Gekrakeel in Renslo, deel 20 en 21

In de vroege ochtend rinkelde mijn Gsm en hoorde ik de stem van Cinthia.
‘Goedemorgen Herman, heb je goed geslapen?’
‘Als een ‘blok’ Cinthia, de zeelucht doet mij goed.’
‘Ik heb besloten om alsnog met je mee te gaan. Wij gaan niet met het openbaar vervoer maar met mijn auto. Heb jij voor mij het adres van je pension?’
Mijn hart maakte een sprongetje. Ik vond het geweldig dat ze met mij meeging.
‘Fantastisch Cinthia! Het adres is Pension ‘de Zeemeeuw’ aan de Badhuisweg. Hoe laat zullen wij afspreken?’
‘Rond 10.30 uur misschien?’
‘Ik zit nu nog op de rand van mijn bed’ Cinthia. Daarna heb ik nog een klein ontbijt.’
‘Bel mij maar op als je klaar bent dan kom ik je ophalen.’
Op de afgesproken tijd stapte ze uit haar witte Toyota Corolla. Ze was sportief gekleed in een spijkerbroek met een lange blouse. Haar lange blonde haar had ze in een paardenstaart gedaan. Zelf droeg ik een blauw poloshirt met een kort denimshort. Ze gaf mij een hand en ik stapte in de auto. Wij reden naar Madurodam, dat maar één kilometer verwijderd was van het strand. Op het parkeerterrein parkeerde zij haar auto. Er stonden al aardig wat auto’s geparkeerd zag ik. Bij de kassa betaalde ik de entree, want zij was tenslotte mijn gast. Wij waren nog niet binnen, of een brutale fotograaf maakte van ons twee foto’s. ‘Die kunt u na afloop kopen mijnheer’ zei hij. Wij passeerden een langwerpig bord waar al een tiental foto’s op stonden. ‘Daar komen onze foto’s vast en zeker naast te staan, grapte Cinthia.

Via een wandelpad liepen wij langs kleine, op schaal gemaakte, huizen, gebouwen, schepen, vliegtuigen, waterpartijen en kleine figuurtjes. Bijna heel Nederland kwam aan ons voorbij.
Via een wandelpad liepen wij langs op schaal gemaakte steden, waterpartijen, het paleis van de Koning en de Rotterdamse haven.
‘Wat een onderhoud moet dat zijn om alles te repareren en schoon te maken’ zei ik!’
‘Het onderhoud doen ze, na het seizoen als het park is gesloten’ gaf ze als antwoord.
‘Kijk daar eens Herman? en ze wees naar gebouw het Binnenhof. Daar zetelt onze regering.’
‘Ik zie Mark Rutten al staan tussen die kleine poppetjes’ grapte ik.
‘Ik zal Nederland wel gaan missen Herman!’
‘Gaan missen Cinthia? Ga je dan Nederland verlaten?’
‘Over een paar dagen al Herman. Ik zal het je vertellen!’
Ik voelde de grond wegzakken en voelde onverwachts een teleurstelling opdoemen.
‘Wil je het dan vertellen in het restaurant?’
‘Dat is goed Herman’ en wij liepen zwijgend naar het restaurant toe.
De patat- en krokettenlucht kwam ons al tegemoet. Wij gingen zitten bij een raam en lazen de menukaart.
‘Ik kies voor patat met een hamburger en wat salade!. En als drinken neem ik tonic’ Herman.
‘Dan neem ik hetzelfde Cinthia en ik liep rechtstreeks naar het buffet’.
‘Wat zou ze mij te vertellen hebben vroeg ik mij intussen af.’
Het hoge woord kwam er uit en ze vertelde mij dat ze de komende week zou gaan emigreren naar Canada. Ook vertelde ze over Bart Veenstra, een jonge Canadees die ze had ontmoet en dat ze over een paar maanden zouden gaan trouwen!’
‘Mis je jouw familie dan niet?’
‘Natuurlijk Herman, het zal even wennen zijn, maar ik heb er uitvoerig met mijn ouders over gehad. Bart en ik houden van elkaar. Mijn appartement in Den Haag heb ik inmiddels verkocht! Woensdag vertrek ik al.’Er spookte van alles door mij hoofd. Het was een vreemde gewaarwording. Gisteren had ik een leuke vrouw ontmoet die mij op de een of andere manier aantrok. Was ik niet te hard van stapel gelopen? vroeg ik mij af.
‘Luister je nog?’ Herman.
‘Dat is mij een verhaal Cinthia. Ik wens je alle goeds toe daar in dat verre Canada.’
‘Dank je Herman!’

