Zomerperikelen

464746.jpg

 

Toen Debby aan kwam lopen op de boulevard zag ze dat serveerster José druk doende was om de tafels schoon te maken op haar favoriete terras. Het was het begin van de zomer. Als ze naar het strand wilde gaan, ging ze meestal vroeg op pad. Voordat ze het strand opging dronk ze steevast koffie bij José, die ze inmiddels al jaren kende.

‘Hallo José’ zei ze tegen haar bij aankomst.

‘Dag Debby, wat leuk om je weer te zien. Het terrassenseizoen is alweer begonnen.’

‘Jazeker’ zei ze.

Na het gesprek liep Debby naar binnen in het restaurant om te zien of er al bekende klanten waren. Ze keek in de rondte, maar zag geen bekenden zitten. Alleen een zonderling persoon. Ze liep weer naar buiten en zag dat er intussen twee tafeltjes bezet waren.

Ze bestelde een cappuccino, die José even later bij haar bracht voorzien van een speculaasje. Ze pakte het melkkuipje van de schotel. Die kuipjes waren vaak lastig om open te maken. Op het moment dat ze het probeerde, stond de zonderlinge figuur onverwachts voor haar tafeltje. De vrouw vroeg aan haar of ze bij haar aan tafel mocht komen zitten.

Verbaasd keek ze haar aan. Er waren nog volop tafeltjes vrij. Ze begreep werkelijk niet waarom deze vrouw niet voor een ander tafeltje had gekozen.

Omdat ze werd overrompeld door haar vraag, gaf ze als antwoord: ‘Deze stoel is nog vrij!’

Wat had ze nou gezegd! bedacht ze zich opeens. Meteen kreeg ze spijt van haar antwoord.

De vrouw nam plaats. Ze keek haar aan. Een mager type van een jaar of veertig. Ze droeg een knot in haar haren. Haar gevoel zei haar, dat het een type vrouw was die haar zou claimen met een gesprek.

Opeens werd ze boos op zichzelf. Waarom trok ze dit soort mensen toch regelmatig aan. Vaak gebeurde dat als ze weleens alleen op pad ging.

Direct stak de vrouw van wal zonder zich aan haar voor te stellen. Zou ze een tafeltje  verderop gaan zitten, vroeg ze zich af? Helaas was ze te beleefd om dit te doen. Ze nam een slok van haar cappuccino. Het werd drukker op het terras. De vrouw had dit ook gemerkt.

‘Moet je nou eens kijken? zei ze. Volgens mij zijn die jonge mensen die daar zitten werkloos.’

Ze vond het maar een vreemde opmerking.

‘Dat kunt u toch niet zeggen’ zei ze enigszins verontwaardigd. U kent die mensen niet eens.’

‘Jawel!’ antwoordde ze. Ik ken die vrouw die in de hoek van het terras zit. Dat is de tandartsassistente van mijn tandarts. Vorig jaar rond deze tijd heb ik haar op dit terras ontmoet. Ik raakte met haar in gesprek net als met u. Toen vertelde ze mij dat ze tandartsassistente was. Omdat ik een tandarts zocht, heb ik mij ingeschreven bij haar werkgever. Ze is al enige tijd zonder werk heb ik gehoord. Kijk daar zit ze!’ en ze wees met haar wijsvinger.

Wat een brutaal mens. Zocht ze soms naar aandacht of zo? De jonge vrouw waar ze naar wees had het gelukkig niet in de gaten.

‘Waarom doet u dat?’ mevrouw. Wijzen naar iemand is onbeleefd. Ze kreeg meteen een hekel aan haar. Het liefste zou ze meteen weglopen.

Op hetzelfde moment kwam serveerster José weer aangelopen en vroeg aan de vrouw wat ze wilde drinken?

‘Doet u mij maar een vieux? zei ze.

Een vieux op de vroege ochtend. Die zet er de vaart in, mompelde ze.

José gaf haar een knipoog. Blijkbaar was ze het met haar eens dat de vrouw wel erg vroeg aan de sterke drank was.

‘Ik neem nog een tweede cappuccino José?’

‘De bestelling komt eraan Debby!’ en ze vertrok.

‘Ze is ontslagen, volgde de vrouw haar gesprek, omdat ze soms wat fouten maakten. Ook bij mij ging er bijna iets fout. Er ging iets niet goed met een stifttand.’

Het mens ratelde maar aan een stuk door. Ze wilde het verhaal niet meer aanhoren. De vieux en haar cappuccino waren gelukkig in aantocht, zag ze.

José zetten het op het tafeltje neer en ze betaalde haar rekening.

‘Zo dadelijk vertrek ik weer José. Wij zien elkaar wel weer.’

Toen José wegliep naar een andere klant, probeerde ze haar melkkuipje te openen. Ze trok onhandig het dekseltje er vanaf. Het kuipje schoot meteen uit haar handen en belandde met de koffiemelk op de rok van de kletskous.

Ze schrok ervan, maar corrigeerde zich. Meteen stond ze op, griste haar strandtas vanonder de tafel vandaan en zei bits tegen de vrouw die haar verontwaardigd aankeek: ‘laat uw rok maar stomen op mijn kosten!’ Natuurlijk meende ze dat niet. Het incidentje kon haar helemaal niets schelen. Eigenlijk was ze verlost van de betweterige vrouw. Ze rende gierend van het lachen het terras af en verdween tussen het publiek op de boulevard. De vrouw in verwarring op het terras achterlatend.

 

 

4 reacties op ‘Zomerperikelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s