De vondst (opdracht voor 10 febr.2016)

 

 

De vondst

 

Den Haag. Een grijze donderdagmiddag. De regen slaat tegen de metershoge ramen van het statige oude pand van Lucia en Jeroen. Ze zijn liefhebbers van alles wat oud is. Het huis blijft zoveel als mogelijk in tact tijdens de verbouwing. Er komt veel aan het daglicht. Oude bedrading en leidingen moeten worden vervangen. Vanuit het puin verrijst al iets moois. De planken vloeren, rozetten aan het plafond, binnendeuren, de schouw en deur- en raamkozijnen blijven intact. Het pand behoudt zijn voorname uitstraling.

Bij het verwijderen van drie lagen behang onder een vensterbank, trekt Jeroen onverwachts een baksteen mee die los zit. Met een plof valt deze op de houten vloer. Hij pakt de rode steen op en wil deze terugplaatsen. Hij schraapt met zijn hand wat oud cement weg. Zijn hand stuit tegen iets aan voelt hij. Hij bukt, kijkt in de loze ruimte maar ziet niets. Weer gaat hij met zijn hand het donkere gat binnen. Hij voelt met zijn vingers dat daar iets ligt. Voorzichtig trekt hij wat hij voelt naar zich toe. Verbaasd ziet hij dat het een vergeelt, opgevouwen krant is. Door de stof die gelijktijdig wordt meegetrokken hij moet hoesten. De krant s opgevouwen en voelt zwaar. Het lijkt op een onzorgvuldig ingepakt pakketje. Wat een vreemde plaats om iets te verbergen, denkt hij.

‘Lucia!’ kom eens gauw? Galmt zijn stem door de lege ruimte.

‘Ik kom zo dadelijk Jeroen. Ik ben bezig met het afstomen van het behang in onze slaapkamer.’

‘Wil je nu toch maar even komen? Ik wil je wat laten zien!’

‘Kan dat straks niet? Ik sta bovenop de keukentrap.’

‘Dan niet!’ mompelt hij geërgerd.

Hij loopt naar een kleine klaptafel toe die midden in de kale ruimte staat. De krant zit nog onder het stof. Voorzichtig maakt hij de krant open waardoor hij weer moet hoesten. Bovenaan de krant leest hij een datum: 4 april 1943. Dat is 20 jaar voor zijn geboorte. De krant is gedrukt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door het gewicht scheurt de krant deels open. Wat ziet hij daar! Er steekt iets uit dat op goud lijkt. Er vallen gouden- en zilveren sieraden op de tafel. Prachtige kettingen, armbanden, horloges en enkele ringen. Hij kijkt er enkele seconden na en merkt niet dat Lucia is binnengekomen. Ze ziet Jeroen staan bij het tafeltje. Tussen de flessen frisdrank, lunchdoos en plamuurmes liggen prachtige sieraden, waaronder een ketting met een grote edelsteen. Waar komen die opeens vandaan, vraagt ze zich af.

‘Waar komen deze sieraden vandaan?’ vraagt ze aan hem. Met haar hand tikt ze tegen zijn schouder, omdat ze ziet dat hij haar blijkbaar niet heeft gehoord.

‘Jeroen! Van wie zijn die sieraden?’ vraagt ze.

‘Dat weet ik zelf ook niet Lucia!’ antwoordt. Hij ziet dat ze nu bij hem staat. Hij vertelt aan haar wat er zojuist is gebeurd. Tussen de sieraden ligt ook een afgescheurd stukje papier. Er staat met potlood iets opgeschreven. Door de schrijfstijl lijkt het net alsof degene die dit heeft geschreven haast heeft.

Er staat geschreven: Deze sierraden behoren toe aan de familie van Benjamin Cohen. Er staat een geboortedatum van deze persoon en een adres geschreven. Ook staat er een datum bijgeschreven. Het adres behoort toe aan dit huis. Het huis waar hun nu wonen. 6 april 1943 staat er geschreven. Twee dagen later nadat de krant is gedrukt.

‘Hier woont van oorsprong de familie van Benjamin Cohen, Lucia.’

Hij neemt plaats op één van de campingstoelen die bij het tafeltje staan. Lucia komt erbij zitten.

‘Deze sieraden zijn, om een bepaalde reden, onder de vensterbank verstopt, vermoed ik Jeroen. Mijn ouders vertelde dat er in die tijd razzia’s waren om Joden op te pakken. Zonder pardon werden deze mensen uit hun huizen meegenomen om vervolgens te worden getransporteerd naar verschillende concentratiekampen.’

‘Dat denk ik ook, antwoordt hij. Ik ga op onderzoek uit en doe navraag bij de gemeente en bij het Nationaal Haags Archief om erachter te komen of er nog iemand van deze familie leeft en of er nog nazaten zijn. Pas als wij zeker zijn van de gegevens, brengen wij deze sieraden naar deze persoon toe. Ze moeten in de familie blijven.

De verbouwing wordt door hun een paar dagen stilgelegd. In het Nationaal Haags Archief komt Jeroen er achter dat de familie van B. Cohen op transport zijn gezet. Bij de gemeente blijkt inderdaad dat het huis ooit behoort tot deze familie. Ze woonde daar een groot deel van hun leven. Nu moet hij nog op zoek gaan naar eventuele nazaten. Met de hulp van een archivaris van het Nationaal Archief blijkt dat er nog nazaten zijn, waarvan er één persoon een directe afstammeling is van de familie, aldus de archivaris. Om te voorkomen dat er naar aanleiding van het artikel in de krant malafide personen de sieraden zouden opeisen, bewaren ze de persoonsgegevens als bewijs.

Omdat het een bijzondere vondst is werd er in een groot dagblad door Jeroen en Lucia een artikel geplaatst over de bijzondere vondst in het statige pand waarvan zij nu de eigenaren zijn. In het artikel staat geschreven dat een nazaat van de overleden familie Cohen door hun is gevonden. De sieraden hebben uiteindelijke bestemming gekregen na een roerige periode die ook nog de pers haalt. Zo blijven ze alsnog in de Joodse familie Cohen.

Advertenties