Op het randje van geluk

Oudejaarsavond kijk ik samen met mijn man televisie. De avond waar steevast aan het einde van het jaar de uitslagen worden gegeven van diverse loterijen. Een aantal bekende TV-persoonlijkheden brengen gigantische bedragen naar een aantal gelukkigen. Een paar dagen later hoor ik op het nieuws, dat een jongeman uit dezelfde stad waar in een wijk met een bepaalde postcode de prijzen zijn gevallen, bot vangt. Door een incassofout stond er te weinig geld op zijn bankrekening, waardoor de afschrijving van zijn lot was mislukt. De grote geldprijs was zijn neus voorbij gegaan.

In gedachten ga ik terug naar ongeveer tweeëntwintig jaar geleden. Op een zekere dag viel er een brief van de Postcodeloterij bij ons in de bus. De notaris van de loterij had door een loting ons uitverkoren om naar de studio in Aalsmeer te komen. Nadat wij onze dochter van twee jaar die avond bij een goede vriendin hadden ondergebracht, reden wij in de stromende regen met de auto naar de studio. Mijn man had van te voren op een wegenkaart gekeken hoe hij moest rijden. Een navigatie hadden wij toen niet.

Het was eind oktober. Het regende en waaide. Nadat wij een tijdje hadden gereden vroeg ik aan mijn man: ‘Zijn wij er nu nog niet? Wij hadden er toch al moeten zijn?’

‘Ik snap er ook niets van!’ antwoordde hij.

Hij reed nog een kilometer of wat verder. Er doemde een klein benzinestation op.

‘Als je daar stopt dan ga ik eens vragen of we op de goede weg zitten, zei ik tegen hem.’

‘Jullie zijn veel te ver doorgereden!’ antwoordde de benzinepomphouder tegen mij en hij legde uit hoe wij terug moesten rijden. Wij vervolgden onze terugweg. Ondertussen keek ik op mijn horloge. Tot mijn grote schrik zag ik dat het 19.40 uur was. Wij moesten op tijd in de studio zijn stond er in de brief, te weten om 20.00 uur.

‘Dat redden wij nooit!’ zei ik tegen mijn man die de vaart er in had gezet. Het  begon nog harder te regenen en belandden wij in een stortbui. Gefocust keek ik op de borden en zag opeens het bord Aalsmeer staan. Dat betekende niet dat wij al bij de studio’s waren. Na enig zoeken waren wij aangekomen. Wij waren al twee keer langs de studio’s gereden. De reden dat wij het gebouw niet direct konden vinden was dat men bezig was het gebouw aan de buitenzijde op te knappen. De buitenverlichting was daar zo schaars, dat het gebouw vanaf de straatzijde bijna niet te zien was in het donker. Mijn man parkeerde de auto op een groot parkeerterrein dat al behoorlijk vol stond met auto’s. Nu moesten wij nog de ingang vinden. Dat was nog even zoeken.

Om precies 19.55 uur renden wij het gebouw binnen, omdat wij dachten dat wij te laat waren voor de show. Meteen rechts om de hoek zaten er drie dames achter een lange tafel met wat paperassen voor hun neus.

‘Doet u maar rustig aan hoor!’ zei één van de dames tegen ons. De vorige uitzending is namelijk uitgelopen. U kunt nog rustig koffie gaan drinken in de foyer. Ze gaf ons twee consumptiebonnen mee.

Terwijl ik ergens een toiletruimte in ging, bestelde mijn man twee koffie. In de toiletruimte keek ik in de spiegel. Ik leek op een verzopen kat. Mijn lange haar zat tegen mijn gezicht aangeplakt en mijn eyeliner was doorgelopen. Nadat ik van de toilet was afgekomen en mijzelf had opgefrist, dronken wij samen op ons  gemak de koffie op. Daar knapte ik van op. Om mij heen zaten behoorlijk veel mensen die blijkbaar ook een uitnodiging hadden gekregen.

Opeens werd er via een luidspeaker omgeroepen dat wij naar de studio mochten komen. In een ganzenpas liep iedereen naar zijn of haar plaats. Wij moesten een trap op naar boven en belanden ergens in het midden van de voor mij klein uitziende studio. Op de televisie leek deze veel groter. Net voor de aanvang van de show vertelde een jongeman die beneden stond en met een magazine in zijn hand stond te wapperen, dat wij moesten klappen als Martijn Krabbé binnen kwam. De spontaniteit van de show was dus ver te zoeken voor mijn gevoel. Dit ging zo de hele avond door.

