GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 18 EN 19

‘Ik ga nu een strandwandeling maken. Een paar uur geleden ben ik hier gearriveerd en wil nog wel even genieten van het strand en de zee. Ik stond op en gaf haar een hand. ‘Dag Cinthia’ en ze zwaaide terug.
Op de boulevard en het strand was het nog aardig druk. Niet ver van het terras, waar ik zojuist vandaan kwam, zag ik een houten trap die naar beneden leidde richting het strand. Beneden aangekomen liep het pad tussen twee strandpaviljoens door en liep ik het strand op. Uit mijn rugzak haalde ik mijn teenslippers tevoorschijn en borg mijn schoenen op in een plastic tasje die ik van huis had meegenomen. Als eerste liep ik langs de waterlijn. De golfjes van de zee kriebelde tussen mijn tenen en ik liep verder naar de Pier. Een paar honderd meter voorbij de Pier liep ik terug omdat ik een naaktstrand in het vizier had. De haven lag precies aan de andere kant van de lange boulevard waar de terrassen waren. Halverwege hield ik het voor gezien. In het middengedeelte tussen het Kurhaus en de haven werd het wat rustiger met het publiek.
Uit mijn rugzak pakte ik mijn badlaken, schopte mijn slippers uit en liet mij vallen in de buurt van een ouder echtpaar, waarvan de vrouw zich in allerlei bochten wrong om zich te ontdoen van haar kleding. Ik moest erom glimlachen, omdat mijn leeftijdgenoten het niet zo nauw namen met aan- en uitkleedpraktijken in het openbaar. Ik draaide mij om en ging op mijn buik liggen, keek richting de zee en zag in de verte de contouren van een visserslogger. Het kabbelen van de zee gaf mij een rustgevend gevoel. Aan de waterlijn rende een hond achter een bal aan, die zijn baas steeds wegschopte. Zowel de baas als de hond rende heen en weer de zee in. Twee peuters waren lief met elkaar aan het spelen, totdat de kleinste een schepje afpakte van de ander, waarna het kind zijn groene emmertje pakte en zonder pardon op het hoofd sloeg van de dader. Een gekrijs volgde, totdat moeder tussenbeide kwam en de twee probeerde te sussen.

Ik stond op en keek op mijn horloge. Het was inmiddels 19.00 uur. Snel pakte in mijn boeltje bij elkaar. Mijn maag rammelde. Door het rulle zand liep ik langs de waterlijn richting de haven en zag een wandelpad van zwarte platte keien die naar de boulevard leidde. Met mijn handen wreef ik het overtollige zand van mijn voeten en stapte in mijn schoenen. Geen lekker gevoel omdat het zand deels nog tussen mijn tenen zat. Ik zag wat loggers liggen in de haven. Boven aan de kade waren een aantal restaurants. Een vislucht kwam mij tegemoet waardoor k nog meer trek kreeg. Bij een van de visrestaurants stapte ik naar binnen en bestelde een lekkerbek met friet en salade met een glas witte wijn. Ik was eigenlijk benieuwd naar mijn email en pakte uit mijn rugzak mijn laptop en plaatste deze op de tafel. Mijn bestelling was nog niet in aantocht. Er stonden een paar berichten op. Tussen een van de berichten stond een bericht van Heleen van Dam. Ze schreef: ‘dat ze van de redacteur had gehoord dat ik een lang weekend weg was. Ze wilde op dinsdag een afspraak maken bij Croissanterie Bluemink in de Dorpsstraat om gezamenlijk de lunch te gebruiken. Ze had een artikel voor de krant. Ze had een tijdelijke oplossing gevonden voor de overlast van de hangjongeren op het Dorpsplein. Ik schreef haar dat onze afspraak was gemaakt.

‘Alsjeblieft mijnheer, hier is uw diner! Laat het u smaken’ zei een ‘kittige’ roodharige serveerster die voor mijn tafel stond’.
‘Het ruikt heerlijk’ gaf ik als antwoord en deed mijn laptop dicht’.
Tijdens mijn diner moest ik denken aan Cinthia. Het was een leuke, onverwachte ontmoeting geweest. Wij hadden met elkaar gepraat, maar eigenlijk wist ik nog niet veel van haar, behalve haar leeftijd en woonplaats. In stilte hoopte ik dat ze morgen met mij mee zou gaan naar het park Madurodam.
Toen ik de deur van het visrestaurant achter mij dicht trok, was het intussen al schemerig en liep ik de lange boulevard af naar mijn pension. Op de boulevard en de terrassen was het een stuk rustiger geworden. Hier en daar klonk er muziek dat na verloop van tijd verstomde. Eenmaal bij het Kurhaus aangekomen stak ik het Gevers Deynootplein over en liep ik naar mijn pension.

