Alternatieve duiventil

Daar zitten ze weer ‘Jut en Jul.’ Zo noem ik de duiven die elk jaar onze tuin een bezoekje brengen. Helaas weet ik nooit wie nou het vrouwtje of mannetje is. Wat ik wel weet is dat de ene duif erg toegankelijk is, terwijl de ander soms aanstalten maakt om weg te vliegen als ik voer op het plaveisel strooi. Ik denk dat de bijdehandste een vrouwtje is. Aan de dakrand van de schuur heeft mijn man ooit een afdakje gemaakt, waar wij in de zomer onder vertoeven op onze tuin set. Zo af en toe zitten de duiven daaronder op een dwarsbalk te tortelen. Hoog en droog. Eten hebben ze genoeg. Soms zijn ze aan het bakkeleien met elkaar en gunt de bijdehandste de ander geen voer tijdens het eten. Nu ik dat weet maak ik twee hoopjes voer en leg deze afzonderlijk van elkaar neer. Naast het duivenvoer dat ze krijgen, hangt er ook nog een pindakaas pot met voer aan de muur van de schuur. Ook wordt het stenen vogel bad gebruikt om uit te drinken en om erin te poedelen. Naast de tortelduiven strijken roodborstjes, mussen, woudduiven en zelfs een zwarte merel neer. De laatste woont al een tijdje in onze conifeer en snoept samen met enkele andere vogels het voer op dat onze duiven hebben laten liggen. Onze tortels zijn soms slordig. ‘Een duiventil hoef ik niet te maken’ zegt mijn man als hij weer eens thuiskomt van zijn werk. Jut en Jul zitten weer onder onze afdak.

Advertenties

Dialoog van een bankje en een boom

´Morgen komt de Plantsoenendienst mij demonteren’ zei het groene bankje tegen de eikenboom die naast hem stond. ‘Ik ben een sta in de weg en moet ruimte maken voor een fietspad.’
‘Ik zal je missen bankje en de mensen die jarenlang op jou hebben gezeten.’
‘Niet alleen gezeten Eik. Ooit heeft er tijdelijk een zwerver mij in beslag genomen. ‘Avonds laat installeerde hij zich voor de nacht. Na een paar weken werd hij van mijn bank gelicht door de politie.’
‘Dat weet ik nog goed. Het was oktober. Er ontstond enig tumult tussen de zwerver en de politie. Ik liet van schrik mijn laatste blad vallen.’
‘Ik weet helaas niet wat ze met mij gaan doen. In het ergste geval kom ik terecht in een loods tussen afgedankte spullen van de gemeente. Ik zie er nog veel te goed uit om als uit vuil weggezet te worden’ vind je niet Eik?
‘Jazeker, je hebt nog een mooie groene kleur met sierlijke smeedijzeren pootjes. Als jij weg bent sta ik voorgoed alleen. De stilte gaat dan verdwijnen met al dat fietsverkeer langs mijn stam.’
‘Weet je wie ik zeker zal missen lieve Eik, het vogelvrouwtje. Om de dag neemt ze hier plaats en legt ze een zak oud brood neer. Ze geeft de vogels, die in jouw boom vertoeven, stukjes brood.’
‘Dat is waar ook, bankje. De oude dame en de vogels. Vanaf het moment dat zij haar vaste stekkie had, werd het steeds drukker op mijn takken en had ik soms zelden rust met al dat gekwetter.’
‘Ik weet wat je bedoelt Eik. Vogels zijn net als mensen die soms vechten om een laatste stukje brood. Toch zal ik haar missen. Samen hebben wij veel meegemaakt Eik, gesprekken aangehoord over het leven, liefde en de dood. Veel verliefde stelletjes zijn op mijn bank neergestreken.’
‘Sommigen hebben hun namen in mij stam gekerfd. Ik ben voor het leven getekend.’
‘Toch fijn dat wij alsnog hebben bijgepraat. Morgen sta je hier alleen mijn stoere boom en ga jij nog jaren mee.’
‘Gegroet bankje! het was mij een waar genoegen in al die jaren. Hopelijk verhuis je naar een nieuwe plek in de stad.’
De volgende ochtend werd het groene bankje weggehaald en kreeg een nieuwe plek bij de kinderboerderij waar hij de rest van zijn leven versleet met de dieren, kinderen en hun ouders.

