GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 3

Opgeschrikt door lawaai op mijn dak van mijn woonboot, kwam ik weer bij mij positieve. Ik ging rechtop staan, draaide mij om en leunde met mijn rug tegen de reling. Ik keek naar boven richting mijn dak, hoorde een lawaai van jewelste en zag dat twee eksters een kraai belaagde. De arme vogel wist zich geen raad, omdat hij niet kon wegvliegen. Beiden blokkeerde de kraai op zijn vlucht naar de vrijheid. Ik kon het niet langer aanzien en klapte in mijn handen. Het geluid klonk als een echo over het water, waardoor ze allen wegvlogen.
Ik stapte mijn kajuit. Mijn maag rammelde. Ik had trek in eten. Een bak met een restant bami goreng pakte ik uit de koelkast en plaatste deze in de magnetron. In de koekenpan bakte ik een ei. Het was zaterdagavond, tijd om mijn favoriete stamcafé weer eens te bezoeken.
De bel van de magnetron deed mij opeens beseffen dat mijn eten klaar was. Na het eten deed ik het serviesgoed in de vaatwasser, pakte mijn denim jack en bos sleutels en liep naar het achterdek waar mijn fiets stond. Mijn Renault gebruikte ik nu niet. Daar reed ik de hele week al mee.
Met een zwaai plaatste ik mijn fiets op de brede loopplank en liep over het gras richting het fietspad op weg naar de Klinkweg waar café ‘De Blauwe Ruiter’ stond. Het was een half uur fietsen. Voorbij De Plas doemde wat landschapselementen op en kwam een klein bos in zicht. Even genoot ik van het landschap. Snel dwaalde mijn gedachten af en dacht opeens aan mijn moeder. Na jaren als vrijgezel bij haar gewoond te hebben aan de Klinkweg nummer 5, kreeg ik op zekere dag geheel onverwachts een aanbod om een woonboot te kopen van mijn vriend Teus. Hij was een kunstschilder van vijfenzestig jaar en schilderde hoofdzakelijk landschappen. Ooit ontmoette ik hem tijdens een tentoonstelling van zijn werk in het gemeentehuis van Aalten. Na het interview nodigde hij mij uit om hem eens te bezoeken op zijn woonboot aan de Korte Gracht, een watertje dat uitkwam op De Plas. Onze ontmoetingen werden intensiever en hij werd mijn beste vriend. Ook was hij voor mij als een vader, omdat mijn eigen vader, na een kort ziekbed, was overleden. Ik was toen zeventien jaar oud. Samen met mijn moeder bleef ik achter in ons huis dat uitkeek op het Dorpsplein in het centrum van Renslo. Ik kwam graag aan De Plas, waar ik genoot van de natuur, de stilte en het water.
Op een zekere dag belde Teus mij op voor een bezoek aan hem. Hij vertelde aan mij, dat zijn gezondheid achteruitging, last had van bronchitis en diabetes. Ook lieten zijn gewrichten het langzamerhand afweten, waardoor hij slechter ging lopen.
Hij vroeg aan mij: ‘Hoe zou je het vinden Herman, om mijn woonboot te kopen? Je woont al jaren bij je moeder, zou het niet leuk zijn om eens op je zelf te gaan wonen?’
Verrast keek ik hem aan en vroeg: ‘Ga je dan verhuizen Teus?’
‘Uit pure noodzaak Herman! Mijn kwalen worden erger. Daarom heb ik besloten om naar een verzorgingstehuis te gaan in Winterswijk.’
Even viel er tussen ons een stilte.
‘Eerlijk gezegd, is het aanbod erg aantrekkelijk, maar als ik besluit om het te doen, zal ik mijn moeder en jou wel missen. Vanmiddag zal ik het met haar bespreken Teus.’
‘Ik begrijp dat mijn aanbod als een verrassing komt!’
‘Dat kun je wel zeggen Teus.’
‘Het vertrek van mijn woonboot gaat mij wel aan mijn hart, maar ik hoop dat wij nog steeds contact met elkaar blijven houden als ik weg ben.’
‘Natuurlijk Teus, want ik kan je, net als mijn moeder, niet missen. Je hoort spoedig van mij voordat je vertrekt naar Winterswijk.’

WORDT VERVOLGD

2 gedachtes over “GEKRAKEEL IN RENSLO, DEEL 3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s