Sociaal lachen

Lachen-is-gezond-2-300x180

Het leven is een en al toneelspel. Wij glimlachen en schateren soms wat af, omdat wij aardig willen overkomen naar familie, bekenden, buren of collega´s. Tussen glimlachen, lachen en bulderen van het lachen zit een wereld van verschil. Een nerveus lachje als je zenuwachtig bent, de glimlach om iemand te versieren, lachen om een mop, een grijns, glimlachen als een boer die kiespijn heeft, een irritante lach, het minzame lachje, een achterbakse ongemeende lach en de spontane, sociale lach. Lachen om je onzekerheid te verbergen zou ook een reden kunnen zijn. Als je werkgever lacht is de kans groot dat je meelacht. Hij is de man in bonus die je vooral bevriend moet houden. Lichaamstaal is erg belangrijk vind ik zelf. Iemand kan lachen en je de rug toekeren bijvoorbeeld. Wij willen als mens nu eenmaal ons beste beentje voorzetten.
Ooit had ik een collega die vrijwel altijd om zijn eigen grappen lachte. Iemand die sympathiek over wilde komen, maar zijn ogen spraken boekdelen. Het was een vermoeiende persoonlijkheid. Mensen lachen vaak in een groep en zelden alleen. Lachen zonder aanleiding doet men veelal niet. Er moet een reden voor zijn. Een humoristische film, toneelstuk of een onverwachte grappige gebeurtenis. Als je lacht kun je de ander een goed gevoel geven. De zogenaamde spreekstalmeester(es) die zijn/haar aandacht op jou probeert te vestigen glimlacht meestal. Zij proberen daardoor hun aandacht frequent op je te vestigen. Knap vermoeiend om ongewild in de luisterstand te gaan staan bij zo iemand. Mijn ervaring is dat deze types nooit naar anderen luisteren. Ze ratelen aan een stuk door en vertellen meestal niets interessants.
Soms werkt lachen aanstekelijk. Iemand die lange uithalen maakt tijdens het lachen, een piepende lach, schaterlachen als iemand je kietelt. In de loop der jaren zijn er verschillende onderzoeken geweest door psychologen, waarom mensen soms lachen of niet. Als mens hebben wij nu eenmaal onze emoties. Janken soms wat af, schreeuwen en zijn soms chagrijnig. Ik zou er niet aan moeten denken om continue te moeten lachen om iets dat mij niet aanstaat of interesseert. Hij zou mij gaan irriteren. Een onbevangen en spontane lach lijkt mij vooralsnog het beste. Lachen moet geen massahysterie gaan worden. Het beste is om op je eigen gevoel af te gaan of je wilt lachen of niet. Daar hoef je geen studie als neurobioloog voor gevolgd te hebben.

