Gekrakeel in Renslo, deel 16 en 17

Bij aankomst zag het wit geschilderde pand eruit alsof het in de Victoriaanse tijd was gebouwd. Langs een groen ijzeren hek liep ik over een grindpad richting een openstaande eiken deur. Aan weerszijden van de deur stonden twee buxusbollen in grote conische vazen. Via een uitgesleten stenen trapje kwam ik binnen in een hal waarin een enorme kroonluchter hing. Er stond een echtpaar bij de receptie die geholpen werd door een struise vrouw met hoogblond haar.
‘Hier heeft u de sleutelkaart van uw kamer, u kunt hier de trap op naar de eerste etage of gebruik maken van een lift. De eerste kamer aan uw rechterhand is nummer vijf, zei ze tegen hun en het echtpaar vertrok.
‘Goedemiddag mijnheer, hoe is uw naam?’, vroeg ze aan mij toen ik bij de balie stond.’
‘Mijnheer Dankers mevrouw. Ik heb uw pension via internet geboekt. Ik zag haar kijken op het beeldscherm van haar PC.
‘Ik zie inderdaad uw naam staan. U komt uit Renslo.’
‘Dat klopt mevrouw.’
‘Waar ligt Renslo eigenlijk? Ik heb er nooit van gehoord. Er komen al jaren vele toeristen in mijn pension, maar de naam Renslo zegt mij niets.’
‘Ik moest glimlachen. Het dorp ligt in de Achterhoek tussen Aalten en Winterswijk.’
‘Dan bent u ver weg van huis mijnheer, zei ze weer. Hier heeft u sleutelkaart nummer 7.’
‘Dan moet ik zeker ook de trap op naar boven en dan de tweede deur rechts, neem ik aan?’
‘U heeft het goed geraden, mijnheer. Ik heb nog een vacature openstaan voor een receptionist. Volgens mij bent u geknipt voor een baan in mijn pension lachte ze.’
‘Dat zal niet lukken. Ik ben verslaggever bij een plaatselijke krant in mijn dorp, maar vanaf vandaag even niet. Ik heb dit lange weekend geboekt voor een paar dagen ontspanning.’
‘Een verslaggever. wilt u misschien reclame maken voor mijn pension?
‘Dat is niet nodig mevrouw. Uw pension staat als ‘uitstekend’ geboekt op het internet.’
‘Fijn om te horen, mijnheer.’

Bij het naar boven gaan moest ik glimlachen, de vrouw leek mij een gezellig type die met iedereen wel een praatje maakte. Zij was zeker geschikt voor het beroep pensionhoudster. Op de eerste etage opende ik de deur, keek in de kamer en zag dat het er netjes uitzag. Een raam stond op een kier. De vitrage had vrij spel en waaide zachtjes door de kier naar buiten. Ik rook weer die zilte zeelucht. Alles zag er netjes uit. Ik zetten mijn rugzak op een kingsize bed, waar je gemakkelijk met z’n drieën in kon liggen. In de hoek stond een bureau met een stoel en een tweedeurs linnenkast. De Tv hing aan een muur tegenover het bed. Ook de badkamer zag er verzorgd uit met een ligbad en een douchecabine.
Mijn kleding deed ik in de kledingkast en plaatste mijn toilettas in de badkamer. Mijn laptop bleef in mijn tas zitten alsook een zwembroek en badlaken. Intussen was het al middag. Ik had nog niets gegeten.

Nadat de deur van mijn kamer achter mij in het slot viel, liep ik snel de trap af naar beneden en liep langs de receptie naar buiten. De pensionhoudster was nergens te bekennen. Ergens aan de boulevard zou ik mijn lunch gaan gebruiken. Ik liep de weg weer terug vanwaar ik gekomen was, stak het Gevers Deynootplein over en liep langs het Kurhaus de boulevard op. Het was voor de maand juni al een drukte van belang. Rechtsaf liep ik de boulevard op en zag de beroemde Pier staan. Naast elkaar stonden verschillende restaurants met terrassen en hier en daar wat winkels. Bij het derde restaurant liep ik naar binnen en ging zitten op het terras achter vensterglas naast een jonge vrouw van ongeveer mijn leeftijd.

