DE VLOEK VAN DE HERTOGIN, DEEL 2

Hij zag de kantelen van de twee donjons van het kasteel opdoemen en verheugde zich om Elisabeth weer te zien. De zware kettingen van de houten ophaalbrug gingen langzaam naar beneden. Het volk vermaakte zich rondom het kasteel. Het was een drukte van belang. Ook op de binnenplaats was het druk. Dampende paarden die door pages werden voorzien van water en een dekkleed. Hij sprong van zijn hengst af en gaf het aan een page die hem meenam naar een drinkbak. Via een uitgesleten, stenen trap kwam hij in één van de donjons terecht. Er hing een penetrante lichaamsgeur. Halfnaakte mannen liepen in het rond of zaten in bad. Op het plaveisel lag uitgestrooid stro. Er stonden een aantal ronde, houten kuipen, waar men werd gewassen. Dienstmeiden zorgden ervoor dat het water in ketels werd verhit boven het open vuur in de schouw. Hij liep naar een kuip in een hoek, waarvan het hete water werd gekoeld met koud water. Een page kwam aangelopen om hem te helpen met het verwijderen van zijn Gypoen, het overkleed dat over zijn harnas hing. Daarna werd zijn harnas verwijderd. Hij voelde zich vies. Zijn rood behaarde huid begon te jeuken. Hij trok zijn wollen onderhemd uit en liet het vallen naast de kuip. Enkele vlooien sprongen weg van zijn behaarde borstkas. Aan de jeuk van het ongedierte kon hij nooit wennen. Hij liet zich in het warme water van de kuip glijden. Op de bodem voelde hij wat glibberig zand tussen zijn tenen. Het water begon er na verloop van tijd troebel uit te zien en stapte uit de kuip. Bij het aantrekken van schone kleding zag hij op een gelagtafel tinnen kroezen en kannen staan. De wijn zou hem, na zijn lange reis, goed doen.
Het doffe geluid van holle lansen weerkaatsten tussen de muren van de binnenplaats. Hertog Joris, zijn vrouw Johanna Jacoba en Elisabeth, woonden het toernooi bij. Ze zaten op hun zetels onder een donkerblauwe baldakijn. Rondom zaten edelen. Hij zou een zwaardgevecht houden tegen Hertog Reymar van Dijck. Het duel ging nu beginnen. Hij sloot het vizier van zijn helm. Eén van de scheidsrechters zwaaide met een vlag. In zijn harnas deed hij een stap naar voren en raakte het zwaard aan van Reymar die meteen een paar raken slagen teruggaf. Het zwaard kwam rakelings langs zijn taille. Nu hield hij zijn zwaard horizontaal. Reymar sprong op zij en miste zo het doel. Kordaat sloeg hij terug. Alsnog deed hij een poging om Reymar te raken. Het zwaard kwam direct in de hartstreek terecht. Een golf van bloed gutste uit zijn lijf. Hij viel achterover in het zand en verloor daardoor zijn helm. Hij trok het bloederige zwaard uit het verminkte lijf en sloot de ogen van zijn tegenstander. Het publiek joelde: ‘Leve Jan van Bronckhorst.’ Reymar werd door drie pages weggedragen, vergezeld van een bloedspoor dat met een straal over het zand van het plaveisel droop.
Hij maakte een buiging voor de hertog en zijn familie. Ze klapten in hun handen. Die avond werd er volop gefeest in en rondom het kasteel en werden de prijzen uitgedeeld aan de winnaars van het toernooi. Dezelfde avond vertelde hij aan Elisabeth, dat hij in het voorjaar van 1353 terug zou komen om haar hand te vragen aan haar vader. Overmorgen ging hij weer naar huis.
‘Ik zal op je wachten, lieve Jan, mompelde ze.’

Wordt vervolgd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s