GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 24, 25 EN HET SLOT

Opeens werden wij opgeschrikt door het geluid van de deurbel.
‘Nou, nou, het is druk vanavond. Wie zou dat kunnen zijn? Tineke’
Via de brede loopplank stapte Heleen op het dek van de woonboot en trok aan de trekbel. Op hetzelfde moment keek ze zijdelings naar binnen via het keukenraam en zag Herman staan in innige omhelzing met Tineke. Ze voelde zich onaangenaam verrast.’
‘Wat deed Tineke hier zo laat op de avond?’ Ze voelde een steek van jaloezie. Tineke in innige omhelzing met Herman, haar stille liefde. Hoelang hadden ze al een relatie en waarom heeft Tineke niets aan haar verteld? Net op het moment dat ze boos weg wilde lopen, ging de deur open en zag ze Herman in de deuropening staan samen met Tineke.
Verbaasd zag ik Heleen voor de deur staan. Ze keek mij en Tineke boos aan. Ik wist niet wat er aan de hand was.
‘Scheelt er iets? Heleen. Het is al zo laat in de avond. Wij hebben toch niets met elkaar afgesproken is het wel?’
‘Ehh, Eerlijk gezegd kwam ik onverwachts bij je langs. Ik wilde jou wat vragen Herman? Eigenlijk kom ik ongelegen zie ik, want mijn beste vriendin was in innige omhelzing met jou.’
‘Mijn privéleven gaat je eerlijk gezegd niets aan Heleen. Ik vermoed dat ik weet waarom je komt. Je wil al een tijdje met mij uit eten gaan. Helaas voor jou gaat dit niet door. Je achtervolgd mij sinds een tijdje en laat mij bijna geen moment met rust.
‘Je zei ooit Herman, dat je ‘zakelijk’ met mij uit eten wilde. Mijn bedoeling was eigenlijk om een romantisch etentje te reserveren. Ik ben al een hele tijd verliefd op je en wilde je dat tijdens het etentje aan je vertellen.’
Nu zag ik zojuist dat je een relatie hebt met Tineke. Ik heb daar nooit iets van gemerkt en Tineke heeft er ook nooit iets tegen mij over gezegd, nietwaar Tineke?’
‘Weet je Heleen, je bent een aardige vrouw en je ziet er goed uit, dat moet ik toegeven. Ik ben zeker niet verliefd op jou en zal dat ook nooit worden, want reeds jaren geleden hield ik al van Tineke, maar door persoonlijke omstandigheden, hadden wij bijna geen contact meer met elkaar. Zojuist hebben wij, na een hele tijd, een goed gesprek met elkaar gehad en zijn tot de conclusie gekomen, dat onze liefde voor elkaar nog even sterk is dan in het verleden.
‘Een mooie vriendin bij jij Tineke. Ze draaide zich om en liep met snelle pas richting haar auto.

‘Ik ga nu ook maar naar huis Herman, het is al laat. Wat jammer dat het gesprek tussen Heleen en ons vervelend is gelopen.’
‘Maak je maar niet bezorgd om Heleen hoor Tineke, die trekt wel weer bij. Ze weet nu hoe ik er over denk en dat ze niets in haar hoofd hoeft te halen betreffende een relatie met haar en ik gaf haar een speelse kus op haar voorhoofd. En als je hulp nodig hebt om te verhuizen dan hoor ik het wel. Samen met een aantal dorpsgenoten en ikzelf ben je binnen de kortste keren verhuisd.’
‘Zo spoedig mogelijk zal ik je moeder inlichten over mijn verhuizing.’
‘Doe dat lieverd en ik bracht haar naar de deur. Bij het weggaan keek ik haar na en dacht aan de woorden van Cinthia die ervoor hadden gezorgd dat Tineke en ik vanavond weer tot elkaar waren gekomen na lange tijd.’

DEEL 25

Over morgen was het 6 september, de dag van het jaarfeest. In de afgelopen maanden was er veel gebeurd. Ik had inmiddels een trouwkaart met foto ontvangen van Cinthia en haar kersverse echtgenoot en liet deze zien aan Tineke.
Ik had intussen een paar dorpsgenoten opgetrommeld om Tineke te helpen met haar verhuizing. Zelf reed ik de bestelbus en deed hand- en spandiensten. Ze woonde er nu een paar weken. Samen met mijn moeder brachten wij haar een bezoek.
Ik moet eerlijk gezegd nog wel wennen aan de stilte.’ Het huis is knus en groot genoeg voor een vrijgezel als ik. Zou ze van haar verhuizing spijt hebben, bedacht ik mij opeens. Ik ging niet op haar reactie in.

Die avond opende ik mijn email en zag dat een van de hangjongeren de redactie had gebeld met het verzoek een artikeltje in De Dorpskrant te plaatsen, dat de tijdelijke feestzaal bij Bert een goede optie was. Nu konden ze ook in het naastgelegen café gaan darten en snookeren. Het was mij opgevallen dat ik al een tijdje Heleen niet meer had gezien of gesproken. Het leek wel of ze van de aardbodem was verdwenen. Het enige wat ze soms deed was haar email sturen. Eerlijk gezegd maakte ik mij toch wel bezorgd om haar.
Ook Tineke had niets meer vernomen van haar vriendin. Ze kwam ook niet meer naar het café. Ze wilde haar een bezoekje brengen en aan haar vragen wat er aan de hand was? Ze waren tenslotte al jaren vriendinnen. Met haar Gsm belde ze Herman op met het verzoek of hij met haar mee wilde gaan.
‘Laten wij vanavond maar naar haar toe gaan? Tineke. Opbellen heeft blijkbaar geen zin, denk ik.’
‘Ik kom je vanavond na het diner ophalen’ zei ik tegen haar.

Samen stonden wij voor de villa van Heleen. Haar rode auto hadden wij al zien staan op het grindpad. Ze was dus thuis. Ik drukte op de deurbel en hoorde een ‘ding dong’. Een zware deur met koperbeslag ging open. Heleen stond in de deuropening. Met een verbaasde blik keek ze ons aan. Ik schrok van haar onverzorgde uiterlijk. Haar blonde haar zat door de war,
alsof ze net uit bed was gekomen, ze droeg geen make up en had een lang Indiaas gewaad aan waaronder gevlochten teenslippers zichtbaar waren. Ze deed een stap terug en verstopte zich deels achter de voordeur.
‘Wat doen jullie hier onaangekondigd? zei ze op een kille toon.’
‘Wij wilde eens weten hoe het met je gaat Heleen? Na het gekrakeel op mijn woonboot hebben wij niets meer van je vernomen en zien wij je ook niet meer in het dorp. Het enige contact dat ik nog met je heb is jouw email, maar daar blijft het ook bij.’
‘Ik wil met jullie niets meer te maken hebben. En jij Tineke, jou wil ik zeker niet zien.’
‘Waarom?’ Heleen. Wij zijn al zolang vriendinnen en ik wil niet dat onze vriendschap verloren gaat.’
‘Herman en ik willen je laatst uitleggen wat er de afgelopen jaren is gebeurd, misschien begrijp je dan de situatie.’
Haar stem werd wat milder en ze zei: ‘Oké, ik geef toe dat ik kwaad op jullie was . Toch heb ik de afgelopen tijd over Hermans woorden nagedacht. Maar vanavond wil ik niet met jullie praten. Ik zie er trouwens niet uit.’
‘Laten wij afspreken dat wij elkaar morgen avond ontmoeten in het café van Bert Timmermans’ vroeg ik.’
‘Misschien! Jullie zullen wel zien of ik morgen kom of niet’ en zonder nóg iets te zeggen sloot ze haar voordeur.
‘Wij zullen zien of ze morgen komt? Herman.
Ik gaf geen antwoord en samen liepen wij naar mijn auto.

