Het afscheid

th

 

Mimi is ziek

 

‘Ik vertrouw het niet’, zeg ik tegen mijn man. Ik ben bezorgd over onze tienjarige poes. Het is 2012 en Driekoningen. Onze dochter is 8 dagen op wintersportvakantie samen met vrienden en hun ouders. Mimi is al een paar dagen lusteloos. Wij weten dat ze sinds jaren een nierprobleem heeft en krijgt sindsdien aangepast voedsel. Ze ligt in haar mandje. Sinds gisteren kijkt ze niet naar haar eten en drinken om. Ook vandaag niet. Dat ze niet drinkt is gevaarlijk. Dat geldt niet alleen voor mensen maar ook voor dieren.

Mimi merkt dat ze aandacht krijgt, heft haar kopje omhoog en stapt uit haar mandje. Voorzichtig springt ze op de bank en komt op mijn schoot liggen. Met mijn warme handen, die ik regelmatig heb, aai ik over haar rug. Ze vind dit heerlijk weet ik. Het gaat een tijdje goed en dan komt ze langzaam overeind. Ze rekt zich uit. Al jaren hebben wij een krabpaal staan met een ruimte onderin waar ze zich in kan verstoppen. Dat laatste heeft ze nog nooit gedaan. Onverwachts kruipt ze er in. Ik ben verbaasd.

‘Dit voelt niet goed!’ zegt mijn man. Als een kat zich gaat verstoppen is er iets goed mis. Ik ben van plan om zo dadelijk de dierenarts te bellen. Nadat wij ons avondeten opgegeten hebben, bel ik op. ‘Ondanks de praktijk dicht is zijn wij een noodgeval en moeten wij meteen komen’ zegt de dierenarts door de telefoon.

 

Het is goed mis met haar.

 

Er wordt onderweg over eventuele medische kosten gesproken. Als ze moet blijven kan dat veel gaan kosten, zegt mijn man.

‘Wat kan mij dat geld schelen? antwoord ik. Mimi moet geholpen worden. Een kwartier later zitten wij bij de dierenarts. Mimi wordt opgenomen voor een onderzoek en moet voor haar bestwil twee dagen blijven, zegt de aardige arts. Wij nemen afscheid van Mimi en vertrekken. Onderweg naar huis denk ik ook aan onze dochter. Overmorgen komt ze naar huis. Net als wij is ze gek met de poes. Ik moet er niet aan denken dat Mimi intussen zal overlijden. Ze zou dan geen afscheid van haar kunnen nemen nu ze in Oostenrijk is. De rillingen lopen over mijn rug als ik mijn schuifpui open doe van ons huis.

Als wij binnenstappen rinkelt vrijwel direct de telefoon. De dierenarts zegt dat er zojuist bij Mimi een onderzoek is gedaan. Er is ook bloed geprikt dat op de kweek staat. Kort voordat wij naar bed gaan praten wij over het wel en wee van ons dier, maar ook over onze dochter, die tot heden niet weet dat Mimi in de dierenkliniek ligt.

‘Ik bel haar niet op’ zegt mijn man. Ze maakt zich zeker ongerust en wil dan meteen naar huis toe gaan.’

De volgende dag gaat al vroeg de telefoon. Mimi heeft een opleving, ze eet weer en er zit weer wat leven in, aldus de dierenarts. ‘Toch wil ik haar nog even ter observatie houden’ zegt ze. Wij gaan daarmee akkoord. Diezelfde avond komt tot onze verbazing onze dochter eerder thuis van haar wintersport. Ze vond het niet nodig om ons daarover te bellen. Door het slechte weer in de Alpen had het gezin besloten om eerder naar huis te gaan.

Het echtpaar, hun zoons en onze dochter vertellen hun skiverhalen aan ons onder het genot van koffie. Ik luister maar half merk ik. Na de koffie vertrekken ze en wij bedanken hun alsnog voor de goede zorgen.

‘Waar is Mimi eigenlijk?’ vraagt ze even later aan ons. Nu moeten wij haar over de situatie van Mimi vertellen. Ze schrikt van ons verhaal en ze zegt: ‘dat ze het al zo vreemd vond, dat ze Mimi bij haar thuiskomst niet had gezien’ en begint spontaan te huilen.