DEEL 17

‘Hallo, zei ze uit beleefdheid tegen mij toen ik wilde gaan zitten en ik groette haar. De ober kwam direct naar mij toegelopen en vroeg: ‘Of ik wat wilde drinken of eten?’
‘Graag wil ik een uitsmijter met spek en een kop zwarte koffie’ antwoordde ik tegen de magere ober met een kleine snor.
‘Het komt er zo dadelijk aan, mijnheer.’
‘Vindt u ook niet dat de ober op een bekende komiek uit vroeger tijden lijkt, vroeg ik aan de jonge vrouw die naast mij zat, toen de man door de glazen deur van het restaurant was verdwenen. Hij mist alleen zijn wandelstok nog.’
‘Ze moest glimlachen!’.
‘Hoe heette die Amerikaanse komiek met die bolhoed ook alweer? vroeg ik alsnog.
Charly Chaplin, zei ze.’
‘Ik heet trouwens Herman.’
‘Mijn naam is Cinthia van der Steen. Ik woon hier niet ver vandaan. In Den Haag welteverstaan.
‘Ik kom uit het Achterhoekse dorp Renslo.’
‘Aan de andere kant van Nederland dus, antwoordde ze.’
‘Ik heb een lang weekend verlof genomen van mijn werk als verslaggever bij de plaatselijke Dorpskrant in mijn dorp.’
‘Ik kom graag op Scheveningen en pak ik de tram vanaf mijn huis en ben binnen tien minuten op het strand. Vandaag heb ik een dag verlof opgenomen. Meestal neem ik plaats op dit terras en daarna huur ik een strandstoel op het strand. Dan neem ik vooraf een broodje met haring mee van die haringkar die daar verderop staat.’
‘Heerlijk zo’n haring antwoordde ik. Maar nu even niet want ik zie Chaplin al aankomen met mijn uitsmijter.’
‘Zei u iets mijnheer?’ vroeg de ober.
‘Hij zetten het bord met de uitsmijter en de koffie op een tafeltje, waarna Cinthia en ikzelf moesten lachen om de ober nadat hij was verdwenen.
‘Eet smakelijk Herman!’ Ze pakte uit haar turkoois strandtas een vrouwenblad en was even later verzonken in een verhaal.

De uitsmijter liet ik mij goed smaken en na de laatste hap nam ik een slok van mijn koffie. Zijdelings keek ik naar Cinthia. Ze was volslank en had lang blond haar dat over haar schouders viel. Ze had een kleine wipneus en wat sproetjes. Haar witte short met een blauw T-shirt stond haar vlot. Tijdens het lezen hing een van haar witte instappers aan haar tenen te bungelen. Ze was het type vrouw die mij aantrok. Toch was ik niet op zoek naar een vrouw, maar wilde in die korte tijd genieten van de zee en het strand.
Onverwachts werd ik afgeleid door een mondige man op leeftijd, die aan de andere kant van het terras een jongeman lastig viel. Er ontstond een verhitte discussie over een zitplaats. Omdat de man zo hard praatte, vernam ik, en de andere gasten op het terras, dat de jongeman, net voordat hij wilde gaan zitten, zijn zitplaats in beslag had genomen.
‘Ik was net iets eerder dan u’ hoorde ik de jongeman zeggen tegen de man. U stond nog even met iemand te praten vlakbij de tafel waar ik nu zit. Omdat de stoel nog vrij was nam ik hier plaats.’
‘Nu kan ik nergens meer zitten, zei de man verbolgen. Waarom sta je jouw plaats niet af?’
Blijkbaar was de jongen het zat en gaf hem geen antwoord.
‘Wat een brutaliteit heeft de jeugd van tegenwoordig. Vindt u ook niet mevrouw? vroeg de man aan een vrouw die naast de jongeman zat.’
‘Het spijt mij mijnheer, maar de jongeman heeft gelijk’ zei ze ietwat pinnig. Ú had meteen plaats kunnen nemen.’
‘Aan u heb ik ook niet veel’ antwoordde hij met opgetrokken schouders en een rood hoofd. Kwaad liep hij van het terras af en botste bijna tegen een corpulente vrouw die een teckel op haar arm droeg. Het dier begon van schrik te keffen.
‘Kijk eens uit man!’ Je loopt ons bijna omver’, hoorde ik haar kribbig zeggen tegen hem toen ze net het terras passeerde.’ Maar de man had blijkbaar geen zin meer in een confrontatie en verdween in het wandelende publiek.

‘Wat was dat voor een tumult? vroeg Cinthia plotseling aan mij. Ik ben helemaal uit mijn verhaal.’
‘Er vond zojuist een misverstand plaats tussen een oudere man en een jongen. De man claimde onterecht deze jongen zijn zitplaats, waarna de man boos wegging.’
De ober kwam weer onze richting oplopen, nam mijn lege bord weg en vroeg of ik nog iets wilde drinken?’
‘Een fluitje graag?’
‘Mag ik dan van u een cola? vroeg Cinthia snel.
‘Die cola is voor mijn rekening, viel ik haar in de rede.’
‘Bedankt Herman’ zei ze met een glimlach.
Wat een spontane vrouw bedacht ik opeens. Het was alweer lang geleden dat ik mij zo prettig met een vrouw had gevoeld. Dit gevoel had hij ooit samen met Tineke. Waarom kwam ze weer opeens in zijn gedachte.
‘Nu ik toch hier ben, ga ik morgen naar Madurodam toe. Morgen is het weekend. Het lijkt mij leuk om een gedeelte van Nederland op schaal te zien.’
‘Vind je het misschien leuk om met mij mee te gaan? Cinthia, vroeg ik aan haar’
Verbaasd keek ze mij aan en zei: ‘Eerlijk gezegd overval je mij ermee; mag ik er nog even over nadenken?’
‘Natuurlijk Cinthia. Volgens mij ben jij van mijn leeftijd?’
‘Ik ben dertig jaar?
‘En ik twee jaar ouder dan jij’ Cinthia.
‘Ik geef je alsnog mijn telefoonnummer. Als je mij rond 10.00 uur niet hebt gebeld, dat ga ik alleen op pad.’
‘Oké, Herman, afgesproken!’

WORDT VERVOLGD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s