Een geschikte woning

Door de jaren heen ben ik al wat keren verhuisd. Vóór en tijdens mijn huwelijk. Deze verhuiserfenis kreeg ik van een van mijn grootmoeders die blijkbaar net zo ongedurig was als ik. In een andere omgeving wonen vond ik nou eenmaal leuk. Door de jaren ben ik wel wat wijzer geworden. Het kost allemaal geld, naast alle rompslomp die je er van hebt. Alhoewel, tot heden draaide ik mijn hand er niet voor om, om de huisraad in te pakken. Een keer liet ik mij verhuizen door een verhuisbedrijf, waarvan een van de verhuizers mij een goede tip gaf. Hij constateerde dat ik de borden van mijn servies plat had neergelegd in de doos. ‘Dit kan beter!’ zei hij tegen mij.
‘Een bord heeft namelijk een harde kant, de rand. Als je ze verticaal neerzet met inpakpapier tussen elk bord, heb je beslist geen breuk. Als je ze opstapelt loop je de kans door het gewicht van alle borden dat het onderste bord breekt’ zei hij alsnog. Ik heb deze tip altijd ter harte genomen.
Voordat mijn grootouders weer eens verhuisde, ging grootmoeder het huis behangen. Zo verkocht het beter en zag het huis er weer prima uit voor de volgende bewoner. Nu mijn verhuisdrift minder is geworden kijk ik anders tegen onze woning aan. Misschien is het onze leeftijd. Wij zijn een dagje ouder geworden. Wat kunnen mijn man en ik doen om onze koopwoning zo veilig en comfortabel mogelijk te maken. De locatie is erg goed aan de rand van onze stad. Met het huis is niets mis. Toch komen er voor mij obstakels om de hoek kijken. Voor de trap hebben wij sinds zes jaar een oplossing gevonden. Wij hebben een traplift aangeschaft. Een aanrader als je ouder wordt. Zelf ben ik blij dat naast het ligbad in de badkamer er ook een douchecabine is. Zegge en schrijven heb ik in het begin dat wij hier kwamen wonen, maar kort in het ligbad gelegen. Kortom, aanpassingen kosten nu eenmaal geld. Verhuizen naar een appartement kan ook als 60-plussers. Het was vloeken in de kerk toen ik dit voorstelde aan mijn man. Als liefhebber van tuinieren was mijn voorstel uit den boze. De jaren gaan meetellen, ook de gebreken. Mijn man loopt nog als een kievit. Vroeg of laat zal er wel een andere goede oplossing komen. Voorlopig blijft dit ons droomhuis of toch niet?

De Baobab

Tijdens mijn wekelijkse tekenlessen stuitte ik op een foto van een zogenaamde ‘ondersteboven boom’, de Baobab. De kunstschilderes vertelde dat zij in Zuid-Afrika was geweest en had de bomen daar gezien. Ze had er een foto van gemaakt. Dit type boom wordt vaak geassocieerd met de Afrikaanse natuur. Zijn Latijnse naam is Adansonia digitata. Ook staat hij bekend als de Apenbroodboom. Hij komt voor op het vaste land van Afrika. De vruchten zijn extreem voedzaam en bevatten veel calcium en vitamine C.
De Marula vind ik ook prachtig om te zien door zijn opvallende en wijd uitwaaierende kroon. Het is een inheemse soort waarvan zijn vruchten worden verwerkt in een populaire Zuid-Afrikaanse koffielikeur. De boom heeft iets gracieus over zich en is te vinden in open bosland. Het favoriete stekkie voor de naar rust zoekende leeuw.
Aan de hand van foto’s van deze bomen ben ik zeker van plan om enkele van deze bomen te gaan tekenen of schilderen. Ik houd van bomen en zou mij een wereld zonder bomen niet kunnen voorstellen. Ze staan overal ter wereld in allerlei soorten en maten. Zuid-Afrika kent vanzelfsprekend meer soorten bomen, zoals de Blue Gum Boom (Eucalyptus), de Camel Thorn (Kameeldoring) een Acaciasoort, de Jacaranda die prachtige paarse bloemen geeft in oktober.
Van de Mopane boom worden meubels gemaakt omdat het een stevige en duurzame houtsoort is. Ook huist er een rups in die door zijn proteïne wordt gegeten in plaatselijke restaurants. Sinds een paar jaar worden er eetbare insecten in ons land gepromoot, zoals gebakken krekels, wormen en rupsen, maar ook eetbare bloemen worden soms geserveerd in de betere restaurants. De bewoners van Zuid-Afrika zijn het blijkbaar gewend om deze rups te verorberen. Stammen die in oerwouden leven weten niet beter dan dat zij bepaalde insecten eten, waarvan wij zouden griezelen. Zelf zou ik mij er overheen moeten zetten om het eten van bepaalde insecten op te eten.
De Kokerbomen komen veel voor aan de Noord Kaap en in Namibië. Inheemse jagers maken van deze boom kokers voor hun pijlen, vandaar deze naam.
Ook Zuid-Afrika kent zijn Big Tree’s. De indrukwekkende Outeniqua Geelhout. Deze bomen kunnen honderden jaren oud worden en zeer hoog. Het blijft een wonderlijk tafereel dat er op onze aardbol zoveel soorten bomen zijn in diverse landen en dat moet zo blijven vind ik. Het zijn de longen van onze natuur.

