Boom- en lichaamstattoos

Wat hebben mensen toch met tattoos, kerven in bomen, op houten banken, graffiti en culturele significantie. Deels kan ik het begrijpen, omdat ik zelf teken en schilder, maar dan op doek en op papier. Ik begon hiermee al heel jong. Mijn tekengave heb ik geërfd. Tattoos kunnen mooi of confronterend zijn, maar niet voor mijzelf. Ik houd mijn huid liever schoon. Over de hele wereld hebben, door de jaren heen, mensen hun creatieve (hand)tekeningen geplaatst. De vroegste tekeningen zijn te zien in de grotten van Hato. Ze bevinden zich op het noordelijk deel van het eiland Curaçao. Ze zijn al eeuwenlang bekend. De grotten werden gebruikt door gevluchte slaven en lang daarvoor door de Arawakindianen die er leefden. De enige overblijfselen in de grotten zijn de tekeningen die herinneren aan mensen die toen leefden. Sommige grottekeningen zijn ongeveer 1500 jaar oud.
Door de eeuwen heen moesten bomen ook deze creatieve krabbels ondergaan. Waar men ter Wereld ook komt, zijn er boomkervingen gemaakt. Ik noem ze voor het gemak maar boomtattoos. Mensen kerfden hun ziel en zaligheid in de boom, niet wetende dat zo’n boom, afhankelijk van zo’n kerving, dood zou kunnen gaan. Toch schijnt het merendeel van de bomen het te hebben overleefd. Naarmate de boom ouder en dikker wordt, groeit de tekening of tekst mee. Ze rekken als het waren uit. Het gevaar zit in het verwijderen van een deel van de schors dat tot gevolg heeft dat de sapstroom in de boom wordt beschadigd.
In onze huidige tijd heb je Graffiti waarmee diverse voorwerpen worden versierd. Je ziet tekeningen en teksten bij stations, op muren, schuttingen etc. De omgeving wordt daardoor aangetast. Men vind het mooi of afschuwelijk. Over smaak valt nu eenmaal niet te twisten. Dit geldt ook voor tattoos die op lichaamsdelen van mensen worden opgebracht. In beide gevallen betekent dit dat de tekeningen en teksten zowel op een boom, willekeurig voorwerp of op je huid definitief is. De inkervingen in bomen zijn volgens mij een nagedachtenis aan de persoon die ze heeft opgebracht. Wie deze mensen dan ooit waren, ze hebben hun stempel gedrukt in de natuur en op zichzelf.

Advertenties

Ganzenperikelen

Sinds enige tijd lopen er ganzen in mijn wijk rond en zetten mij en de wijkbewoners vaak te kijk. Ze poepen waar ze lopen. Toen ik laatst op weg ging met mijn auto, stonden ze in een groep op een met gras begroeide middenberm, als ze onverwachts de rijbaan oversteken. Een aantal staan plotseling midden op de weg stil. Zonder zich te bewegen kijken ze mij onnozel aan. Door hun blik moet ik glimlachen en blijf ik stilstaan totdat de colonne voorbij is. Het toeteren van auto´s neem ik maar voor lief. Ik kan letterlijk geen kant op.

Poedelen

Vanmiddag las ik een tijdschrift in mijn tuin. Ik werd uit mijn concentratie gehaald door gekwetter van een vogel. De buren, waar het geluid vandaan kwam, waren niet thuis. Ik liep naar het open rasterwerk van onze schutting en zag dat een ekster aan het poedelen was in een peuter bad met regenwater. Best koddig om zo’n vogel in het peuter bad te zien. Opeens had hij er blijkbaar genoeg van en ging zitten op de bovenste rand van het dak. Even later vloog hij al krijsend weg. Toch wel handig zo’n bad, bij gebrek aan een zwembad.

