Vergeten

 

 

Bij binnenkomst in het café-restaurant viel de warmte als een deken over haar heen. Het was erg druk, zag Irene. Zou er nog een plekje vrij zijn? Even twijfelde ze of ze plaats wilde nemen. Signalen vanuit haar maag gaven aan dat ze trek had. Ze was toe aan een lunch. Ze keek in de rondte. Een serveerster kwam naar haar toegelopen.

‘Heeft u gereserveerd?’ vroeg ze aan haar.

‘Dat niet. Ik ben hier voor het eerst in deze stad’ gaf ze als antwoord.

‘U heeft geluk, er is nog een tafel vrij. Zal ik u voor gaan?’ Voordat ze iets terug kon zeggen was de serveerster al weggelopen. Ze volgde haar op de voet.

‘Wilt u misschien iets drinken?’ juffrouw.

‘Een kop koffie smaakt nu wel lekker met dit kille weer. Neemt u de lunchkaart ook maar voor mij mee?’  

De serveerster knikte. Irene haar koffie werd al snel gebracht samen met de lunchkaart.

Door het geroezemoes heen in het café-restaurant, riep een geïrriteerde stem: ‘Waar blijft mijn lunch?’

De man stond vrijwel direct op, zag Irene.

‘Sorry mevrouw, zei de serveerster tegen haar. ‘Ik kom zo dadelijk bij u terug om uw bestelling op te nemen. Ik loop even naar die mijnheer toe’ en weg was ze.

Irene bekeek intussen aandachtig de lunchkaart. Ze koos voor een kop pompoensoep en een broodje. Eigenlijk was het niet haar bedoeling om in dit restaurant te gaan lunchen. Ze had zojuist een afspraak met een voor haar onbekende mevrouw, die tot haar verbazing niet thuis bleek te zijn. Twee dagen geleden had deze vrouw haar telefonisch benaderd.

‘Of ze belangstelling had voor een map met foto’s van haar moeder die samen met haar had gewerkt als coupeuse bij een gerenommeerde kledingzaak.’  Tijdens haar leven had de moeder van Irene haar veel over mevrouw van der Steen verteld. ‘Als ze belangstelling had dan kon ze het fotoboek komen ophalen en mocht ze komen lunchen, had de vrouw gezegd.’

‘Ik woon wel buiten de stad Irene!’

Irene haar nieuwsgierigheid was gewekt naar deze onbekende vrouw. Nu was ze hier en stond ze met lege handen.

Het bleef rumoerig in het restaurant. Onverwachts voelde ze een koude windvlaag langs haar benen gaan. De deur van het café-restaurant ging open. Een dame op leeftijd kwam binnen en keek om haar heen.

Niemand van het personeel had blijkbaar in de gaten dat de vrouw was binnengekomen. Haar boodschappentas had ze naast zich neergezet. Irene stond op en liep naar de vrouw toe. ‘Aan mijn tafel is een plaats vrij? vertelde ze tegen haar.

‘Wat aardig van u juffrouw!’ antwoorde ze tegen Irene en ze nam even later aan haar tafel plaats.

‘Ik kom zojuist van de supermarkt. Ik verwacht zo dadelijk bezoek. Buiten is het zo koud en ik dacht ik neem hier even een kop thee, zei ze tegen Irene. ‘Normaal kom ik hier nooit.’

‘Ik zit hier alweer twintig minuten’ mevrouw. Wegens de drukte is de serveerster blijkbaar vergeten mijn lunch op te nemen’ gaf Irene als antwoord.

‘Dan hoop ik maar dat ze mij ook niet vergeet, anders ben ik te laat voor mijn visite.’

Wat frappant dacht Irene. Net als deze grijze dame had ook zij een afspraak. Waar bleef die serveerster nou?’

‘Ik heet trouwens Irene van Vliet en ben hier voor het eerst in deze vreemde stad.’

‘Van Vliet? Ik heb in mijn jonge jaren een zekere Gerda van Vliet gekend?’

Irene keek de vrouw stomverbaasd aan. ‘Hoe is dit nu mogelijk mevrouw? Die Gerda, waar u het over heeft is mijn moeder. Dan moet u mevrouw van der Steen zijn?’