WONDERSCHONE GRAAFSCHAPPEN

In mijn vrijgezellentijd ging ik jaarlijks op reis met touringcars. Een van mijn favoriete streken werden Cornwall en Devon. De tocht ging eerst naar Londen waar wij als toeristen twee dagen verbleven. Het was het jaar dat Charles en Diana trouwden. Toen wij uit de bus stapte om naar ons hotel te gaan hing er een vieze smog. Het was een druk verkeer rondom het Hyde Park. Na de koffie ging ik Londen verkennen. Waar ik ook kwam op mijn reizen, keek ik naar bepaalde herkenningspunten als ik een hotel verliet, zoals bepaalde gebouwen. Ik hoorde een paar vrouwen mompelen die niet wisten waar ze naar toe wilde gaan. Bij het naar buiten gaan van het hotel bleven ze angstvallig bij mij in de buurt. Uiteindelijk verkenden wij gezamenlijk een deel van de stad. Bezienswaardigheden waren er genoeg en ook veel winkels. De tweede dag kocht ik bij een winkel twee ingelijste prenten van The Artfull Dodger en Mr. Pickwick uit het boek van Charles Dickens. Ze hangen nu op de tweede etage in het trapgat. Londen had ik na twee dagen wel gezien.
Na Londen ging de bus verder richting Cornwall en Devon. Onderweg zag je hier en daar een prachtig glooiend landschap. Een mooi gebied met verschillende kustlijnen, glooiende heuvels, rijk aan geschiedenis. Onze standplaats werd Torquay een kustplaats. Het hotel, waar ik de naam niet meer van weet, was opgetrokken in de stijl van de Victoriaanse tijd. Een jong stel zwaaide er de scepter. En koken en bakken wat die man kon? Er waren theesessies die meer op een maaltijd leken dan een simpel kopje thee als bij ons met een koekje. Er lagen scones gevuld met room en jam, sandwiches met zalm. Diverse kastelen, pubs en boekwinkeltjes zag ik naast de traditionele witte Devon cottages, (longhouses) genoemd.
Wat ik mij nog kan herinneren was, dat de kust met de bijbehorende stranden niet zo overbevolkt waren als bij ons in Nederland. De kustlijn is ruwer met veel granieten stenen en kleinere stranden.
Het park Dartmoor Forrest met al zijn pracht en praal. In Plymouth lag een marineschip aan de kade. Ook was er een plaatselijke markt met een houten schavot, een exemplaar uit vroeger tijden. Devon is ook een kunstenaarsstreek. De tijd lijkt in deze graafschappen stil te hebben gestaan. Kortom deze streek heeft alles en is een echte aanrader voor de cultuursnuivers onder ons.