‘Heb jij eigenlijk een vriendin?’ Je bent sympathiek en zier er leuk uit.’
‘Dank je voor je compliment! Eerlijk gezegd was ik ooit verliefd op mijn buurmeisje, waar ik jaren geleden naast woonde en ik vertelde haar het verhaal en over de teleurstelling in de liefde. Ik zag dat ze aandachtig naar mij luisterde en ze zei plotseling: ‘weet je Herman, als ik jou was zou ik eens met Tineke gaan praten, want misschien is er wel wat anders aan de hand geweest en berust alles misschien op een misverstand’ denk ik zo. Waarom ben je niet eerder naar haar toegegaan, want jij bent degene die toen wegliep uit het restaurant?’
‘Ik voelde mij op dat moment verraden Cinthia en wilde niets meer met haar te maken hebben.’
‘De tijd gaat snel Herman. Als je te lang wacht, komt er een tijd dat het te laat voor de liefde is.’
Wat een toeval dat Cinthia mij nu aan het denken had gezet. Onze ontmoeting had blijkbaar zo moeten zijn.
‘Je hebt misschien gelijk en ik ben blij dat je mij dit zetje hebt gegeven. Binnenkort ga ik praten met Tineke, dat beloof ik je.’
‘Nee, Herman je moet het jezelf beloven!’
‘Weet je Cinthia, dat er nog een vrouw steeds om mijn aandacht vraagt. Op de gekste momenten zoekt ze mijn gezelschap op. Ze ziet er knap uit en is breed georiënteerd in allerlei zaken. Eigenlijk irriteert ze mij.’
´Je moet je intuïtie volgen Herman, dan komt de rest vanzelf wel. De schellen vallen vanzelf van je ogen als de tijd rijp is.’
‘Ik vond het leuk je ontmoet te hebben Herman. Het wordt nu weer tijd om naar huis te gaan en jij moet naar je pension terug. Jij hebt morgen en maandag nog een vrije dag en dan is deze trip voorbij.’
‘Dat klopt Cinthia, bedankt voor je wijze woorden en ik wens je veel geluk met Bart. Toch ben ik blij je ontmoet te hebben, want door jouw visie zie ik opeens de dingen in een andere context! Wel wilde ik je nog vragen om een trouwkaart met foto naar mij op te sturen als je dat wilt?’
Uit haar tas pakte ze haar agenda en scheurde er een stukje papier uit. ‘Schrijf hier je adres maar op.’
Toen wij richting de uitgang liepen, kwamen wij langs het bekende fotobord. Tussen de foto’s pakte ze onverwachts twee foto’s eruit en zei: ‘Kijk eens Herman, wij staan er samen goed op. Hier heb je als aandenken een foto van mij en de andere hou ik zelf en ze betaalde de fotograaf.’
‘Dat is nog een leuke herinnering Cinthia!’

Buiten op de parkeerplaats stapte wij in de auto en even later stond ik weer voor de deur van het pension.
´Bedankt Herman, leuk je ontmoet te hebben en bedankt voor je uitnodiging!’
´Jij ook bedankt Cinthia en ik gaf haar een handkus! Haar wangen kleurde rood. Ze stapte in de auto, toeterde, reed weg tot ze uit mijn gezichtsveld was verdwenen.

DEEL 21

Met een leeg gevoel stapte ik het pension binnen en liep regelrecht naar mijn kamer. Cinthia was voorgoed uit mijn leven verdwenen.
Morgen was het zondag en ik had mij voorgenomen de binnenstad van Den Haag eens te bekijken met wat bezienswaardigheden, zoals de Gevangenpoort en ook een permanente tentoonstelling van kunstschilder Escher stonden op mij verlanglijstje.
De volgende dag ging ik weer terug naar Renslo. Onderweg naar huis zat ik relaxed in een coupé van de trein. De zeelucht had mij goed gedaan. Die paar dagen voelde voor mij alsof ik een week was weggeweest en dat was een goed teken. Cinthia had mij een goede raad gegeven om toch eens een gesprek aan te gaan met Tineke. ‘Als je nu niets onderneemt, dan komt er nooit meer iets van Herman’ had ze gezegd, maar thuis in Renslo had ik eerst nog een zakelijke ontmoeting met Heleen over haar artikelen over de ‘jongerenoverlast’. Bij het uitstappen uit de trein zag ik mijn vertrouwde auto staan op de parkeerplaats, stapte in en reed naar huis.

