Over vrouwen

vrouw met rood haar

Het was dan ook een typisch mannengesprek waar Ton, bij binnenkomst in de feestzaal, onbedoeld mee werd geconfronteerd. Hij was uitgenodigd op het vrijgezellenfeest van zijn vriend Robbert die de volgende dag zou gaan trouwen met Christa. Het gesprek ging over vrouwen. Er waren uitsluitend gezamenlijke vrienden van 35 jaar aanwezig die in een kring rondom de tafel zaten. De spreker Dennis, een goed uitziende jongeman van rond de dertig, vertelde dat hij sinds kort de echte liefde gevonden. Een lief en eerlijk meisje met rood haar.

‘Ja, lief zijn ze allemaal in het begin’ sneerde Maikel die onverwachts aan het gesprek deelnam. Dennis ging niet in op zijn sneer en wilde zijn gesprek vervolgen, maar Oscar onderbrak hem.

‘Nou, zo’n vrouwtje heb ik ook. Ze heeft alleen geen rood haar, maar dat maakt mij niet uit. Zij is ook een lieverd, maar als ze ongesteld is veranderd ze van karakter. Ze is dan niet te genieten.

Er werd vrolijk om gelachen. De ober kwam langs om de bestelling op te nemen.

‘Een fluitje graag?’ zei Ton tegen de ober.  

‘Ja mannen, zei Peter je kunt nu eenmaal niet mét of zonder ze leven.’

‘Hoor hem dan! reageerde Ron, jij hebt niet eens verkering man. Waar heb je het over?’

‘Ik heb geen verkering, maar wel vriendinnen bij de vleet.’

‘Pocher! mompelde Ron tussen zijn tanden.’

Blijkbaar had Peter het niet gehoord. Hij reageerde niet. De ober bracht de bestelling en plaatste deze op tafel.

‘Nou proost Robbert op een gelukkig huwelijk met Christa’ zei iedereen in koor.

‘Dank jullie allemaal! gaf Robbert als antwoord. ‘Ik ben trouwens benieuwd hoe het Christa vergaat bij haar vriendinnenparty.’

Op het moment dat Ton dacht dat het gesprek over ‘de vrouwen’ nu was afgelopen, begon Johan over een knappe vrouw die hij eens had ontmoet. ‘Het was geen kroegtype. Daar hield ze niet van, zei hij. Wel had ze al snel haar koffer bij zich om bij mij te gaan wonen. Dat ging mij veel te snel na twee weken. Toen ik dit aan haar vertelde werd ze boos en vertrok ze met de noorderzon.’

‘Zullen wij deze gesprekken nu eens staken? Robbert wordt nu al bleek om zijn neus’ vroeg Ton.

‘Dat zal wel van de drank zijn’ grapte Oscar, maar het is tenslotte zijn vrijgezellenfeest.’

Onverwachts stond er een roodharige serveerster voor hun tafel met een schaal met hapjes.

‘Wat een kanjer van een vrouw! riep Peter, nadat ze weer uit het gezichtsveld was verdwenen.

‘Zeker weten!’ riepen een paar mannen.

‘Niks ervan!’ riep Dennis verontwaardigd. Dit is Tilly de roodharige vrouw waar ik sinds kort verkering mee heb.’

Even viel er een stilte.

‘En jij Ton, heb jij ons nog iets te vertellen? vroeg Robbert onverwachts aan hem. Je bent zo stil?’

‘Ik wil graag een Whisky Robbert? Hij wilde hem besparen om te vertellen dat zijn vriendin een paar dagen geleden de verkering had uitgemaakt. Met al deze verhalen had hij het nu wel even gehad.

Advertenties

Hier waakt de hond

bouvier-des-flandres-872

Hier waakt de hond

Er was ingebroken in een bruin café aan de haven. Jos was in alle staten. Briesend was hij de glasscherven aan het opvegen die op de houten vloer voor het zijraam lagen. De dieven hadden zijn geluidsinstallatie meegenomen, alsook wat flessen drank en sigaretten. Hij schreeuwde: ‘Je zou ze aan de galg hangen! dat schorem.

De politie had ’s nachts het raam al gebarricadeerd. Jos had zojuist de glaszetter gebeld. Petra, de inwonende buffetjuffrouw was de bar aan het ordenen. Halfvolle flesjes bier en frisdrank stonden vastgeplakt op de bar. Een aantal barkrukken lagen omver. Petra was het type vrouw die altijd vrolijk was, ook als er weleens een dag tegen zat. Onverwachts begon ze te neuriën.

‘Hoe kun jij nou zingen Petra?’ mopperde Jos. ‘Ik word hier niet vrolijk van.’

‘Ach, Jos, de inbraak is al geschied. De politie weet ervan en ik ben inmiddels bezig de rommel op te ruimen die de vandalen hebben gemaakt.’

