Wraak

 

 

‘Sinds wij hier wonen Toon, hebben wij steeds overlast van ontlasting van een grote hond. Hij is van die vrouw die aan de overkant woont. Steevast laat ze haar hond uit bij ons voor de deur. Opgesmukt als een opgetuigde kerstboom loopt ze met haar nep bontjas tot de hoek van de straat en gaat daarna weer terug naar huis. De naaste buren hebben ook al geklaagd.’

‘Let er toch niet zo op Wil!’ antwoordde haar man.

‘In het begin was het mij niet opgevallen Toon, tot die bewuste dag dat ik door de poep was uitgegleden. Weet je nog? Mijn zool was besmeurd en het stonk verschrikkelijk. