GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 5 EN 6

Naast mij op een eiken houten kruk zat een corpulente man met een geruit houthakkershemd aan. Zijn billen hingen aan weerszijde over de kruk. Ook rook ik een penetrante lichaamsgeur. Ik moest bijna kokhalzen. Waarschijnlijk was zijn overhemd in weken niet gewassen. Ik stond op van mijn barkruk. Snel liep ik langs twee pokertafels op zoek naar een andere zitplaats, toen ik in een hoek mijn klusmaatje Jules Beekman zag zitten. Blijkbaar zat hij in gedachten en keek richting een glas- en loodraam.
‘Goedenavond Jules!: ‘Wat zit je in gedachten?’
‘Dat is een verrassing Herman. Ga zitten? Ik keek naar een beeltenis van een timmerman uit vroeger tijden, die in het glas- en loodraam is verwerkt. Kijk daar?’
Ik zag inderdaad een beeltenis van een timmerman uit vroeger tijden.
‘Het vak Timmerman had ik zo graag willen uitoefenen. Op aanraden van mijn ouders ging ik studeren voor accountant. Zoals je weet ben ik nu een Beleggingsexpert. Toch gaat mijn interesse uit naar het beroep Timmerman.’
‘Dat weet ik Jules, viel ik hem in de rede, jij hebt mij zo goed geholpen met een kleine verbouwing op mijn woonboot, waar ik je nog steeds dankbaar voor ben. Omdat je mij zo goed hebt geholpen, wil ik je volgende week vrijdag uitnodigen om tijdens mijn ‘open huis’ het glas te heffen?’ Het feest begint om 20.00 uur.’
‘Natuurlijk kom ik Herman, mits je whisky schenkt’ en hij gaf mij een knipoog.
‘Oké, afgesproken en nog een fijne avond Jules. Ik zie trouwens nog een paar bekenden zitten die ik wil uitnodigen’ en ik liep weg.
Aan een eiken tafel met een boerenbontkleedje, zaten Heleen van Dam, mijn buurmeisje Tineke de Rooij en Hans Heskes. Ze waren heftig met elkaar in discussie. Opeens zag Tineke mij aan komen lopen en ze zwaaide naar mij. Ik stak mijn hand op. Ooit was ze mijn jeugdliefde. Diep in mijn hart hield ik nog van haar. Toch had zij mij jaren geleden teleurgesteld in de liefde.
‘Wie hebben wij daar!, zei Hans, die mij ook in het vizier kreeg. ‘Herman!’
‘Mag ik erbij komen zitten? mensen.’
‘Zullen wij dat toelaten dames?’ antwoordde Hans gekscherend en gaf Tineke een knipoog.’
‘Nou voor deze keer dan Herman’ zei ze.’
‘Wat een ‘lol’ mensen’ en ik schoof een stoel naar achteren en nam plaats.
Heleen stak gelijk van wal en vroeg: ‘wanneer is de kopij klaar van mijn tekst over het jaarfeest? Herman.
‘Waarschijnlijk morgen Heleen. Nog even geduld. Er moeten nog wat foto’s bij de tekst worden geplaatst.’
Het lag op haar lippen om nog iets te zeggen zag ik, maar ik was haar voor en vroeg aan Hans of de zaken goed gingen in zijn Boekantiquariaat.’
‘De laatste tijd heb ik weer wat ‘juweeltjes’ ingekocht Herman. Kom eens kijken, misschien is er wel iets voor je bij? Net voordat jij bij ons aan tafel kwam zitten, hadden wij het over de ‘hangjongeren’, die vooral in de weekenden het Dorpsplein onveilig maken. Ze gooien veel afval naast de afvalbakken, zijn rumoerig en soms baldadig. Kun jij dat probleem eens bespreken in de gemeenteraad Heleen?’
‘Wij weten van het probleem af Hans en de reden is, denken wij, de tijdelijke sluiting van het buurtcentrum ‘Kom Op’, jullie wel bekend. Er is asbest gevonden in het oude gebouw, dat moet worden verwijderd. Als raadslid van Gemeente Belangen neem ik al het voortouw en zit ik bovenop deze kwestie.’
‘Dat kan wel zijn Heleen, momenteel zoekt de jeugd hun heil ergens anders en vooral op het Dorpsplein. Hopelijk is de kwestie gauw opgelost, want zo kan het niet langer, zei Hans weer!´
‘Moet ik er nog een artikel aan wijden? Hans, vroeg ik.’
‘Nee Herman, dat hoeft niet. Er is al zoveel over geschreven de laatste tijd, gaf Heleen als antwoord’

DEEL 6.

