Ome Aart

oude%20Horn%20leerdam

 Leerdam

Jaren geleden ontmoette ik een zekere ome Aart. Zo mocht ik de tachtig jarige man noemen. Hij had een rijzig gestalte, grijs haar en een smal gezicht. Een alleraardigst persoon. Steevast kwam hij in mijn dorpscafé jenever drinken. Hij werd een van mijn favoriete klanten.

Ik had al snel door dat hij een probleemdrinker was. Na verloop van tijd kwam het hoge woord eruit. Zijn vrouw was nogal het  overbezorgde type. Ze was bang dat hem wat overkwam en claimde hem teveel. Dat vertelde hij mij in vertrouwen. Omdat ik zijn vrouw niet persoonlijk kende, nam ik zijn verhaal maar voor lief.

´s Morgens kwam Aart meestal als eerste binnen en ging halverwege de middag weg. Ik had altijd met de man te doen. Het was een goedzak. Altijd betaalde hij keurig zijn rekeningen. Als hij te lang bleef zitten in het café, belde steevast zijn vrouw Alie op.

‘Zou u alsjeblieft Aart naar huis willen sturen?’ vroeg ze dan.

‘Het is zeker weer mijn vrouw die belt? Zeg maar dat ik er niet ben.’

Deze gesprekken waren steeds een terugkerend ritueel. Als ik hem weg zou sturen ging hij zeker naar een ander café in het centrum. Op het oog kon men nooit aan hem zien of hij teveel had gedronken. Hij sprak nooit met een dubbele tong. Ik zag het aan zijn gezicht, dat steeds rode werd. Zolang hij op zijn kruk bleef zitten ging alles goed.

Op een namiddag ging hij weer naar huis. Nadat hij had betaald stapte hij van zijn kruk af en zwalkte richting de uitgang. Al een paar keer had ik hem gewaarschuwd om niet te veel te drinken. Dat deed ik uit bezorgdheid voor hem.

‘Ik denk niet dat het goed gaat met Aart’ zei ik tegen mijn ober  Marc. De fiets van Aart stond op zijn vertrouwde plek tegen de gevel. Hij liep ernaartoe en raakte uit balans. Even later stapte hij op zijn fiets.  

‘Ik denk dat ik ome Aart maar naar huis toe breng’ Marc. Ik vind dit veel te gevaarlijk worden.’

‘Dat lijkt mij een beter idee’ antwoordde hij.

Net op het moment dat ik op de drempel van de deur stond, reed ome Aart inmiddels in het midden van de straat. Ik kon hem lopend niet meer inhalen. Tenslotte ging ik maar weer naar binnen. Het zat mij niet lekker.

“Gelukkig woont hij in de buurt’ mompelde een andere klant bij mijn binnenkomst.

Rond 16.00 uur ging de telefoon.

‘Het is Alie voor jou’ zei Marc.

Verbaasd nam ik de telefoon aan en hoorde Alie haar stem.

‘Is Aart nog bij jullie?’ vroeg ze. Ze klonk bezorgd.

‘Hij is al ruim twee uur geleden naar huis gegaan’ Alie. Tijdens ons gesprek hoorde ik, op een gegeven moment, haar deurbel rinkelen.

Er staat politie voor mijn deur zei ze, lichtelijk in paniek en ze hing op. ‘Wat was er gebeurd?’ vroeg ik mij inmiddels af.

Die nacht kon ik niet slapen en moest ik maar aan ome Aart denken. Het antwoord kwam sneller dan ik had verwacht.

De volgende ochtend rinkelde de telefoon. Het was een verdrietige Alie die aan mij vertelde dat een voetganger Aart bewusteloos had gevonden bij het water. Zijn fiets was in de Linge gevallen. Zelf lag hij op de rand van de kade. Door de val van zijn fiets, was hij met zijn hoofd tegen een betonnen paaltje aangevallen.

‘Voorlopig kan hij niet meer komen’ zei ze tegen mij. Hij heeft namelijk een zware hersenschudding. Dat had een politieman haar gisteren verteld. Ik wilde dit jullie even laten weten.’

