Weemoed en liefde in Géneve, deel 4

Donkere wolken pakten samen in de lucht. De lange vitrage van één van mijn openslaande deuren waaide naar binnen. Daarna volgde een harde klap en een geluid van glasgerinkel. Ik keek omhoog uit mijn boek en legde het neer op de armleuning van mijn gebloemde tweezitsbank. Meteen keek ik richting mijn terras en zag dat er uit een van de deuren een deel van het glas was uitgewaaid. Ik rende er naar toe en kon nog net voorkomen dat de deur met het kapotte glas weer dicht sloeg. De harde wind blies de vitrage door het gat naar binnen. Voorzichtig trok ik de vitrage er uit, maar kon niet voorkomen dat deze scheurde.
‘Verdraaid, nog aan toe, nu zit er een winkelhaak in’ mompelde ik.
Ik keek naar buiten en zag dat de lucht intussen git zwart was geworden. Dat zag er niet zo best uit. De wind stak op en gierde rondom mijn villa. Het begon te stortregenen op het terras. Ik deed meteen de deuren dicht. Wat moest ik nu doen? Ik was alleen thuis met mijn twee honden. De deur met de kapotte ruit moest voor nood worden dichtgetimmerd. Materiaal om het dicht te maken had ik niet, alleen wat gereedschap. Ik kon nu niet weg nu het raam kapot was. Stel je voor dat door de hevige wind het restant van het glas zou breken. Het centrum was te ver verwijderd om naar de bouwmarkt te gaan. Ik keek op mijn horloge en zag dat het rond sluitingstijd was. Ik moest nu snel handelen.

De enige klusjesman die ik kende was de particulier chauffeur van Hans Heeren. Dat was de oplossing. Hans verbleef voor bankzaken in de stad. Ik pakte mijn Gsm van de salontafel en draaide zijn nummer. Na een paar pogingen kreeg ik geen gehoor en ik hing op. ‘Niet thuis!’ mompelde ik. Ik werd er zenuwachtig van. Iemand moest mij toch helpen, maar wie? Opeens moest ik denken aan de knappe man die ik een paar maanden geleden had ontmoet bij de schilderijententoonstelling. Hoe was zijn achternaam ook al weer? Hij had mij een visitekaartje gegeven. Met vlotte pas liep ik naar de hal en nam gelijk mijn honden mee naar een kamer aan de voorzijde van de woning. Een koude wind waaide door de salon. Dat was niet behaaglijk voor mens en dier. Ik haalde het visitekaartje uit mijn schoudertas en las: ‘Remo Rigutto, zakenman in bont.
Direct belde ik het telefoonnummer. Zou hij wel thuis zijn, misschien vond hij het wel gênant dat ik om zijn hulp vroeg?
‘Met Remo Rigutto, hoorde ik aan de andere kant van de lijn. Met wie spreek ik?’
‘Met Caroline Swift. Ik heb u ontmoet tijdens de schilderijenexpositie van uw vriend Toni Le Clercq.’
‘Natuurlijk herinner ik u Caroline.’
Haar stem klonk gejaagd, hoorde ik. ‘Natuurlijk ken ik u nog, u heeft mij nog een rondleiding gegeven op de tentoonstelling en wij hebben daarna samen nog geluncht.’
‘Eerlijk gezegd heb ik momenteel een probleem. Ik bel u, omdat mijn klusjesman niet bereiken is. Door het noodweer is één van mijn ramen van mijn openslaande deuren in mijn salon gesneuveld. De wind en regen hebben nu vrij spel. Overal ligt er glas en een deel van mijn tapijt is nat geworden. Ik kan onmogelijk weg met dat gat in mijn raam. Ik herinnerde mij dat uw visitekaartje. Zou u kunnen helpen?’
‘U treft het Caroline, naast zakenman ben ik handig met klussen.’
‘Wat wil je dat ik ga doen?
‘Ik heb gedacht om tijdelijk tegen de openslaande deur met het kapotte glas spaanplaat te plaatsen. Op een later tijdstip laat ik een vakman komen die het glas er weer in kan zetten en mijn deur kan repareren. De wind en de regen hebben nu vrij spel. Er is wel haast bij geboden, de winkels gaan zo sluiten.
‘Ik ga nu meteen naar bouwmarkt Distridim om het materiaal te kopen. U ziet mij straks.’
‘Fantastisch Remo!’
‘Goed dat u mij heeft gebeld Caroline’ en ik hing op.

Het waaide stevig toen ik over het dek mijn pas versnelde richting mijn loopplank. Mijn jacht deinde op de golven ondanks het verankerd zat. De regen spatte op mijn gezicht. Ik trok mijn capuchon over mijn hoofd en kroop wat dieper in mijn gele regenjack. Op de kade stapte ik in mijn auto en reed met volle vaart weg.
‘Caroline! Hoe was het mogelijk! mompelde ik. Haar naam gonsde door mijn hoofd. Door deze onverwachte situatie zouden wij elkaar weer ontmoeten. Ze had mijn hulp nodig en aan hem gedacht. Ik voelde mij vereerd door deze toevalligheid. De regen kletterde tegen mijn autoraam en ik zetten mijn ruitenwissers op de hoogste stand. Eigenlijk was het geen weer om er op uit te gaan. Ik wist niet wat mij bezielde; ik deed het voor haar. Na twee kilometer reed ik de Ch. De la Rochette in en parkeerde de auto vlakbij de bouwmarkt. Door de stromende regen liep ik met ferme pas de bouwmarkt in op zoek naar spijkertjes en spaanplaat.

Ik was blij dat ik Remo had gebeld. Zo dadelijk kreeg ik hulp van hem. Ik woonde alleen in mijn mooie villa samen met Misty en Rocks, mijn twee honden. Binnenkort zou ik mijn dertigste verjaardag vieren. Mijn ouders leefde niet meer en ik miste hun nog steeds. Ik moest nu voor mijzelf zorgen. Geld had ik gelukkig genoeg. Mijn ouders waren niet onbemiddeld geweest. Vader was makelaar. Ik had geen personeel in dienst. Koken deed ik het liefste zelf. Ook wilde ik geen kok aan huis. Ook had ik geen particulier chauffeur. Mijn goede vriend en vertrouwensman Hans Heeren, had wel een particulier chauffeur, dat was gewoon in die bancaire wereld. Voor bankzaken moest hij vaak reizen. Ik reed het liefste in mijn blauwe Maserati. Als de honden met mij meegingen reed ik in mijn Jeep. Op Hans kon ik meestal wel rekenen als hij hier in Zwitserland was. Hij was vijftig jaar, heel wat jaren ouder dan ik was. Ik had hem een paar jaar geleden ontmoet toen ik in Nederland was tijdens een receptie van bankiers in Amsterdam. Na afloop van de receptie vroeg hij mij om met hem te gaan dineren bij Restaurant La Garage in dezelfde stad. Vanaf dat moment raakte ik bevriend met hem. Hij vertelde mij dat hij een zoon had uit een eerder huwelijk. Net als ik had hij een huis in Genève. Hij was bankier en kwam uit een oud bankiersgeslacht. Ik had hem aardig gevonden en hij was een galante man. Door hem had ik zijn zoon Jeroen ontmoet en kreeg na verloop van tijd een met hem een relatie. Hans was verguld met de keuze van zijn zoon. Toch hield onze relatie geen stand. Jeroen ontmoette op een zekere dag Cinthia waar hij ooit mee had gestudeerd. Tijdens zijn studie was hij op haar verliefd geworden. Ze had haar studie Rechten niet afgemaakt en vertrok tijdig van de universiteit. Onverwachts hadden ze elkaar weer ontmoet. Ik was erg verdrietig dat onze relatie voorbij was. Ook Hans vond het jammer dat zijn zoon de relatie had verbroken.

Ik keek op mijn horloge. Het was tijd voor het diner. Eerst moest ik mijn honden te eten geven. Ik deed de deur open van één van de zijkamers waar ik mijn honden had ondergebracht. Rocks lag op een hoogpolig beige vloerkleed. Misty kwam meteen naar mij toegelopen. Ik knuffelde het dier en liep door naar Rocks en aaide hem ook over zijn kop.
‘Kom jongens? wij gaan eten.’
Met gespitste oren renden ze weg richting de grote woon- eetkeuken. Ik schaterde het uit om hun snelle sprint. Uit de keukenkast pakte ik een doos hondenbrokken en rammelde ermee, waarop ze allebei tegen haar op sprongen. Ik liep richting een hoek van de keuken en vulde de bakken met hondenbrokken en met wat water. Ze waren zo gulzig, blijkbaar hadden ze trek. Nu maakte ik voor mijzelf een salade klaar met fetakaas, courgette en tomaten en daarbij krielaardappelen en ontkurkte ik een fles droge, rode wijn. Net op het moment dat ik de groente en aardappelen in de magnetron wilde plaatsen, hoorde ik de deurbel.
‘Dat was vast en zeker Remo’ mompelde ik.
Ik sloot de keukendeur, de honden blaften. Opeens realiseerde ik mij dat ik mij nog niet had omgekleed en nog steeds liep in mijn sportieve kleding. Onderweg naar de voordeur keek ik in de grote halspiegel. Hoe anders zag ze ik er nu uit in mijn denim spijkerbroek met donkerblauwe trui en een paar zwarte ballerina’s aan mijn voeten. Met mijn slanke vingers kamden ik provisorisch mijn lange haar en deed de voordeur open.

Ik zag Remo staan die verscholen met zijn hoofd in zijn capuchon zat en met het spaanplaat in zijn handen stond. Regendruppels liepen als straaltjes langs zijn regenjack.
‘Hallo Remo, kom gauw binnen?’
‘Dag Caroline, hier is jouw klusjesman.’ Ik zag een grijns op zijn gezicht en hij stapte op de brede deurmat in de hal.
‘Waar kan ik de plaat neerzetten?’
‘Zet het maar naast de voordeur Remo. Ik zal je natte jack aannemen.’
‘Graag Caroline, het water loopt van mijn jack af en ik ziet er ook verwaaid uit.’
Nadat ik het hout had neergezet, mijn sportschoenen had uitgedaan, gaf ik mijn jack aan haar. Ze hing het op aan de kapstok. ‘Wil je je misschien even opfrissen Remo, dan wijs ik je de badkamer?’
‘Graag Caroline, mijn gezicht is nat en het loopt intussen in mijn hals.’
Ik volgde haar op mijn witte sportsokken naar de badkamer. Ze pakte uit een lichtblauwe badkamerkast een witte badhanddoek en gaf die aan mij.
‘Ik ben in de woonkeuken mijn eten aan het voorbereiden Remo. Heb je nog tijd gehad om te eten?’
‘Nee, Caroline ik heb geen tijd gehad om te gaan dineren in mijn favoriete hotel waar ik elke dag eet. Toen jij mij opbelde, stond ik op het punt om te vertrekken naar het hotel.’
‘Als je wilt kun je mee eten dan maak ik wat extra eten erbij.’
‘Dat aanbod sla ik niet af. Eerst ga ik de klus doen die jij mij hebt opgedragen. Daar kom ik ten slotte voor.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s