GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 14 EN 15

Diezelfde avond hielp Hans Heskes in zijn boekhandel nog een laatste klant met het uitzoeken van een boek. Na het vertrek van de man sloot hij zijn winkeldeur. Het was intussen bijna half 10. Buiten begon het te schemeren. Hij zou nog naar het ‘open huis’ kunnen gaan van Herman. Eerder die dag had hij aan Jan Ruiters een felicitatiekaart meegegeven die in zijn boekenzaak aanwezig was. Ook om een andere reden weerhield het hem om naar Herman toe te gaan. Zijn oude vriendin Heleen van Dam. Ondanks hun leeftijdsverschil van dertien jaar klikte het ooit tussen hen en hadden ze een aantal maanden een platonische relatie gehad. Ze had hem gek gemaakt met haar woorden: ‘Dat hij er nog goed uit zag voor zijn leeftijd.’ Zelf was ze slank en had geen moeite met mijn stevige postuur. ‘Jouw prachtige haar vind ik toch het mooiste van alles.’ Haar gevlei deed hem goed, totdat ze vertelde dat hij haar deed denken aan een kunstenaar die ze van vroeger kende. Vaak deed het mij pijn als zij mij weer eens vergeleek met de een of andere relatie uit haar verleden. Ik liet mijn ongenoegen niet meteen merken. Ze had nu eenmaal een aantrekkingskracht op mij en andere mannen. Daardoor werd ik steeds heen en weer geslingerd tussen mijn gevoel en mijn verstand.
Als wij samen uitgingen, zocht ze toch steeds weer de aandacht op van andere mannen en voelde ik mij op dat moment overbodig. Als ik haar, na een avondje stappen, weer naar huis bracht met mijn zwarte Volvo en ik weer huiswaarts ging, was ik boos op mijzelf. Ze speelde regelmatig met mijn gevoelens. Toch kon ik haar niet weerstaan en ondanks ze op een gegeven moment vertelde geen ‘heil’ meer in onze relatie te zien, bleven wij contact houden, maar niet meer in de relatiesfeer. Met vrouwen had ik het nu wel even gehad.

Naast mijn boekhandel was de voordeur van mijn woning. Ik woonde boven de zaak en had een dubbele etage. Mijn huis met drie kamers was klassiek ingericht. De etalage van de boekhandel keek uit op het Dorpsplein. Achterin de zaak was een groot magazijn voor de opslag van mijn boeken, een keukenblok en een toilet. Ik was al jaren vrijgezel. Klanten kwamen graag in mijn zaak. Soms vertelde ik hun over mijn grote passie ‘historische boeken’.

Het was een gezellige drukte voor mijn woonboot.
‘Ik heb een schaal met kippenpoten, saté of een hamburger mensen. Tast toe?’ en plaatste de schaal op tafel.’
‘Wat wilt u eten?’ hoorde ik Tineke vragen aan mijn moeder.
‘Een kippenpoot graag.’ Ze pakte een kippenpoot met een servet en gaf deze aan haar.
‘Hoe is het eigenlijk met jou? Tineke. Ondanks wij al jaren naast elkaar wonen spreek ik je amper. Kun je wel wennen zo alleen, sinds je ouders zijn verhuisd naar het verzorgingstehuis?’
‘In het begin was het even wennen’ mevrouw Dankers. Ik bezoek mijn ouders wekelijks. Gelukkig heb ik een goede baan en vrienden, zoals mijn vriendin Heleen van Dam, de vrouw die daar blootvoets in de hoek van de tent zit.’
‘Vanaf je prille jeugd kwam je nog weleens regelmatig bij ons op visite. Met of zonder je ouders en trok je als kind op met Herman. Op de een of andere dag zagen mijn man en ik je niet meer. Alleen bij de begrafenis van mijn man ben je nog geweest. Heb je trouwens nog contact met mijn zoon?’
‘Niet meer zo intensief als vroeger. Vandaag is het een uitzondering. Soms zien wij elkaar op het Dorpsplein.’
‘Wat is de reden dat wij je niet meer zien?’
‘Dat is een lang verhaal mevrouw Dankers, dat ikzelf niet begrijp. Eerlijk gezegd wil ik het er nu niet over hebben. Sorry!’ en ze liep richting Heleen. Mevrouw Dankers keek haar verbaasd na. Ze begreep werkelijk niet wat er toch aan de hand was tussen haar zoon en haar buurmeisje.