‘Wens hem maar beterschap namens ons’ zei ik tegen haar.

Nog diezelfde dag liet ik een boeket sturen naar hem en ging ik een paar keer bij hem op bezoek. Marc nam dan de zaak waar. Zo leerde ik ook zijn vrouw Alie persoonlijk kennen, die ik regelmatig aan de telefoon had. Ik merkte dat ze inderdaad een overbezorgde vrouw was. Bijna was ook haar man verongelukt, net als hun enige dochter die een paar jaar geleden door een verkeersongeluk om het leven was gekomen, vertelde ze mij tijdens de koffie.

Ze hadden er veel verdriet om gehad. Vooral Aart, kon het verlies niet verwerken.  

Toen begreep ik de reden waarom deze lieve man aan de drank was geraakt. Je had nu eenmaal gezelligheidsdrinkers, maar ook probleemdrinkers, wist ik.

Een paar maanden later kwam Ome Aart onverwachts weer in het café. Hij was nu samen met zijn vrouw Alie. Vanaf dat moment kwam hij sporadisch nog maar alleen.

Als ze samen kwamen dronken ze eerst koffie. Daarna dronk Aart steevast twee borrels en zij een advocaatje zonder slagroom. Daarmee was de kous af volgens Alie. Samen gingen ze dan weer naar huis. Aart vertelde mij, dat de politie hun had verteld dat hij bijna in het water was gevallen. Hij was erg geschrokken van het bericht. Het voorval deed hem aan zijn overleden dochter denken. Bijna was Alie mij ook kwijt geraakt. Hij had er niet aan moeten denken.

Op een zeker moment, had ik samen met Alie afgesproken dat ik haar man voortaan met mijn auto naar huis zou brengen als hij alleen het café zou bezoeken. Voor hem maakte ik toen een uitzondering. Ome Aart en zijn vrouw Alie waren mensen waarmee ik ooit een speciale band had. Ik zal ze nooit vergeten.   

 

 

 

Advertenties

Emigreren

Algeciras.820091214-Algeciras-Ceuta%20(6)

 

 

Het zou zo maar kunnen. Ooit heb ik een paar momenten gehad om te gaan emigreren. Ik ben niet zo’n honkvast type. Mijn man daarentegen wel. Hij is meer het behoudende type, terwijl ik van verandering van woonomgeving hou. Er zit een zekere onrust in mijzelf. Natuurlijk is verhuizen een dure aangelegenheid en kost het handen vol met geld. Dat houdt de meeste mensen tegen. Als je door werkzaamheden moet verhuizen is dat een ander verhaal. Meestal worden de verhuiskosten door een werkgever betaald. Zo’n min of meer gedwongen verhuizing kan voor sommige mensen een dilemma zijn om te gaan emigreren. Ga je niet mee dan verlies je misschien je baan. Je ziet je familie niet meer, tenzij je die niet meer hebt.

Het lijkt zo simpel om de boel op te pakken en het leven voort te zetten op een andere (leukere, aangenamere) plek op deze wereldbol. Gelijktijdig vraag ik mij dan af waar ik dan naartoe zou willen gaan? Wat zijn de voor- en nadelen. Hoe nu verder?

Het weer geeft bij mij niet direct de doorslag, meer de acceptatie van een ander volk. Contacten met mensen vind ik belangrijk. Mijzelf kennende zou ik mij direct inburgeren en mij aansluiten bij een creativiteitsclub of iets dergelijks.

Een aantal landen hebben mijn voorkeur. Oostenrijk, Zwitserland, Canada, Australië en Zweden. Landen met een strenge dictatuur vallen af. Verder hou ik van een wisselend klimaat. Altijd de zon of kou vind ik maar niets.

