EEN ONVERWACHTE DURE GRAP

Er rammelde iets onder mijn motorkap tijdens het autorijden. Het toeval was, dat ik in de buurt reed van mijn autodealer. Het voelde niet goed. Even later parkeerde ik mijn Hyundai op het terrein bij de Hyundaidealer. Nadat een van de automonteurs het geluid had geconstateerd, stond de auto even later ter controle op de brug. De chef werkplaats trakteerde mij op koffie. Het duurde een eeuwigheid voordat ik te horen kreeg wat uiteindelijk de klacht was. Na de koffie liep ik door de showroom en zag een jonger exemplaar Hyundai staan. Met mijn huidige auto had ik de laatste tijd enkele reparaties gehad.
De chef van de werkplaats kwam weer naar mij toegelopen. ‘De krukas van de auto is dusdanig kapot mevrouw, dat een nieuw exemplaar zaaks is. U heeft geluk gehad dat de auto niet tot stilstand is gekomen tijdens het rijden’ vertelde hij mij. Een kapotte krukas? Wist ik veel wat dat was. Even later wordt mij duidelijk dat ik niet meer met de auto mag en kan rijden. ‘Wij kunnen een nieuwe krukas plaatsen mevrouw, maar dat kost een boel geld en ik moet de krukas bestellen.’ Daarbij is uw auto bijna 7 jaar oud.’
Na wat over en weer gepraat, weet ik niet wat ik moet doen en ik bel mijn man op. Ook vertel ik hem dat ik een veel jonger type auto heb gezien in de showroom. Hij spreekt af om na zijn werk alsnog naar de autodealer te rijden met de bedrijfsauto. Bij zijn aankomst besluiten wij om in de oude auto geen nieuwe krukas te laten plaatsen omdat dit een dure aanschaf is. Wij staan voor een dilemma. Hoeveel krijgen wij voor onze auto die nu op de brug blijft staan als wij het nieuwe exemplaar Hyundai in de showroom zouden aanschaffen. Uiteindelijk komt de autodealer met een aardig bod als wij de veel jongere auto kopen. Intussen zit ik al een aantal uren in de showroom en ben ik toe aan de derde kop koffie. Het wordt een onverwachte dure grap. De lichtblauwe Hyundai zeggen wij na zoveel jaar vaarwel en wordt de koop gesloten. Al met al een onverwachte aanslag op onze portemonnee.
Even later rijden wij met een leenauto van de autodealer naar huis en hebben wij afscheid genomen van onze trouwe vierwieler die door een kapotte krukas niet meer vooruit te branden is.

Hulp verlenen of toch niet?

 

 

Onderweg naar ons huis met onze auto, sluit mijn dochter aan achter een rij auto’s die langzaam rijden. Ter hoogte van een restaurant in onze wijk staat een blauwe bedrijfsauto dwars op de weg. De auto’s voor ons rijden langs deze auto heen. ‘Begrijp je dat nou mam? zegt mijn dochter. Er is niemand die zijn auto even parkeert in die lege parkeervakken en polshoogte neemt wat er aan de hand is?’ Wij staan als negende in de rij en kunnen de situatie nog niet goed overzien. Niemand die blijkbaar de moeite neemt om te stoppen om iets te gaan doen. Als de voorgaande auto’s inmiddels door het groene stoplicht zijn gereden passeren wij eindelijk de plek des onheils. ‘Er zit niemand in de auto’ zeg ik tegen haar tijdens het passeren. ‘Nadat wij het bedrijfsautootje voorbij zijn gereden parkeert mijn dochter onverwachts onze auto op een van de lege parkeerplaatsen voor het restaurant en ze stapt uit. ‘Ik ga eens kijken wat er aan de hand is mam? zegt ze. Wie weet ligt er iemand voorover in zijn stoel’ en ze loopt weg. In mijn zijspiegel zie ik dat ze aan de kant van de stoep de bedrijfsauto inkijkt. Blijkbaar ziet ze niets en ze loopt meteen het restaurant in. Intussen stopt er nog steeds geen auto. Schandalig denk ik. Je zal maar iets zijn overkomen? dan ben je als slachtoffer de klos. Even later zie ik haar terug komen. Ik zie een jonge bouwvakker in haar kielzog lopen met een oranje veiligheidsjack aan. Hij loopt snel naar de desbetreffende auto. ‘Wat is er nu eigenlijk gebeurd?’ vraag ik aan mijn dochter als ze weer is ingestapt. ‘Aan een serveerster vroeg ik of zij wist van wie die auto was die dwars op de weg staat?’ De enige klant die hier zit is een jongen die met zijn rug naar het raam zit’ antwoordt ze en ik loop meteen naar hem toe. Als ik hem vraag of de blauwe auto van hem is, zegt hij: ‘Wat stom! Ik ben vergeten de auto op de handrem te zetten en hij loopt direct naar buiten.’ ‘Bedankt!’ roept hij mij nog na. Mijn dochter start inmiddels onze auto en sluit aan in de rij achter de automobilisten die intussen voor het rode stoplicht staan. Toch blijf ik mij verbazen over sommige mensen. Hoe anders had het af kunnen lopen.