‘En jij Irene van Vliet. Wat een wonderlijke situatie, vind je niet? Irene, dat wij elkaar hier moeten ontmoeten.’

Tussen beiden vrouwen viel er even een stilte.

‘Ik ben zojuist bij u aan de deur geweest, maar u was niet thuis. Ik had een lunchafspraak met u om 12.30 uur? zei Irene.’

‘Vijf minuten daarvoor ben ik weggegaan om boodschappen te doen. Onze afspraak stond op 12.45 uur. Wat vind ik dit nou vervelend Irene. Als wij elkaar hier niet hadden ontmoet was je voor niets naar mij toegekomen.’

‘Eerlijk gezegd zit ik nu alweer een tijdje op de serveerster te wachten. Ik was toe aan een lunch na mijn trip met de trein.’

‘Kom Irene, wil je alsnog meegaan naar mijn huis? Zoals de bedoeling was maak ik alsnog een lunch voor ons.’

‘Graag mevrouw van der Steen, wij laten hier de boel de boel.’

Uit haar portemonnee haalde Irene wat euro’s en legde deze op de tafel neer voor de koffie die ze had gedronken.

Ze stonden beiden op. ‘Zal ik uw boodschappentas dragen? mevrouw van der Steen.’

‘Dat zou fijn zijn, Irene!’

Samen liepen ze naar de uitgang van het café-restaurant.

‘Begrijpt u dat nou mevrouw van der Steen. De serveerster heeft nog steeds niet in de gaten dat wij nu weggaan.’

Irene opende de deur en ze stapten beiden naar buiten. Ze was nog steeds verbaasd om deze wonderlijke ontmoeting die voor hun beiden anders was gelopen dan ze hadden gedacht.

 

 

 

Advertenties

Drijfzand

 

 

De jongen was haar oogappel. Het kind waar zij en haar man lange tijd op hadden gewacht. Hij werd verwend. Zijn vader had een goede baan, waardoor zijn moeder niet hoefde te werken. Het was een liefdevol gezin. In de zestiger jaren kwam met mate sterkedrank op de markt, waaronder ook bier. Mensen die het konden betalen, kochten wijn en bier voor verjaardagen of voor de feestdagen. Het was een luxeartikel. Hun zoon kwam al jong met drank in aanraking. Bier waarvan de helft 7-up was werd er voor hem geschonken omdat hij dat zo lekker vond. Zijn ouders zagen geen gevaar.

Hij trouwde en kreeg kinderen. Niet lang daarna werd zijn moeder ernstig ziek. Diagnose: hersentumor. Haar spraakvermogen viel uit en ze kreeg een beroerte. Er was geen conversatie meer mogelijk. Van een goedlachse en humoristische vrouw was zijn moeder een zielig hoopje mens geworden. Hij zag met lede ogen aan dat het slechter met zijn lieve moeder ging. Samen met zijn vader deelde hij het verdriet. Het bier gemixt met 7-up was allang verleden tijd. Er werd door hem nu ook doordeweeks bier gedronken. Het drinken werd frequenter, nadat op vijftig jarige leeftijd zijn moeder overleed.

Het was een hard gelach voor hem, maar ook voor zijn vader. Hij kon niet met zijn verdriet omgaan. De ontelbare gesprekken met familie en met professionele instanties hielpen niets. Zijn vrouw moest toezien hoe hij haar en zijn kinderen in diepe armoede bracht. De enige vriend die hij had was zijn vertrouwde bier. Zo kon hij zijn verdriet vergeten. Het geld dat zijn vrouw verdiende ging er weer net zo hard uit door zijn verslaving.

Een werkgever probeerde hem te helpen, maar na een korte opleving viel hij weer terug in zijn oude gewoonte. Het kon niet uitblijven dat hij na verloop van tijd ziek werd. Er gingen nog jaren voorbij met doktersbezoeken en ziekenhuisopnames.