‘Weet je, dat ik al een voorgevoel had dat het niet goed met haar ging. Mimi reageerde anders dan normaal vond ik, vertelt ze ons door haar tranen heen.’

 

Het afscheid.

 

De volgende dag staan wij met z’n allen vroeg op. Eerder dan normaal het geval is. De dag duurt tergend lang. Er is nog steeds geen nieuws. Laat in de middag worden wij opgebeld. Ik wil net gaan starten met het voorbereiden van mijn avondeten.

‘U moet onmiddellijk komen?’ vraagt de dierenarts. Uit onderzoek blijkt dat Mimi nierfalen heeft. Het leek in eerste instantie goed met haar te gaan. Nu kan ze niet meer op haar pootjes staan. Zo zwak is ze’ zegt de arts. Meteen gaan wij op weg naar de dierenkliniek. Mimi ligt als een zielig hoopje op een onderzoekstafel. Ze kan haar kopje niet meer optillen en reageert nergens meer op. Ik aai over haar bol en heb een brok in mijn keel. Ik voel tranen in mijn ogen opkomen en bijt op mijn lip.

‘Voor het dier is het beter om haar in te laten slapen. Ze wordt echt niet meer beter’ vertelt de dierenarts aan ons. Een onbeschrijfelijk gevoel overkomt mij. Aan de lichaamstaal van mijn man en dochter te zien, merk ik op dat ze het er net zo moeilijk mee hebben als ikzelf.

Uit humaniteit besluiten wij alsnog om Mimi in te laten slapen. Na de tweede injectie gaat ze van ons heen en sluit de dierenarts haar ogen. Wij houden het met z’n allen niet droog en staan te snotteren naast haar ontzielde lijfje.

De dierenarts wikkelt haar in een mosgroene handdoek en wij krijgen haar mee op ons verzoek. Wij willen haar als laatste rustplaats een plekje geven onder de vlinderstruik in onze tuin. Nadat wij weer thuis zijn, graaft mijn man een diepe kuil en legt hij, in ons bijzijn, Mimi erin onder haar favoriete struik.

Hoe vreemd het voor anderen misschien ook klinkt, willen wij haar alsnog in onze nabijheid hebben, al is ze dan niet meer lijfelijk aanwezig. Kort na haar dood ontvangen wij een condoleanceberichtje van de dierenarts. Een getekend kaartje voorzien van kattenpootjes met een tekst van Mimi haar overlijden. Het kaartje doet ons goed en bewaren het als een herinnering. Inmiddels is het 2016. Wij missen Mimi nog steeds. Een gemis dat altijd pijn doet, zelfs bij het verlies van een dier.

 

 

Hun laatste geld en goederen

Nacht-van-de-Vluchteling.png

 

De deelstaten Beieren en Baden-Württemberg komen niet op voor de gevluchte Syrische misdeelden. Gevlucht uit eigen land wordt hun laatste hoop op een beter leven alsnog verbrijzeld. Nadat men wordt gescreend in een opvangcentrum, worden nu ook kostbaarheden, zoals sieraden en geld hun afhandig gemaakt. Er wordt gemeten met twee maten. De een heeft alles, de ander niets. Van een kale kip kun je niet plukken als je geen cent te makken hebt.

In deze deelstaten moeten de vluchtelingen die meer dan 750 euro aan bezittingen hebben, alles daarboven afstaan. Alvorens men om hulp vraagt, zou men zijn of haar bezittingen beter kunnen aanspreken, benadrukt een lid van de SPD van de Duitse bondregering.

De Zwitsers daarentegen maken het wel erg bont. Als je als vluchteling in dit land wilt komen, moet men boven de 1000 Zwitserse frank inleveren. En als er asiel wordt verleend, komt er nog eens een forse naheffing bij. De Zwitserse schatkist werd in 2015 gevuld met een krappe 200.000 euro.

Kortom, een nieuw bestaan wordt voor sommige mensen onmogelijk gemaakt. Toch blijven er doorgaans hardnekkige vooroordelen bestaan door mensen over dit dilemma, die steeds weer de kop op steken.