‘Zeg Heleen, hoe vind je mijn rok met bijpassende blazer?’ vroeg Tineke aan haar toen ze voor haar stond.
‘Een leuk setje meid. Ook die blouse met die mintkleur past er leuk bij.’
‘Het geheel hoort bij een nieuwe zomercollectie. Ik heb van dezelfde stof ook nog twee jurken.’
‘Je maakt nieuwsgierig Tineke. Ik kom gauw eens bij je kijken.’
‘Sinds kort verkopen wij ook schoenen en damestassen.’
Tineke liep terug naar haar stoel en schonk, voordat zij weer ging zitten, haar glas vol met jus orange en liet haar glas met champagne halfvol staan.
Ik liep naar mijn moeder toe en schonk haar glas vol met appelsap en vroeg aan haar: ‘wat bent u stil moeder?’
‘Het is jammer dat je vader helaas niet meer kan meemaken dat je zo mooi aan de plas woont, jongen.’
‘Het is, zoals het is moeder. Natuurlijk realiseer ik mij dat ook, maar vader is al zolang overleden.’
Teus hoorde het gesprek eens aan en liep naar mevrouw Dankers toe. Hij vroeg: ‘Heeft u het naar uw zin’ mevrouw.
‘Jawel hoor Teus, het is leuk om te zien dat mijn zoon een aantal vrienden heeft.’
‘Vriendschap is altijd belangrijk mevrouw. Sinds een tijd ben ik bevriend met uw zoon, zoals ik u vertelde. Hij ziet mij ook als een ‘vaderfiguur.’
‘Dat begrijp ik volkomen Teus. Mijn man kwam al jong te overlijden en hij had nog zoveel met zijn vader willen bespreken. Ik heb mijn zoon, zo goed mogelijk proberen op te vangen en hij mij en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Maar gelijktijdig realiseerde ik mij ook dat hij niet ‘eeuwig’ thuis kon blijven wonen. Als een volwassen man moet hij ook een eigen toekomst opbouwen. Daarom kwam uw aanbod om uw woonboot te verkopen aan hem, als een ‘geschenk uit de hemel.’

DEEL 15

‘Mag ik u, na afloop van deze party, naar huis toe brengen?’ mevrouw. Herman heeft dan tijd om alles op te opruimen.’
‘Hoe vind je dat Herman?’ vroeg moeder aan mij.
‘Eigenlijk wel een goed idee van Teus moeder.’
Na een tijdje gelopen te hebben, ging ik zitten en zag dat al mijn gasten, op één na, animerend met elkaar zaten te praten. Jules had in het begin van de avond even gesproken met mijn moeder, maar voor de rest van de avond was hij wel erg stil, vond ik. Opeens zag ik dat Jan het woord nam en vervolgens met hem in gesprek ging.
Zo verstreek de gezellige avond en zetten ik voor mijn gasten nog een kan met koffie. Het afscheid naderde en iedereen ging huiswaarts. Moeder gaf ik een kus en Teus pakte haar arm en bracht haar naar zijn Volkswagen. Een paar vrienden boden aan mij te helpen met opruimen, maar ik zei dat ik dat zelf deed omdat ik vanaf morgen een lang weekend op stap ging. Ik was toe aan wat rust.
Toen iedereen was vertrokken had ik spijt dat ik geen hulp had aanvaard van een paar vrienden toen ik de rommel overzag. De moed zakte in mijn schoenen. Nu maar gelijk alles opruimen, dacht ik bij mijzelf. Het was al middernacht toen alles weer aan kant was en ik eindelijk mijn bed indook. Ik voelde mijn lichaam tintelen van vermoeidheid. Even lag ik naar kort naar het plafond te kijken en viel vrijwel direct daarna in slaap.

De volgende dag ging ik, na een stevig ontbijt, met mijn rugzak en laptop de deur uit. Ik stapte in mijn auto en reed naar het dichtstbijzijnde station niet ver verwijderd van het centrum. Wat later parkeerde ik mijn auto op een nabij gelegen parkeerplaats. Ik wilde gaan reizen met de trein. Zo kon ik met mijn laptop werken als dat nodig mocht zijn. Ik had mijn zinnen gezet om naar het strand van Scheveningen te gaan in het Westen van het land. Het was ongeveer twee en een half uur reizen met de trein. Via internet had ik een pension geboekt dat net achter de boulevard stond aan de Badhuisweg. Jaren geleden was ik als kind in deze badplaats geweest samen met mijn ouders en een paar familieleden. Eenmaal in de trein las ik een boek en keek naar mijn email op mijn laptop. Omdat ik een lang weekend weg was beantwoordde ik de email niet. Ik was nu even weg van alle beslommeringen. Het rijden met de trein gaf mij een relaxed gevoel. Wel merkte ik dat richting het Westen het veel drukker was dan in mijn eigen woonomgeving.

Zo reed de trein richting Den Haag Centraal, waar ik vervolgens op tramlijn 7 stapte richting de boulevard van Scheveningen. Bij het uitstappen zag ik het bekende ‘Kurhaus’, een imposant gebouw met daarachter de boulevard en het strand. Er hing een zilte zeelucht. Dat kwam waarschijnlijk omdat er een zachte bries stond. Vanaf de tramhalte liep ik over de Gevers Deynootweg richting de Badhuisweg, naar mijn pension met de naam ‘de Zeemeeuw.’ zijdelings keek ik op mijn horloge. Het was de 15e juni.

WORDT VERVOLGD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s