Het is bijna Pasen

IMG_20180321_163745_060

Haan en kip in kruiwagen.

Advertenties

5 maanden ESCAPE

FB_IMG_1516911201205.jpg

Beste WORDPRESS-vrienden,

In 2005 heb ik een studie Grafisch ontwerpen gevolgd. Over 5 maanden hoop ik met pensioen te gaan. Daaraan voorafgaande kreeg ik weer de kriebels om met mijn gave tekenen en schilderen eens een studie als Illustrator te volgen. Door de jaren heen hebben mensen tegen mij gezegd dat tekenen c.q. het maken van illustraties mij wel ligt. Eigenlijk teken ik al vanaf mijn prille jeugd en schilder ik ook zo af en toe. Alles op het gebied van tekenen vind ik leuk. Het maken van illustraties, Mandala’s, Zentangle, logo’s, kortom alles op tekengebied interesseert mij. Jullie hebben gemerkt dat ik zo af en toe foto’s van mijn tekeningen c.q. schilderijen op WORDPRESS zet. Nu ik het illustreren meer wil uitdiepen en daarnaast ook meer van de geschiedenis wil afweten, ben ik van nu af aan wat minder frequent op WORDPRESS vanwege deze studie. Voorheen schreef ik vanaf mijn 50e korte verhalen, maar sinds vorig jaar gaf het tekenen mij meer inspiratie. Het schrijven van verhalen staat sinds vorig jaar op een laag pitje. Maar ja, bij mij weet je het nooit. Zo af en toe laat ik wat van mijn creaties zien.

De Elfstedentocht van 1997

elfsteden-1997

‘’It giet oan!’’, liet voorzitter Henk Kroes in de winter van 2 januari 1997 via het journaal aan het Nederlandse publiek weten. Elf jaar lang was er geen Elfstedentocht meer geweest, waardoor de Elfstedenkoorts flink was opgelopen. Er waren mensen die niet meer geloofden dat er ooit nog een Elfstedentocht zou komen, maar men vergiste zich deerlijk. Het zou een bijzonder zware tocht worden, met harde wind en flinke kou. De vijftiende Elfstedentocht werd gereden op 4 januari 1997.
Elfstedenkoorts
Na de bekendmaking van Kroes stond Friesland massaal op zijn kop. De Elfstedenkoorts brak weer aan. Er werden duizenden telefoontjes per minuut gemaakt, alle hotelkamers en pensions in Leeuwarden waren binnen een dag bezet en toeschouwers belden willekeurige Friese nummers voor een slaapplek. De NOS plaatste 70 camera’s, waarmee de tocht live werd uitgezonden en zelfs vanuit de lucht. Dat weet ik nog goed omdat ik ook aan de buis zat gekluisterd. Vanaf het kraaien van de haan tot aan middernacht was de NOS aanwezig. Alles om de tocht der tochten in beeld te brengen. Het resulteerde uiteindelijk in een kijkersaantal van 9,2 miljoen Nederlanders.
De vijftiende Elfstedentocht werd een barre tocht, zelfs de zwaarste tocht na die van 1963. De gevoelstemperatuur kon tijdens windvlagen rond -18 liggen, met een maximale middagtemperatuur van -3. Extreem koud dus. Ook waren er echter zwakke plekken in het ijs, waardoor er op sommige plekken zogenaamde ijstransplantaties moesten plaatsvinden, waaronder in Sneek.
Het werd de langste Elfstedentocht ooit, met 199,6 kilometer. In 1997 werd er in Leeuwarden gestart, waarna Sneek, IJlst, Sloten en alle andere Friese Elf steden volgden. Hierna keerden de deelnemers weer terug naar Leeuwarden, waar zij nog alsnog 300 meter moesten klunen.
Het werd een zenuwslopende uitslag. Henk Angenent won de Elfstedentocht in de slotfase met een meter verschil van Erik Hulzebosch en een tijd van 6 uur en 49 minuten. Bij de vrouwen was het een nek-aan-nek race. Klasina Seinstra wist met haar eindsprint te winnen, waarmee ze Gretha Smit achter zich liet. Klasina behaalde een tijd van 7 uur en 49 minuten. Wanneer er zich weer een Elfstedentocht zich aandient weten wij niet, als het zover is worden de schaatsen weer geslepen en raakt men weer in de ban van de schaatskoorts.