Stank voor dank

thMOVW1CIV

 

Bij het instappen in mijn auto rinkelt onverwachts mijn Gsm. Ik neem op en hoor dat het mijn dochter is. Gelijktijdig zie ik dat een mevrouw haar boodschappentas naast haar auto neerzet. In haar linkerhand heeft ze een doos in haar handen en plaatst deze op het dak van haar auto. Daarna haalt ze haar autosleutels uit haar schoudertas. Ze opent haar achterportier en zet de boodschappentas op de achterbank neer. Even word ik afgeleid door het gesprek met mijn dochter die aan mij vraagt: ‘of ik al onderweg naar huis ben.’

‘Ik vertel haar dat ik zojuist de supermarkt heb verlaten en ik nu naar huis toe kom.’ Ik start mijn auto. In mijn gezichtsveld zie ik iets vreemds boven een paar auto’s uitkomen. Ik rijd het parkeervak uit en zie een auto het parkeerterrein afrijden met bovenop het dak van de auto een doos.

‘Oef! denk ik meteen. Dat is die mevrouw die met haar auto voor mij geparkeerd stond. Ze had de doos op haar autodak neergezet. Die heeft ze vergeten om in haar auto neer te zetten. Ik moet erom glimlachen. Het is zo’n gek gezicht zo’n doos bovenop een auto. Ik moet haar waarschuwen, mompel ik en rijd haar achterna het parkeerterrein af. Ze blijkt iets sneller te zijn dan ik. Halverwege de straat geef ik wat meer gas en geef een lichtsignaal. Ik zie dat ze remt. Wij rijden verder. De doos blijft, tot mijn verbazing, keurig staan. Net als ik de bocht neem geef ik weer een lichtsignaal en claxoneer ik. Aan haar lichaamstaal zie ik dat de vrouw waarschijnlijk geïrriteerd is. Ze zwaait met haar arm.

Ik voel mij opeens ongemakkelijk. Zal ik afhaken, vraag ik mij af? Mijn bedoeling is goed, alleen weet ze dat niet. Onverwachts zet ze haar auto aan de kant van de weg neer en stapt direct uit. Ik sta volop op mijn rem om te voorkomen dat ik tegen haar auto aan botst. Ze komt boos op mijn auto afgelopen. Ik stap niet uit en druk op een knop waardoor mijn raam van mijn portier automatisch opengaat. Meteen verheft ze haar stem en vraagt aan mij wat mij bezielt om lichtsignalen te geven en te toeteren. ‘Wil je mij soms voorbijgaan?’ schreeuwt ze. Ik laat haar even uitrazen. Haar antwoord geven heeft geen zin. Meteen heb ik spijt van mijn hulp. Ik ben haar geschreeuw opeens zat, onderbreek haar en zeg kalm: ‘Kijk eens op het dak van uw auto in plaats van tegen mij te schelden. Er staat namelijk een doos bovenop.’

‘Een doos! zegt ze verontwaardigd en draait zich meteen om. Er valt een stilte.

‘Als ik u niet gewaarschuwd had lag de doos nu ergens op de rijbaan. Ik zag op het parkeerterrein dat u de doos op uw autodak had neergezet omdat u uw handen vol had. Ik wilde u nog waarschuwen!’

‘Sorry! zegt ze tegen mij en ze loopt meteen naar haar auto toe. Ze haalt de doos van het autodak af en zet deze op de achterbank neer. Ik blijf nog een seconde wachten. Misschien komt ze nog terug. Ik zie dat ze even later haar auto instapt en wegrijdt. Ik ben stomverbaasd. Blijkbaar geneert ze zich voor haar gedrag. Een bedankje kan ik nu wel vergeten.  

Ik start mijn auto en rijdt dezelfde weg terug, maar nu richting huis. Op dat moment kan ik niet begrijpen dat iemand zo bot reageert. Ik voel mij bekakt en krijg stank voor dank. Het wordt eens tijd om mij voortaan niet meer met andermans zaken te bemoeien.

Bij thuiskomst vraag ik aan mijn dochter hoe haar dag is verlopen. ‘Goed hoor!’ mam, zegt ze. En die van u?’

‘Dat zal ik papa en jou vanavond wel vertellen, antwoord ik. En laat haar met een verbaasde blik in de woonkamer achter.