De volgende avond waren wij al vroeg in het café.
‘Zou ze nog komen? Herman. Wij zitten hier nu al bijna een uur.’
‘Kijk! Daar komt ze net aangelopen.’
Bij onze tafel zei ze ons flauwtjes gedag en nam plaats tegenover Tineke. Blijkbaar had ze slecht geslapen. Ze had donkere kringen om haar ogen en zag er enigszins onverzorgd uit, zag ik. Zo kende ik haar niet.
‘Kan ik iets te drinken voor je halen? Heleen.’
‘Nee, dank je Herman ik heb geen dorst.’
‘Zoals je weet Heleen hebben Tineke en ik vanaf onze jeugd naast elkaar gewoond en trokken met elkaar op. Tijdens onze pubertijd werden wij verliefd op elkaar. Wij hadden elkaar op enig moment trouw gezworen, want ik zou twee maanden vertrekken naar Zuid Afrika om mee te helpen aan de bouw van een weeshuis voor kansarme kinderen. Net voor mijn vertrek gebeurde er iets tragisch en ik vertelde haar over de dood van Tineke haar poes Mimi en de innige omhelzing met Johan en het verloop ervan.
Ze sloeg ze haar handen voor haar mond.
‘Daarom bleef je zo afstandelijk. Je was nog steeds verliefd op Tineke. Mijn verliefdheid voor jou werd een obsessie voor mij. Ik kon je maar niet uit mijn hoofd zetten.’
‘Ik ben nu wel toe aan een borrel, stond op en ging naar de bar.
‘Wat gaat er nu gebeuren?’ Heleen, vroeg Tineke toen ze even later terug kwam lopen met een glas rode wijn.
‘Ik hoop dat wij alsnog vriendinnen kunnen blijven Tineke. Ik heb mij de laatste maanden wel erg aangesteld. Ook tegen Herman was ik niet vriendelijk.’
‘Ik ben blij dat wij alles hebben doorgesproken’ zei ik.’
Ik wenkte Bert om alsnog een bestelling op te nemen aan onze tafel. Nadat de volle glazen weer op tafel stonden, toasten wij op de goede afloop.’

HET SLOT

Het was de dag van het jaarfeest. Voor jong en oud was er van alles te doen. Ook was er een braderie en een springkussen om de kleintjes te vermaken. Er stonden kraampjes met drank en versnaperingen. Halverwege de middag ging ik samen met Tineke, mijn moeder en al mijn vrienden het café van Bert binnen en namen plaats aan een ronde tafel. Na onderling wat gepraat te hebben stond ik op vanuit mijn stoel en schoof deze naar achteren. Uit mijn blazer pakte ik een klein fluwelen doosje en ging ik voor Tineke op mijn knieën die naast mij zat. Ze kreeg een rood hoofd zag ik. Blijkbaar voelde ze dat er iets zou gaan gebeuren.
‘Lieve Tineke, wij kennen elkaar nu al zo lang. Wordt het niet eens tijd om te gaan trouwen? Wat is daarop jou antwoord?’

‘Ja, Herman, dat wil ik. Ik dacht dat je het nooit zou vragen.’
Hij opende het doosje. Ze zag een prachtige gouden ring met een parel en een diamant.

‘Wat een schitterende ring Herman’ antwoordde ze.

Op korte termijn vraag ik je ouders officieel om jouw hand. Iedereen klapten in hun handen, zelfs Heleen, die uiteindelijk besefte dat Tineke voor Herman de ware was.
Mijn moeder heeft je al goedgekeurd Tineke en ik gaf mijn moeder een knipoog. Iedereen moest lachen.

Ik zag wat tranen in Tineke haar ogen opwellen.
Wij gaven elkaar een kus.
Bert kwam vrijwel direct aangelopen met een blad vol met drank en even later ook met een vlees- en vissalade.
Tast toe mensen?’ Ik zat namelijk ook in het complot. Het feestje duurde tot in de late uurtjes.

Voordat iedereen huiswaarts ging nam ik Tineke even apart. Uit mijn binnenzak van mijn blazer pakte ik een enveloppe en gaf deze aan haar. ‘Maak maar open lieverd?’

Ze opende de kaart die in de enveloppe zat en mompelde: ‘Lieve Herman en Tineke, Vanuit Canada de hartelijke gelukwensen voor jullie voorgenomen huwelijk. Veel liefde en geluk.’
Was getekend: Bart en Cinthia Veenstra.

Ik had sinds kort aan Cinthia een email gestuurd dat ik met jou wilde gaan trouwen. Ze heeft dit beantwoord met deze mooie kaart en gelukwensen.’
‘Wat sympathiek van hun dat ze hebben gereageerd’ Herman.

‘Ik ben Cinthia nog steeds dankbaar voor haar wijze woorden en haar advies in Madurodam. Zij heeft mij de schellen van mijn ogen laten afvallen.’

‘Het onderlinge gekrakeel is nu eindelijk afgelopen’ Herman.

Ik pakte haar bij haar middel vast en trok haar naar mij toe. Er volgde een lange kus.

Wat de toekomst alsnog brengen zou, dat lag nog in het verschiet.

EINDE (van het gekrakeel)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s