GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 9 EN 10

Op het gemeentehuis in Aalten stond Heleen voor het raam van haar werkkamer. De zon scheen naar binnen. Ze liet het rolgordijn tot halverwege het raam zakken, ging zitten en pakte ‘haar agenda uit haar aktetas. Volgende week vrijdag was het ‘open huis’ bij Herman Dankers, las ze. Drie avonden per week werkte ze als raadslid voor Gemeente Belangen op het gemeentehuis. De overige dagen was ze ook een ‘mental coach’ met een praktijk aan huis. Op weg naar haar villa aan de rand van het dorp, reed ze altijd langs de woonboot van Herman. Sinds kort woonde hij bij haar in de buurt. Tijdens de verbouwing van zijn woonboot zag ze regelmatig in de weekenden Jules Beekman klussen bij hem. Herman kende haar rode auto. Meestal stak hij zijn hand op als ze weer eens voorbij reed. Eén keer per week kwam hij bij haar op bezoek om verslaglegging te doen van het nieuws uit de gemeente. Meestal ging het over de perikelen in hun dorp en in de omliggende gemeenten. Hij was altijd vriendelijk tegen haar. Ze vond hem knap met zijn donkerblonde krullende haar. De dorpsgenoten namen hem snel in vertrouwen had ze gemerkt. Als verslaggever had dat zijn voordelen. Sinds enige tijd was ze verliefd op hem. Ze had haar vriendin Tineke de Rooij, het buurmeisje van Herman, gevraagd of hij nog steeds een relatie met haar had. Vanaf hun pubertijd werden ze regelmatig in het dorp gezien.
‘Niet meer Heleen. Wij zien elkaar zo af en toe en praten amper nog met elkaar’ had ze tegen haar gezegd.
Ook had ze vernomen, dat na het vertrek van Tineke haar ouders, die naar een verzorgingstehuis in Winterswijk gingen, zij in haar ouderlijk huis bleef wonen. Regelmatig kocht ze kleding in Modezaak Swinkels waar Tineke als verkoopster werkte. Zij gaf haar altijd een goed kledingadvies. Het klikte tussen ons en wij werden vriendinnen. Tineke was nu ook vrijgezel. Af en toe gingen wij in de weekenden samen op stap. Tijdens het stappen zag ze al snel dat de mannen sneller oog voor haar hadden dan voor Tineke. Ze had een nare eigenschap wist ze. Ze werd snel verliefd op mannen, maar zag dit vooral als een spel. Mannen die afstandelijk waren trokken haar juist aan. Zodra ze iemand op het oog had en de persoon te serieus werd, liet ze hem vallen als een baksteen. Dat was een slechte karaktereigenschap. Ze had nu eenmaal een ontembaar jachtinstinct wat mannen betreft.
Tineke daarentegen was meer het serieuze type. Sinds de relatie met Herman voorbij was ondernam ze zelf niet zoveel. Ze had als motto: ‘Als de tijd rijp is komt er wel iemand op mijn pad Heleen.’ Ooit had ze tegen mij gezegd: ‘Heleen, je bent een mannen verslindster. Vroeg of laat krijg je de deksel op je neus.’ Ik nam het haar niet in dank af, maar diep in mijn hart wist ik dat ze gelijk had. Het verliefde gevoel voor Herman was anders dan bij die andere mannen uit het verleden. Toch bleek hij onbereikbaar voor haar, al deed ze nog zoveel moeite om hem te imponeren. Ze voelde dat hij op gepaste afstand van haar bleef, waardoor ze allerlei capriolen begon uit te halen om zijn aandacht te trekken. Tot nu toe waren haar pogingen tevergeefs geweest. Steeds was hij in haar gedachten. Het werd een obsessie en ze wilde hem vooral niet met niemand delen. Waarom de relatie was uitgegaan tussen Herman en Tineke wist ze niet. Ooit had ze het aan haar gevraagd. Tineke was zo gesloten als een oester als het op haar gevoelens aan kwam.