Lang voordat ik mijn man leerde kennen, heb ik in Zuid-Spanje gewoond, direct aan de Straat van Gibraltar. De hitte was verzengend, vooral in juli en augustus. Het was bij tijden zo heet, dat ik mij op een gegeven moment geen raad meer wist. Altijd was er die zon. Van narigheid wist ik niet meer waar ik het zoeken moest. In huis was het vaak net zo warm als buiten. Net als de oudere generatie kocht ik een waaier, die ik steevast bij mij had. Een paar keer op een dag stond ik onder de douche of zocht ik de koelte op in het water. Kortom, op een gegeven moment verlangde ik weer naar Nederland. De havenstad Algeciras waar ik toen woonde was erg druk. Het was er zeker niet ongezellig. Toch genoot ik liever van de stilte op het platteland.

‘Het lijkt mij heerlijk om in Spanje te gaan wonen’ zeiden vrienden tegen mij, bij mijn terugkomst in Nederland.

‘Voor een korte periode is het leuk, maar om er voorgoed te blijven is niet meer aan mij besteed’ zei ik tegen hun.

Aan hun gezichten te zien begrepen ze mij niet. Hoe kon ik dat nu zeggen?

Met de spontaniteit van de Spanjaarden had ik geen probleem. Ik ben het type dat snel contacten legt. Dat laatste is wel een voordeel als je wilt gaan verkassen. Ben je te introvert en sluit je niet gemakkelijk contacten dan wordt je niet gauw opgenomen. Tenzij je dat zelf niet wilt. Ook hoorde ik weleens  iemand zeggen: ‘Wij wonen al een tijdje in Zuid-Frankrijk, maar worden nooit echt opgenomen door de Fransen.’

Emigreren kan gunstig uitpakken, maar soms…….!

Geld is zeker niet onbelangrijk. Zorg dat je niet afhankelijk wordt. Sociale voorzieningen kennen de meeste landen niet. Dan ben je aan de goden overgeleverd.

Een voordeel is wel, dat je niet perse een groot huis hoeft te kopen. De kinderen zijn misschien het huis uit. Een onderhoudsarm appartement met een paar slaapkamers huren of kopen is dan al prima. Dat scheelt ook in je budget. Informeer naar lokale belastingen en vergoedingen waar je in een land rekening mee moet houden. Vraag je ook af waar je inkomstenbelasting moet gaan betalen. Bij emigratie uit Nederland kom je onder het belastingregime van het andere land terecht. Ook de perikelen rondom de gezondheidszorg is belangrijk. Veel uitzoekwerk dus.

Veel 65-plussers emigreren en ontvangen hun volledige pensioenuitkering en AOW. Als de belastingdruk in het land van je keuze niet te hoog is, is dat gunstig, maar ojee als het anders uitpakt. Het moeilijkste blijkt wel als er achterblijvers zijn in je eigen land. Vroeg of laat krijg je te maken met een geboorte van een kleinkind, ziekte van een naast familielid of een  overlijden. Je mist je vrienden en/of bekenden. Heimwee komt dan direct om de hoek kijken. Als je aan de andere kant van de Wereld wil gaan wonen, wordt er een behoorlijke aanslag gepleegd op je portemonnee om tijdelijk te vertrekken naar je geboorteland. En als je maar een beperkt budget hebt. Wat dan?

Kortom, emigreren kan een geweldige kans zijn, maar denk eerst goed na over eventuele weerstanden. Die weerstand heb ik aan de lijven ondervonden. Na bijna een jaar was ik de hitte zat. Het wonen in Zuid-Spanje was voor mij geen emigratie. Voor mijn gevoel duurde het wonen erg lang en begon ik andere zaken te missen.

Toch is de keuze om te emigreren voor iedereen weer anders. Je hebt nu eenmaal mensen die op de gok hun koffer inpakken en vertrekken, terwijl anderen nog achter hun oor krabben om op zeker te gaan. Je leeft trouwens maar één keer hoor je mensen soms zeggen. Voor mij is de ervaring de beste leermeester. Ik kies voortaan maar voor een tijdelijke vakantie in het land van mijn keuze. Het meest veilige.

