de telefoon. Het was een verdrietige Alie die aan mij vertelde dat een voetganger Aart bewusteloos had gevonden bij het water. Zijn fiets was in de Linge gevallen. Zelf lag hij op de rand van de kade. Door de val van zijn fiets, was hij met zijn hoofd tegen een betonnen paaltje aangevallen.

‘Voorlopig kan hij niet meer komen’ zei ze tegen mij. Hij heeft namelijk een zware hersenschudding. Dat had een politieman haar gisteren verteld. Ik wilde dit jullie even laten weten.’

‘Wens hem maar beterschap namens ons’ zei ik tegen haar.

Nog diezelfde dag liet ik een boeket sturen naar hem en ging ik een paar keer bij hem op bezoek. Marc nam dan de zaak waar. Zo leerde ik ook zijn vrouw Alie persoonlijk kennen, die ik regelmatig aan de telefoon had. Ik merkte dat ze inderdaad een overbezorgde vrouw was. Bijna was ook haar man verongelukt, net als hun enige dochter die een paar jaar geleden door een verkeersongeluk om het leven was gekomen, vertelde ze mij tijdens de koffie.

Ze hadden er veel verdriet om gehad. Vooral Aart, kon het verlies niet verwerken.  

Toen begreep ik de reden waarom deze lieve man aan de drank was geraakt. Je had nu eenmaal gezelligheidsdrinkers, maar ook probleemdrinkers, wist ik.

Een paar maanden later kwam Ome Aart onverwachts weer in het café. Hij was nu samen met zijn vrouw Alie. Vanaf dat moment kwam hij sporadisch nog maar alleen.

Als ze samen kwamen dronken ze eerst koffie. Daarna dronk Aart steevast twee borrels en zij een advocaatje zonder slagroom. Daarmee was de kous af volgens Alie. Samen gingen ze dan weer naar huis. Aart vertelde mij, dat de politie hun had verteld dat hij bijna in het water was gevallen. Hij was erg geschrokken van het bericht. Het voorval deed hem aan zijn overleden dochter denken. Bijna was Alie mij ook kwijt geraakt. Hij had er niet aan moeten denken.

Op een zeker moment, had ik samen met Alie afgesproken dat ik haar man voortaan met mijn auto naar huis zou brengen als hij alleen het café zou bezoeken. Voor hem maakte ik toen een uitzondering. Ome Aart en zijn vrouw Alie waren mensen waarmee ik ooit een speciale band had. Ik zal ze nooit vergeten.   

 

 

 

RESPECT(LOOS).

In de plaatselijke pub ‘het doelpunt’ volgen voetbalsupporters een voetbalwedstrijd op een groot beeldscherm.

Deze avond speelt hun A-team uit Biggenkerke tegen FC de kopstoten uit Zwammerdam.

‘Wat een dombo is die scheidsrechter en waarom fluit hij nou, roept Koos verbolgen?’ Hij springt omhoog vanuit zijn eiken stoel, die achterover op de planken vloer valt. Van schrik stoot hij ook zijn fluitje bier omver. Het kostelijke vocht sijpelt over de tafel en druipt over de witte sportschoenen van een klant die aan zijn tafel zit.

‘Wat doe je nou kerel, kijk mijn nieuwe sportschoenen eens, die zijn nat van het bier? Moeder de vrouw zal daar niet blij mee zijn als ik thuiskom en mijn sokken zijn ook nat. Dat zal lekker stinken!

Er klinkt een luid gefluit bij een bijna doelpunt. De supporters staan gelijktijdig op vanuit hun zitplaatsen, om even later weer te gaan zitten. ‘Daar fluit hij weer die zak tabak, krijst Pietje, die op een barkruk de wedstrijd volgt en net een teug neemt van zijn pul bier.’ Zijn billen hangen als hamlappen over zijn barkruk ziet zijn maat die naast hem op een barkruk zit. Onverwachts laat Pietje een boer.

‘Gatver, wat stink jij uit je mond man; wat voor tandpasta gebruik jij eigenlijk?

‘Even dimmen maat! en hij laat weer een boer waardoor hij gaat hikken.

‘Wij pikken het niet langer meer, weg met die scheids joelen enkele stamgasten.’

‘Zeg Jan, die onverwachts met zijn vuisten op tafel slaat, kijk je uit voor mijn inventaris die moet nog langer mee dan vandaag? Het hout kraakt.

‘Kap nou even met je hikken man, ik krijg er de zenuwen van, zegt zijn maat weer.’ Maar het hikken blijft. Hij geeft hem een paar ferme klappen tussen zijn schouderbladen, waardoor Pietje van zijn barkruk valt.‘Kolere maat, wat doe je nou?’

‘Mot dat gekrakeel nou schreeuwt Ton die achterin de pub zit tegen Pietje en zijn maat. Jullie verstoren de wedstrijd.‘Zal ik even komen?’

De supporters zitten op het puntje van hun stoelen. De tafels staan vol met flessen bier, lege glazen met hier en daar een uitgekauwd vel van een Duitse harde worst. Sommige rood wit geruite, kleedjes liggen schots en scheef op de tafels, die de vorige avond waren gewassen en gestreken door de vrouw van Sjaak.

‘Kijk die lange Appie eens van FC de kopstoten. Hij haakt voor de tweede keer pootje bij onze Niek en met een pijnlijk gezicht strompelt hij nu naar de zijlijn, zegt Koos weer.’ Hij ziet dat iemand van de EHBO hem te hulp schiet.

Er galmt een boe-geroep door de pub. De wedstrijd gaat  weer verder. Iedereen zit verhit aan het beeldscherm gekluisterd. De onrust blijft, tot aan het laatste fluitsignaal.

Met een eindstand van 0-0 verlaten de gasten rumoerig de pub. Sjaak kijkt met afgrijzen naar zijn inventaris. Hij strijkt door zijn grijze haar en mompelt: ‘Goddank, nog twee jaar dan sluit ik de Pub en ga ik met mijn vrouw Bep eindelijk met pensioen.’