Kapsels door de jaren heen

Vroeger had ik lang, stijl haar. Tijdens mijn pubertijd regelmatig vet door de maandelijkse ongesteldheid. Als mijn haren er futloos uitzagen, wist ik dat het weer zover was. Mijn haren vond ik, zeker toen ik jong was, een drama. Omdat ik vrij dun haar heb had ik geen riant kapsel. Voordat ik ging werken, betaalde mijn ouders de kapper. Aan mijn jeugdfoto’s te zien droeg ik tot mijn vijftiende levensjaar altijd korte kapsels. Ik sta nog op een foto waar ik kroeshaar had. Dankzij de papillotten van mijn moeder die deze katoenen lapjes gedrenkt in bier voor de versteviging in mijn haar had gedraaid.
Wat heb ik gehuild op school. Notabene op mijn verjaardag. Hoe vaak ik dagen erna mijn haren ook waste, ik kreeg de krullen er niet uit. Uit nijd had ik de schaar gepakt en wat haren gekortwiekt. Vader was boos. Ik zag er niet uit. Er werd een afspraak gemaakt met de kapper die mijn haren nog korter knipten dan ze al waren.
Jaren later hoorde ik dat de kapper een herenkapper was. Aan de voorzijde van mijn voorhoofd had ik ook nog twee zogenaamde kruinen, waardoor mijn haren niet bleven zitten zoals ik dat wilde. Toen werd ik twintig. De haarmode werd het zogenaamde Bob-kapsel. Natuurlijk deed ik daaraan mee. Een Bob-kapsel compleet met een rechte pony. Dat ging een tijdje goed totdat mijn haar weer langer werd.
Voor het gemak droeg ik een tijdje mijn haar in een paardenstaart. Een vriendje vond het leuker dat ik mijn lange haar weer los droeg. Aldus geschiedde. Met mijn haardrachten ben ik altijd ongedurig geweest. Wat had ik graag een volle bos met haar willen hebben in plaats van dat sluike haar. Het was niet anders.
De tijd van getoupeerde kapsels brak aan. Hoe hoog ik mijn haren ook toupeerden het zakte na verloop van tijd als een pudding in elkaar. De bussen haarlak waren niet aan te slepen. Er kwam een einde aan het kapseldrama toen ik ontdekte dat het merendeel van mijn generatie vrouwen hun haren kort droegen. De tijd van een diadeem, elastiek, shawl en dergelijke, die mijn haren in bedwang hielden, waren gelukkig voorbij. Het korte kapsel dat ik nu al jaren draag bevalt mij uitstekend op mijn twee kruinen na, die altijd van richting blijven veranderen en die ik helaas mijn leven lang met mij meedraag.

Schoolsentiment

‘De hei en de wei’ overkijken. Dat dacht ik toen ik op een avond mijn lagere school binnenstapte wegens een reünie. Een paar leerlingen herkende ik niet meer. Van degenen die ik wel herkende wist ik van een enkele de voornaam niet meer.
Wat doe ik hier eigenlijk? Het was al zolang geleden. Was het belangstelling of toch nieuwsgierigheid? Daar zag ik Jopie, die zich tijdens het handen schudde, Joke noemde. Haar naam vond ik altijd nogal ouderwets. Dat vond zij blijkbaar ook. Jeanne, die de reünie had georganiseerd, vertelde dat Agnes er vanavond niet bij was. Tijdens het opzoeken van de leerlingen had ze vernomen dat Agnes in Amerika woonde en was getrouwd met een bemiddelde Amerikaan.
Zelf keek ik er niet vreemd van op. Agnes was altijd al een apart type. Ze viel op door haar manier van kleden. Ze was altijd al een buitenbeentje. Van haar leerden wij onszelf met make-up opmaken. Als de modetrend het dragen van een lange rok was, droeg zij bewust korte rokken. Ik had haar graag willen ontmoeten.
‘Daar hebben wij onze dromer’ zei Thea die naar mij toe kwam lopen. Ze zag blijkbaar dat ik mij wat afzijdig hield en de kat uit de boom keek. ‘Je viel nooit zo op bij ons klasgenoten’ vertelde ze mij.
‘Ik heb er niet onder geleden Thea’ gaf ik haar te kennen. ‘Ik ben nog steeds een dromer die leeft in haar eigen creatieve wereld.’
Ze knikte en nam me mee naar een groepje waarvan er twee klasgenoten ooit vriendinnen van mij waren. Wij waren elkaar uit het oog verloren nadat wij naar de middelbare school gingen. Tijdens onze gesprekken kwam er een man naar mij toegelopen. Ik herkende hem als Ton. Met hem ging ik vaak naar een theater. Zo hoorde ik op die bewuste avond hoe het iedereen was vergaan in al die jaren. Net als ikzelf hadden er een aantal de stad vaarwelgezegd. De beroepen die sommige hadden waren anders dan die ik voor hun had bedacht.
‘Jij hebt vast en zeker een creatieve baan gekregen’ vroeg Yvonne aan mij. Je kon altijd zo mooi tekenen en schrijven. Ik moest glimlachen en vertelde dat ik graag naar de kunstacademie had gewild. Het lot besliste anders en ik ging naar kantoor, vertelde ik haar. Daarvan had ik nog steeds spijt, dacht ik bij mijzelf, toen ik die avond de school verliet.

