De bakfiets een handig vervoermiddel

KLEINE BAKFIETS

Zo af en toe kom je weleens mannen en vrouwen tegen die op bakfietsen rijden met doorgaans kleine kinderen erin. Naast dat zo’n bakfiets er erg leuk uitziet is het ook een prima vervoermiddel. Een paar dagen geleden zat ik samen met mijn man op het terras van een strandpaviljoen in Katwijk toen er een bakfiets vanaf een duinpad bijna het strand op kwam rijden. Een vrouw trapte de fiets. In de bak zaten twee jonge kinderen tussen een aantal strandattributen. Blijkbaar was de vrouw niet alleen want een manspersoon kwam hun richting uitgelopen. Nadat hij de kinderen en de spullen had uitgeladen, reed de vrouw rechtsomkeert de transportfiets weer naar boven om deze blijkbaar op de boulevard te parkeren.
Mijn gedachten gingen terug naar het jaar 1956, toen mijn ouders met mij gingen verhuizen. In die tijd had mijn vader nog geen auto en de inventaris werd diverse keren ingeladen en weggebracht naar onze nieuwe woning. Ook ik werd als 3-jarig kind in de bakfiets neergezet tussen een aantal spullen. Mijn moeder die aanwezig was in het nieuwe huis nam mij bij aankomst van mijn vader over en bracht mij het huis binnen. Van de rest van de verhuizing heb ik niets meegekregen. Daar was ik nog te jong voor. Wel hoorde ik jaren later dat moeders staande spiegel was gekapseisd en gesneuveld.
De bakfiets, die er toentertijd anders uitzag, was een favoriet vervoermiddel dat de laatste jaren is aangepast. In plaats van een grote houten laadbak is de bak nu kleiner geworden, waarin een aantal spullen vervoerd kunnen worden, maar ook kleine kinderen, voorzien van een veiligheidsgordel. Je moet er namelijk niet aandenken dat kinderen uit een rijdende bakfiets zouden kunnen vallen omdat ze onverwachts op zouden kunnen staan. Een kind is nu eenmaal onberekenbaar.

Omtrent de eeuwwisseling werd het nieuwe model bakfiets in Nederland populair voor het vervoer van kinderen.
De voordelen van een driewielige bakfiets zijn:
• Zijn stabiliteit. Hij blijft gewoon staan bij het op- en afstappen;
• Makkelijk te parkeren;
• Hij fietst licht, ook al zit de bak vol.
Tot in de jaren 50 was een bakfiets vooral een vervoermiddel voor beroepsmatig gebruik. De laadbak was ook veel groter, maar minder diep. Veel leveranciers, zoals bakkers en kruideniers gingen met de bakfiets langs de huizen om hun producten aan de man te brengen. Vandaag de dag gebruiken veel jonge gezinnen de bakfiets in plaats van een auto. Deze fiets is in onze maatschappij niet meer weg te denken. Sinds 1990 geldt een bakfiets als fiets en mag dus op een fietspad rijden. De bakfiets is een handig vervoermiddel die eigenlijk nooit is weggeweest alleen aangepast is in een ander jasje.

Advertenties

Violen op doek

20170309_115049

Dit jaar tijdens de lente kreeg onze teken- en schildergroep de opdracht om een lente-tafereel te gaan schilderen. Ik koos voor violen. Waarom dit plantje in mijn gedachten kwam wist ik eigenlijk niet. Ooit was het niet mijn favoriete plantje. De reden was dat ik het patroon, de zogenaamde gezichtjes, een beetje eng vond. Ik had natuurlijk ook voor een andere plant of bloem kunnen kiezen.
Door mijn man, die als hobby tuinieren heeft, heb ik een andere kijk op violen gekregen. Het is een sterk plantje met verschillende kleurschakeringen. Ze staan heel lang in bloei. Steevast staan ze bij ons in bakken tijdens de lente of in een mand of hier en daar in de grond. Net als de klaproos zijn de blaadjes van de violen sterk, zelfs tijdens een stevige bries verkiezen ze hun blaadjes niet.
Toch komt er een tijd dat de violen uit de bakken worden verwijderd om plaats te maken voor ander eenjarige planten. Voordat dit ging gebeuren heb ik de violen op de kiek gezet en daarna op doek vereeuwigd.

