Flip

‘Kijk mama! daar zit die hond weer naast de bank’ zegt Maikel tegen zijn moeder. Margreet ziet inderdaad de Golden Retriever zitten die sinds twee dagen op dezelfde plek zit naast een van de banken in het Westerpark. Elke dag rijdt ze met haar zoon in zijn rolstoel door het park. De jongen is invalide.
‘Mag ik, net als gisteren, de hond aaien mama?’ zegt hij weer. Blijkbaar herkent de hond zijn stem en loopt naar hem toe.
Ze moet glimlachen om zijn vraag. Maikel is gek op dieren. De hond kwispelt als hij bij hem staat. Gisterenmiddag had ze tegen haar zoon gezegd dat ze het vreemd vond dat de hond steeds op dezelfde plek zit. Misschien is het dier een zwerver, denkt ze. Ze zet de rolstoel met Maikel naast zich neer. De hond gaat weer zitten op zijn plek.
‘Van wie zou die hond toch zijn?’ vraagt ze aan Maikel. Wij hebben gisteren rond deze tijd niemand gezien die de hond op zou halen.’
Maikel trekt zijn schouders omhoog en zegt: ‘Ik vind het zielig voor de hond mama.’ Ze kijkt nog eens goed naar het lieve dier. De bruine halsband zit nog steeds om zijn nek. Tot heden heeft ze nog niet in het kokertje gekeken dat aan de halsband vast zit. Nu wil ze het weten en ze staat op. Ze aait de hond over zijn kop en opent het metalen kokertje. Er zit een opgerold briefje in ziet ze. Er staat een naam geschreven en een registratienummer. Jammer genoeg ontbreekt een telefoonnummer.
‘De hond heet ‘Flip’ Maikel. Ze leest het registratienummer en krijgt onverwachts een idee. Met haar Gsm zoekt ze op internet het telefoonnummer van Amivedi. Daar kunnen mensen terecht om een vermist huisdier te melden en ook nog voor andere zaken. Haar telefoon gaat over. Er wordt niet opgenomen.
‘Ik kan de centrale niet bereiken’ Maikel. Zo dadelijk zal mama het nogmaals proberen.’
Uit haar boodschappentas haalt ze een fles bronwater tevoorschijn met twee plastic bekers. Het is een warme dag. Ze hebben al gewandeld in een gedeelte van het park. Op het moment dat ze de schroefdop los wil losmaken van de fles rinkelt haar Gsm. Ze neemt op. ‘Met Ton Buys van Amivedi?’ zegt een vriendelijke stem door de telefoon.
‘U heeft een bericht ingesproken heb ik gehoord. Wat is er precies aan de hand mevrouw?’
‘U spreekt met Margreet. Sinds een paar dagen zit er een hond naast een bank in het park. Het is voor mijn zoon en mijzelf onze vast stek. Het is mij opgevallen dat niemand de hond komt ophalen. Ik ben er zojuist achter gekomen dat hij Flip heet en hij een registratienummer heeft.’
‘Mijn zoon is verdrietig dat de hond alleen is’ zegt ze weer.
‘Begrijpelijk mevrouw. Aan de hand van zijn registratienummer kan ik het adres traceren van de eigenaar. Wilt u mij de gegevens aan mij geven?’
Als ze de gegevens aan de man doorgeeft vraagt ze alsnog aan hem of hij haar alsnog wil laten weten als de eigenaar gevonden is of niet. Mocht Flip geen baasje meer hebben, dan willen wij hem graag adopteren.’
‘U hoort nog van mij’ en hij hangt op. Als ze samen wat water drinken, giet ze het restant aan water in een plastic beter en geeft dit aan Flip. Na verloop van tijd staat ze op.
‘Het is tijd om naar huis te gaan Maikel?’ zegt ze tegen haar zesjarige zoon. Ze krijgt geen antwoord en ze ziet dat hij inmiddels in slaap is gevallen.
‘Dag Flip’ zegt ze tegen hem en ze rijdt met de rolstoel over het verharde pad om naar huis te gaan. Flip begint te janken. Ze schrikt van zijn reactie. Het arme dier, denkt ze. Wat moet ze nu toch beginnen, vraagt ze zich af. Gelukkig weet Amivedi van het bestaan van Flip af.