DEEL 19

In het centrum van Den Haag stapte Cinthia op de vierde etage haar appartement binnen. Ze hing haar handtas aan de smeedijzeren kapstokhaak en liep naar de keuken. De sperziebonen en aardappelen die ze vanmorgen had klaargezet, zetten ze op een laag vuur. Ze was toe aan een fris bad. Nadat ze de kranen had opengedraaid, pakte ze uit het badkamerkastje een flacon met badparels en goot het in het ligbad. Een heerlijke lavendellucht verspreidde zich door de badkamer. Nadat ze haar kleding op de wasmand had neergelegd, liet zich langzaam in het bad glijden. Even ging ze kopje onder en kwam meteen weer boven. Ze pakte haar shampoo en waste en spoelde haar haren. Ze was toe aan een scrubbeurt. Uit een tube met scrub, die naast haar in een bakje lag, bracht ze de vloeistof op haar huid. De scrub voelde aan als kleine zandkorrels. Het was een gezellige, doch vreemde dag geweest met een onverwachte ontmoeting van een onbekende knappe man van haar leeftijd. Zijn dorp was voor haar onbekend. De streek waar hij vandaan kwam was niet naast de deur. Ze vond hem sympathiek.

Vanmorgen vroeg was ze vetrokken om voor de laatste keer naar het strand te gaan in haar geliefde Scheveningen. Over drie dagen zou ze gaan emigreren naar Vancouver-Island in Canada. Tijdens een familiebezoek had ze twee jaar geleden Bart Veenstra had ontmoet. Hij was de zoon van emigranten. Zijn vader was een Nederlander en was geboren in de Randstad. Zijn moeder was een Canadese. Samen met haar ouders logeerden ze bij haar grootouders. Op een zekere dag was er een jongeman bezig in de keuken om elektriciteit aan te leggen. Net op het punt dat ze de koffie samen met grootmoeder naar de woonkamer zou brengen, vroeg grootmoeder aan Bart of hij misschien ook koffie lustte. ‘Graag mevrouw’ had hij geantwoord en hij liep mee naar de woonkamer. Zo gebeurde het dat ik met hem in gesprek raakte. Er volgde in die drie weken nog verschillende ontmoetingen en toen ik samen met mijn ouders weer vertrok naar Nederland hadden wij afgesproken om contact met elkaar te blijven houden via internet. Nadat er een jaar was verstreken, was hij naar Nederland gekomen. Wij hadden elkaar gemist en onze band bleek sterker geworden. Hij had mij, op een zeker moment gevraagd, om met hem te trouwen en in Canada te gaan wonen. Om in Canada te gaan wonen daar moest ze nog over nadenken. Na een gesprek met mijn ouders hadden ze ermee ingestemd dat ze vertrok. Haar ouders waren niet onbemiddeld. Vroeg of laat zouden ze haar weer opzoeken, hadden ze gezegd. Nu stond ze op het punt te gaan emigreren. Haar appartement had ze opgezegd en haar koffers waren zo goed als ingepakt. Ze had een gedeelte van haar inboedel samen met het appartement verkocht aan een jong stel met een peuter.
Vandaag had ze Herman ontmoet die geheel onverwachts aan haar vroeg of ze morgen met hem mee wilde gaan naar Madurodam. Ze was verrast door zijn onverwachte verzoek, maar had nog geen ´ja´ tegen hem gezegd. Op het terras hadden ze al even met elkaar gepraat. Er was een wederzijdse klik had ze gemerkt. Toch vroeg ze zich af of hij een bedoeling had met deze afspraak? Als het uitstapje haar niet zou bevallen, dan was ze snel thuis had ze zichzelf voorgenomen. Maar kon ze wel met deze Herman meegaan? Ze stond immers op het punt van vertrek.

Het badwater was intussen afgekoeld. Ze rilde en stapte uit het ligbad. Ze pakte haar badlaken en droogde zich af. Op haar teenslippers liep ze naar de slaapkamerkast en pakte een lang shirt met tijgerprint. ‘Het eten zal inmiddels wel klaar zijn’ mompelde ze. Ze goot het hete water uit de pannen en bakte nog snel een visfilet in de koekenpan. Het eten smaakte haar goed. Ze had een besluit genomen. Morgen zou ze Herman opbellen.
Onder het genot van een glas wijn zat ik in de lounge van het pension mijn email op mijn laptop weer na te kijken. Ik kon het werken blijkbaar niet laten. Ik zag dat Heleen mijn email had bevestigd. De andere email beantwoorde ik wel als ik weer op kantoor was en dat was pas dinsdagochtend. Ik deed de deksel van de laptop naar beneden en keek in de rondte van de lounge. Er zaten nog aardig wat gasten zag ik. Morgen was het zaterdag. Ze zou mij morgenochtend opbellen om door te geven of ze met mij meeging of niet.
Iemand tikte mij op mijn schouder en ik keek omhoog. Ik zag een serveerster die mij vertelde: ‘dat over een kwartier de bar dicht ging en er niets meer werd geserveerd.’
‘Het is al laat mijnheer, wij gaan zo dadelijk sluiten.’
‘Oh, dank je wel, ik zat waarschijnlijk te dromen, juffrouw.’
Meteen pakte ik mijn laptop en rugzak en ging naar mijn kamer. Bij binnenkomst rook ik nog steeds die heerlijke frisse zeelucht en zag dat het raam nog steeds op een kier stond. Na een korte douche gleed ik onder het frisse dekbed en voelde mijn ogen zwaar worden.

WORDT VERVOLGD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s