GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 7 EN 8

‘Zo dadelijk breng ik je de zwarte koffie’ Herman, zei Gerda.
Voorbij de receptie liep ik het restaurant naar binnen en zag dat er al wat gasten waren. Mijn vaste tafel was nog vrij en ik nam plaats. Dit restaurant zal ik de komende tijd wel gaan missen als ik in Zuid-Afrika ben, bedacht ik mij opeens. Het interieur was Engels ingericht. Op de vloer lag een rood tapijt. Er stonden zwartgelakte ronde tafels, mooi gedekt met wit damast. Alle stoelen hadden gebloemde bekleding. Half openstaande vitrage hing er voor de ramen en in het midden van het restaurant prijkte een grote kristallen lamp. Het geheel oogde chique.
Gerda bracht de koffie binnen en liep weer terug naar de receptie. Tijdens het drinken van mijn koffie, zag ik achterin de hal twee bekende mensen staan. Ik keek nog eens goed en zag tot mijn verbazing Tineke staan praten met Johan, de neef van Gerda. Ik kende Johan. Hij was van mijn leeftijd. Ooit had hij mij verteld dat hij drie dagen in de week huisdieren verzorgde bij een dierentehuis en dat hij de rest van de week meehielp met hand- en spandiensten in het hotel van zijn tante. Ik wilde opstaan om naar Tineke toe te gaan. Op hetzelfde moment trok Johan haar onverwachts naar zich toe en sloeg zijn armen om haar heen. Tineke legde haar hoofd op zijn schouder. Met een van zijn handen wreef hij door haar kastanje bruine haar. Wat was daar aan de hand? vroeg ik mij af.
Ik kon Tineke’s gezicht niet zien. Ze stond met haar rug naar mij toe. Johan mij had gezien. Hij stak zijn hand omhoog die ik direct ontweek. Ik had genoeg gezien, nam een slok van mijn koffie en maakte aanstalten om weg te gaan.
Waarom omhelsde hij haar? Hoelang kende ze elkaar? Opeens hoorde ik een bekende stem achter mij. Tineke riep luidt: ‘Herman, het is niet wat het lijkt.’ Zonder nog om te kijken, versnelde ik mijn pas, verliet het hotel en liet haar staan. Bij het naar buiten gaan verstomde haar stem. Ik was teleurgesteld. Met tranen in mijn ogen hapte ik naar frisse lucht. Zonder haar die dag nog te zien, vertrok ik de volgende ochtend naar Zuid-Afrika. Onderweg hoorde ik een paar keer mijn Gsm rinkelen, maar nam niet op.
Mijn stamcafé lag nu ver achter mij. Langs een weg met bomen reed ik opeens over een paar kleine takjes die op het fietspad lagen. Door mijn snelheid slipte ik en viel ik van mijn fiets. Stuntelig kwam ik overeind en klopte mijn kleding af. Een paar schrammen zaten op mijn knie. Ik keek omhoog en zag een van de hoge bomen staan die ik nog net had ontweken. Zijn knoestige takken hingen als treurwilgen naar beneden. Het was een spookachtig tafereel. Ik stapte weer op mijn fiets en in een wat rustiger tempo reed ik door naar huis. In de verte zag ik mijn woonboot liggen. Opeens moest ik denken aan mijn vriend Teus. Wel verdorie! In alle consternatie was ik hem bijna vergeten uit te nodigen voor mijn ‘open huis’. Ik besloot, na een bezoek morgenochtend aan mijn moeder, dat ik hem zou opbellen. Even later plaatste ik mijn fiets op het achterdek van mijn woonboot, stapte naar binnen en na een warme douche ging ik naar bed. Mijn ogen prikten. Voordat ik het wist viel ik in slaap.

DEEL 8

De volgende ochtend belde ik meteen Teus op om hem uit te nodigen voor het feestje.
‘Hoe bevalt de woonboot?’ Herman.
‘Fantastisch Teus Als je komt zie je hoe jouw voormalige boot is ingericht. Er heeft een metamorfose plaatsgevonden. Ik zou het leuk vinden als je volgende week aanwezig bent. Het feest begint om 20.00 uur.’
‘Ik zal er zijn Herman’ en hij hing op.
Net voordat ik wilde opstaan van mijn eetkamerstoel, ging opnieuw mijn Gsm.
‘Met Dankers! met wie spreek ik?’
‘U spreekt met Cor Zwart van het Bezoekerscentrum van Kinderboerderij ‘De Bezige Bij’ in Aalten. Kunt u vanmiddag langskomen om verslag te leggen over een brand in een van onze schuren? Een gedeelte van het rieten dak is afgebrand. Ook zijn er vijf schapen dood door verstikking van de rook. Gelukkig stonden de andere dieren in een andere schuur.’
‘Wat een drama, mijnheer Zwart. Ik kom rond 13.30 uur bij u langs, dan neem ik verslag op voor De Dorpskrant.’
‘Akkoord! ik zie u vanmiddag?’
Die middag pakte ik mijn laptop, deed een zwarte blazer aan die keurig stond op mijn denim broek. Bij het naar buiten gaan keek ik in een ovale spiegel, die scheef in zijn frame hing. ‘Die heeft zijn beste tijd gehad’ mompelde ik. Snel kamde ik mijn gekrulde haar en keek terloops op mijn horloge. Het was tijd om als eerste een bezoek aan mijn moeder te brengen. Na het sluiten van de deur van mijn kajuit, stapte ik in mijn Renault en reed naar mijn ouderlijk huis. Bij aankomst vertelde ik aan mijn moeder over de brand in de kinderboerderij.
‘De dieren zijn vaak de dupe van brandstichters’ antwoordde ze. Ook gaat het de gemeente weer een hoop geld kosten om een nieuw gebouw neer te zetten.’
Mijn ouderlijk huis voelde weer als vanouds aan. Ik had er al zolang gewoond.
Zullen wij alsnog gaan lunchen?’ Herman. Een hard gekookt ei met wat toast en zwarte koffie misschien?’
Ik knikte bevestigend.
‘Vrijdag kom ik u ophalen voor het ‘open huis’ bij mij thuis’ vertelde ik haar tijdens de lunch. Teus mijn goede vriend komt ook. Ik moet nu weg. Zo dadelijk moet ik mijn verslag maken bij het Bezoekerscentrum.’ Ik gaf haar een kus en verdween door de voordeur. Net voordat ik in mijn auto stapte stond ze alsnog voor het raam te kijken. Ik zwaaide naar haar.
WORDT VERVOLGD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s