Poppenmineur

houten-poppenwagen-oranje

 

Als kind speelde ik nooit met poppen. Ik had er simpel weg niets mee. Ze zaten daar maar onbeweeglijk op hun stoeltjes mij aan te staren. Ik kon de fantasie niet opbrengen om met ze te spelen. Moeder had blijkbaar niet in de gaten dat poppen geen favoriet speelgoed waren. Als poppen konden bewegen dan was het een ander verhaal geweest. Ik zou ze hebben gekoesterd. Toch kreeg ik tijdens verjaardagen, Sinterklaas en Kerst een pop. Diep in mijn hart dacht ik dat moeder de poppen zelf leuk vond.

Ooit vertelde ze mij een verhaal dat ze een mooie pop had gekregen van haar ouders. Ze was er erg blij mee. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam op een zeker moment de hongerwinter in Nederland. Door haar ouders werden kostbare zaken verkocht voor voedselbonnen. Er waren nu eenmaal vijf monden te voeden. Mijn moeders enige pop werd haar ontnomen met de mededeling: dat deze werd geruild voor voedselbonnen om het schaarse eten dat er nog was te kunnen kopen. Hoe verdrietig kan een kind zijn. Ze kon niet anders dan zich erbij neer te leggen.

Mijn eigen poppen verdwenen voorgoed in de speelgoedkast. Ik hield mij liever bezig met mijn diverse creatieve hobby’s. Het blijkt niet altijd zo te zijn, dat meisjes nu eenmaal poppenmoeders  moeten zijn en jongens treinmachinist.

Na mijn bevalling kreeg ik van een schoonzus een meisjespop. Onze dochter bleek ook geen poppenmoeder te zijn. Ze is een sportief meisje, ondernemend en klauterde het liefste in bomen en hield van voetballen. Toen mijn schoonzus op een dag aan mij vroeg of onze dochter haar eerste pop nog had, kon ik haar niet meteen vertellen dat de pop er niet meer was. De reden was dat de kop van de pop was toegetakeld met viltstift. Er waren nepwimpers op getekend en haar wangen waren knalrood geschilderd. Haar jurkje zat vol met viltstiftvlekken. Liesje, zoals de pop heette zag eruit als een verwaarloosde punker.

Met geen mogelijkheid kreeg ik de viltstiftkleuren van Liesje haar kop af en verdween – met toestemming van onze dochter – ze bij het grofvuil.

Wij zijn erg blij met onze dochter. Ze doet het goed als jonge vrouw in de maatschappij en ze heeft een positieve kijk op het leven. Zo weinig ik toentertijd met poppen had, zoveel houden mijn man en ik van haar. Mijn poppen hebben daar zeker geen bijdrage aan geleverd.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s