Na een aantal minuten lopen kijkt ze achterom. Flip loopt in haar kielzog. Ze stopt en de hond komt meteen naar haar toe. ‘Vooruit Flip, ga terug naar je plek naast de bank’ zegt ze tegen hem. Die in haar hart wil ze dit niet. Maar wat moet ze. Flip houdt zijn kop scheef en kijkt haar aan. Gelijktijdig moet ze lachen om zichzelf. Flip begrijpt haar taal toch niet. Ze reageert nu wat strenger en zegt: ‘Fort, Flip en ze wijst met haar hand richting het pad. Het heeft voor haar geen zin om terug te lopen naar de bank. Het is al wat later in de middag. Maikel slaapt. Ze wil naar huis. Flip blijft staan en loopt niet verder.
Twee straten verwijderd van het park staat hun woning. Ze opent het deurtje van het groene tuinhek, tilt Maikel op vanuit zijn rolstoel en loopt naar de voordeur. Op het moment dat ze de voordeur opent springt er iets naar binnen. Als ze goed kijkt ziet ze notabene dat het Flip is.
‘Hé, ondeugende Flip, ben je ons alsnog gevolgd? zegt ze luidt.
‘Tegen wie praat je nou mama?’ vraagt Maikel plotseling aan haar. Hij is wakker geworden door haar luide stem.
‘Zo dadelijk zal ik je vertellen wat er zojuist is gebeurd. Na haar verhaal moet Maikel lachen. Flip loopt nu ergens rond door hun huis.
Ze is blij dat haar zoon lacht. Nog niet zo lang geleden kreeg hij samen met zijn vader een auto-ongeluk, waardoor Maikel zijn rechteronderbeen moest laten amputeren. Haar man heeft het ongeluk niet overleefd. De veroorzaker bleek een spookrijder te zijn. De dader kreeg zijn straf. Maar haar man Rob is dood en Maikel is invalide. Dat was een hard gelag. Ze wil er even niet aan denken. Het doet haar veel verdriet. Ze zet Maikel op een stoel en zegt tegen hem: ‘Mama moet Amivedi alsnog opbellen om te vertellen dat Flip geheel onverwacht bij ons in huis is’ zegt ze tegen hem. Ze pakt haar Gsm uit haar handtas en belt. Na twee keer gebeld te hebben spreekt ze het antwoordapparaat in. Het is inmiddels al laat. Flip jankt. ‘Ik denk dat hij moet plassen mama.’ Ze heeft geen riem om Flip mee naar buiten te nemen. Voor nood laat ze hem zijn plas doen in haar achtertuin al is dat niet de bedoeling. Flip krijgt diezelfde avond een deel van een gehaktbal en wat water. Hondenvoer koopt ze morgen wel als het nodig is.
In de tijd dat Margreet naar huis wandelt gaat Ton Buys naar het huis van de eigenaar van Flip. Helaas heeft de eigenaar geen telefoonnummer. Normaal gesproken legt hij zelf geen bezoeken af om eigenaren van dieren op te sporen. Het toeval is dat het adres van de eigenaar niet ver van zijn woning ligt. Bij aankomst ziet hij dat de overgordijnen gesloten zijn. Hij drukt op de bel. Er komt niemand aan de deur. Hij wacht nog even maar besluit dan om naar de achterkant van het vrijstaande huis te lopen. Via de achterdeur kijkt hij naar binnen. Tot zijn verbazing ziet hij geen inventaris in het huis staan. Wat vreemd denkt hij. Zou de eigenaar soms verhuisd zijn. Hij loopt terug naar de voordeur en hoort onverwachts een stem die aan hem vraagt of hij soms familie is van de overleden vrouw.’ ‘Overleden vrouw?’ antwoordt hij Nu begrijpt hij waarom het huis leeg is. Voordat hij iets terug kan zeggen vervolgt de vrouw haar gesprek.
‘Sinds een week geleden zijn er mensen geweest die het huis van mijn buurvrouw hebben leeggehaald. Omdat de voordeur openstond is haar hond ontsnapt. Ze konden Flip niet te pakken krijgen en hebben volgens mij niet meer naar hem gezocht. Dat laatste weet ik niet zeker.
‘Dat is nou precies de rede waarom ik hier nu ben’ geeft hij als antwoord aan de mondige vrouw. ‘Ik ben een medewerker van Amivedi. Iemand melde mij dat er sinds een paar dagen een hond in het naburige park vertoeft.’