Mijn strijd in den Nederlanden

Fernando_Álvarez_de_Toledo,_III_Duque_de_Alba,_por_Antonio_Moro

Vanuit mijn verblijf in mijn vaderland Spanje, kijk ik naar buiten en zie het dorre zanderige landschap met in de verte een rood getint gebergte. De zon staat hoog aan de strakblauwe hemel. Het is augustus 1577. Het jaargetijde doet mij denken aan die warme augustusmaand 1567 in Nederland, waar ik een aantal jaren verbleef op verzoek van mijn koning Filips II.
In die tijd vernam de koning, dat tijdens een Beeldenstorm in Nederland, de Protestanten, Katholieke eigendommen vernielden in kerken. Nu ik weer aan die periode denk, stijgt opeens het bloed naar mijn hoofd. Als Katholiek kan ik dit niet accepteren. Het voorval van toen maakt mij nog steeds woest en met een harde klap met mijn vuist sla ik op een eikenhouten tafelblad in mijn kamer. Het hout kraakt. Er gutst wat wijn uit mijn kelk die op tafel staat en sijpelt langs de tafelrand op het plaveisel.
Koning Filips II gaf mij de titel “Gouverneur der Nederlanden” en gebood mij met onmiddellijke ingang te vertrekken naar dit voor mij onbekende oord, dat de Lage Landen werd genoemd. Ik moest daar orde op zaken stellen. Samen met mijn enige zoon Don Faderique, mijn adellijk gevolg en met 10.000 soldaten waaronder wat vrijwilligers, kwamen wij op 22 augustus 1567 in Brussel aan.
Door mijn komst vertrok – na jaren Landvoogdes van Nederland te zijn geweest – Margaretha van Parma, met haar gevolg en haar zoon Alexander om terug te keren naar haar geboorteland Italië. Na haar vertrek kwam er op mijn advies een Gerechtshof der Beroerten, oftewel de Bloedraad. Daar werden ongeveer 8000 Protestante ketters veroordeeld en 1100 kregen er de doodstraf. Het ontgaat mij niet dat er een glimlach over mijn lippen komt. Het volk was woedend op mij en noemde mij “de IJzeren Hertog”, omdat er met mij niet te spotten viel.
Aan de strenge winters in Nederland heb ik nooit kunnen wennen. Hoe vaak heb ik het niet koud gehad in het door God verlaten land. Tot vandaag de dag heb ik pijnlijke gewrichten en voelen ze stram.
Wat koesterde ik toen het warme klimaat van mijn eigen vaderland Spanje.
Ik hef één van mijn armen omhoog, maak een vuist en schreeuw: ‘Caramba!’ Op hetzelfde moment glijdt mijn maliënkolder van een van mijn schouders af. Een vazal , aanwezig in mijn kamer, schiet mij te hulp.
Mijn herinneringen gaan ook terug naar de tijd van mijn prilste jeugd, waarbij mijn grootvader mij, na mijn geboorte , streng had opgevoed, omdat mijn vader jong was overleden. Een militaire opleiding hoorde daar ook bij.
‘Ik, Fernando Alvarez de Toledo, kom uit een adellijk geslacht’ roep ik hardop!’ Ik vocht al op jonge leeftijd tegen de Turken, de Fransen en Duitse protestanten in de slag bij Mühlberg. Veroveringen met een zege.’
In Nederland vocht mijn zoon Don Faderique samen met mij en met ons leger tegen de ketterij. Op een zekere dag had mijn zoon zich met zijn leger teruggetrokken uit Alkmaar, omdat die verdoemde Alkmaarse opstandelingen hun landerijen onder water hadden laten lopen, waardoor een deel van mijn leger verdronk. Spaanse schedels onder groen in die ongewijde grond. Toch hebben wij ook enkele overwinningen behaald, zoals in Mechelen, Zutphen en Naarden, door moord en plunderingen.
Geïrriteerd trek ik voor de tweede keer aan mijn maliënkolder die nu van mijn sterk vermagerde rug afglijdt en met veel gekletter op de afgesleten stenen vloer valt, ik zucht en ga zitten op een van trijp gemaakt rood kussen met kwasten in mijn eikenhouten stoel. De felle zon schijnt naar binnen en geeft wat licht in mijn duistere vertrek. Ik strijk door mijn grijze, vlassige, lange baard, laat mijn hoofd rusten op de knokkels van mijn hand en denk terug aan het beleg van Haarlem. Na dit beleg was mijn heroveringspolitiek erg afgezwakt.
Belastingen had ik ingevoerd om soldij aan mijn soldaten uit te betalen, maar deze opbrengsten werden steeds minder. Naast het volk moest toen ook de adel belasting betalen. Een deel van de adel verloor hierdoor hun eigendommen. Uit woede vochten sommige mee met de watergeuzen die een zeeoorlog tegen mij voerden op 1 april 1572 in Den Briel. Dit werd een van de zwartste dagen uit mijn leven. De watergeuzen hadden mijn leger een genadeklap toegediend, waarna zij voet aan wal zetten in Holland, Zeeland en andere steden. Het was een verloren strijd geworden.
Vermoeidheid speelde mij toen, na vele jaren, parten. Ik diende mijn ontslag in aan Koning Filips II om weer terug te mogen keren naar Spanje.
Op 18 december 1573 verliet ik samen met mijn zoon en een deel van mijn manschappen het drassige en kille Nederland om er nooit meer terug te keren.