Uw mening telt

Blijkbaar hoef ik mij geen dag te vervelen. Mocht dit wel zo zijn, dan open ik simpelweg mijn email. Met de regelmaat van een klok verschijnt er post van internetbedrijven die graag mijn mening willen horen over hun producten. Sinds ik bij sommige van hun koop, zijn er weleens enquêtes aan gekoppeld. Gelijktijdig vraag ik mijzelf af of ik wel zin en tijd heb om deze in te vullen. De tijden voor het invullen zijn namelijk nogal verschillend.
Mogen wij een minuutje van uw tijd vragen? las ik laatst. Ik liet mij overhalen om een enquête in te vullen voor een modeketen over hetgeen ik had gekocht. Het ‘minuutje’ bleek vijf minuten te zijn. Bekende maaltijdbezorgers willen ook graag een reactie horen.
‘Hoe vond u het contact met de medewerker van onze provider?’ vertelde een ingesproken stem door de telefoon. ‘Kies 1 om mee te doen aan de vragen. Kies 2 als u geen interesse heeft.’ Keuze 2 blijft vanaf nu mijn favoriet. De Enquêteurs realiseren zich niet dat de telefoonrekening van de beller maar doortikt.
Vorig jaar stapte ik een kledingzaak binnen die op diezelfde dag 1 jaar bestond. De eigenaresse kwam mijn richting uitgelopen. Ze overstelpte mij met vragen zoals: ‘Wat vindt u van ons assortiment? Bent u tevreden over onze klantvriendelijkheid? Heeft u bij ons weleens iets gekocht?’
‘Ik kom hier voor de eerste keer’ antwoordde ik. Blijkbaar had ze dit antwoord niet verwacht en ze liep naar een andere klant. Eerlijkheidshalve moest ik bekennen dat, na het bekijken van wat kleding, het assortiment mij wel aansprak. Even twijfelde ik of ik haar alsnog mijn mening zou geven. Ze was nogal lang van stof tegen een andere klant in de winkel, merkte ik. Bij het passeren van de balie zag ik een schaal staan met verpakte bonbons.
‘Ter gelegenheid van ons jubileum bied ik u een bonbon aan mevrouw?’ zei een jonge verkoopster.
‘Dank je wel mompelde ik en veel succes met de klandizie.’ Even later stapte ik de winkel uit. Gehaast liep ik de hoek om van de winkelstraat om naar de parkeergarage te gaan. Bijna botste ik tegen een enquêteur van een bekende krant die zieltjes probeerde te winnen. Ik slaakte een zucht. Met marketing, reclame en enquêteurs heb ik het nu wel even gehad. Als ik niet oppas heb ik aan enquêtes een dagtaak en daar pas ik voor.