‘Nu u het zegt antwoordt de vrouw: ‘Riet, mijn overleden buurvrouw ging dagelijks met Flip naar het park. Na haar dood heb ik Flip op een avond bij haar voordeur zien zitten. Toen mijn man naar buiten wilde gaan om zich over Flip te ontfermen, was hij plotseling verdwenen. Sindsdien hebben wij hem niet meer gezien.
‘Ik weet genoeg mevrouw’ antwoordde hij tegen de vrouw. Bedankt voor de informatie. Onderweg naar zijn huis belt hij de Dierenambulance op of ze intussen de hond hebben gevonden. De medewerker vertelt dat ze geen hond met het opgegeven profiel in het park hebben gezien. ‘Waarschijnlijk heeft de eigenaar de hond alsnog meegenomen’ zegt de man. Ton vertelt zijn relaas aan de medewerker. Zoals afgesproken zou hij Margreet de Jong het nieuws alsnog vertellen. Het is al laat. Morgen zou hij haar opbellen.
Diezelfde nacht ligt Flip naast het bed van Maikel. Het is zo’n lief tafereel ziet Margreet. Het lijkt wel of Flip haar zoon wil beschermen. Stel je voor dat de eigenaar van Flip wordt gevonden. Maikel zou Flip meteen missen. Gelijktijdig schaamt ze zich door deze gedachte. Misschien mist een ander kind haar hond ook. Ze is moe van al het gedoe van de afgelopen dagen en gaat vroeg naar bed.
De volgende dag zit Margreet op de rand van het bed. Na het ontbijt moet ze Ton van Amivedi opbellen. Eerst laat ze Flip weer in de tuin uit en gaat ze daarna samen met Maikel ontbijten. Onder de tafel gooit hij een plak ham naar Flip die even daarvoor een stuk brood naar binnen heeft gewerkt. Margreet had dit alles in de gaten maar zegt niets. Flip hoort hondenbrokken te eten, die ze nog niet heeft. Net op het moment dat ze Amivedi wil opbellen gaat onverwachts haar telefoon. Ze hoort de stem van Ton. ‘Dat is ook toevallig’ zegt ze tegen hem. Ik sta op het punt om je op te bellen.’
‘Zoals beloofd zou ik je terugbellen’ zegt hij tegen haar. Ik heb inmiddels het adres van Flip gevonden en ben diezelfde middag naar het huis geweest van de eigenaresse die sinds een week is overleden. Volgens een van de buren is de hond uit huis ontsnapt en hebben ze hem nog een keer gezien. De door mij ingeschakelde Dierenambulance heeft Flip niet meer kunnen traceren in het park.
Ze had hem aangehoord. Nu moest ze haar verhaal vertellen. ‘Het klopt dat Flip niet meer in het park zat. Bij het naar huis gaan liep Flip met ons mee naar huis. Ik probeer hem nog weg te sturen omdat ik niet wist of er nog een eigenaar naar hem op zoek ging, vandaar. Ik heb je nog geprobeerd te bellen op kantoor. Er werd niet opgenomen. Bij aankomst bij ons huis sprong bij het openen van mijn voordeur Flip naar binnen. Wat tragisch voor de vrouw maar ook voor Flip. Mijn invalide zoon Maikel is erg gecharmeerd van de hond.’
Even viel er een stilte tussen hun beiden.
‘In eerste instantie ben ik verplicht om een advertentie in de krant te plaatsen dat Flip gevonden is. Ondanks zijn eigenaresse is overleden kan een familielid hem opeisen. Mocht er binnen een maand niemand Flip ophalen dan mag u van mij de hond houden. Hij krijgt dan een ander registratienummer. Helaas moet de Dierenambulance Flip vanmiddag ophalen en wordt hij tijdelijk ondergebracht bij een dierenasiel in de stad.’
Dat was een tegenvaller, dacht Margreet. Hoe moest ze dit nu vertellen aan Maikel. ‘Dat moet dan maar. Wij wachten wel af hoe alles verloopt. Ik zal het Maikel vertellen.’
‘Je hoort binnenkort van mij en hij hing op.
Ze had het die middag zo goed als zo kwaad uitgelegd aan Maikel hoe de situatie in elkaar zat en dat Flip zo dadelijk werd opgehaald. Hij hield zich kranig maar ze had toch het gevoel dat hij zijn maatje zou missen. Zelf merkte ze dat ze het ook niet prettig vond om Flip af te staan.