Het drama van de schooltandarts

De meeste kinderen hebben vanaf de jaren 1900 en de jaren daarna trauma’s opgelopen door de schooltandarts. Zelf hadden mijn jongste zus en ik dit niet zo. Wij wisten niet beter dan dat het de gewoonte was om door een schooltandarts je tanden en kiezen te moeten laten controleren. Onze ouders stelde ons regelmatig gerust als het weer zover was.
Wij gingen dus op die bewuste dag naar de schooltandarts en waren niet bang. Een of twee keer per jaar parkeerde het busje van de tandarts bij op ons op het schoolplein en moest onze klas en alle andere schoolkinderen verplicht langs ter controle. De schooltandarts is tegenwoordig een vrijwel verdwenen beroep voor zover ik weet. Lang voor de jaren 60 kwam in 1904 de eerste schooltandarts in Noord-Holland aan op een lagere school. Het was een logisch gevolg van de in de 19e eeuw groeiende overtuiging dat de overheid verantwoordelijk was voor de volksgezondheid en daarom hygiëne onder de bevolking moest stimuleren. Vooral in grote steden kwamen toen veel infectieziekten voor. De schooltandarts en ook de schoolarts boden uitkomst en konden gratis controleren of kinderen nog gezond waren en goede gebitten hadden. Een schoolarts kan ik mij niet herinneren. Mijn ouders hadden voor ons een eigen dokter, dus naar een schoolarts hoefde wij niet.
In kleine groepjes werden wij naar de schooltandarts gestuurd en liepen wij vanuit school over het plein richting de bekende bus. De schooltandarts, die zonder verdoving gaatjes boorde en soms kiezen trok en daarbij vaak ruw en hardhandig te werk ging, vond iedereen maar niets. Ook wij niet. Wist je als kind veel. Je deed wat je werd bevolen als “brave” generatie, althans zo heb ik het toen ervaren. Enkele klasgenoten schreeuwde moord en brand, waardoor mijn jongste zus en ik ons toch niet helemaal prettig voelde door al dat geschreeuw. Hoewel sommige behandelingen geen fijne herinneringen opleverde, motiveerde de angst voor gaatjes boren bij veel kinderen vaak wel om beter hun tanden te poetsen.
Mijn onderwijzeres was meestal niet gediend van de schooltandarts of schoolarts die haar autoriteit aantastte in het klaslokaal en de lessen simpel onderbraken. De suiker kwam in opkomst en doordat er van dit zoete spul gegeten werd en het belang van een sterk en gezond gebit beter bekend was, werd de tandarts af en toe vaker uitgenodigd, ter frustratie van de onderwijzeres die de leerlingen bijna een dagdeel moest missen.
Nu ik dit jaar met pensioen ga, heb ik nog steeds mijn eigen tanden en nog een paar kiezen. Helaas trok toentertijd mijn schooltandarts snel kiezen vooral mijn zogenaamde verstandskiezen. Mijn eigen huidige tandarts beaamde mijn frustratie dat jaren geleden een aantal van dit soort kiezen zijn getrokken door de toenmalige schooltandarts en gaf te kennen dat dit toen letterlijk “de tand des tijds was” om kiezen te trekken in plaats van ze te behouden. Nu weet men als tandarts wel beter. De kiezen houden het gebit op z’n plaats. Zodra er meerdere kiezen zijn getrokken bestaat de mogelijkheid dat na jaren de tanden losser kunnen gaan staan. De tandartsen hebben alweer wat jaren tegenwoordig wél verdovingen zodat de patiënt geen pijn hoeft te lijden. Mijn drama is dat ik vanaf de zestiger jaren al een paar kiezen kwijt ben. Nog steeds ga ik een keer per jaar naar de tandarts zolang het nog kan.