‘Het wordt eens tijd dat ik een hond aanschaf. Een die meteen aanslaat en bijt bij onraad.’

‘Een kroegtijger dus!’ grapte Petra.

‘Maak jij maar weer een grapje. Je weet dat er in korte tijd twee keer is ingebroken. Het gaat de dieven alleen maar om die sigaretten en shag. Nu hebben ze ook de geluidsinstallatie meegenomen. De politie denkt aan kruimeldieven. Ik maak nu kans dat ik uit de verzekering word geknikkerd. Het alarm heeft ook niet optimaal gewerkt. De dieven hadden het hazenpad gekozen alvorens de bewaking arriveerde. Nee, ik ben er helemaal klaar mee en ga op zoek naar een hond.’

‘Wat voor hond moet het dan worden Jos? vroeg een van de gasten die het gesprek had aangehoord. Een herder, rottweiler of een bouvier?’

‘Als het maar geen pup wordt? Jos, zei Petra weer. Dan kan ik de hond frequent uitlaten. Ik heb wel wat anders te doen hoor.’

‘Je zou een grote hond moeten kopen? Een die al is afgericht’ zei de stamgast weer.

‘Dat zal mij nog meer euro’s gaan kosten Jaap’ antwoorde Jos.

‘Ik zal eerste de schade maar eens opnemen’ en hij pakte vanonder het buffet een balpoint en een stuk papier. Al mopperend liep hij zijn inventaris na.

‘Best wel een goed idee van Jaap. Een pup wordt een allemansvriend die al kwispelend op de inbrekers afkomt.’

‘Dat denk ik ook’ antwoorde Jos.

‘Al met al kom ik toch nog aan een aardig schadebedrag Petra. De verzekering moet het nu maar uitzoeken.’

Overdag kan de hond verblijven in de bijkeuken naast het fust. Zelf neem ik hem dan mee om hem uit te laten. Voordat de zaak dicht gaat nog even een sanitaire stop en daarna gewoon los laten lopen in de zaak. Ik zal eens even op internet kijken.’

Weldra had hij een advertentie gevonden en hij las voor; ‘Afgerichte Bouviers met certificaat. Pension in Eersel in Brabant.’ Jos belde op en maakte voor de eestvolgende maandag een afspraak om samen met Petra te komen kijken.

De dag was aangebroken. Ze zaten over de hond te filosoferen toen ze aankwamen rijden bij het pension. De koop was snel gedaan bij het zien van een grote bouvier.

‘Hoe zullen wij hem noemen? Jos.

‘Ik dacht aan ‘kroegtijger’ Petra.’

‘Welnee grapjas, ik maakte toen maar een geintje hoor. Het is een schitterend beest, een reu. Hij is wel wat onrustig. Wat vind je eigenlijk van Rambo?’

‘Wel een goede naam? Petra.’

Bij thuiskomst moest het dier nog even wennen en blafte naar alles wat hij maar tegen kwam.’

‘Voor ons is het ook wennen aan het geblaf en zijn onrustige aard. Ik ben toe aan een sterke kop koffie.’

‘Neem voor mij ook een kop koffie mee Petra, dan geef ik intussen Rambo zijn eten en drinken. Misschien wordt hij dan wel wat mak.’

‘Kom Rambo? Volg! De hond volgde direct.

De volgende ochtend zag vaste klant Jaap, Jos voor de deur van zijn café staan.

‘Waarom sta je buiten en waar is jullie hond eigenlijk? Jos. Heb je hem wel opgehaald?’

‘Jazeker Jaap, dat wel. Ik durf warempel mijn eigen zaak niet naar binnen. Hij gromt de hele tijd naar mij en niet naar Petra. Zo dadelijk vreet hij mij op.’

‘Met één ding heb je mazzel Jos, zei Jaap lachend. Er is gelukkig niet bij je ingebroken vannacht, toch?’

Hulp verlenen of toch niet?

 

 