Nadat Flip was opgehaald brak er een tijd aan van onzekerheid. De advertentie in de plaatselijke krant was geplaatst had ze gezien. Nu maar afwachten of iemand Flip zou ophalen. Ze had gemerkt dat Maikel het er soms moeilijk mee had. Op een middag had ze Ton opgebeld of hij wist of Flip inmiddels al was geplaatst.
‘Je belt precies op tijd mevrouw de Jong.’
‘Zeg maar Margreet, dat praat wat gemakkelijker’ antwoorde ze. Gisterenmiddag kreeg ik bericht van het asiel dat een familielid van de overleden vrouw Flip heeft opgehaald. De man heeft zich moeten legitimeren alvorens hij de hond meekreeg.’
‘Ik zal het aan mijn zoontje doorgeven’ zei ze met een matte stem. Hij was zo gek met de hond. Het zal lastig worden om het hem te vertellen.’
‘Ik ken het verhaal Margreet. Soms lopen de zaken anders dan je verwacht.’
‘Alsnog bedankt dat je de hond nog even een thuis hebt gegeven al was het maar voor even.’
‘Ze deed haar Gsm uit. Ze moest nu aanstalten maken om Maikel van school te halen. Onderweg had ze hoofdbrekens om hem het slechte nieuws te vertellen. Toch was het haar opgevallen dat Maikel de afgelopen dagen niet meer had gevraagd naar Flip. Hij was wel wat stiller geworden. Ze was nu bijna bij zijn school. Ze besloot om Maikel nog niets over de hond te vertellen.
Zo gingen er een paar maanden voorbij. Margreet werkte een paar dagen in deeltijd bij een drukkerij. Het was weer tijd om naar huis te gaan. Voordat ze Maikel van school op zou halen moest ze nog wat uit de schuur halen. Bij thuiskomst stapte ze van haar fiets af en liep over het plaveisel richting de schuur die was aangebouwd aan de zijkant van haar woning. Wat zat daar in de hoek van de stenen schuur. Ze keek nog eens goed. Tot haar verbazing zag ze Flip zitten. Hoe kon dat nou? Ze begreep er niets van? Ze zetten haar fiets op de standaard en liep naar het dier toe. Flip kwam meteen naar haar toegelopen en aaide met zijn kop langs haar benen. Ze voelde een rilling over haar rug lopen.
Allerlei vragen doemden op. Waar was de eigenaar eigenlijk? Ze keek om zich heen. Er was niemand te zien. Hoe wist Flip de weg naar haar huis? Wat was er gebeurd? Het waren vragen waar ze op dit moment geen antwoord op kreeg. Ze kon niet buiten blijven staan en deed de voordeur open. Ze pakte Flip bij zijn halsband en liep met hem naar binnen. Dit was nu al de tweede keer dat ze met de hond te maken kreeg. Hoe moest ze nu verder? Over een paar uur ging de school van Maikel uit. De enige die haar kon helpen was Ton van Amivedi. Ze was in een bizarre situatie geraakt vond ze. Ze moest meteen handelen. Deels in paniek toetste ze het telefoonnummer in.
Gelukkig ging nu de telefoon over, maar in plaats van Ton zijn stem te horen nam een vrouw de telefoon op.
‘Ik zou graag ene Ton willen spreken. Sorry ik weet zijn achternaam niet meer’ zei ze. Het is dringend.’
‘Mag hij u zo dadelijk terugbellen hij zit namelijk aan de telefoon mevrouw. Hoe was uw naam alweer’
‘Margreet de Jong wilt u dit aan Ton doorgeven dat ik heb gebeld. Ik hoop dat hij mij tijdig belt.’
‘Ik zal het aan hem doorgeven mevrouw de Jong.’ Ze hingen beiden op.
Ze was er zenuwachtig van geworden. Stel je voor dat Maikel bij thuiskomst hij zijn oude vriend weer zag. Ze tapte intussen wat water voor Flip en zetten het voor zijn neus neer. Ze aaide hem over de kop en mompelde: ‘Lief dier je hebt mij weer in een lastig parket gebracht.’
Het duurde voor haar een eeuwigheid voordat de telefoon ging. Er was inmiddels een half uur verstreken. Zou ze Ton alsnog opbellen? vroeg ze zich af. Ze had het nog niet gedacht of de telefoon ging.