 

Teloorgang

 

 

Lege kerkbanken door negatieve publiciteit. Godsdienaren in het vagevuur. Ooit stonden ze op een voetstuk en waren ze onschendbaar. Onteerde jonge mensen waaronder misdienaren. Ze kennen de pijn, het verdriet en de eenzaamheid. Schone schijn en hypocrieten binnen de kerk. De beerput stinkt nog steeds. Alles komt aan het licht. Kerken gaan op de schop. De daders liggen op het kerkhof met ons geloof.

Geen rokjesdag maar jurkjes tijd

 

 

Ondanks het buiten nog vrij koud is ben ik bijna klaar voor de lente. Buiten schijnt de zon. De kou laat mij voelen dat het voorjaar nog niet in aantocht is ondanks de bloemknoppen in mijn tuin op springen staan. Ik ben op weg naar kledingwinkels. Onverwachts moet ik denken aan mijn pubertijd. Toen droeg ik hoofdzakelijk jeans en rokjes bij de vleet. Korte- en soms lange rokken. Ik volgde de mode op de voet. Geen haar op mijn hoofd dat ik in die tijd een jurk droeg. De modellen waren er simpel weg niet naar. Recht toe, recht aan modellen, zonder taille. Hangende tenten, noemde ik ze. Jurken droegen moeders en oudtantes.

Na de zwarte- en grijze kleding van de beginjaren 1900 die mijn grootouders droegen, kwam er een doorbraak in kleur. Een verademing voor veel mensen, die toen nog de conservatieve mode droegen van die tijd. Vooral bloemetjesjurken waren, op een zeker moment, de grote mode. Zeker in de jaren ’50. De tijd van de grijze muizen kleding was voorgoed voorbij.

Vandaag de dag heb je jurken in allerlei modellen, maten en kleuren. Vooral dat laatste vind ik belangrijk. Ondanks alle kleurige printen, blijft de zwarte jurk vooral trendy bij het uitgaan. Zwart staat namelijk chique. Met leuke accessoires maak je zo’n jurk helemaal af. Vlotte naaldhakken horen daar natuurlijk ook bij.

In de kledingwinkels is de wintermode voorgoed verdwenen zie ik. Kleurige tinten kleding komen voorbij als ik langs de kledingrekken loop. Vlotte eigentijdse jurken hangen er te kust en te keur. Geen bloemetjesgordijnen meer van toen. Naast alle kleur, zie ik toch dat er de komende maanden een zwart-wit trend op de markt komt met allerlei grafische prints. Gaan wij weer terug in de tijd, denk ik dan, bij het zien van zwart-wit Bretonse strepen en stippen. Tres chic madame! hoor ik mijzelf zeggen. Plotseling overkomt mij een lentegevoel. Ik gris wat kleding uit een rek en mompel: ‘Ik ben er helemaal klaar voor.’

Bruidssluier

bruidssluier4

 

 

Tijdens een bezoek aan mijn vriendin Ellen, moppert ze over een klimplant in haar tuin. ‘Al mijn heesters gaan eraan door een klimplant die er overheen groeit.’

‘Jij weet toch veel van planten af? zegt ze weer.

‘Jazeker! Ik weet er aardig wat van af. Sinds ikzelf een tuin heb zoek ik informatie op in tuinboeken over diverse planten. De meeste mensen kopen lukraak allerlei planten en bomen.  Ze hebben vrijwel geen benul hoe groot en breed ze kunnen worden. Ook de standplaats in de tuin is erg belangrijk, Ellen.’

‘Arnoud en ik hebben er weinig verstand van. Door onze drukke werkzaamheden komt het er gewoon niet van om onze heesters te snoeien. In het weekend zitten wij liever in de tuin dan er in te gaan werken. Zijdelinks kijk ik door het woonkamerraam en ik zie dat de tuin van 10 meter diep erg vol staat.

‘Ik zal eens kijken wat ik voor je kan doen’ zeg ik nogmaals.

