Suiker is een drug

‘Vandaag ga je aan de lijn mam’ zegt mijn dochter op een ochtend tegen mij.

‘Alweer de zoveelste poging in mijn leven na mijn 24e levensjaar zeg ik tegen haar. De jaren daarvoor tot aan mijn prilste jeugd had ik nergens last van bedenk ik mij opeens. Ik was slank, bijna mager te noemen. Toen ik vierentwintig was begon mijn gewicht langzaamaan toe te nemen. Daarnaast had ik zittend werk achter mijn bureau. Veel beweging had ik niet. Het bleef beperkt met het trappenlopen.

‘Wij proberen het voorlopig eerst één week’ mam, zegt ze weer. Suikervrij eten om te zien wat er met je gebeurt, is moeilijker dan ik dacht. Op de verpakkingen die in mijn keukenkast staan lees ik de etiketten. Bij het zoveelste doosje ben ik het zat.

‘Vrijwel overal zit suiker in’ zeg ik weer. Ik ben het zat en leg mijn leesbrilletje op de aanrecht neer. Er is geen doorkomen aan met al die doosjes en pakjes voor mij. Ooit had ik gelezen dat er in producten wel wat suiker zat voor de smaak en houdbaarheid, niet wetende dat er vrijwel overal suiker in verpakkingen zit.

Hoe moet ik nu in hemelsnaam gaan afvallen? vraag ik mijzelf af.

Ik neem een pen en wat papier en schrijf op wat ik zoal dagelijks eet. Vooral de tussendoortjes in de avond. Ik schrijf de koek, drop en chocolade op. Daar wil ik rigorreus vanaf. Ik wil niet specifiek lijnen, maar minderen met suiker. Suiker is een drug. Je raakt er verslaafd aan. Ik kom er al snel achter dat de dikmakers niet in mijn avondeten zit. Jus gebruik ik al jaren nooit voor mijzelf. Ik eet één aardappel en groenten. Ook ben ik geen fan van vlees. Liever eet ik vis. Voor mijn gezin maak ik het vorenstaande wel klaar.

De boosdoener zit bij mij ook in het eten van te veel bruinbrood, suiker in de thee/koffie, jam, koek en snoep.

Van de drie boterhammen bij het ontbijt, mag ik van haar er maar één opeten. Het is in het begin even wennen. Wat voor beleg doe ik er op. Ik ben een fan van allerlei soorten kaas. Helaas zit daar ook zout in en een percentage suiker, hoe gek het ook klinkt. Het is de eerste dag erg wennen om maar één boterham bij het ontbijt te eten en één tijdens de lunch.

‘Ook geen suiker in de thee mam! roept ze naar mij als ze ziet dat ik bijna een klontje in mijn thee wil doen. Ze is terecht streng. Ik ben nu eenmaal een zoetekauw. Om sterke drank geef ik niet. Ik ben het type vrouw niet die in het weekend een glaasje rosé of iets dergelijks drinkt voor de gezelligheid. Gezelligheid zit niet in het drinken van alcohol. Klingklare onzin is het. Je bent gezellig of niet. Ook heb ik gelukkig nooit gerookt. Vooral dat laatste vind ik smerig. Ik ben geen fan van rauwkost en neem dus één stuks fruit.

Helaas houd ik van coca cola. Een en al suiker, ik weet het. Menigeen heeft mij er voor gewaarschuwd. Ik vul voortaan een lege plastic fles met water. Ik kan dan zien of ik per dag wel anderhalve liter water drink. Dan is er nog de koffie. Ik drink er twee op een dag. Niet veel denk je misschien. Twee vind ik genoeg. Koffie geeft mij altijd een verzadigd gevoel. Ik probeer al een tijdje koffie zonder suiker te drinken. Ik ril van de sterke koffiesmaak.

‘Jakkes!’ zeg ik op een avond tegen mijn man als wij gezamenlijk koffie drinken.

‘Je trekt een gezicht als een oorwurm’ zegt hij.

‘Ik kan maar niet aan koffie zonder suiker en melk wennen.’

In zes dagen ben ik 2 kilo kwijt. Het is nog niet veel, maar het begin is er. Het is een struggle of life.

3.1.1Het is weekend. De lastigste twee dagen van de week. Iedereen is gezellig thuis. Waar ik bang voor ben gebeurd. Uit de voorraadkast haalt mijn man een pakje stroopwafels tevoorschijn. Het water loopt in mijn mond. Tandenknarsend laat ik de koek aan mij voorbijgaan en vind mijzelf een hele tante.