Oude meuk

Door de jaren zie ik diverse woonbladen. Ik heb iets met interieurs. Het inrichten van je huis is net als kunst. Je vindt iets mooi of niet. Het ene woonblad na het andere passeert de revue. Onze dochter is afgestudeerd als Binnenhuisadviseur en werkt in deze branche. Al vroeg in de jaren zestig kwam er een trend met diverse woonstijlen. Fabrikanten deden daar vrolijk aan mee. Een bekende fabrikant creëerde diverse keukenartikelen in allerlei kleuren. De kleuren bruin en oranje waren toen favoriet. Ook het behang, de overgordijnen en vloerkleden hadden deze kleuren. Als ik terugkijk verbaas ik mijzelf erover dat ik ooit voor deze artikelen heb gekozen.
Na de grafische printen, kwam de nostalgie aan de beurt. Oude meuk van vroeger kwam ten tonele. Van lampetkannen en kommen, houten was rekjes, kolenkitten, gewolkte kookpannen en zelfs beddenpannen. De laatste werd voor sier aan de slaapkamermuur gehangen. Mensen die in de 15e eeuw leefden verwarmden met deze beddenpanen hun bed. Ze zouden raar hebben gekeken als er in mijn tijd een beddenpan aan de muur hing. Ik kocht een lampetkan met kom voor veel geld. Het gebloemde keramiek werd uitgestald op een nachtkastje. Er werd een koperen blaker aangeschaft die met een bijbehorende kaars nooit heeft gebrand. Het oude was rekje van mijn ouders mocht ik meenemen, maar werd al gauw een sta in de weg. In een container, die tjokvol lag met diverse houtafval lag een knoppenstoeltje met biezen matting. Het was besmeurd met witkalk. Ik nam het mee naar huis en na een schoonmaakbeurt prijkte het in mijn woonkamer. Er kwamen meer nostalgische spullen bij. Ze moesten worden afgestoft en schoongemaakt naast mijn drukke baan.
Op een dag was ik het zat en besloot een groot gedeelte op een rommelmarkt te verkopen. Nu zijn wij jaren verder. De nostalgie van toen heet nu Vintage. Allemaal nostalgische accessoires. Ik moet er niet aan denken nu ik een strak en eigentijds interieur heb.
Bij een kennisje ontdekte ik een wit katoenen slaapmuts die ze voor de grap op haar nachtkastje had neergelegd. De slaapmuts werd in de Pruikentijd tijdens de nacht gebruikt om hoofdluis tegen te gaan. Onder zo’n pruik stikte het namelijk van de luizen. Als ik eraan denk krijg ik al jeuk.
Nee, voor mij geen nostalgisch gedoe meer, dan krijg ik vast en zeker weer de kriebels om dit alles van de hand te doen.

Stormen door de eeuwen heen

Zojuist vernam ik via het weerbericht op de Tv, dat het morgen 22 februari 2017 aan de kust gaat stormen met windkracht 9. Naar aanleiding van dit bericht ben ik op zoek gegaan naar stormen in Nederland door de eeuwen heen met enkele gebeurtenissen (Gedeeltelijke bronnen: Meteo Julianadorp en Wikipedia).
In november 1989 kreeg ik de sleutel van mijn toenmalige nieuwe woning. Ik ging wonen in een nieuwbouwproject. Het rijtje met eengezinswoningen waren deels opgeleverd. Aan de overzijde nog niet. Her en der lagen bouwmaterialen en was men nog aan de buitenzijde van de verschillende panden bezig.
Op 25 januari 1990 woedde er een zeer zware storm, windkracht 11. Gelukkig was ik voor de avondspits thuis. Toch voelde ik mij er niet veilig. Er woonden pas drie gezinnen in de straat, waaronder ikzelf. Op de Tv hoorde ik die avond dat al het openbaar vervoer was stilgelegd, alsook het vliegverkeer. Bijna niemand kon naar huis. Sommige mensen moesten ter plekke overnachten of voor een andere oplossing zorgen. Een idiote situatie. Op de snelwegen was het verkeer vertraagd door omvergeblazen vrachtwagens. aldus de bronnen. Lantaarnpalen stonden uit het lood met of zonder voorbijganger en bomen waaiden om. De storm kreeg later de naam Orkaan Daria en woedde naast Nederland ook over Ierland, Engeland, Frankrijk, Duitsland en Denemarken. ’s Avonds bereikte de storm zijn top. Mijn woonkamerraam stond zo bol dat ik het gevoel had dat deze elk moment kon knappen. Bouwmaterialen vlogen als projectielen door mijn toekomstige tuin dat nog uit een hoop aarde bestond. De kleine schuttingen tussen de woningen hingen scheef uit de gevel. Aan de overzijde hing een verticaal object. De volgende ochtend bleek dat het de dakgoot was van de toekomstige overburen.
Iedereen kent het verhaal van de storm in Zeeland in 1953 waarbij veel mensen en dieren verdronken.
Op 26 december van het jaar 838 liep bij een stormvloed een groot deel van Noordwest Nederland onder. Wegens gebrek aan goede dijken ontstond een watersnoodramp. Dit werd opgetekend in een geschrift van een Franse Bisschop.
1 november 1170 was er de Allerheiligenvloed. De duinen tussen Huisduinen en Texel braken waardoor Texel en Wieringen eilanden werden. Door de eeuwen heen zijn er stormen geweest, zoals: de St. Nicolaasvloed, St. Marcellusvloed, St. Luciavloed, etc. Ze brachten hun eigen rampen met zich mee. Dijkbewaking in Nederland blijft dus heel belangrijk om toekomstige stormen te trotseren.