Hoe een koe haar baas vangt

de lakenvelder

Boer Harmsen en zijn vrouw Ina schrokken vroeg in de ochtend wakker van het hevige onweer dat hun land teisterde. De bliksemschichten schoten door hun slaapkamer. Tijdens het donderen hoorde Harmsen hun koeien loeien en de varkens krijsen.
‘Ik ga even polshoogte nemen Ina. De dieren zijn erg onrustig’ en stapte direct zijn bed uit. Beneden in het achterhuis deed hij zijn overal en laarzen aan en liep via een zijdeur zijn koeienstal in. Daar trof hij twintig rumoerige koeien aan. Sommige van hen keken wild uit hun ogen. Op twee koeien na stonden er achttien achter een metalen hek. Net op het moment dat hij een van zijn staldeuren opende om richting de varkensstal te lopen, hoorde hij achter zich een hevig gekraak en zag twee koeien op hem afkomen die dwars door het houten stal hek losbraken. Meteen rende hij door de geopende deur naar buiten met de koeien in zijn kielzog. Bij zijn boerderij aangekomen brandde er licht en zag hij bij binnenkomst zijn vrouw en zoon Jaap zitten.
‘Kom meteen mee Jaap. Twee koeien zijn dwars door het hek in de stal het land opgerend.’ Samen liepen ze naar hun koeien toe.
‘Eigenlijk moet ik Tinus de stier erbij halen. Die maakt ze wel mak vader’ zei Jaap.
‘Ik denk dat het beter is om Tinus ook maar met rust te laten. Laat de koeien maar tot bedaren komen’ gaf Harmsen als antwoord. Over een uur zien wij wel weer.
De hele ochtend bleven de koeien, behalve de varkens onrustig. Harmsen liep met Jaap richting de koeien om ze naar binnen te halen. Ze moesten alsnog gemolken worden. Bertha, een flinke koe liep rustig mee richting de stal, maar met lakenvelder Gerarda was geen land mee te bezeilen. Ze loeide nog hevig. Wat Jaap ook deed om haar mee te nemen, ze verzette geen poot. Jaap gaf een paar klappen op haar billen. Ze loeide uit protest, maar deed geen poging om te lopen.
Harmsen was met Bertha weggelopen. Onverwachts zetten Gerarda het op een lopen en rende richting de stal. ‘Vader kijk uit’ schreeuwde Jaap, ze komt uw richting uit.’ Van schrik sprong Harmsen op zij, maar kon niet voorkomen dat hij door de horens van Gerarda werd geraakt en hield er nadien voorgoed een rugletsel aan over. Met een koe valt niet te spotten.

BEZINT EER GE BEMINT

CAFÉ

Jan was sinds een tijdje niet meer in zijn stamcafé geweest en ging bij binnenkomst zitten aan de bar. ‘Hallo Jan, zei Jos de eigenaar. Een biertje?’ Sinds vandaag is de zaak heropend. Wat vind je van mijn nieuwe plafond? Weet je nog dat er recent een paal in de zaak stond voor de klanten om te gaan paaldansen. Louter als grap bedoeld.’
‘Dat weet ik nog heel goed Jos. Er werden de gekste capriolen op uitgevoerd, vooral door de vrouwen. Wat hebben wij toen gelachen.’
´Op een gegeven moment lag de houten vloer vol met witkalk van het plafond. Mijn toenmalige vriendin Ank baalde omdat ze regelmatig alles moest opruimen. Het liep zo hoog op dat onze verkering uit ging.’
‘Ze had gelijk Jos.’
‘Nu heb ik een nieuwe vriendin, Janine. Zij helpt achter de bar. Ik ben smoorverliefd. Ze is goed gebekt en ziet er aantrekkelijk uit.’
Hij had het nog niet gezegd of ze kwam vanachter de bar naar binnen.
‘Goedemiddag allemaal, ik ben Janine de ladybartender en Jos zijn nieuwe vriendin. Ze gaf hem een vluchtige kus op zijn mond. Hij kreeg een hoofd als een rode biet zag Jan en hoorde enkel klanten gniffelen.
‘Zie je nou Jan, dat bedoel ik nou. Ze is iemand om van te houden’ mompelde hij toen hij haar zag weggelopen.
Een grote man stond vrijwel direct op, gaf een klap op zijn tafel toen hij had gezien dat Janine Jos een zoen op zijn mond had gegeven. Janine was naar hem toegelopen en verzocht hem om geen trammelant te maken.
Jos liep ook naar de man toe en vroeg aan hem: ‘Waarom hij op de tafel sloeg?’
‘Ik zag dat mijn vrouw u kuste. Wij zijn namelijk nog getrouwd, al leven wij gescheiden van tafel en bed.’
‘Getrouwd!’ Janine is mijn vriendin mijnheer’ antwoordde Jos.
‘Mijn vrouw is een mannenverslindster.’ U bent de zoveelste op een rij die ze het hoofd op hol brengt.’
Jos voelde zich voor paal staan.
‘Ik neem haar nu mee’ zei hij tegen de stomverbaasde Jos. Ik volg haar namelijk op de voet.’