Onderweg naar ons huis met onze auto, sluit mijn dochter aan achter een rij auto’s die langzaam rijden. Ter hoogte van een restaurant in onze wijk staat een blauwe bedrijfsauto dwars op de weg. De auto’s voor ons rijden langs deze auto heen. ‘Begrijp je dat nou mam? zegt mijn dochter. Er is niemand die zijn auto even parkeert in die lege parkeervakken en polshoogte neemt wat er aan de hand is?’ Wij staan als negende in de rij en kunnen de situatie nog niet goed overzien. Niemand die blijkbaar de moeite neemt om te stoppen om iets te gaan doen. Als de voorgaande auto’s inmiddels door het groene stoplicht zijn gereden passeren wij eindelijk de plek des onheils. ‘Er zit niemand in de auto’ zeg ik tegen haar tijdens het passeren. ‘Nadat wij het bedrijfsautootje voorbij zijn gereden parkeert mijn dochter onverwachts onze auto op een van de lege parkeerplaatsen voor het restaurant en ze stapt uit. ‘Ik ga eens kijken wat er aan de hand is mam? zegt ze. Wie weet ligt er iemand voorover in zijn stoel’ en ze loopt weg. In mijn zijspiegel zie ik dat ze aan de kant van de stoep de bedrijfsauto inkijkt. Blijkbaar ziet ze niets en ze loopt meteen het restaurant in. Intussen stopt er nog steeds geen auto. Schandalig denk ik. Je zal maar iets zijn overkomen? dan ben je als slachtoffer de klos. Even later zie ik haar terug komen. Ik zie een jonge bouwvakker in haar kielzog lopen met een oranje veiligheidsjack aan. Hij loopt snel naar de desbetreffende auto. ‘Wat is er nu eigenlijk gebeurd?’ vraag ik aan mijn dochter als ze weer is ingestapt. ‘Aan een serveerster vroeg ik of zij wist van wie die auto was die dwars op de weg staat?’ De enige klant die hier zit is een jongen die met zijn rug naar het raam zit’ antwoordt ze en ik loop meteen naar hem toe. Als ik hem vraag of de blauwe auto van hem is, zegt hij: ‘Wat stom! Ik ben vergeten de auto op de handrem te zetten en hij loopt direct naar buiten.’ ‘Bedankt!’ roept hij mij nog na. Mijn dochter start inmiddels onze auto en sluit aan in de rij achter de automobilisten die intussen voor het rode stoplicht staan. Toch blijf ik mij verbazen over sommige mensen. Hoe anders had het af kunnen lopen.

 

Mr.Black Bird

Mr. Black Bird

 

Zo noem ik de merel die steevast in de ochtendmerelszijn lied ten gehore brengt. Natuurlijk is het niet dezelfde merel. Alle merels zingen weer anders. Soms hoor ik er een in de verte fluiten of zit er een ander op de bovenrand van het dak. Kortom de merels zijn niet te stuiten als het om hun zang gaat van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Merels fluiten naar elkaar. Over en weer.

Het broeden is al even aan de gang. In onze conifeer is een nest gemaakt door vader en moeder, die met snavels vol met wormen het dennengroen induiken. Omdat het weer de laatste tijd erg nat is en wij hoofdzakelijk in huis vertoeven, horen wij het eventuele gepiep niet van de jonkies. Kijken willen wij niet. Stel je voor dat wij het nest verstoren.

De merel komt veelvuldig voor in Nederland. De zwarte vogel met zijn oranje snavel en zijn zwarte kraaloogjes. Hij is voor de duvel niet bang en houdt zich voornamelijk op in de buurt van bomen en struiken. Ook gras hebben ze nodig.

Ondanks het roodborstje mooi zingt brengt de merel verschillende deuntjes ten gehore. Toch is er menig merelnest ter zielen gegaan. De vogel met zijn onnozele blik bouwt vaak te laag bij de grond in een dichte struik of boom zijn nest. Huiskatten weten dat en voor dat pa en moe merel er erg in hebben in het nest met of zonder jonkies ten prooi gevallen aan die likkebaardende katten. Gelukkig broeden er zo’n miljoen paar merels in Nederland en is het een van de meest voorkomende broedvogel, aldus de bronnen.

Van mij mag de merel blijven zingen, alhoewel niet te vroeg graag? Sommige maken er namelijk een potje van.

Examenvrees

wiskunde-300x225

 

De examens zijn weer achter de rug. Het lange wachten is nu in zicht. Een tijd van gierende zenuwen. Al jaren een ergernis voor studenten, maar ook voor degenen die al afgestudeerd zijn. De ene student walst soepel door een examen heen, terwijl de ander tandenknarsend zich door het examen worstelt.

Door de jaren heen heb ik mij weleens afgevraagd waarom docenten niet per studiejaar bekijken hoe de prestaties van de studenten zijn, om aan het einde van de rit een gemiddeld eindcijfer te geven, dat aangeeft of iemand geslaagd is of niet. Helaas heeft de docent het hier niet voor het zeggen, maar het Ministerie van OC&W.

Examenvrees is een groot dilemma voor de meeste onder ons. Naast degene die examen doet, leven ook familieleden, kennissen en vrienden mee. Zal hij of zij het examen wel halen. Het eeuwige wachten op het telefoontje of je wél of niet bent geslaagd. Tenenkrommend zelfs. Stel dat je faalt. Hoe moet je je verantwoorden voor je vrienden en je familie.

Net als je zit te wachten op het belangrijke telefoontje, belt er een kennis met de mededeling of je misschien al iets hebt gehoord? Je bloeddruk slaat bijna op tilt.

Hang toch op, mafkees? denk je dan.

Nee, voor wat mij betreft mogen ze alle examens voor studenten afschaffen. Van de zenuwen krijgt menigeen namelijk spontaan acné en dat is het laatste dat je wilt hebben tijdens je pubertijd.