‘Waar ik eigenlijk voor kom is, dat ik jullie volgende week vrijdag wil uitnodigen voor een ‘open huis’ bij mij thuis, vanaf 20.00 uur aan de Kleine Gracht bij De Plas. Daar ligt mijn woonboot?’
‘Dat lijkt mij leuk, vindt je niet Tineke? zei Heleen.’
‘Jazeker! ik ben van de partij.’
‘Ik kan helaas niet komen vanwege de sluitingstijd van mijn boekhandel. Zoals jullie weten ben ik vrijdagavond altijd tot 21.00 uur open. Na sluitingstijd is het te laat om nog te komen. Alsnog bedankt voor je uitnodiging Herman.’
‘Zullen wij nog een drankje bestellen?’ vroeg Tineke aan ons en ze stond op.’
‘Blijf maar zitten Tineke, ik betaal de drankjes wel, zei Hans en liep richting de bar.
‘Vind je het niet eenzaam zo alleen op die woonboot? vroeg Tineke aan mij. Je hebt namelijk jaren naast mij gewoond in het centrum tegenover het Dorpsplein. Ik zie je regelmatig op bezoek komen bij je moeder. Ik zou het alsnog leuk vinden als je mij een bezoekje brengt, want dat is, na je reis naar Zuid Afrika, niet meer gebeurd. Je weet de Klinkweg toch nog wel te vinden hoop ik Herman?’
‘Je weet wat er in die tijd vóór mijn vertrek is gebeurd Tineke. Laten wij het maar bij dit gesprek laten?
‘Dat vind ik eigenlijk niet Herman; ik zou graag eens met je om de tafel willen zitten om het voorval van toen eens met je te bespreken?’
‘Helaas heb ik niet zoveel tijd Tineke, wegens mijn werkzaamheden.’
Na de drankjes die Hans had gehaald viel er opeens een stilte. Ik voelde mij op een zeker moment niet meer op mijn gemak. Opeens stond ik op stond en zei: ‘Oké mensen, zonder tegenbericht zie ik jullie die vrijdag. Bel mij bijtijds op als je verhinderd bent en ik liep naar de uitgang van het café.’
Eenmaal buiten keek ik naar de overzijde van het Dorpsplein, richting mijn ouderlijk huis en zag dat de fluwelen overgordijnen dicht waren. Moeder lag te slapen. Ik keek op mijn horloge, zag dat het rond middernacht was en reed even later met mijn fiets rechtsaf de Klinkweg op richting huis.
In het donker reed ik door het grillige landschap en moest denken aan de woorden van Tineke. Ik wilde niet bij haar op bezoek gaan omdat ik bang was voor een confrontatie met haar over wat in het verleden tussen ons was gebeurd. In de wandelgangen zag ik haar weleens lopen, maar als wij elkaar even spraken, bleef dat vaak bij een oppervlakkig gesprek. Het zat mij, na jaren, nog steeds dwars dat ik haar op die bewuste dag van mijn vertrek naar Zuid Afrika in omhelzing zag met Johan, de neef van Gerda Ruiters van familiehotel Ruiters. Even daarvoor stond ik bij haar voordeur en trof haar niet thuis. Ik wilde tijdelijk afscheid van haar nemen, want ik bleef twee maanden weg. Toen ik haar niet thuis trof, fietste ik langs Modezaak Swinkels waar ze werkte. Door de etalage zag ik dat ze daar ook niet was. Ik reed door naar het familiehotel Ruiters, want de eigenaren Jan en Gerda moesten mij ook een tijdje missen. Iedere ochtend gebruikte ik hier mijn ontbijt en lag een landelijk dagblad al voor mij klaar, voordat ik als stagiair naar het kantoor van De Dorpskrant ging. Enigszins teleurgesteld, omdat ik Tineke niet kon bereiken, kwam ik aan bij het hotel, parkeerde mijn fiets en liep het stenen trapje op naar binnen. Achter de receptie stond Gerda en ze zag mij binnenkomen.
‘Hallo Herman, wat mag het zijn, vroeg Gerda?’
‘Heb jij voor mij een kop zwarte koffie Gerda, daar ben ik wel aan toe. Eerst wil ik voorlopig afscheid nemen van u en Jan omdat ik voor twee maanden vertrek naar Mali in Zuid Afrika om te gaan helpen, samen met een internationale groep jongeren. Wij bouwen een weeshuis voor kansarme kinderen. Via een advertentie heb ik mij ingeschreven bij een Nederlandse stichting die werkzaam is in dat land. Mijn stage is nu afgelopen bij De Dorpskrant en na deze reis ga ik daar definitief werken als verslaggever.
‘Mooi werk Herman en gefeliciteerd met je nieuwe baan! Jan is er momenteel niet, maar ik zal hem de groeten van je doen.’
WORDT VERVOLGD

2 reacties op ‘GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 5 EN 6

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s