Kort nadat Martijn zijn prevelementje had gedaan kwamen er een aantal dames binnen die aan alle gasten een doosje gaven. Ik zag dat de tape van mijn doosje los zat, maar durfde er niet in te kijken. Meteen werd er gezegd dat wij dit doosje niet mochten openmaken en het aan iemand anders moesten geven. Ik gaf het aan een man die voor mij zat. Mijn man gaf zijn doosje aan iemand die rechts naast hem zat. Nu mocht iedereen het openmaken, vertelde Martijn. In alle doosjes bleek geen cadeau maar een nummer te zitten. Drie personen hadden hetzelfde nummer. Martijn las de nummers op. De man aan wie ik mijn doosje had gegeven stond op. Hij was één van de drie gelukkigen die beneden achter de desk plaats mocht nemen.

‘Daar gaat je prijs!’ zei mijn man teleurgesteld tegen mij, toen Martijn de man feliciteerde met een complete slaapkamer.

‘Je had je doosje ook aan mij kunnen geven, zei mijn man weer.’

Ergens had hij gelijk. Maar ‘The show must go on’ zei ik. Bijna aan het einde van de show drukte Martijn op een rode knop die op een kolom voor hem stond. Op een elektronische rol verschenen in een rap tempo de namen van alle genodigden in de zaal. Opeens stopte het apparaat en verscheen tot mijn grote verbazing mijn achternaam.

‘Dat ben jij! gilde mijn man.

Nog niet bijgekomen van de schrik, stond ik op en liep ik de trap af naar beneden.

Ik was de laatste die werd opgeroepen. Beneden stonden er al een man en een vrouw. Ik nam plaats achter de middelste bol en speelde het spel mee.

Even daarvoor werd er onder luid tumult een mooie auto door een rookgordijn naar binnen gereden. Een rode Audi, dat weet ik nog goed. Ik kreeg meteen een gevoel dat deze prijs aan mijn neus voorbij zou gaan.

Dit voorgevoel kwam ook uit. Om de show leuker te maken vroeg Martijn aan ons drieën: ‘Denkt u dat in uw bol een kleine speelgoed auto zit?’

‘Ik denk het niet, zei ik tegen hem toen hij naast mij kwam staan. De bol voelt namelijk koud aan grapte ik. Ik bekeek hem zijdelinks en zag dat hij net zo klein van postuur was als ik.

Het was nu tijd om de bollen open te maken. Als eerste deed de man zijn bol  open. Er was niets te zien. Ik opende de bol en zag al direct dat er ook bij mij niets in zat. De vrouw aan mijn linkerzijde begon al te juichen voordat ze de bol had opengemaakt. Het was vanzelfsprekend dat zij de auto had gewonnen.

Na afloop van de uitzending werden wij drieën meegenomen naar een ruimte dat op een kleedkamer leek. Daar kregen wij uit handen van Martijn elk honderd gulden. Dat was alsnog een leuk extraatje. Alle genodigden in de studio konden nog wat drinken in de foyer.

Onverwachts kwam er een ouder echtpaar naar ons toe. Zij hadden mij bij één van de bollen zien staan.

‘Weet u mevrouw, wij zijn nu al vijf keer uitgenodigd door de Postcodeloterij om naar deze studio te komen. Tot nu toe hebben wij nog geen prijs gewonnen, vertelde de man. Jammer voor u dat de auto uw neus voorbij is gegaan, zei hij weer.’

‘Sterker nog mijnheer! antwoorde ik. Twee prijzen zijn vanavond mijn neus voorbij gegaan. De slaapkamer meubelen en de rode Audi. Ik liet een verbaasd echtpaar achter.

Tijdens het naar huis rijden was het weer nog net zo slecht. Bij het ophalen van onze dochter had mijn vriendin een video opname gemaakt van de show. ‘Je balanceerde op het randje van geluk’ zei ze tegen mij.

Waarop ik antwoordde: ‘Ik ben blij met deze video-opname. Dankzij jou kunnen wij de uitzending nog eens terugzien. Wij kwamen met een paar tientjes de studio binnen en kregen als troostprijs 100 gulden mee. Het was een avond om nooit te vergeten.’

 

2 reacties op ‘Op het randje van geluk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s