Niets nieuws

Wat is eigenlijk ‘Het nieuws van de dag?’ Niets nieuws in mijn ogen. De hedendaagse berichten zijn eigenlijk ‘oud’ nieuws.
Op school kreeg je Geschiedenisles. Hoe interessant het soms ook was ging het over de mensen op aarde die mooie, maar ook vreselijke dingen meemaakten. Door de eeuwen heen tot vandaag de dag is er geen spat veranderd en zijn er oorlogen geweest, zijn mensen vermoord, waren er notoire leugenaars, criminelen, sadisten, heersers, vluchtelingen, brandstichtingen, huisuitzettingen, armoede, ziektes, grote ontdekkingen, presidenten, Koningshuizen, de adel, beroemde mensen, het klootjesvolk, kortom een hele mond vol.
Nog steeds is het een terugkerend spektakel dat met het leven en de dood te maken heeft. Mensen zitten in een rad van avontuur dat, voor mijn gevoel, steeds maar blijft ronddraaien als een repeterend proces. Een leven vol met tegenstellingen. Het goede en het kwade.
Ook vandaag de dag is er geen verschil en wordt men geconfronteerd met het vorenstaande. De moordwerktuigen zijn door de eeuwen heen veranderd, maar hebben nog steeds hetzelfde doel. De vluchtelingenstroom is niets nieuws. Vanaf de vierde eeuw vielen de Hunnen en voornamelijk Germaanse stammen West-Romeins gebied binnen, later gevolgd door de Salische Franken. Altijd zijn er volken geweest die naar elders zijn vertrokken en werden niet altijd door de oorspronkelijke bewoners omarmd. Blijkbaar is er niets veranderd. ‘De grote volksverhuizing’ tijdens de vroege Middeleeuwen.
Ontelbare keren hebben mensen om ‘vrede’ geroepen en blijven dit doen.
Echter, het woord ‘Vrede’ blijft ongrijpbaar als men er simpel weg niets mee doet. Zolang er niets positiefs verandert, blijft alles bij ‘oud nieuws.’

De geschiedenis van de Noorse staafkerk

In 1980 vertrok ik met een aantal vakantiegangers naar Noorwegen met de touringcar maatschappij OAD. Ik had geboekt voor een rondreis Denemarken, Zweden en kwamen terecht in onze standplaats Kinsarvik in Noorwegen. Het is een van mijn mooiste reizen geworden. In het gebied van de Noorse fjorden zag je hier en daar zogenaamde Staafkerken staan die uit hout waren opgetrokken. Ik was benieuwd naar de oorsprong van deze toch bijzondere bouwwerken, waarvan ik nog enkele foto’s heb.
Uit de geschiedenis van Scandinavië kwam naar voren, dat tijdens de Middeleeuwen in Scandinavië duizenden staafkerken werden gebouwd tijdens de verspreiding van het Christendom. Nu zijn er nog slechts enkelen van deze zogenaamde ‘Stavkirker’ overgebleven. Vooral in Noord Europa kwamen ze veel voor. Hout was er in overvloed. Omdat aan steen bijna niet te komen was, bouwden men de kerken van hout. De oudste kerk stamt uit het jaar 1130. Toch zijn er jaren daarvoor nog oudere exemplaren geweest die door houtrot of branden zijn vergaan.
Nu staan er staafkerken met een stenen fundering om houtrot tegen te gaan. Ze werden kundig gebouwd en waren door hun structuur bestand tegen weer en wind. Het geheel bestond uit een houten geraamte. De palen waren voorzien van Andreaskruizen en houten bogen. Alles werd in elkaar gezet door houten pennen en zwaluwstaartverbindingen. Er kwam geen spijker aan te pas.
Het zijn prachtige bouwwerken om te zien door hun Scandinavische bouwstijl. De stijl stamt ook uit de Vikingtijd, maar heeft ook elementen van Keltische en Romaanse structuren. Ook komt de draak veelvuldig voor in het houtsnijwerk. Van oorsprong omarmden de Noren ‘heidense’ gebruiken, totdat ze na jaren voor het Christendom kozen. Deze omschakeling heeft nog behoorlijk lang geduurd. Toch bleven heidense tradities nog steeds bestaan. De allereerste staafkerken waren te klein voor de huidige bevolking. Veel van deze kerkjes zijn afgebroken, omdat ze aan het aantal zitplaatsen voor de bewoners niet konden voldoen. Gelukkig zijn er nog 28 staafkerken bewaard gebleven die op prachtige plekken in het landschap staan. Een lust voor het oog voor de Noren en voor mij als toerist.