Jos keek Janine verontwaardigd aan, zei niets en pakte vanachter de bar haar handtas en gaf deze aan haar.
‘Ga met je man mee! Janine’ zei Jos.
‘Bezint eer ge bemint’ zei Jan tegen Jos die nog steeds aan de grond genageld stond en sloot de cafédeur.

Her verstand komt met de blaren

WANDELSCHOENEN

‘Ik wil een keer meedoen met de Vierdaagse in Nijmegen, Saskia? had hij tegen zijn vriendin gezegd. Ze zag de bui al hangen. Ruud in de kreukels. Toch was ze verbaasd dat hij er geen gras over liet groeien. Na zijn werkzaamheden op kantoor en in de weekenden ging hij steevast wandelen met zijn vriend Ton die naast sporter ook EHBO-er was. De Nijmeegse Vierdaagse was in aantocht. Samen met Saskia had hij speciale wandelschoenen gekocht.
Al snel kreeg hij tijdens het lopen pijn in zijn linkerknie. Ook ontstonden er blaren die hem steevast belemmerden tijdens het lopen. Misschien had hij wel te veel gewandeld? Toch wilde hij niet opgeven, dat zou gezichtsverlies zijn. Na zijn werk ging hij wandelen in een naburig bos. Na een tijdje ontstond er onverwachts een pijnlijke scheut in zijn knie en hield hij het na 5 km te hebben gewandeld voor gezien. ‘s Avonds belde hij Ton op die hem adviseerde om naar een fysiotherapeut te gaan. Saskia zag het wandelen met lede ogen aan.
Tijdens een van zijn middagpauzes had hij een rondje van bijna twee kilometer gelopen. Hij was hondsmoe. De dag ervoor had hij een afstand van 19 kilometer gehaald, met tussenpozen van twee keer rusten. Hij had weinig problemen met zijn spieren. Die vervelende blaren, die een brandend gevoel gaven, en de steeds zeurende knie deed hem twijfelen om door te gaan. Hij had nu zijn derde behandeling bij de fysiotherapeut achter de rug en merkte nog geen verbetering.
Op een avond in bed had Saskia hem een flinke massage gegeven. Zijn nekspieren, schouders, armen en benen werden niet ontzien. Al met al voelde hij zich al een stuk prettiger. De fysiotherapeut had tijdens zijn spreekuur tegen hem gezegd. ‘Je loopt niet goed, waardoor je knieklachten verergeren. Ook blaren kunnen daardoor ontstaan. Neem zo af en toe eens wat rust’ was zijn advies.
Nijmegen, 21 juli 2017.
Met de moed in zijn schoenen moest hij de laatste afstand van de tweede dag nog afleggen. Saskia die langszij stond probeerde hem op te beuren. ‘Kom op Ruud je kan het?’ Met veel pijn strompelde hij verder. Hij wist dat hij de eindstreep niet zou halen. Bij de EHBO-post werden zijn blaren doorgeprikt en verzorgd. Aan Saskia en zijn vriend Ton moest hij alsnog bekennen dat de Nijmeegse Vierdaagse toch niet aan hem was besteed.

