DE VLOEK VAN DE HERTOGIN, DEEL 6 EN SLOT

Na een aantal maanden werd Bas onverwachts ziek. Voor Mark werden de rondleidingen in zijn eentje teveel. Er moest iemand bijkomen. De enige die hem kon helpen en veel van geschiedenis afwist was Rudolf. Hij ging in gesprek met de directeur die, bij enige twijfel over de psychische gesteldheid van Rudolf, hem alsnog verzocht om tijdelijk terug te gaan naar de galerijzaal. Het schilderij zou op een andere plek worden gehangen en niet meer prominent in het midden van de grote galerijzaal. Het kwam te hangen naast de doorloop van een kleinere zaal die in verbinding stond met de galerijzaal. Ook de sokkel met het zwaard kwam er bij te staan. Mark had de directeur beloofd om op Rudolf te letten.

Er was nu bijna een maand voorbijgegaan. Mark had met Rudolf afgesproken dat hij, de museumgasten die informatie wilde hebben over het schilderij van de hertogin, dit voortaan van hem zou overnemen. De kleine zaal werd van nu af aan door Rudolf vermeden.
Het was op een vrijdag voor sluitingstijd. Rudolfs laatste bezoeker was vertrokken. Hij hoorde onverwachts het geluid van voetstappen. Waarschijnlijk liep er nog een gast ergens rond. Het geluid kwam vanuit de kleine zaal. Hij keek richting de doorloop. Er was niemand te zien. Hij moest polshoogte nemen, want Mark had een half uur geleden een gesprek met de directeur. Hij wist dat het beter was om de kleine zaal niet te betreden, dat was nu het domein van Mark. Nu Mark even weg was, moest hij voor zijn gevoel toch polshoogte nemen. Het was nu sluitingstijd en iedere bezoeker moest het museum nu gaan verlaten.

Op het moment dat hij de kleine zaal in liep, stond aan de rechterzijde op zijn sokkel het beruchte zwaard. Het lag horizontaal op een marmeren blok, afgebakend door een laag koord. Hij keek omhoog en zag het schilderij hangen. Hij voelde weer de aantrekkingskracht van de ogen van de jonkvrouw op het doek. Onmiddellijk brak het koude zweet hem weer uit. Een gevoel dat steeds weer terugkwam als hij aan zijn geliefde Andrea moest denken. Het waren haar ogen die hem steeds maar in de greep hadden. Hij voelde suizen in zijn hoofd. Het was Andrea, zijn oude liefde die op het doek was geschilderd, niet de adellijke vrouw, waar Mark het ooit over had. Direct overkwam hem een beklemmend gevoel. Die ogen hadden hem in zijn macht. Met een ruk draaide hij zich om, wankelde en viel achterover. Hij voelde een hevige pijn in zijn rug en gilde het uit van de pijn en kwam hij terecht in een stille atmosfeer.

Nadat hij met de directeur over zijn collega Rudolf had gesproken, had hij hem verteld dat het goed met hem ging, zolang hij maar niet oog in oog kwam te staan met het vrouw op het doek. Ook was hij onder behandeling bij een psycholoog. Rudolf was een vriend van hem geworden. Beiden waren geïnteresseerd in geschiedenis. Hij was nu onderweg naar hem toe om hem te vertellen dat hij voorlopig mocht blijven op zijn oude stek. Bij binnenkomst in de galerijzaal was hij er niet. Hij had Rudolf nog zo gezegd om op hem te wachten.

Opeens hoorde hij schreeuwen. Hij schrok hevig. Het geluid weerkaatste door de lege ruimtes. In versnelde pas liep hij naar de kleine zaal toe waar het geluid vandaan kwam en zag iets vreselijks gebeuren. In een seconde zag hij Rudolf achterover vallen richting de sokkel met het zwaard dat hem direct doorboorden. Wanhopig schreeuwde hij zijn naam en rende naar zijn collega toe. Bij het zien van het zwaard en al het bloed zag hij dat hij niets meer voor hem kon doen. Kokhalzend bij het zien van dit alles, rende hij weer de hal in richting het kantoor van de directeur waar hij even daarvoor een gesprek met hem had gehad. De man stond net op het punt om te gaan vertrekken.
Tijdens het naar binnen komen riep Mark met luidde stem tegen de directeur dat er zojuist een drama was gebeurd in de kleine zaal. De directeur was zo overdonderd dat hij niet meteen reageerde.
‘Een drama Mark! Wat is er dan gebeurd?’
‘Rudolf is dood mijnheer! Komt u toch alsjeblieft met mij mee?’ Zo snel als hij kon liep hij achter Mark aan richting de kleine zaal en zag bij binnenkomst wat er was gebeurd.
‘Bel meteen de politie Mark?’ zei hij tegen hem en gaf hem zijn Gsm.
Bij het zien van al het bloed en het ontzielde lichaam, constateerde de directeur dat Rudolf was overleden. Bij aankomst van de politie en recherche, vertelde Mark hun over het fatale incident dat hij had gezien en over de depressie die zijn collega al maanden had. Na uitvoerig onderzoek gaf de recherche aan dat Rudolf inderdaad was overleden door een noodlottig ongeval. Het personeel was zo overmand van verdriet door het tragisch overlijden van hun collega dat tijdens de begrafenis van Rudolf het museum een dag dicht ging.

Na de heropening, sprak de directeur het personeel toe. Deze tragedie zal nooit meer worden vergeten. Het verdoemde zwaard van de hertog verdween, met het goedvinden van de familie die er al afstand van hadden gedaan, in het depot van het museum samen met het schilderij van Hertogin Elisabeth die ooit een vloek over haar vaders zwaard had uitgesproken.

Noot: het verhaal, de namen zijn fictief.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s