Ze drukte op de toets van haar Gsm en hoorde weer de vriendelijke stem van Ton.
‘Dag Margreet je spreekt met Ton Buys. Je gaat mij toch niet vertellen dat u weer een hond in een park hebt gevonden’
Moest ze nu lachen of huilen. ‘Sterker nog Ton, Flip de hond zat bij mijn thuiskomst voor de deur van mijn schuur.’
Onverwachts moest hij hard lachen. Houdt je mij nou voor de gek?’
‘Nee Ton ik ben bloedserieus, zei ze ietwat kriegelig. ‘Ik snap er helemaal niets van Ton. Ik zit op dit moment in met een lastige kwestie. Ik wil niet dat Maikel die ik straks van school moet halen Flip weer ziet en de hond even later weer wordt meegenomen naar zijn eigenaar. Flip heeft nu ook geen halsband om. Ik kan de eigenaar dus ook niet opbellen.’
‘Ik weet een tijdige oplossing Margreet. Ik kom meteen met mijn auto naar je toe en neem Flip tijdelijk mee. Wat niet weet dat niet deert. Daarna bel ik de eigenaar op waarvan ik zijn naam weet. Ik ga uitzoeken wat er is gebeurd. Geef mij nog even je adres.’
‘Hogeweg 12, Ton en graag zo gauw mogelijk, want ik moet Maikel van school halen.’
Toen hij zijn Gsm had afgesloten, had hij het gevoel dat hij in een hilarische situatie was beland. Margreet die hij een paar keer had gesproken kende hij niet persoonlijk. Ze hadden een paar keer telefonisch contact met elkaar gehad. Ze had een prettige stem. Hij had het gevoel dat het een jonge vrouw betrof die een kind had. Ze was dus getrouwd. Hoe kwam hij op de gedachte om zoiets te denken. Natuurlijk was ze getrouwd.
‘Tilly, neem jij voor een uur de telefoontjes aan. Ik moet ergens dringend naar toe.’ Ze knikte. Hij deed zijn blauwe blazer aan die over zijn bureaustoel hing. Het was medio zomer. Het was al weken warm buiten. Nu ging hij op weg om Flip op te halen. Hij wilde nu weleens zien wat voor hond het was, die steeds maar wegliep.
Er werd tot twee keer gebeld bij Margreet. Ze wist wie er zou komen Alvorens ze de deur opendeed keek ze door het raampje van de deur. Daar stond een man met blonde krullen voor haar deur. Ze schatte dat hij van haar leeftijd was. Hij had een paar donkere pretogen. Ze deed de deur open en Ton gaf Margreet spontaan een hand.
‘Hier ben ik dan op zoek naar een loslopende hond, zei hij bij binnenkomst. Ze moesten allebei lachen. Hij was nog ruim op tijd en bood hem een kop koffie aan. Ze raakten in gesprek. ‘Wat vindt uw man eigenlijk van de hond?’ vroeg hij aan haar. Ze vertelde hem haar verhaal over het ongeluk waarbij haar man om het leven was gekomen en haar zoontje invalide was geworden.’
‘Wat een verhaal’ had hij geantwoord. Maar waar is flip eigenlijk. Je moet zo dadelijk weg om je kind op te halen en ik moet de eigenaar nog bellen dat zijn hond gevonden is. Al met al vind ik het maar een rare gewaarwording.’
Ze stond op en liep door het huis op zoek naar Flip die languit voor het bed van Maikel lag. Ze kreeg tranen in haar ogen. Samen met de hond ging ze naar Ton die zojuist de laatste slok va zijn koffie had gedronken. Om de valreep vertelde ze hem dat Flip voor het bed van Maikel haar zoon lag. ‘Dat deed hij toen ook toen hij bij ons was Ton.’
‘Ik neem nu de hond mee. Je hoort er nog van hoe het is afgelopen Margreet.’
Hij tilde de hond op omdat deze geen riem om had en stapte de deur uit.’

Intussen nam Tilly de collega van Ton een telefoongesprek aan. De man aan de telefoon was verbolgen over zijn hond die in een paar maanden tijd regelmatig van huis wegliep. ‘Als dit zo blijft wil ik die snert hond niet meer in huis hebben’ had hij tegen haar gezegd.