Geen dag als al die anderen

SONY DSC

Naast onze vakantiebungalow staat een Vlinderstruik. Vlinders vliegen af en aan. Blijkbaar ben ik niet de enige die naar ze kijkt. Een mevrouw die voor haar bungalow zit staat op en ik volg haar met mijn ogen. Ze probeert iets vast te pakken dat niet meteen lukt. Ik concentreer mij op haar handen en ik zie dat ze een vlinder wil pakken. Ik loop naar haar toe. De vlinder zit vast in een spinnenweb. ‘Zou de vlinder het redden?’ vraagt ze aan mij. ‘Ik zie nergens de spin’ geef ik als antwoord. Uiteindelijk lukt het haar om hem te bevrijden. Ze plaatst hem op een stevige tak van een kleine struik in de buurt. ‘Hij beweegt amper’ zegt ze weer. Afzonderlijk lopen wij weer naar ons verblijf.
Ik ga verder met hetgeen waarmee ik bezig ben. Aan de vlinder denk ik niet meer. De volgende dag zie ik dat hij onder de struik ligt. Een van zijn vleugels wappert heen en weer, de andere ligt roerloos. ‘Waarschijnlijk is mijn redding voor niets geweest’ hoor ik de stem van de redster achter mij. Even later constateren wij dat de vlinder alsnog dood is. Wij bekijken hem goed en zien ragfijne draden van het spinnenweb op een van zijn vleugels zitten. De plakkerige draden zijn de boosdoeners geweest.
Diezelfde middag roepen twee kinderen mij. ‘Komt u eens kijken mevrouw? Wij hebben een merel gevonden die in het gras blijft zitten.’ Merels kennende, hippen meteen weg als je in hun buurt komt. Ik loop met de kinderen mee en ik zie een merelman in elkaar zitten met zijn kopje naar beneden. Zijn lijf beweegt amper. Zijn rechteroogje zit dicht. Ik besluit om ter plekke de vogelopvang te bellen en vertel hun het verhaal. ‘Kunt u een doos over hem heen zetten voorzien van een paar gaten? Vraagt de medewerkster.’ Ik geef als antwoord dat ik op vakantie ben. ‘Ik zoek wel naar een oplossing’ zeg ik en ze beloven om de vogel op te halen. In het keukenkastje vind ik een afdruiprek en plaats deze over de vogel heen. Zo kunnen wij elkaar zien. Hij wordt opgehaald en de hulpverlener vertelt over de merelziekte. ‘Op hoop van zegen mevrouw’ zegt hij weer. In stilte hoop ik dat de merel het redt en hij wat later weer wordt uitgezet.

Zonder afscheid

Mijn verste herinneringen zijn vaag. Dit jaar is het precies 55 jaar geleden dat een van mijn oma’s stierf. Ik was toen 10 jaar. Soms vraag ik mijzelf af of ik de herinneringen met haar wel heb ervaren. Het zijn meer vlagen geworden. Oma stierf zonder afscheid te nemen van haar kleinkinderen, waarvan ik de oudste was. Onderweg naar huis, na een vakantie, vertelde mijn moeder mijn jongste zus en ik dat oma was overleden aan een longembolie en inmiddels was begraven. Wat was ik boos op mijn moeder toen ze dit vertelde. De hele weg in de auto terug naar huis kon ik er maar niet over uit. ‘Waarom heb je ons niet eerder opgehaald van het vakantieadres’ vroeg ik toen. ‘Dan hadden wij oma nog gezien?’ Mijn jongste zusje die vier jaar jonger was, beaamde dit onder een luid gehuil. Mijn vader was het deels met ons eens, maar begreep moeders bedoeling. Ze gunde haar kinderen en het nichtje en neefje deze vakantie. Zelf had ze van haar moeder ook geen afscheid kunnen nemen omdat ze snel was overleden. Het zou de eerste en de laatste keer niet zijn toen mij dit na jaren weer overkwam.