Zijn kinderen wisten al op jonge leeftijd, dat hun vader aan de drank was. Ook hun opa miste zijn vrouw. Regelmatig ontvluchtte hij zijn woning, vond een vrouw en hertrouwde. Met zijn zoon ging het niet veel beter. Door ernstig geldgebrek en zijn verslaving aan drank, koste hem dat uiteindelijk zijn huwelijk, dat was opgebouwd uit drijfzand. Hij stierf een jaar na zijn scheiding. Uiteindelijk werd hij twee jaar ouder dan zijn moeder, toen hij op 52-jarige leeftijd stierf aan een ernstige leveraandoening.

 

Herinneringen aan Giethoorn

 

 

 

Eindelijk was ons schoolreisje aangebroken. Twee klassen van de lagere school gingen mee. Het was een uitwisselingsreis. Een klas vertrok naar Giethoorn en de andere had als standplaats  Duitsland. De koffers werden ingeladen in beide touringcars. Met mijn klasgenoten, waartoe ook mijn neef behoorde, arriveerden wij die ochtend in Giethoorn. Ons was verteld dat er een vakantiewoning was die midden op een grote plas lag. Je kon er met een zogenaamde punter, een platte boot, vanaf het dorp naar toe varen.

Samen met alle koffers gingen wij op weg naar ons vakantieverblijf, het ‘Kraggenhoes’. Zo voeren wij door de smalle sloten richting de grote plas. Een aantal jongens waren wat uitbundig. Ook mijn neef die onverwachts tegen een van de koffers aanstootte en deze deels over boord viel. De man, die met een lange stok, de boot verplaatste door het water werd boos. Gelukkig was er een jongen die nog net de koffer onderschepte.

‘Weten jullie wel dat het water hier drie meter diep is en erg drassig. Alles wat overboord valt is bijna niet meer te vinden’ zei hij met luidde stem. Een van de leerkrachten, pakte mijn neef in zijn kraag en gaf hem een reprimande. De koffer was gedeeltelijk drijfnat, dus ook de inhoud, bleek later.

Bij aankomst in het houten huis, kregen wij van een van de drie leerkrachten het huishoudelijk reglement te horen. Iedereen pakte zijn koffer en bracht deze naar de slaapzaal. De natte koffer bleek van een meisje te zijn die niet blij was met haar natte kleding. Er was een wasmachine aanwezig, maar geen droger. De kleding werd over de balustrade gehangen om te drogen.

Maar waar was de koffer van mijn neef Eddy? Was deze soms in de touringcar achtergebleven? Het was een tijd dat men nog geen telefoons op zak had. Na enig speurwerk bleek inderdaad dat zijn koffer niet aanwezig was. Hoe nu verder? Hij kon onmogelijk een week in dezelfde kleding blijven rondlopen. Een leraar zou het touringcarbedrijf opbellen in het plaatselijke café en moest met een van de punters weer terug varen naar het dorp. Na onderzoek van het touringcarbedrijf, bleek dat zijn koffer per abuis was meegegaan naar Duitsland. Voorlopig moest Eddy het die week  doen met de kleding die hij aanhad. Een lerares had aangeboden om zijn kleding te wassen. Hij mocht tijdelijk haar badjas lenen tijdens deze hilarische schoolreis.

Vaders laatste zwemles

 

 

Vader woonde in de stad en kwam uit een groot gezin. Voor zwemles was er geen geld in de jaren dertig. Er heerste in die tijd een grote werkloosheid. Zo vertrok hij op een dag als militair in 1947 naar Nederlands-Indië vanwege de 7e December Divisie. Op een dag ging een groep militairen zwemmen. Het merendeel kon zwemmen, maar mijn vader en nog twee andere militairen niet. ‘Ik zal jullie allemaal wel leren zwemmen’ zei een van hun leeftijdgenoten en hij nam een zogenaamde hengel mee. Deze hengel bestond uit een lang gedeelte met daaraan een grote kromme haak. De zwemmer moest in het kromme gedeelte gaan liggen en proberen te zwemmen op aanwijzingen. Degene die aan wal stond moest de hengel goed vasthouden en deze zo min mogelijk laten vieren. Zo trok hij de hengel met de zwemmer door het water.

Mijn vader had angst voor water. Hij was toen negentien jaar. De militair die de hengel vasthield had op een zeker moment in de gaten dat het zwemmen niet lukte. Uit baldadigheid liet hij de hengel onverwachts zakken, waardoor mijn vaders hoofd onder water kwam. Van het lesgeven kwam niets terecht. In plaats van dat hij vertrouwd zou raken met het water, werd hij angstig. In die vier jaar dat hij in Nederlands-Indië was, heeft hij nooit meer gezwommen.