Advertenties

In vlammen opgegaan

Grote brand Westelijk Havengebied Amsterdam

Je zou er niet aan moeten denken als jouw bezit in vlammen op zou gaan. Het zou voor mij al een drama zijn als er naast foto´s van mijn gezin, mijn creatieve creaties door vuur zouden worden verpulverd. In mijn geval zijn dat mijn schilderijen en tekeningen die ik al vanaf mijn jeugd tot heden in mijn bezit heb. Ik heb mijn gevoel, aandacht en tijd eraan besteed. Of je nu creatief bent of niet, de meeste mensen koesteren hun spullen. Vaak kleven er herinneringen aan.
Er is niks meer over van de soms unieke spullen van tien creatieve bedrijfjes in het Westelijk Havengebied in Amsterdam, lees ik in een dagblad. Zaterdag 24 april 2017 ging hun loods in vlammen op bij een grote brand. Te begrijpen is dat dit nog niet doorgedrongen is bij de eigenaren. Elk met hun eigen bezit. Er werden videoprojecties gemaakt voor festivals. Ook stonden er unieke kunstobjecten. Met het woord ´uniek´ heb ik moeite. Wat uniek is hebben de vlammen nu voorgoed verzwolgen. ´Uniek´ bestaat nu niet meer en komt nooit meer terug. Al zou je het exact willen namaken, er blijft altijd een verschil te zien met het origineel.
Het klinkt misschien wat dramatisch, maar net als iedereen koester ik ook mijn spullen. Sarah Vos, vormgever van decors en aankleding van feesten, zag al haar creaties in rook opgaan. Het blijft lastig voor de brandweer om alsnog sporen van de brand te achterhalen. Een verzekering doet dit wel. Volgens Sarah Vos is het niet de eerste keer dat brand haar treft. Samen met een aantal mensen heeft ze ooit een Kunstenaarscollectief opgericht. Het is een Stichting met de naam: ‘Trammeland.’ Bij de eerste brand gingen een van hun klassieke trams in vlammen op. In de trams werden regelmatig feestjes georganiseerd. Recent werd een van de trams vervangen door een nieuw exemplaar. Of in dit geval de naam ‘Trammeland’ een goede keuze is geweest, blijft voor mij een raadsel. Het is een gekozen naam die te maken heeft met hun eigen trams en niet met het woord ‘trammelant’ dat vooralsnog geen verdere uitleg behoeft.
De Westerunie en de organisator van Apenkooi en het festival DGTL houden volgende maand een benefietavond in de Westerunie. De opbrengst van de kaartverkoop komt geheel ten goede voor de getroffen bedrijfjes die in een klap hun creaties in vlammen op zagen gaan.

Bepakt en gezakt

LANGE RIJ MENSEN

Daar sta je dan op zaterdag 22 april op Schiphol. Je staat al een tijdje in de rij. Een paar weken ervoor had je voor de Meivakantie een leuk reisje geboekt naar Gran Canaria. Er zijn geen kanaries te zien, wel een grote groep passagiers die voor je staan en net als jij hun vliegtuig willen halen. Dat laatste zal voor een aantal passagiers lukken, lees je wat later op een elektronisch bord met de vertrekschema’s. Je voelt de druk om je heen van ergernis en frustratie. Een penetrante geur komt langs je neus. Het is nog nooit zo druk geweest en het is nog geen zomervakantie? Je wordt opgezadeld door diverse geïrriteerde en boze gesprekken waar je niet op zit te wachten. Je vakantiegevoel ebt langzaam weg. Je koptelefoon ligt helaas thuis en je voeten beginnen zeer te doen door het lange staan. Wat een fiasco. Als je vakantie nu maar goed afloopt, denk je dan. Dan wordt er plotseling omgeroepen dat alsnog je vliegtuig is vertraagd. De dag ervoor was dit dilemma ook al het geval. Je twijfelde of je vandaag wel naar Schiphol wilde gaan. Je zou wel moeten. Je had nu eenmaal je reis geboekt net als al die anderen vakantiegangers. Er stappen een aantal mensen uit de rij. Een lieftallige stem door de microfoon roept iedereen op om kortere rijen te gaan maken. Zou het helpen? vraag je jezelf af. Na drie kwartier zit er eindelijk schot in de zaak. Na 3 uur van tevoren aanwezig te zijn en nog eens drie kwartier extra wachttijd plof je neer op jouw geboekte stoel in het vliegtuig, met de excuses van de KLM. Een paar uur later zit je aan de koffie en laat deze dag als een film aan je voorbijgaan. Met wat lichte stress begin je eindelijk aan je welverdiende vakantie.