DEEL 10

Na het verslag van het Bezoekerscentrum van de Kinderboerderij reed ik naar huis en kwam tegen dinertijd aan. Onderweg moest ik denken aan die verkoolde schapen die het niet hadden gered tijdens de brand. Gelukkig waren de andere boerderijdieren gespaard gebleven. Nadat ik mijn laptop had opgepakt vanaf de achterbank van mijn auto, stapte ik op mijn woonboot. Ik woonde nu alweer twee maanden aan de Korte Gracht en keek uit op De Plas. Over twee dagen was het mijn ‘open huis’. Ik verheugde mij erop om iedereen weer te zien. Vooral Teus en mijn moeder. Op mijn eetkamertafel zetten ik mijn laptop neer en hing mijn blazer over de rugleuning van mijn stoel. Ik zag dat mijn woonkamer één grote chaos was. Het werd tijd om de boel eens aan kant te doen. Stel je voor als mijn vrienden dit zagen, ze zouden ervan schrikken. Veel trek in avondeten had ik niet en besloot om een blik tomatensoep open te trekken en een paar boterhammen te smeren. Mijn voeten waren opgezwollen. Ik maakte de veters los van mijn schoenen en zwiepte ze onder mijn salontafel. Het was een dag vol met emoties geweest. Na mijn maaltijd liep ik op blote voeten door de woonkamer. Er was werk aan de winkel. Met een moe, maar voldaan gevoel ging ik rond middernacht naar bed.
Diezelfde nacht kon Tineke niet slapen. Ze rolde van links naar rechts in haar grenen houten bed. Regelmatig sloeg ze haar dekbed open richting haar voeteind en trok het even later weer naar zich toe.
‘Pff, wat is het hier warm, of maak ik mij zo druk’ zuchtte ze. Na de zoveelste keer haar dekbed verplaatst te hebben kwam ze overeind en zat chagrijnig op de rand van haar bed.
‘Waarom ben ik toch steeds aan het piekeren als ik Herman weer eens zie’ mompelde ze. Ze deed haar badjas aan en liep de trap af naar beneden. Uit de koelkast pakte ze wat melk en schonk het in een longdrink glas. Ze was nu negenentwintig jaar en had sinds een tijdje geen relatie meer. Ze nestelde zich in een paar lichtgrijze kussens van haar tweezitsbank. Elf jaar geleden vertrok haar buurjongen en jeugdliefde Herman naar Mali in Zuid Afrika. Hij had haar verteld dat hij wegging. Na zijn reis zou hij gaan werken als verslaggever bij De Dorpskrant waar hij ooit stage had gelopen zei hij. Zelf werkte ze bij Modezaak Swinkels. Haar ouders waren blij voor haar dat ze een leuke baan had. Vanaf hun trouwen woonde haar ouders naast de familie Dankers en konden ze het als buren goed met elkaar vinden.
Op een dag in de winter zat Herman op een slee. Ik stond voor het raam te kijken naar de sneeuwvlokken die naar beneden vielen. Herman tikte op het raam en wenkte mij om naar buiten te komen. Moeder liep met mij mee naar de voordeur en vroeg wat de bedoeling was.
‘Mag Tineke mee op de slee mevrouw Dankers? vroeg hij. Wat hadden wij een pret die middag. Vanaf die tijd trokken wij veel met elkaar op en groeide er rond onze pubertijd een prille liefde.
Weken voor zijn vertrek naar Zuid Afrika, had hij tegen haar gezegd dat hij zich had ingeschreven om als vrijwilliger te helpen in Mali. Er moest een weeshuis gebouwd worden voor weeskinderen. Ik vond het een mooi gebaar van hem. De bewuste dag voor zijn vertrek werd ik onverwachts opgebeld door Johan, de neef van Gerda Ruiters de eigenaresse van het hotel in ons dorp. Dit gebeurde, net op het punt dat ik moest gaan werken. ‘Of ik alsjeblieft direct kon komen, want er was iets gebeurd’ zei hij. Snel belde ik nog even naar mijn werkgever dat ik, door omstandigheden, wat later op mijn werk zou komen. Mijn moeder zou ik later opbellen. Zij was eerder die ochtend vertrokken voor een bezoek aan haar zus. Waar was de poes eigenlijk? Ze had haar al sinds gisteren niet meer gezien.
Over het Dorpsplein voor mijn huis, liep ik richting het familiehotel en stapte de marmeren hal in. Gerda stond achter de receptie en ik vroeg aan haar of ik Johan kon spreken. Gerda liep via het kantoor naar achteren door een deur waar ‘Privé’ op geschreven stond. Even later kwam Gerda weer aangelopen en zei: ‘Johan komt er aan hoor Tineke!’ en ze liep weer richting haar kantoor en sloot de deur.
WORDT VERVOLGD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s