Rond zijn vijftigste levensjaar deed hij op veler verzoek weer een poging om alsnog te gaan leren zwemmen. Samen met zijn zwager ging hij op zwemles. Het zwembad was deels afgescheiden. Het ene gedeelte was afgeschermd voor mensen die les kregen en aan de andere kant zwommen de gevorderden. Daar was ook een springplank aanwezig. Net op het moment dat mijn vader met een paar zwemmers langszij zwommen, sprong een man van de duikplank af en veroorzaakte een vloedgolf. Vader kwam, net als toentertijd weer onder water terecht. Hij raakte in paniek, waardoor de zwemleraar naar hem toe zwom. Vrijwel direct ging hij het zwembad uit. Weer was de angst aanwezig die hij in militaire dienst had meegemaakt.

Eenmaal thuisgekomen met zijn zwager, had hij zichzelf voorgenomen om nooit geen zwemles meer te nemen omdat er telkens iets met hem gebeurde. ‘Zwemlessen zijn niet aan mij besteed’ zei hij tegen mijn moeder. Diezelfde nacht was hij hardop aan het praten in zijn slaap. Nadien heeft hij nooit meer geprobeerd om te zwemmen.

Vereeuwigd

Vereeuwigd

 

Mollige vrouwen liggen de laatste eeuwen niet zo goed in de markt. Uitzonderingen daargelaten. In sommige landen zijn ze juist erg gewild. Een vrouw met een vol figuur krijgt doorgaans goed te eten en zijn daardoor een aantrekkelijke partij. Sinds de broodmagere mannequins hun intrede deden, bleken ze voor veel mannen interessant te zijn. Mollig was uit. Poeders, pillen en andere vermageringskuren werden door menig volslanke vrouw aangeschaft om aan deze vermageringsgril mee te doen.

Tijdens een schilderijententoonstelling van kunstschilder Rubens viel het mij op dat de vrouwen die hij schilderde volle borsten en heupen en benen hadden. Op geen van zijn schilderijen heb ik kunnen ontdekken dat hij voorkeur had voor magere vrouwen. Blijkbaar ging zijn voorkeur uit naar, zoals wij dit vandaag de dag noemen, de dikke dames.

Een hot item is momenteel de moderne versie van de vrouwen van Rubens. Met primaire kleuren geschilderde dikke dames op doek. Deze schilderijen hangen nu in menig huis. Deze vrouwen hebben ook een maatje meer met aan hun zijde een of meerdere mannen die hun blijkbaar wel zien zitten onder het genot van een hapje en een drankje.

Vrouwen met een vol figuur zijn er altijd al geweest. Vandaag de dag zijn deze vrouwen blijkbaar te laat geboren. In de tijd van Rubens en bij sommige van zijn tijdgenoten, werden mollige vrouwen voorgoed vereeuwigd op diverse schilderijen.

Er is dus nog hoop. Mollig zijn is blijkbaar weer in en mager………?

Parkietenterreur

1k0.jpg

 

Op zoek naar een parkiet liet ik mij toentertijd overhalen door een verkoper van een dierenwinkel die vertelde dat twee parkieten in een kooi gezelliger was dan een exemplaar. ‘Vooral voor de vogels’ zei hij er nog achteraan. Het werden dus twee poppen. Ik woonde op kamers en een vogel aanschaffen leek mij wel leuk.

Met de kooi en de parkieten reed ik met de auto naar huis. Thuis werd de kooi geïnstalleerd met stokken, sepia, een drink- en voederbakje. De parkieten moesten duidelijk wennen aan de kooi die toch niet al te klein was. De een ging rustig zitten op een van de stokken en de ander klom nerveus omhoog en omlaag. De stille groene pop, trok met haar snavel aan een metalen belletje dat midden in de kooi hing. Blijkbaar reageerde de blauwe parkiet daarop. Ze kwam vrijwel direct in de buurt van haar soortgenoot zitten.