Bij thuiskomst schreef ik wat afspraken in mijn agenda en deed deze vervolgens in de binnenzak van mijn blazer. Na het eten van een pizza die nog in mijn vriezer lag ging ik languit op mijn bank liggen en keek onder het genot van een flesje bier, de rest van de avond naar de televisie.
De volgende ochtend was ik al vroeg op kantoor.
‘Goedemorgen Herman! je bent vroeg op de redactie’ zei redacteur Odijk. Hoe zijn je vrije dagen bevallen?’
‘Uitstekend mijnheer! Ik ben naar de kustplaats Scheveningen geweest en had mijn intrek genomen in een leuk pension met de naam ‘de Zeemeeuw’!
‘Een toepasselijke naam voor een pension aan de kust, Herman!’
Toen de redacteur weer achter de deur was verdwenen, belde ik mijn moeder op om haar te vertellen dat ik weer terug was van mijn trip naar Zuid-Holland.
‘Heb je genoten jongen?’ vroeg ze.’
‘Ja moeder het was fantastisch aan de Noordzee. De volgende keer neem ik u mee.’
‘Verder alles goed met u?’ vroeg ik nogmaals.
‘Ja, hoor alles is uitstekend. Ik zie je gauw.’
‘Dag moeder!’ en ik hing op.

Rond lunchtijd ging ik naar Croissanterie Bluemink. De winkel stond aan het Dorpsplein. Door de etalage zag ik Heleen al zitten. Ze was zoals altijd weer stipt op tijd.
Heleen gaf mij een hand toen ik aan haar tafel stond. Een croissant met Brie stond voor haar op tafel.
‘Voordat ik plaats neem bestel ik ook iets bij het buffet. Met een broodje oude kaas en koffie nam ik even later plaats.
Heleen zag er weer opgedirkt uit, viel mij op. Uit mijn binnenzak haalde ik mijn agenda tevoorschijn en legde deze voor mij op tafel neer.
‘Wat ben je getint in je gezicht Herman? Ben je soms naar het buitenland geweest?’ Ik had de vraag nog aan je redacteur gesteld, maar die liet niets los.’
Inwendig moest ik lachen. Heleen was een doortastend en nieuwsgierig type. Soms iets teveel.
‘Ik ben naar het Noordzee strand geweest. Trouwens, ik kom hier voor jou. Jij had mij toch iets te vertellen?’ Ze knikte. Opeens merkte ik dat mijn laptop nog in mijn auto lag. Mijn laptop ligt nog op mijn achterbank, ik ben zo terug Heleen.’ Ik stond op en liep richting de uitgang.
Haar blik viel op zijn agenda die voor haar lag. Wat zouden er voor afspraken instaan, vroeg ze zich af. Ze kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en sloeg de omslag van de agenda open. Even bedacht ze zich. Het kon toch geen kwaad om in zijn agenda te kijken. Hij was toch even weg. Ze bladerde zijn agenda door waar een aantal afspraken instonden. Het waren recente afspraken. Ze deed de deksel open van haar laptop en noteerde ze. Nadat ze het een en ander had getypt deed ze snel de agenda dicht alsook haar laptop. Op hetzelfde moment kwam een meisje van het buffet aan haar vragen of ze nog een bestelling wilde doen.
‘Waar is die mijnheer gebleven mevrouw? Zijn koffie wordt namelijk koud.’
‘Hij komt zo terug; ik zet de schotel wel bovenop zijn kopje’ en het meisje vertrok.
‘Na verloop van tijd tikte ze met haar lange nagels op de tafel. Waar bleef hij nou?
Ze had het nog niet gedacht of ze zag hem aan komen lopen.
‘Kon je de weg nog terug vinden’ zei ze met een sneer.
‘Ik moest nog een eindje lopen. Mijn auto kon ik niet voor de deur kwijt.’
‘Je koffie is inmiddels behoorlijk afgekoeld. Zal ik een nieuwe voor je bestellen?’
‘Ik loop zelf wel even naar het buffet.’

Met mijn koffie in de hand ging ik weer tegenover haar zitten. Ik nam een slok en een hap van mijn croissant met kaas.
‘Wat voor nieuws heb jij nu voor mij?’
‘Weet je nog dat Hans Heskes vertelde over de ‘hangjongeren’ op het Dorpsplein. Ik heb toen die kwestie besproken in de gemeenteraad. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat er een oplossing moet komen. Ik had een idee en besprak dit met de raadsleden. Zij vroegen of ik mijn ideeën in een artikel in de plaatselijke krant wilde zetten. Vandaar dat ik hier nu met jou zit. Op een zekere dag had ik een gesprek met Bert Timmermans van café ‘De Blauwe Ruiter’. De gemeente wilde tijdelijk de feestzaal huren voor activiteiten voor de jongeren. Hun vertrouwde buurtcentrum ‘Kom Op’ moeten ze binnenkort missen vanwege de asbest die op het dak van het gebouw is gevonden en verwijderd moet worden. Alle spullen van ‘Kom Op’ worden tijdelijk overgebracht naar de feestzaal. Omdat het van tijdelijke aard is, ging Bert akkoord met ons verzoek. Graag willen wij dat jij er een verslag van maakt en dit laat plaatsen. Ook moeten er een paar kranten worden uitgedeeld op de scholen.’
‘Wat een verhaal en een goed idee van jou Heleen’ Zo hebben de jongeren toch nog op korte termijn een leuke ruimte om zich voorlopig te vermaken.’
‘Zou je de verzending morgen willen verwerken Herman?’
‘Dat doe ik Heleen!’