Na weken geen patat te hebben gebakken wil onze dochter die zaterdagavond toch friet. Zelf ben ik er niet zo gek op. Ik houd liever van af en toe een pasta- of rijstgerecht. Als de patat klaar is pak ik de ketchup en mayonaise uit de koelkast en lees per toeval achterop het etiket dat er in 1 literfles ketchup gigantisch veel suiker zit, zelfs meer dan in cola. Ik neem een handje met frites voor mijzelf en laat de ketchup en mayonaise staan. Eigenlijk heb ik helemaal geen trek in patat.

De dag erna eten wij nasi met kipfiletblokjes. Op de verpakking staat dat er zelfs in de kipfilet suiker zit. Het suikerprobleem wordt voor mij een obsessie. Eigenlijk heb ik er een hekel aan om alles uitgebreid te controleren op verpakkingen. Ik weet nu onderhand wel dat erin vrijwel alles suiker zit. Dan met mate eten denk ik dan.

Helemaal zonder suiker kan een mens niet, realiseer ik mij. Maar met deze hoeveelheden in de normale levensmiddelen zoals in vleeswaren, brood en dranken etc. is dit ongezond te noemen. Zelfs in wijn zit nog suiker. Ik word er moedeloos van.

‘Toch doorgaan mam’ hamert mijn dochter als ze mijn beklag aanhoort.

‘Het eeuwige gevecht tegen de kilo’s’ zeg ik tegen haar. Ze knikt.

De dagen verstrijken. Ik eet nu anders. Vooral met mate en dat geldt voor alles. Langzamerhand zakt mijn gewicht. Ik heb nog een lange weg te gaan. Het steevast controleren wat er op etiketten staat aan suiker doe ik niet meer. Ik word er nerveus van. Als ik twijfel eet ik het niet. Vooral de tussendoortjes laat ik nu staan. Geen extra brood, tussendoortjes, cola, koekje bij de koffie/thee. Op een dag probeer ik een fles water weg te werken. Na een tijdje ben ik het zat en wil een glas sinaasappelsap. Automatisch kijk ik weer op het etiket. Ik lees: 5 klontjes suiker per pak. Eén klein glaasje dan.

Mijn man is gek op allerlei toetjes. Daar kan ik gelukkig vanaf blijven. Bomvol suiker zeg ik tegen hem. Hij kan het hebben en ik benijd hem omdat het dik zijn niet in zijn woordenboek voorkomt. Het steeds maar opletten en afwegen brengt mij soms tot wanhoop. Ik zeg dan tegen mijzelf dat het voor het goede doel is.

Eigenlijk ben ik verontwaardigd over de suikerproducenten die te pas en te onpas overal maar suiker in producten doen. Ook zijn de zogenaamde ‘zoetjes’ uit den boze hoorde ik ooit van een diëtiste. Waarom worden die suikerproducenten niet eens aangepakt? vraag ik mij af. Honderd procent suikervrij zal het niet worden. Het is gekkenwerk om alle producten te controleren. Er is zoveel op de markt. Matig eten is nu mijn motto en vooral stoppen met de verborgen suikers die zitten in snoep, koek, gebak etc. Maar koffie zonder suiker, daar zal ik nooit aan kunnen wennen. Dan maar geen koffie.

Advertenties

Gewoon jezelf blijven

 

 

Bij een raampartij in een woonkamer was nog een stoel vrij, zag Erna. Ze was op een verjaardag van haar vriendin Suzan. Naast haar zat een jonge vrouw die zich had voorgesteld als Irene. Twintig minuten lang hoorde ze haar gesprek aan. Er was geen speld tussen te krijgen. Zojuist had ze haar verteld dat ze als manager werkte bij een van de grote banken in de stad. Ze had het erg naar haar zin met haar verantwoordelijke job. Deze vrouw  was het type die zichzelf graag hoorde praten, had ze gemerkt. Ze was het gesprek inmiddels zat. De jarige had het helaas te druk met het serveren van de drank en hapjes. Met haar had ze graag een praatje willen maken.

Net op het moment dat ze op wilde gaan staan om op de lege stoel te gaan zitten, ging onverwachts de deurbel. Er kwam nog een late gast binnen. Ze bedacht zich en nam weer plaats op haar stoel. Suzan stelde de vrouw aan haar gasten voor als Lilian.

‘Ze is een oud collega van mij. Sinds een jaar is ze manager bij een bank. Lilian gaf iedereen een hand. Suzan liep in haar kielzog. Nadat ze bijna iedereen de hand had geschud, stond ze plotseling voor Irene. Ze kende deze vrouw. Dat was een collega.

‘Wat leuk Suzan dat je mijn collega Irene hebt uitgenodigd. Ze is onze koffiejuffrouw. Ik wist niet dat jullie elkaar kende? zei ze tegen haar.’

Koffiejuffrouw! ging het door Erna haar hoofd heen. Irene had  zojuist toch verteld dat ze manager was?