Regelmatig maakten ze mij beiden bij het krieken van de dag wakker met een hoop gekwetter. Dat kwam achteraf goed uit. Mijn wekker had ik niet meer nodig. Om 9.00 uur moest ik namelijk op kantoor zijn. Thuisgekomen was er vaak leven in de bierbrouwerij. Naarmate de weken verstreken, viel het mij wel op dat de groene parkiet vaak stil in een hoekje zat van de kooi. Omdat ik werkte wist ik niet wat er overdag gebeurde tussen die twee.

Opeens zag ik dat de blauwe parkiet het voederbakje in haar bezit nam, als de andere aanstalten maakte om te willen eten. Helaas kon er maar een voederbakje in de kooi. Het was mij al opgevallen dat de groene parkiet mager werd. Ik begon er meer op te letten. Zo kon het niet langer. De arme vogel kon alleen maar drinken.

De volgende dag, na kantoor, besprak ik het probleem met de verkoper die zo enthousiast de parkieten aan mij had verkocht.

‘Broodnijd denk ik, zei hij. ‘Ik ben bang dat de magere parkiet het niet redt’ zei ik tegen hem. Uit nood kocht ik er een extra kooi bij. De verkoper had met mij en de parkiet te doen en gaf een leuke korting. Thuis haalde ik de parkieten uit elkaar. Het ging nadien beter met die twee. Na verloop van tijd kreeg de groene parkiet haar normale postuur weer terug.

Twee parkieten in een kooi was in mijn geval niet gunstig. Gelukkig ben ik er op tijd bij geweest.

1392411474_536b172636_b 

 

Een creatieve cake

 

 

In de tijd dat ik voor de eerste keer op mijzelf ging wonen, nodigde ik kort daarna mijn ouders uit om mijn interieur te bewonderen. In plaats van koek te presenteren, leek het mij leuk om mijn eerste cake te bakken, maar dan een met krenten en rozijnen. Ooit had ik voor mijn verjaardag een kookboek gekregen, waarin ook recepten stonden om een cake, appeltaart, koekjes en diverse andere taarten te bakken.

Uitgebreide bakbenodigdheden had ik nog niet, alleen een mixer. Ik kocht een cakeblik met toebehoren. Nadat ik ook de ingrediënten voor het bakken van de cake had gekocht, samen met de krenten en rozijnen, ging ik aan de slag. Stap voor stap ging ik te werk op die zondagochtend. Mijn ouders zouden in de middag op visite komen.

Nadat ik de krenten en rozijnen door het beslag had gedaan vulde ik het blik en deed het cakemengsel in de oven. Na verloop van tijd rook ik een heerlijke geur vanuit de keuken. Intussen waren mijn ouders gearriveerd.

Toen de cake klaar was, haalde ik deze voorzichtig uit het blik. Stomverbaasd zag ik dat de krenten en rozijnen boven op de cake lagen in plaats van in de cake, alsof ze er zojuist door mij waren opgelegd. De cake was geheel intact. Ik moest hardop lachen, waarop mijn ouders op mijn gelach de keuken binnenkwamen.

‘Je bent vergeten de krenten en rozijnen te wellen’ zei moeder meteen.

‘Het is beslist geen misbaksel’ antwoorde mijn vader. ‘Hij ziet er door de krenten en rozijnen zelfs nog apart uit.’

‘Zal ik mijn creatieve cake dan maar gaan aansnijden’ zei ik gekscherend. Die middag genoten wij van mijn eerste baksel die overigens goed smaakte ondanks de krenten en rozijnen door het cakemengsel naar de bodem waren gezakt.

Haastige spoed……

 

 

Vandaag de dag kun je worden opgenomen in een ziekenhuis in de regio. Dit gebeurde mij vier jaar geleden. Net voor ik het weekend inging kreeg ik een infectie aan mijn rechterwijsvinger. Op een zeker moment begon mijn vinger te kloppen en werd deze pijnlijker. Meteen belde ik de huisarts, die mij doorverwees naar de huisartsenpost van het ziekenhuis in onze woonplaats.