Het zal mij een worst zijn

tijdschriften_0

Bij het plaatsnemen in de wachtkamer van het ziekenhuis, zie ik een mand staan met diverse tijdschriften. Waar ik soms ook kom, altijd kom je de vunzige roddelbladen tegen. Waarschijnlijk stuk gelezen door gretige types die zo’n blad een warm hart toedragen. Al jaren vieren roddelbladen hoogtij. Veel landen kennen wel zo’n blad. Sommige mensen smullen van beroemdheden die weer eens vreemd zijn gegaan, hun kapitaal hebben uitgegeven aan prullaria, Botox-behandelingen hebben ondergaan of deels naakt op een voorpagina staan. Alles wordt uitvergroot in een artikel geplaatst. Ongetwijfeld zal er een kern van waarheid inzitten, tenzij de verslaggevers het verhaal uit hun duim hebben gezogen.
Liever lees ik artikelen over mensen die iets gepresteerd hebben voor de maatschappij. Hun kennis willen delen met de lezer. Daar wordt men wijzer van. Er liggen diverse bladen in de mand, waarvan ik er enkelen uitvis om een keuze te maken. Het is nog een aardig stapeltje. Medische vak-, woon- en een paar autobladen liggen voor mij op tafel. Op het moment dat ik een keuze wil gaan maken, wordt mijn naam geroepen. Snel deponeer ik de door mij uitgekozen bladen bovenop de oude stapel roddelbladen, waarvan ik nog net de datum van zo’n roddelblad kan lezen. April 2015. ‘Die oude troep zal mij een worst zijn’ mompel ik terwijl ik naar de specialist toeloop die op mij staat te wachten.

Nietsvermoedend

3827oo109583820037.jpg

Hij zag haar staan met een roze blos op haar wang. Vandaag was de dag aangebroken dat ze elkaar voor de tweede keer zouden ontmoeten. Toen hij een datingsite had bezocht, had hij nooit durven hopen, dat hij daar de liefde van zijn leven zou vinden. Ze had een tenger gezicht met groene ogen en had koperkleurige haar toen ze elkaar voor het eerst hadden ontmoet in een lunchroom aan de haven.
Aan gesprekstof hadden ze beiden geen gebrek. Ze waren eerlijk naar elkaar geweest tijdens hun gesprekken. Ze hield van wilde bloemen vertelde ze hem. ‘Het voelde vertrouwd. ‘Wij zien elkaar gauw Wendy had hij tegen haar gezegd toen hij haar naar het station had gebracht. ‘Tot ziens!’ had ze geantwoord.
Nu stond ze voor hem in een fleurig jurkje. Spontaan kreeg hij weer dat warme gevoel toen hij haar zag. Toch was er iets vreemds aan haar gezicht.
Net op het moment dat ze naar buiten wilde gaan, keek ze door het raampje van haar voordeur. Ze zag Eddy staan. Ze was hem voor. Naar wie stond hij te kijken? vroeg ze zich af. Het was haar zus die stilstond op het grindpad. Haar zus woonde tijdelijk bij haar in. Eddy stond bijna voor haar deur. Ondanks ze veel vrienden had, kon niemand haar bekoren. De vonk was overgesprongen toen ze Eddy voor de eerste keer zag, met zijn blonde krullen en zijn lachende gezicht. Het zenuwachtige gevoel was verdwenen toen ze tegenover elkaar plaats namen aan het tafeltje in de lunchroom. Ze hadden veel over zichzelf verteld. Zijn woorden leken haar oprecht. In haar enthousiasme had ze hem een ding vergeten te vertellen toen ze weer naar huis ging. Ze had een tweelingzus die sprekend op haar leek met uitzondering van een schoonheidsvlekje naast haar neus. Zo wisten de meeste mensen dat het Kirsten was.
Eddy stond nog steeds stil. Hij had zijn handen op zijn rug. Zo snel ze kon kwam ze naar buiten gelopen. ‘Hallo Eddy, mag ik je voorstellen aan mijn tweelingzus Kirsten. Helemaal vergeten om dit aan jou te vertellen.’
Even was hij verbaasd, maar moest meteen lachen. Hij gaf Wendy een kus en de wilde bloemen en stelde zichzelf voor aan Kirsten. Hij zag een schoonheidsvlekje op haar gezicht. Dat was het dus. Tot ziens! zei Kirsten. Hij gaf Wendy een zoen en samen liepen ze naar binnen. Vele afspraken volgden.