Japie zijn dood

Oppassen op huisdieren heb ik lang geleden afgezworen. In mijn leven ben ik meermalen verhuisd. Als mijn nieuwe buren op vakantie gingen, zorgde ik voor hun post en planten. Op een keer vroeg een toenmalige buurvrouw of ik haar groene parkiet wilde verzorgen tijdens haar vakantie. Ze zou het voer en toebehoren op de aanrecht neerzetten. Een dag later nam ik polshoogte bij Japie. De parkiet had het naar zijn zin. Het bakje voer was nog zo goed als vol en de bodem met vogelzand schoon. Ik ververste het water en ging naar huis. De helft van de week verliep alles vlot, toen gebeurde een incident.

Na mijn werk ging ik steevast op bezoek bij de vogel. Hij was nogal bedrijvig met klimmen. De bodem van de kooi was nu toe aan een schoonmaakbeurt. Ik nam de kooi van zijn plek af en plaatste deze op de aanrecht. Japie zat boven op zijn stok en dribbelde heen en weer. Voorzichtig probeerde ik de kooi los te maken van de bak. Een klemmetje bleef ongedurig vast zitten. Wat ik ook deed de bak ging niet los. Ik deed een laatste poging. Onverwachts schoot het klemmetje los en Japie vloog naar de bodem van de bak. Gelijktijdig vloog hij weer omhoog. Ik stond met de kooi in mijn handen en wilde deze meteen weer terugplaatsen. Alles ging zo snel. Voordat ik het wist vloog Japie van onder de kooi de keuken in.

Gelukkig was de keukendeur dicht. Nu moest ik Japie nog gaan vangen. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wat ik ook deed het lukte mij niet. Net op het moment dat ik de vogel bijna had gevangen, vloog hij weg en klapte tegen het keukenraam aan. Ik schrok hevig omdat ik mij realiseerde hoe ik dit incident moest gaan vertellen aan de buurvrouw. Ik kwam er al snel achter dat Japie dood was en vond dit vreselijk.

Diezelfde avond belde ik de buurvrouw op hoe alles was gegaan. Net als ikzelf vond ze het erg dat de parkiet door een ongelukkige samenloop van omstandigheden was gestorven. Toch probeerde ze mij te bemoedigen en zei dat het niet mijn schuld was. Bij haar thuiskomst vond ik het moeilijk om over de dood van de parkiet te praten. Nadien heb ik op geen enkel dier of vogel meer opgepast. Het bleef bij de verzorging van planten en de post.

Elastiek als redmiddel

Tijdens mijn allereerste vakantie nam ik, uit voorzorg, een naai etui mee met veiligheidsspelden en een kartonnetje met wit onderbroekenelastiek op aanraden van mijn moeder. Tangaslips waren in 1972 nog niet uitgevonden. Iedereen droeg een keurig onderbroekje, van jong tot oud. ‘Het materiaal komt misschien van wel van pas’, zei mijn moeder tegen mij en mijn toenmalige vriend. Had mijn moeder soms een voorgevoel?

Ergens in die maand september van dat jaar vertrok ik als 22-jarige met mijn toenmalige vriend met zijn auto naar Joegoslavië. Een hele mooie trip met tussendoor een paar tussenstops. Onderweg was er veel te zien. Voor hem en voor mij was het de eerste keer dat wij zo’n verre reis maakten. Onze standplaats werd de stad Rijeka in Kroatië met z’n prachtige Victoriaans ogende huizen. Bij aankomst lag het hotel aan de haven van de Adriatische zee. Na een rustpauze, gingen wij op verkenning. Het oudste monument in de stad was een oude Romeinse poort. Ook bezochten wij de Sint Vituskerk en nog andere bezienswaardigheden.