‘Dat ziet er niet zo goed uit mevrouw’, vertelde de arts ter plekke. Omdat u diabeet bent moet u meteen opgenomen worden in het ziekenhuis. Helaas zijn er twee chirurgen momenteel met verlof. U moet uitwijken naar een ander ziekenhuis in de regio. Meteen vertrekken is zaaks, anders loopt u gevaar op bloedvergiftiging.

In eerste instantie gingen wij terug naar huis. Er moesten wat spullen worden ingepakt voor de opname in het ziekenhuis. Meteen daarna vertrokken wij.

Mijn man en ik waren ons een hoedje geschrokken. De arts belde intussen het desbetreffende ziekenhuis dat wij er aan kwamen. Ondanks het vijfentwintig minuten rijden was, had ik het gevoel dat het erg lang duurde voordat wij waren gearriveerd in de stad.

Eindelijk waren wij ter plekke. Omdat het druk was in de parkeergarage van het ziekenhuis, zochten wij naarstig naar een parkeerplaats. Eindelijk zagen wij een plekje. Ik was zo zenuwachtig over hetgeen de arts mij had gezegd, dat mijn man in  aller haast de auto neerzetten op de plek en wij zo snel als wij konden, het ziekenhuis binnengingen. Na de aanleg van het infuus en andere zaken bleef mijn man nog een poosje in het ziekenhuis om daarna naar huis te gaan. Inmiddels was het donker.

De operatie was gelukt. ‘Het scheelde maar een haartje dat u uw wijsvinger kwijt was. Deze kreeg al een grijze kleur, mevrouw’ vertelde de chirurg aan mij, nadat ik weer terug op de zaal was. Na twee dagen mocht ik naar huis en moest ik kort revalideren om mijn stijve vinger te bewegen. Dat ging nog niet zo gemakkelijk. Een maand later viel er een enveloppe in de bus van het Justitieel Incasso bureau.

Waarom kregen wij deze envelop? vroegen wij ons af. Het bleek dat wij op de bewuste dag van mijn ziekenhuisopname met onze auto op een invalideparkeerplaats stonden. In de haast had mijn man de markering op de vloer niet gezien.

Boete 370,00 euro. Wij hadden beter uit moeten kijken. Haastige spoed is zelden goed.

Afgewezen

Afgewezen

 

‘Proficiat! je contract is verlengd voor onbepaalde tijd, zegt mevrouw Brekelmans tegen José, een van de secretaresses uit haar team. Ons team heeft vanaf het begin dat je hier werkt geen twijfels over jou gehad. Je functioneert goed, bent flexibel en betrokken bij je werkzaamheden. Ze zegt dit met een vriendelijke toon. José hoort haar aan. Zij denkt daar anders over dan de directeur. Zij heeft wel haar twijfels over haar collega’s. Vaak is het eenrichtingverkeer tussen hen. Zo coulant ze tegen haar collega’s is, zo egoïstisch zijn ze tegen haar.

Het valt mevrouw Brekelmans op dat José niet enthousiast op het goede bericht reageert. Ze weet dat de jonge vrouw die voor haar zit niet zo’n prater is, serieus is en gemotiveerd. Haar sociale vaardigheden zijn hoog, weet ze.

‘Bedankt, mevrouw Brekelmans dat u mij een contract aanbiedt voor onbepaalde tijd. Ik zou er blij mee moeten zijn. Helaas kan ik dit niet aannemen. Al snel valt het mij op dat een aantal collega’s mij niet accepteren. Ik word door hun buitengesloten en ben alleen maar goed om naar hun pijpen te dansen. Ook krijg ik recent van een collega een sneer dat ik van het platteland kom en niet uit de grote stad. Dit alles maakt mij verdrietig.

Ze ziet dat mevrouw Brekelmans aandachtig naar haar luistert. Ik wil u bedanken voor het vertrouwen dat u in mij hebt, maar ik neem alsnog terstond afscheid. Ze komt overeind uit haar stoel en geeft mevrouw Brekelmans een hand, recht haar rug en zegt nogmaals: ‘U begrijpt dat ik geen behoefte heb om nu mijn oncollegiale collega’s de hand te schudden. Daaraan heb ik totaal geen behoefte. Ze loopt naar de deur, verlaat voorgoed het kantoorpand en laat een stomverbaasde mevrouw Brekelmans in de directiekamer achter.