Beiden gaan wij de tuin in. Ik zie het probleem al. In die twaalf jaar dat haar vrienden in hun koopwoning wonen, zijn de heesters behoorlijk gegroeid.

‘Iemand van jullie heeft ze ooit veel te dicht bij elkaar geplant. Ook is er amper gesnoeid in al die jaren, behalve de bruidssluier dan.’

‘In het begin snoeide ik de heesters op goed geluk. De klimplant kan ik wel blijven snoeien.’

‘Er is er gelukkig geen heester doodgegaan’ Ellen. Die klimplant van jou zou ik zeker niet in mijn eigen tuin planten. Hij is beroemd en berucht.’

‘Dat is de klimplant die ik zojuist bedoelde.’

‘Kijk maar? Hij slingert overal over heen, zelfs over de schutting.’

‘In een jaar wordt de bruidssluier wel 3 meter lang. Als je hem niet frequent snoeit kan hij wel 15 meter worden. Ik verbaas mij nog steeds dat tuincentra deze plant aanbieden aan mensen die een kleine stadstuin hebben. Hij is eerder geschikt voor een landgoed met een ruïne die dan binnen de kortste keren dichtgroeit.’

‘Wat moet ik nu doen?’ jammert ze.

‘Heb je misschien een snoeisnaar?’

Ze loopt naar de schuur en komt terug met een kleine snoeischaar die roestplekken heeft. Blijkbaar ligt dit gereedschap al tijden in een schuur waar het vochtig is. Ik zeg er maar niets over.’

‘Ga je gang maar? vraagt ze. Als dat onding maar weg is.’

‘Helaas moet ik je teleurstellen. Ik knip de bruidssluier rigorreus kort. Daarmee is het probleem nog niet opgelost. Het venijn zit in de staart of beter gezegd in de kluit. Die moet er worden uitspit door vakmensen. Omdat de plant al jaren in jullie tuin staat, heeft hij nu een behoorlijke kluit. Als er een gedeelte van de wortels in de aarde blijft zitten, begint hij weer opnieuw te groeien. Hij is bijna niet kapot te krijgen.’

Ik zag de teleurstelling in haar ogen.

‘Waar zijn Arnoud en ik ooit aan begonnen?’

Ik wachtte niet op haar prevelement en ging met de verroeste snoeischaar de klimplant te lijf. De witte bloemen zien er  schitterend uit. Dat moet ik toegeven. Hij bloeit van juli tot en met oktober. Ik merk al snel dat de snoeischaar voor geen meter knipt. Ik krijg last van mijn pols en zwiep hem in het gras. Met beide handen trek ik de lange stengels uit de naburige heesters kapot. Binnen de kortste keren is de groenbak vol. Ik heb het warm voel ik. Het is medio Augustus. Na een koel drankje vraag ik aan Ellen om een keukenschaar, die ze gelukkig in huis heeft. Op een paar stevige stengels na heb ik boven de grond alles verwijderd. Ik ben erg moe. Mijn kleding ziet er niet uit. Aan mijn rok hangt bladafval.

‘De tuin ziet er al beter uit zonder de bruidssluier zegt Ellen tegen mij als ze de tuin inloopt. Dankzij jouw hulp.’

‘Het belangrijkste moet nog gebeuren. De kluit eruit halen.’

Ik verwijder het bladafval van mijn rok.

‘Wil je soms thee? vraag mijn vriendin.’

‘Graag! Daar ben ik wel aan toe na zo’n knipbeurt.’

Na de thee ga ik naar huis.

‘Kom je nog op mijn verjaardag in oktober?’ vraagt ze op de valreep aan mij.

‘Dat beloof ik!’

Ze bedankt mij en ik rijdt met de auto naar mijn eigen huis. Ik ben benieuwd hoe alles afloopt.

21 oktober zie ik haar weer op haar verjaardag. Ik geef haar het verjaardagscadeau. Bij het uitpakken ziet ze een grote snoeischaar. Ze moet er om lachen.

‘Hoe staat het met de bruidssluier?’ vraag ik.