Langs de haven waren een aantal vrouwen aanwezig die geborduurde omslagdoeken verkochten. Ze waren erg prijzig. In het hotel hoorde wij die avond dat een Duitse handelaar de winst opstreek van dit mooie handwerk. De creatieve vrouwen kregen maar een klein deel van de winst. In die tijd hadden de Joegoslaven een hekel aan alles dat Duits was. Dat kwam door de Tweede Wereldoorlog. Als wij Duits spraken, bekeek men ons met argusogen.

Tegen het einde van de vakantie kregen wij onverwachts pech met de uitlaat van de auto die over het plaveisel sleepte. Wij besloten naar een dichtstbijzijnde garage te gaan. Het was zo’n armoedig geheel, dat wij de auto niet durfde achter te laten.

‘De uitlaat kan elk moment afbreken. Ik moet iets hebben om hem vast te maken’ zei mijn vriend.

‘Ik heb breed onderbroekenelastiek bij mij en een paar veiligheidsspelden. Wij moesten beiden lachen om het idee. Toch werd de complete rol met elastiek samen met de veiligheidsspelden rondom bevestigd aan de uitlaat.

De hele reis bleef het elastiek zitten, ondanks de hitte van de uitlaat. Ik was mijn moeder dankbaar voor haar tip. Nadat wij weer in Nederland waren, knapte onverwachts het elastiek en enige tijd later ook onze relatie. De rek was eruit.

EEN ONVERWACHTE DURE GRAP

Er rammelde iets onder mijn motorkap tijdens het autorijden. Het toeval was, dat ik in de buurt reed van mijn autodealer. Het voelde niet goed. Even later parkeerde ik mijn Hyundai op het terrein bij de Hyundaidealer. Nadat een van de automonteurs het geluid had geconstateerd, stond de auto even later ter controle op de brug. De chef werkplaats trakteerde mij op koffie. Het duurde een eeuwigheid voordat ik te horen kreeg wat uiteindelijk de klacht was. Na de koffie liep ik door de showroom en zag een jonger exemplaar Hyundai staan. Met mijn huidige auto had ik de laatste tijd enkele reparaties gehad.
De chef van de werkplaats kwam weer naar mij toegelopen. ‘De krukas van de auto is dusdanig kapot mevrouw, dat een nieuw exemplaar zaaks is. U heeft geluk gehad dat de auto niet tot stilstand is gekomen tijdens het rijden’ vertelde hij mij. Een kapotte krukas? Wist ik veel wat dat was. Even later wordt mij duidelijk dat ik niet meer met de auto mag en kan rijden. ‘Wij kunnen een nieuwe krukas plaatsen mevrouw, maar dat kost een boel geld en ik moet de krukas bestellen.’ Daarbij is uw auto bijna 7 jaar oud.’
Na wat over en weer gepraat, weet ik niet wat ik moet doen en ik bel mijn man op. Ook vertel ik hem dat ik een veel jonger type auto heb gezien in de showroom. Hij spreekt af om na zijn werk alsnog naar de autodealer te rijden met de bedrijfsauto. Bij zijn aankomst besluiten wij om in de oude auto geen nieuwe krukas te laten plaatsen omdat dit een dure aanschaf is. Wij staan voor een dilemma. Hoeveel krijgen wij voor onze auto die nu op de brug blijft staan als wij het nieuwe exemplaar Hyundai in de showroom zouden aanschaffen. Uiteindelijk komt de autodealer met een aardig bod als wij de veel jongere auto kopen. Intussen zit ik al een aantal uren in de showroom en ben ik toe aan de derde kop koffie. Het wordt een onverwachte dure grap. De lichtblauwe Hyundai zeggen wij na zoveel jaar vaarwel en wordt de koop gesloten. Al met al een onverwachte aanslag op onze portemonnee.
Even later rijden wij met een leenauto van de autodealer naar huis en hebben wij afscheid genomen van onze trouwe vierwieler die door een kapotte krukas niet meer vooruit te branden is.