Gedachtengoed

Je hoeft geen tijdschrift open te slaan of er staan gezellige uitstapjes, fietsritjes, picknickuitjes etc., kortom leuke dingen in gepubliceerd. Gezellig toch! Voor de meeste mensen onder ons wel. Helaas niet voor iedereen. Ik denk dan aan mensen die door hun ziekte beperkt zijn. Natuurlijk moet zo’n tijdschrift worden opgeleukt voor de lezers, anders wordt het blad nooit verkocht en gaat zo’n uitgeverij uiteindelijk ter zielen.
De maand Mei is traditioneel zo’n maand dat, zodra het zonnetje schijnt, mensen de kriebels krijgen om hun huis te ontvluchten. Ze gaan de natuur in, fietsen, rustig pedaleren door het landschap. Ergens op een terrasje zitten of zich neervlijen in het gras tussen de paardenbloemen.
Zo moest ik denken aan een buurjongen van mijn leeftijd die ergens in de jaren 60 regelmatig voor het woonkamerraam zat op de eerste etage van zijn ouderlijk huis. In 1964 was ik 12 jaar. Tom, zoals de jongen heette was van mijn leeftijd. Dat wist ik, omdat zijn moeder en de mijne ongeveer gelijktijdig waren bevallen in een van de ziekenhuizen in onze stad. Ik had medelijden met hem. Tom had geen vrienden. Geen kinderen die met hem konden spelen omdat hij invalide was aan zijn benen. Hij zag ze buiten spelen. De buurkinderen maakten weleens een praatje, maar daar bleef het vaak bij. Bij mooi weer droeg zijn moeder of vader na zijn werkzaamheden Tom de trap af en werd hij in zijn rolstoel gezet die onderaan de trap stond. Zo reed zijn moeder met hem door de stad.
Het was een tijd met weinig voorzieningen voor invalide mensen. Zo’n 20 jaar na de Tweede Wereldoorlog konden de meeste mensen geen goede woning vinden. Een enkele invalide kreeg een zogenaamde benedenwoning. Anderen moesten het doen met een etagewoning. Ongetwijfeld zullen er mensen zijn geweest die het geluk hadden om een goed optrekje te vinden.
De tijden zijn veranderd. Vandaag de dag zijn er goede woningen voor invaliden, hulpmiddelen, opvang en verzorgingstehuizen die zich ontfermen over deze hulpbehoevende mensen die in elke leeftijdscategorie voorkomen. Acties worden via de media op touw gezet om ze een leuke dag of een mooie trip te bezorgen. Helaas voor Tom en meer mensen uit die tijd was dit niet het geval, waardoor hun leven zo beperkt was. Door de regels heen in zo’n tijdschrift realiseer ik mij dat niets vanzelfsprekend is, hoe leuk zo’n tijdschrift een artikel ook plaatst.

Dip

laptop met pen

Sinds kort zit ik in een schrijversdip. De reden is dat na 5 jaar onze Prozagroep is gestopt. Al die jaren kwamen wij bij elkaar in de Hoofdbibliotheek in mijn woonplaats. Ons verhaal werd maandelijks door de voorzitter en de leden beoordeeld. Ze vertrekt binnenkort door nieuwe werkzaamheden naar haar geboortestreek Zeeuws Vlaanderen.
Via haar blogs blijf ik haar volgen. Ik zal haar feedback en humor missen. Ook onze schrijfuitstapjes in de regio. Een vrijwilliger is momenteel niet te vinden, wel een betaalde kracht. Voorlopig hang ik mijn laptop tijdelijk in de wilgen, totdat mijn dip is opgelost.

Amsterdam moet langer wachten op ja-ja-sticker

luxe-nee-nee-sticker-brievenbus-chroom
Zo las ik in Het Parool, dat de ja-ja-sticker in Amsterdam niet in juni wordt ingevoerd, zoals eerder werd aangekondigd, maar op een nog te bepalen later moment. De gemeente wil de regelgeving daarvoor zorgvuldig invoeren. Extra tijd is nodig. Voor de zomer zal een nieuwe startdatum bekend worden gemaakt door de gemeente.