Irene, die de manager meteen herkende, kreeg direct een rood hoofd, zag Erna. Ze wipte ongemakkelijk op haar stoel en vrijwel direct stond ze op. Iets onverstaanbaars mompelde ze tegen Suzan en liep rechtstreeks, zonder gedag te zeggen, de hal in. Een verbaasde Lilian, Suzan en gasten achterlatend.

‘Mijn naam is Erna!’ zei ze tegen de nog verbaasd kijkende vrouw.

‘Sorry Erna! Ik begrijp van deze situatie werkelijk niets. Ontmoet ik hier een collega, die meteen aanstalten maakt om weg te gaan. Heb ik misschien iets verkeerds gezegd tegen haar?’  

‘Ik denk dat ik de reden wel weet’ gaf Erna als antwoord. Suzan bleef staan en luisterde mee wat haar vriendin te vertellen had.

Die Irene geneerde zich vanwege haar verhaal dat ze mij zojuist heeft verteld. Ze stelde zich voor als een manager van de bank en  wist zich geen raad, toen ze merkte dat de echte manager was uitgenodigd en onverwachts voor haar neus stond.’

‘Zo zie je maar weer’ zei Suzan. Als je jezelf niet blijft, loop je vroeg of laat tegen de lamp.’

Nadat Erna haar verhaal had verteld aan de gasten van Suzan, gaf Lilian haar alsnog een hand. Ze nam plaats op de stoel waar even daarvoor Irene had gezeten. Ze raakten samen met elkaar in gesprek. Over Irene werd die avond nog volop gesproken. Toen Erna die avond naar huis ging hoopte ze dat Irene hopelijk haar lesje had geleerd.

 

 

 

Rookverbod

th

 

Een paar jaar voordat er een verbod werd ingesteld door de Regering, om niet in openbare ruimtes te roken, kreeg Ella een baan als secretaresse bij een groot bedrijf in de Randstad. Samen met vier secretaresses ging ze werken op het secretariaat. Een van de vier vrouwen was Corrie. Zij was directiesecretaresse. Een type vrouw waar je niet omheen kon, had ze gemerkt tijdens het tweede sollicitatiegesprek.

Nadat ze op haar eerste werkdag nader kennis met haar had gemaakt, viel het haar op dat de vrouw er zo vunzig uitzag. Het ergste was nog dat ze naar sigarettenrook stonk. Ze nam het op haar werkdag maar voor lief. De directiesecretaresse zat samen met haar andere collega’s op één kamer die eigenlijk voor een vijfde persoon te krap bleek te zijn had ze geconstateerd. Corrie had nog de meeste ruimte, terwijl de anderen met hun bureaus tegen elkaar aanzaten. Nadat ze met haar nieuwe collega’s Sonja, Kirsten en Marja had kennisgemaakt, nam ze plaats achter haar bureau die tegen het bureau van Sonja aanstond.

De directeur was keurig in het pak en zijn bureau zag er geordend uit had ze gezien tijdens haar sollicitatiegesprek. Ze begreep werkelijk niet waarom hij Corrie had uitgekozen als zijn directiesecretaresse. Ze zag er namelijk niet erg representatief uit. Het ergste was nog dat ze een bepaalde geur met zich meedroeg, die als een walm om haar heen hing.

Sonja zou haar die dag inwerken. Af en toe keek ze uit haar ooghoek naar het bureau van Corrie. Het was een chaos. Desondanks wist zij blindelings waar alles lag had ze gemerkt. Tussen de stapels paparassen viste ze de benodigde documenten eruit voor de directeur. In haar werk was ze een kei, aldus Sonja.

Al snel was ze ingewerkt. Inmiddels was het volop zomer. Kirsten, die op een ochtend samen met haar binnenkwam, deed de kantelramen open. Het rook benauwd in de kamer. Corrie was nog niet gearriveerd zagen ze. Ze wisten dat Corrie steevast de ramen dichtdeed als ze binnenkwam. Sonja en Marga kwamen tegelijkertijd binnen en namen plaats achter hun bureau. Het was nu of nooit bedacht Ella zich opeens. Ze moest met haar collega’s praten over Corrie. In die drie maanden dat ze nu werkte op het secretariaat, zat ze samen met haar collega’s in een ruimte waar volop werd gerookt. Corrie bleek een fervent roker die de ene na de andere sigaret opstak. Voordat ze binnen zou komen moest ze hun spreken.

‘Ik wil even iets met jullie bespreken zei ze tegen haar collega’s. Ik begrijp niet hoe jullie het hier in deze kamer uithouden. Het ruikt er muf omdat de ramen van Corrie bijna nooit open mogen. Ook die vreselijke sigarettenrook die hier maar blijft hangen. Ongewild ademen wij die troep in. Ook is ze niet erg okselfris.