‘U kunt uw hond toch niet zomaar uit huis zetten’ gaf Tilly als antwoord. Het gesprek liep enigszins uit de hand en ze vertelde de man dat ze het geval van de weglopende hond zou bespreken met haar collega. ‘Als het aan mij ligt gaat hij direct naar het asiel’ zei hij alsnog tegen haar. Ze was verbolgen om deze reactie van de eigenaar van de hond en drukte snel haar Gsm uit. Met dit soort type mensen wilde ze niet lang praten.
Nadat Margreet Maikel uit school had gehaald veranderde niets aan hun situatie. Ze hield wijselijk haar mond over het bezoek van Flip. Vroeg of laat zou ze van Ton vernemen hoe de vork in de steel stond. Het was gek genoeg een wonderlijk gesprek geweest met een leuke man. Stiekem had ze naar zijn handen gekeken. Hij droeg geen trouwring. Dat zei natuurlijk niets. Voor hetzelfde geld had hij wel een vriendin. Toch merkte ze dat hij op een bepaalde manier met haar sprak. Hij bleek geïnteresseerd te zijn in haar privéleven.
Terug op kantoor stapte Ton naar binnen samen met een hond zag Tilly. Wat een vreemde dag was het vandaag. Eerst had ze een vervelend heerschap aan de telefoon en nu haar collega die een wildvreemde hond bij zich had. Onverwachts moest ze lachen en vroeg aan hem of het nu de bedoeling was om je eigen hond mee naar kantoor te nemen, waarom Ton haar het hele verhaal vertellen. Onverwachts onderbrak ze hem. ‘Volgens mij weet ik wie de eigenaar is en ze vertelde hem op haar beurt over de boze man van die middag. ‘Enigszins verbaasd luisterde Ton naar het verhaal en hij begreep meteen dat het om Flip ging.
Meteen belde Ton de eigenaar van Flip op. De man was inderdaad niet voor reden vatbaar. Hij wilde per direct afstand van de hond doen zei hij.
‘Dat gaat zo maar niet. Eerst moet er nog het een en ander worden geregeld. De hond moet naar het asiel.’ zei hij tegen de man. Zelf wist hij wel beter. Als het aan hem lag en aan Margreet zou de hond worden geplaatst. Deze gedachte hield hij voor zichzelf. In de tussen tijd dat de procedure in gang werd gezet, belde hij op een avond Margreet op en vertelde haar het bizarre verhaal. Maikel lag al op bed.
‘Ze moest het voorval natuurlijk tegen Maikel vertellen dat zijn grote vriend op zoek was gegaan naar hem en dat ze het dier bij de schuur van hun huis had gevonden.’ Ik wilde je trouwens nog iets vragen. Zou je samen met Maikel een dagje met mij uit willen gaan.’ Ik heb gemerkt dat ik je aardig vind. Flip heeft ons namelijk bij elkaar gebracht Margreet.’
‘Zeker weten Ton, ik heb hetzelfde gevoel voor jou heb ik gemerkt. Eerlijk gezegd wist ik niet dat je een relatie had Ton.’
‘Afgesproken Margreet. Neem de tijd om Maikel over de situatie van Flip te vertellen. Als hij Flip alsnog wil hebben laat mij dit dan spoedig weten dat is het beste voor de hond en voor je zoon.’
Maikel was blij met Flip toen Ton hem volgens afspraak zou brengen. Nu zag hij Margreet weer waar hij inmiddels veel voor voelde. Hun gevoelens waren wederzijds. Bij binnenkomst liep Flip regelrecht naar Maikel toe. Voor Margreet en Ton was Maikel zijn lach een bevestiging zat zijn maatje en goede vriend weer terug was. Margreet had haar zoon verteld dat Flip voorgoed mocht blijven. Kort daarna gingen ze met z’n allen een dagje uit. Maikel had na het bezoek van Ton tegen zijn moeder gezegd dat hij Ton erg aardig vond. ‘Hij zit u steeds maar aan te kijken mama’ dat is mij opgevallen. Hij had gezien dat zijn moeder haar glimlach weer terug had. Natuurlijk miste hij zijn vader, maar vond het fijn dat zijn moeder niet meer had gehuild. Als hij zelf weleens verdrietig was, kwam Flip steevast naar hem toe om hem te troosten. Vanaf het moment dat Flip weer een poot in huize de Jong zette liep hij nooit meer weg. Niet lang daarna ging Ton bij Margreet wonen. Voor hun allen kreeg hun leven een positieve kentering.

2 gedachtes over “Flip

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s