Reclame in de brievenbus

Vorig jaar april werd een initiatiefvoorstel van de Partij van de Dieren aangenomen waardoor Amsterdammers vanaf dit jaar geen ongevraagde reclamepost meer door de brievenbus krijgen. Met de ja-ja-sticker krijgen alleen mensen die dat willen reclame in hun brievenbus. In mijn eigen woonplaats worden wij als inwoners overstelpt met reclame en daarnaast ook de plaatselijke kranten. De kranten wil ik overigens niet missen. Het plaatselijke nieuws kan belangrijk zijn.
In een reeds geseald reclamepakket, zit een complete versie met diverse reclamefolders. Ook komt er een keer per week een papieren omslag met losse reclame in onze brievenbus, die dan verspreid in de hal liggen. Zelf hebben wij geen ja-ja-, maar ook geen nee-nee-sticker op onze brievenbus geplakt. De bezorger heeft dus vrij spel. Op zich vinden wij reclamefolders geen probleem, mits het correct wordt ingepakt door de zogenaamde sprokkelaars die thuis de reclamefolders moeten sorteren en daarmee een zakcentje verdienen als ze keurig de reclamefolders aan huis bezorgen.

Sommige jongelui maken er soms een potje van. Vaak tref je in de losbladige map die op de mat ligt meerdere folders aan van dezelfde winkel. Vooral als er restanten aan folders over zijn wordt dit in het huis van de bezorger soms toegepast. Bij het gesealde pakket kan dit niet. Een ergernis wordt het als het totale arsenaal aan reclame soms in een vuilnisbak, die op straat of in een park staat, wordt gedeponeerd. Ik heb het twee keer gezien ergens in de stad. De bezorgers vangen wel het geld voor het niet bezorgen van de folders, tenzij dat er door de bewoners die, voor de zoveelste keer niets hebben ontvangen, dit probleem wordt gemeld aan de distributeur.
Al met al blijft het een persoonlijke keuze voor iedereen of men wel een ja- of nee-sticker op hun brievenbus plakt.
Niet iedereen is blij met het besluit in Amsterdam. Verspreiders van reclamedrukwerk stapten naar de rechter vanwege de invoering van de ja-ja-sticker in Amsterdam.

Afval scheiden
De gemeente laat vooralsnog weten: ‘Door het gebruik van de ja-ja-sticker, kunnen we met elkaar veel papier besparen. Huishoudens zonder sticker ontvangen jaarlijks 34 kilo aan reclamedrukwerk. Een gemiddeld Amsterdams huishouden gooit 115 kg papier per jaar weg. Hoe minder (gerecycled) papier we gebruiken hoe meer energie en grondstoffen we besparen.
Het verminderen en beter scheiden van afval is een belangrijke ambitie van de gemeente Amsterdam. De meningen blijven helaas verdeeld. Je hebt nu eenmaal voor- en tegenstanders.