Ik nam nog een laatste hap van mijn croissant en stond op.
’Ik ga nu meteen naar de redactie, stond op en gaf haar een hand. Van de tafel nam ik mijn agenda mee.
‘Op de valreep wil ik je nog wat vragen? Herman.’
‘En dat is?’
‘Wij kennen elkaar alweer een tijdje en ik vind je erg aardig. Hoe zou je het vinden om eens een keer met mij uit eten te gaan?’
‘Als zakenrelatie kunnen wij dat wel eens doen Heleen, maar niet op korte termijn. Ik heb namelijk nog wat afspraken staan. Eerlijk gezegd moet k nu naar de krant. Jouw verhaal moet worden geplaatst. Je zult dus nog even geduld hebben.’
Ik zei haar nogmaals gedag en liep gehaast naar de deur van de croissanterie op weg naar kantoor, want er lag nog meer werk op mij te wachten. Aan het eind van de week had ik nog een afspraak staan bij Heren- en Dameskapsalon ‘De Perfecte Knip, hier in de buurt.
‘s Middags had Heleen een ‘Mental Coach Sessie’ bij haar thuis in haar villa. Haar klanten waren hoofdzakelijk zakenlui. Ze woonde er alleen en had een zee van ruimte. Zo dadelijk zou er kantoorpersoneel komen van een levensverzekeringsmaatschappij uit de regio voor een training. Ze vulde alvast de kannen met water voor de koffie en voor de thee. Toen de gasten na twee uur weer waren vertrokken, liep ze naar haar werkkamer waar haar laptop open stond en las de berichten die ze uit de agenda van Herman had overgetypt. Ze zag dat de eerste afspraak een bezoek aan de kapper was. Ze kende de kapperszaak wel, ze liet zelf haar haren regelmatig knippen. Een leuke gelegenheid om Herman weer eens te ontmoeten. Ze had het lef gehad om hem te vragen om een keer met haar uit eten te gaan, maar kreeg toch de indruk van hem dat hij een afwachtende houding had. Ze had het etentje gepland als privéaangelegenheid en niet voor zaken. Blijkbaar was hij voor geen gat te vangen. Wat moest ze toch doen om zijn aandacht te trekken, vroeg ze zich af? Ze werd er radeloos van.

‘Uw haar is inderdaad te lang mijnheer Dankers, zei een van de kapsters toen ik net in een zwart leren kappersstoel ging zitten. Er mag best wel wat vanaf hoor, uw krullen vallen al over uw boord.’
‘Dat heb ik gezien en ik krijg mijn haar niet meer in model. Knipt u er maar wat vanaf, maar ook weer niet tekort hoor?’ Het laatste dat ik zei had ze blijkbaar niet gehoord, want ze liep weg en pakte uit een kast, die achterin de zaak stond, twee handdoeken. Toen ze terug kwam, herhaalde ik de laatste zin nog eens.
‘Het komt in orde mijnheer Dankers maakt u zich maar niet bezorgd’ glimlachte ze.’
In de verte hoorde ik de bel van de deur van de kapsalon. Ik keek op zij en zag Heleen van Dam binnenkomen. Nee maar! wat een toevalstreffer, dacht ik bij mijzelf. Een andere kapster liep naar haar toe, nam haar jas aan en hing deze op aan een staande kapstok die in een hoek van de kapsalon stond. ‘Gaat u hier maar zitten mevrouw’ hoorde ik haar zeggen tegen Heleen. Een dame op leeftijd naast mij stond op en liep naar de balie om af te rekenen. Heleen stond meteen op en kwam pardoes naast mij zitten. Mijn kapster was intussen bezig met mijn haar en vroeg aan mij hoe ik aan zo’n bruine tint kwam?
‘Bent u naar de zonnebank geweest, mijnheer Dankers?’
‘Nee hoor! een kuurtje aan zee, het was zulk mooi weer, zei ik tegen haar. De kapster ratelde maar aan een stuk door onder het knippen en vroeg het hemd van mijn lijf, maar ik omzeilde al haar vragen, want Heleen mengde zich op een zeker moment ook in het gesprek. Ik voelde er weinig voor om mijn verhaal te vertellen. Er viel een stilte.
‘U bent geknipt hoor’ zei de kapster alweer, om de stilte te doorbreken.’
‘Je ziet er weer goed uit Herman, zei Heleen.’
‘Dank je Heleen!’ en vroeg mijzelf af waar ik dit antwoord meer had gehoord. Ik stond op en rekende af, stapte naar buiten en liep regelrecht naar mijn kantoor.

Wordt vervolgd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s