‘Boven de aarde begint hij weer opnieuw te bloeien’ antwoordt ze.

‘De snoeischaar is niet alleen geschikt voor de woekerende klimplant, maar ook voor de andere heesters.’

‘Hebben jullie al besloten of de bruidssluier vakkundig wordt  verwijderd?’

‘Over twee weken komen er twee medewerkers van een tuincentrum die de bruidssluier gaan uitgraven.’

‘Eind goed, al goed Ellen! Laat je voortaan goed informeren als je weer eens een tuinplant aanschaft. Je ziet wat ervan komt!’

 

 

Overval

 

 

Op een regen- en stormachtige dag in 2015 vertrok Liesbeth op vrijdagmiddag van huis om op bezoek te gaan naar haar jongste zus die in een andere wijk van de stad woonde. Ze stapte in de Randstadrail en ging er twee haltes verder uit. Haar zus Marijke en zij waren sinds jaren weduwe. Elke week zochten ze elkaars gezelschap op en bleven ze een lang weekend bij elkaar overnachten. Ook in dat komende weekend. Maandag zou ze weer naar huis gaan. Door het slechte weer was er geen mens op straat te bekennen.

Beneden naast het treinstation was een klein winkelcentrum. Ze kocht bij een supermarkt wat etenswaren. In plaats dat ze haar bankpas in haar schoudertas deed stopte ze deze in haar jaszak. Ze had haast. Bij het naar buiten gaan kroop ze dieper in haar kraag van haar zwarte regenjas. Tegenover het winkelcentrum was een doorgaande weg die vrij lang was. In een van de zijstraten woonde Marijke.

Met haar boodschappentas in haar hand stak ze de weg over en deed haar schoudertas onder haar arm. Zo vervolgde ze haar weg. De regen kwam met bakken uit de hemel en de hevige wind striemde in haar gezicht. Ze zette er de vaart in. Nog een paar straten en ze was gearriveerd.

Plotseling voelde ze een hevige ruk aan haar schoudertas en kreeg ze een harde duw in haar rug. Direct viel ze languit op de zijkant van haar gezicht. In een vlaag zag ze de zijkant van het gezicht van een allochtoon die wegrende met haar kapotte schoudertas, waarvan de riem ernaast bungelde. Ze schreeuwde om hulp en probeerde om op te staan. Het stormde zo hard dat haar stem oploste in de wind. Er reed geen auto door de straat viel haar op. Hoe was dat mogelijk? Een aantal boodschappen waren uit de boodschappentas gerold en lagen verspreid op de stoep. Gelukkig waren de meeste producten verpakt.

Ze had even het gevoel dat ze alleen op de wereld was. Het kwam natuurlijk door het slechte weer dat er niemand op weg was. Ook kwam er niemand uit hun woning, terwijl ze praktisch voor iemands deur lag.

Ondanks ze pijn in haar rechterpols had, sprokkelde ze met haar andere hand de boodschappen bij elkaar en deed ze weer in de boodschappentas. Haar pols en gezicht deden zeer. Strompelend liep ze naar het huis van Marijke, die hevig schrok bij het zien van haar oudste zus.

‘Wat is er met jou gebeurd? vroeg ze aan haar toen ze haar had geholpen bij het uitdoen van haar doorweekte regenjas. Ze vertelde haar wat er zojuist halverwege de straat was gebeurd.

‘Mijn schoudertas met inhoud heeft die knul meegenomen, jammerde ze met een door pijn vertrokken gezicht. Opeens moest ze denken aan haar bankpas. Waar had ze die ook al weer gelaten? Ondanks ze pijn had, liep ze terug naar de kapstok in de hal. Ze voelde in een van haar jaszakken.

‘Wat een geluk dat ik mijn bankpas in mijn jaszak heb gedaan. Als ik geen boodschappen had gedaan was ik nu ook mijn bankpas kwijt.

Marijke keek haar zus eens aan. Naast haar pijnlijke pols was Liesbeth haar gezicht geschaafd en haar brilmontuur ontwricht.