‘Wij zijn blij Ella dat jij dit probleem nu ook ziet. Vorig jaar hebben wij er met Corrie over gesproken dat ze zoveel rookt, dat wij er onpasselijk van werden. Ze was niet blij met de opmerking. Zelfs als ze een dag verlof heeft ruik je nog steeds die geur, vertelt Marga.

‘Ik begrijp werkelijk niet dat de directeur geen last heeft van haar lichaamsgeur, die ook duidelijk aanwezig is, onderbreekt Sonja haar collega.’

‘Blijkbaar gaat hem het om haar perfectionisme. Ondanks de chaos op haar bureau, is hij uiterst tevreden over haar, zegt Sonja weer. De directeur heeft zijn eigen kamer, terwijl Corrie bij ons werkt, zegt ze weer.’

‘Ondanks ik hier nog maar zo kort werk, ben ik het zat. Er moet iets gaan veranderen?’

‘Begin er maar niet aan Ella. Madame duldt geen tegenspraak. Sterker nog, vorige jaar had ze, naar aanleiding van een opmerking van ons over het roken, een muurtje om haar heen gebouwd. Ze is zo koppig als een muilezel.’

‘Ik heb het met mijn nieuwe werkzaamheden en jullie prima naar mijn zin, maar zodra ik het secretariaat binnenkom word ik weer herinnerd aan deze vunzige vrouw. Ze is een obsessie voor mij. De laatste keer trof ik haar aan bij het kopieerapparaat. Ik kreeg zowat een flauwte door haar lijflucht. Er is maar een mogelijkheid. Een gesprek aangaan met de directeur. Zo kan het niet langer. Ik kan niet werken in een ongezond leefklimaat. Eén sigaretje opsteken is nog geen probleem. Corrie is een stoommachine.’

Ze spraken die ochtend af dat Sonja, de oudste van de secretaresses een gezamenlijke afspraak wilde maken met de directeur. Corrie mocht er niets vanaf weten.

De afspraak was geregeld. Schoorvoetend vertelde Sonja en haar collega’s over Corrie haar rookprobleem. Ze hadden het ooit met haar besproken vertelde ze aan de directeur. Het was tegen dovenmansoren. Ook voelde ze zich op dat moment geschoffeerd. Er moet een oplossing komen mijnheer, zei Sonja weer. De directeur had aandachtig geluisterd. Hij begreep de kwestie wel. Ook hem en andere collega’s was het opgevallen dat het op het secretariaat niet erg fris rook. Op dit moment kon hij nog geen antwoord geven over deze kwestie vertelde hij hun. Jullie horen nog van mij, gaf hij als antwoord.

Opgelucht verlieten ze de directiekamer en gingen aan het werk.

Een paar weken waren voorbijgegaan, toen op een middag de directeur hun bij hem riep. Ik heb de oplossing dames. Ik ga verhuizen naar een andere kamer op de bovenste verdieping van ons gebouw. Eigenlijk was ik al van plan om mijn directiesecretaresse in mijn directe nabijheid te hebben. Grenzend aan mijn kamer is een kleine kamer met een tussendeur. Dat zou de kamer kunnen worden voor Corrie. Ze heeft dan haar eigen kamer en ik de mijne. Vanaf dat moment hebben jullie dan een rookvrije kamer. Ik zal de verhuizing morgen met Corrie bespreken.’

Ze waren allen in een jubelstemming. Tijdens de gezamenlijke lunchpauze waren ze blij dat ze gezamenlijk het initiatief hadden genomen om een gesprek aan te gaan met de directeur.

‘Wij hadden dit al veel eerder moeten doen Ella. Dankzij jouw initiatief hebben wij het meteen kunnen regelen. Gelukkig heeft de directeur naar ons geluisterd. Geregeld’ antwoordde Kirsten.

‘Het blijft altijd een gevoelige materie om over deze zaken te hebben. Al breng je het nog zo subtiel, het wordt nooit in dank afgenomen. De eeuwige strijd tussen rokers en niet rokers Kirsten, vertelde Marja.’

‘Zodra Corrie is verhuisd gaan wij de boel luchten.’

Corrie wist niet wat de reden was van haar verhuizing naar een andere kamer. Toen ze haar collega’s vertelde dat ze een andere kamer had gekregen naast de kamer van de directeur, lachten ze in hun vuistje.

Twee jaar later werd er door de Regering een verbod ingesteld om roken te verbieden in openbare ruimtes en horecagelegenheden. Reacties in de media van voor- en tegenstanders waren niet van de lucht.

Een ding wisten de vier secretaresses zeker. Ze werkten nu in een rookvrije omgeving dat voor hun gezondheid beter was.