The incredible Dr. Pol

Is een reality-tv-serie die in 26 landen, waaronder Nederland, wordt uitgezonden op National Geographic Channel. Sinds begin 2017 volg ik dit programma dat al sinds 2011 bestaat. Centraal staat de Amerikaanse Dierenkliniek ‘Pol Veterinary Services’ in Weidman in de staat Michigan, met de van oorsprong uit Nederland afkomstige vee- en dierenarts Jan Pol, zijn Amerikaanse vrouw Diane en hun zoon Charles en twee geadopteerde dochters. Zijn personeel bestaat uit de dierenartsen Dr. Brenda Grettenberger en Dr. Emily Thomas. Daarnaast nog een handjevol dierenassistenten. De eerste serie is gestart in 2011. Dierenarts Jan Pol staat er om bekend dat hij pragmatisch werkt met materialen die voorhanden zijn en zo de kosten voor behandeling zo laag mogelijk probeert te houden voor zijn klanten.
Dierenarts Jan-Harm Pol werd op 4 september 1942 geboren te Wateren in de gemeente Westerveld in Drenthe. Daar groeide hij op samen met twee zijn twee oudere broers op het melkveebedrijf van zijn ouders. In 1970 studeerde hij af in Diergeneeskunde aan de Universiteit van Utrecht. Tijdens een uitwisselingsproject in zijn studietijd reisde hij af naar de Verenigde Staten om daar te studeren. Bij een gastgezin leerde hij zijn vrouw Diane kennen. Ze trouwden in 1967. Na hun huwelijk verhuisden zij naar Harbor Beach, Michigan en werkte Jan Pol tien jaar voor dokter Hentschl. Daarna verhuisden ze naar hun huidige woonplaats in Weidman, Michigan. In 1981 begon hij een eigen praktijk. Allereerst in hun grote garage. De garagepraktijk werd te klein om meerdere dieren te kunnen behandelen. In 2015 was een uitbreiding noodzakelijk. Toen dr. Jan Pol net begon was hij vooral gericht op het behandelen van vee. Later kwamen daar steeds meer andere dieren bij.
In 2015 werkte hij op 72-jarige leeftijd, nog vrijwel dagelijks. Sinds 2011 werkt zoon Charles soms mee om klusjes te doen in de praktijk. Het idee voor de dierenartsserie kwam ook van hem af. Hij neemt een deel van de tv-productie voor zijn rekening. Ook helpt hij zijn inmiddels oude vader mee bij het visites rijden.
Dr. Pol, gaat meestal met zijn zoon Charles op stap langs boerderijen. Hij wordt daarbij afgewisseld door dr. Brenda en dr. Emily, dierenartsen die ook in de kliniek werken. Zij rijden vrijwel altijd alleen de visites en vragen alleen in noodgevallen om assistentie van Jan. Er werken ook een aantal dierenartsassistenten en Diane Pol, de vrouw van Jan Pol, die de administratie regelt en hun eigen huishouden.
De intussen bekende dierenarts en de andere artsen helpen alle diersoorten die andere artsen soms weigeren, zoals o.a. gekko’s, slangen, kippen, eenden, egels. Het team rijdt langs boerderijen, soms met Charles, om te helpen bij moeizame bevallingen van divers vee en andere behandelingen of ingrepen. Ook is hij en zijn familie meestal aanwezig bij lokale festiviteiten, waar hij als bekend dierenarts vrijwel altijd een taak heeft die hij met beiden handen aangrijpt. Ook besteedt de serie soms aandacht aan de spaarzame privétijd van de familie.
In 2015 kreeg Dr. Jan Pol een eredoctoraat (doctor) voor al zijn werk als vee- en dierenarts met zo’n 22.000 klanten, uitgezonderd de dieren. In Nederland mag hij de titel doctorandus (drs.) voeren.
Op 10 maart 2017 bezocht hij samen met zijn gezin zijn geboorteplaats in Nederland. Zijn universiteit werd bezocht, waar hij ooit afstudeerde. Hij zag meteen dat er veel was veranderd op medisch gebied. Ook gaf hij daar een korte lezing over zijn leven als dierenarts in de Verenigde Staten, ging bij dierenartsen langs om te zien wat hun nieuwste technieken waren en was zeer onder de indruk. Zijn familie werd opgezocht en er waren enkele privé-activiteiten, zoals een rondvaart en een rit met een oldtimer. Auto’s zijn ook favoriet bij Jan Pol. Van enige rust en samenkomst met zijn familie kwam helaas niet veel terecht omdat, zoals hij dat achteraf vertelde in de serie, dat door de regelmatig aanwezige camera’s dit geen persoonlijke vakantie voor hem was. De kijker is voorlopig nog niet van deze dierenarts af. Er volgen nog vele series.