‘Heb je voor de rest nog pijn?’

‘Een beetje draaierig’ antwoordde ze.

‘Voordat ik de huisarts ga bellen, neem ik eerst contact op met de politie. Wie weet woont hij in de buurt of kunnen ze hem misschien nog vinden in de wijk.’

Na een kwartier kwamen er twee agenten aan de deur. Liesbeth vertelde aan hun haar verhaal. ‘Ik heb geluk gehad dat ik niet ernstig gewond ben, vertelde ze. Er was niemand in de buurt die mij heeft geholpen. Er reden zelfs geen auto’s door de straat. Onbegrijpelijk! Ik had daar wel een tijdje kunnen liggen met dit slechte weer.’

Een agent noteerde alles wat ze had gezegd. Ook gaf ze een signalement door van de dader. Helaas heb ik alleen de zijkant van zijn gezicht gezien, zijn kleding en zijn halflange gekroesde haar. Ze beschreef ook haar tas en de inhoud ervan. Een groot geluk is dat ik mijn bankpas in mijn jaszak had gedaan, wat ik normaal nooit doe. De rest van mijn spullen zal ik opnieuw moeten aanschaffen.

Toen de agenten op het punt stonden om weer weg te gaan, vertelde Marijke hun dat ze niet in het bezit was van een auto. Mijn zus moet toch even langs de huisartsenpost. Wij doen alles met het openbaar vervoer. Omdat het weer erg slecht was, bood een van de agenten aan om hun weg te brengen.

‘Terug moet u dan wel met het openbaar vervoer gaan of een taxi nemen?’

Nadat ze bij de huisartsenpost waren gearriveerd, bedankte ze de beide agenten. Op een paar schaafwonden na bleek Liesbeth een gekneusde pols te hebben. Met de taxi gingen ze weer naar Marijke haar huis die haar met een en ander hielp. Het weekend werd voor Liesbeth een week. Na die week ging ze weer terug naar haar eigen woning.  

Twee weken later belde een van de agenten Liesbeth op en vertelde dat er een paar maanden voor haar overval ook een vrouw in dezelfde straat was overvallen. Ook bij die vrouw is haar tas losgerukt en is ze op de grond geduwd. Bij die vrouw was haar geld en pas wel ontvreemd en nog wat andere zaken. Volgens uw en haar signalement betreft het dezelfde persoon. Ondanks enig onderzoek hebben wij de dader nog niet te pakken.

Intussen is het 2016. Liesbeth haar pols is zo goed als genezen, alsook haar schaafwonden. De schoudertas met haar Gsm, paspoort en huissleutel zijn nooit teruggevonden. Ze moest een nieuw slot in haar voordeur laten maken, een nieuwe sleutel,  paspoort en een nieuwe Gsm. Via de verzekering is alles uiteindelijk opgelost.

De angst blijft, zegt ze op een middag tegen mij als ze bij mij op visite is. Regelmatig kijk ik nu om mij heen op straat. Maar ook in het openbaar vervoer waar ik van afhankelijk van ben. Tot heden is de dader nog steeds niet opgepakt. De overval moet slijten zegt ze weer. Het is een heftig verhaal dat ik voor de zoveelste keer van haar hoor. Het praten is voor haar een therapie. Naast haar jongste zus Marijke ben ik ook voor haar een luisterend oor. Ik hoop voor haar dat de angst verdwijnt. Want dit drama gun je niemand.

 

I.v.m. de privacy heb ik de namen veranderd.

Handtassen

handtassen en schoenen

 

Sinds een aantal jaren verzamel ik handtassen. Van klein tot groot. Ook een zogenaamde aktetas heb ik nog uit mijn kantoortijd. Deze laatste tas is handig om paperassen mee te nemen. Hoe groter de tas hoe meer rommel. Ik let meer op het model en de kleur van de tas dan op het gebruik ervan. Bij twee tassen ben ik steeds mijn huissleutel kwijt merk ik na verloop van tijd. Steevast liggen ze ergens op de bodem tussen mijn haarkam, zakdoek, autopapieren en make-uptasje. Er zit een handig zijvakje van stof aan de binnenkant, waarin ik de huissleutel doe. Helaas blijkt het vakje te ondiep waardoor hij er steeds uitvalt.