25 juli 1975 landde ik op het Vliegveld van Malaga in Spanje. De volgende dag zou ik 24 jaar worden. Ik ontving bij familie een telegram dat opa, de vader van mijn moeder door ouderdom was overleden op mijn verjaardag. Na enig overleg bleef ik alsnog in Spanje. Mijn spaargeld zat in mijn vakantie. Daardoor kon ik niet meteen terug naar Nederland. Later gaan had geen zin omdat opa dan begraven was.

Blijkbaar mocht ik geen afscheid van beiden nemen en blijft mijn vraag over ‘Waarom dit moest gebeuren? voorgoed onbeantwoord.

Onze zitbank, decadent en nostalgisch

romeinse ligbank
Een bekende winkelketen uit Zweden maakt momenteel reclame voor een zitbank, die niet alleen geschikt zou zijn om erop te zitten maar ook voor ander gebruik. In oude films over het Romeinse Rijk zie je vooraanstaande Romeinen liggen in plaats van zitten op fluwelen banken aan een lange tafel. Al liggend worden er hapjes voorgeschoteld. In onze tijd is een zitbank ook een werk- en ligbank geworden. De laatste komt overigens veel voor. Het bankstel wordt vaak als een extra bed gezien. Men hangt soms figuurlijk in een bank, soms verscholen tussen een paar sierkussens. Een bank heeft soms wat te verduren. Zitten op een bank, waar hij uiteindelijk voor is bedoeld, levert doorgaans geen problemen op. Anders wordt het als men met het bord op schoot het diner verorberd. Vlekken liggen dan op de loer. Kinderen die de bank gebruiken als trampoline. Ik denk er het mijne van.
Moet men nu zitten of liggen op een zitbank. De bank heet niet voor niets een zitbank. Een kamer werd door de Romein Plinius gezien als slaapkamer die ook als een aangepaste eetkamer door kon gaan. Zijn voorouders zaten nog tijdens het eten. Op een gegeven moment gingen zij aanliggen aan de dis, volgens een Romeinse schrijver. Net als bij ons is gezamenlijk eten een belangrijke rol in het dagelijks leven. Ook bij de Romeinen was dit het geval. Alhoewel, liggend dineren aan tafel lijkt mij geen succes. Naast plaatsgebrek lijkt het mij verre van onhandig om je eten al liggend te consumeren. Ook moet men een extra lange eetkamertafel hebben om vier personen al liggend te plaatsen.
Wat men ook voor keuze maakt, voor mij is een zitbank om er op te zitten en te rusten. Eten met een bord op schoot op de bank om een Tv-programma niet te missen, is aan mij niet besteed. Languit liggen op een bank aan een eetkamertafel, zoals de Romeinen deden kan ik mij niet voorstellen. Misschien was het aanliggen aan tafel alleen bestemd voor de welgestelde Romeinen in hun grote paleizen en niet de gewoonte bij het gewone volk. De bank was dus al bekend in de oudheid. Een meubel dat men zich eigen heeft gemaakt.

Een wereld waarin alles kan en mag?

CHAOS

Chaos

Ik ben het niet eens met een wereld waar alles maar kan en mag. Daar zit namelijk een gevaar in. Zonder enige communicatie zou dit onherroepelijk uitlopen op één grote chaos, onrust en een losgeslagen bende. Sinds jaren is dit in de wereld al het geval. Mensen raken ongewild verzadigend door heftige gebeurtenissen via de media, die door de loop der jaren steeds meer een grotere omvang krijgen. Mensen die geen respect kunnen opbrengen voor de ander brengen dit over op hun kinderen. Zo ontstaan er kwalijke situaties die je haren soms doen rijzen. Een wereld waarin mensen hun eigen plan trekken, ten goede of ten kwade.
Beperkt worden in je vrijheid is onmenselijk. Vrijwel niets mogen. Monddood worden gemaakt. Een regime die de dienst voor jou uitmaakt. Was het leven maar zo simpel om goede keuzes te maken, als je die keuze wel hebt. Voor mij is vrijheid, respect, communicatie, orde en regelmaat belangrijk. Vrijheid is een groot gedachtengoed mits er goed mee wordt omgegaan zolang de weegschaal niet doorslaat naar negatieve vrijheden.