Ik betrap mijzelf erop dat ik vaak te veel meeneem, waardoor tassen binnen de kortste keren uitpuilen. Zelfs bij een dure tas gaat op een ochtend de rits kapot, die ik kort na aankoop laat repareren bij een schoenmaker. Een duur grapje.

Om mijn leven te verbeteren, koop ik een kleinere tas. Helaas ben ik vergeten dat mijn make-uptasje er niet in past. Ik doe mijn lipstick, eyeliner en inklapbaar spiegeltje er los in, met als gevolg dat na verloop van tijd het spiegeltje breekt. Dit is geen succes.

Op een avond zijn mijn man en ik uitgenodigd voor een gala-avond. Ik neem een chique avondtasje mee. Het broodnodige doe ik erin. Onderweg naar het feest vraagt mijn man aan mij: ‘Heb je eigenlijk je rijbewijs meegenomen?’ waarop ik meteen het tasje open en zie dat ik het belangrijkste vergeten ben. Mijn gezicht verkleurt. Hij weet genoeg.

‘De alcohol voor vanavond kan ik nu wel vergeten zegt hij. Uitgerekend op zo’n avond gebeurt er dit.’ Ik voel mij bezwaart dat hij de hele avond op één glas wijn zit en de rest van de avond sapjes drinkt. Het tasje wordt niet meer gebruikt .

‘Jullie mannen hebben het toch gemakkelijker dan de vrouwen. In jullie binnenzak van een jas verdwijnt een zakdoek en een portemonnee, zeg ik de volgende dag tegen hem.’

‘De autopapieren leg ik altijd in onze auto neer. Dat zou jij ook moeten doen?’ antwoordt hij.

Dat laatste vind ik maar niets. Dus blijft alles bij het oude.

Na een paar maanden kom ik bij het opruimen van wat kleding de acht tassen weer tegen. Enkele tassen ben ik door onvrede zat. Ondanks ik de modellen leuk vind, kijk ik nu naar het praktische. Dat had ik eerder moeten doen. Vijf van de acht tassen verkoop ik op marktplaats. Ze staan al zolang in de kast en krijgen nu een tweede leven bij een andere liefhebster.

Toch gebeurt het tijdens een vakantie dat mijn tassen-tic weer boven komt. Vanaf een terras in het Zuid-Limburgse Valkenburg kijk ik pal op een schoenenwinkel die tassen verkoopt.

Er staat een zwarte schoudertas zonder frutsels in de etalage naast een paar zwarte naaldhakken.

‘Oh, nee!’ mompelt mijn man. Hij ziet dat ik aanstalten maak om naar de schoenenwinkel te gaan. ‘Blijf toch hier roept hij?’

Het is tegen dovemans oren. ‘Ik kom zo terug, roep ik hem nog na.’

Even later heb ik de tas gekocht.

‘Drie vakken zitten er in de tas zeg ik bij terugkomst tegen hem.’

‘Hoe meer vakken hoe meer rommel. Wat moet je nu weer met die mooie tas die naast je staat?’

Ik weet dat hij gelijk heeft. Maar toch!

Onderweg naar ons hotel hevel ik mijn spullen over van mijn oude naar mijn nieuwe tas. Er blijft nog volop ruimte over. De oude tas, die ik niet eens zolang in mijn bezit heb, verdwijnt in de achterbak van de auto. Na de vakantie zet ik deze neer bij de andere tassen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot heden de Limburgse tas regelmatig gebruik. Door al die vakken heb ik nu alles bij mij en zit mijn huissleutel verscholen achter een ritssluiting. Toch blijft het soms kriebelen als ik weer eens een leuk model tas in het vizier heb. Een mens is soms hardleers.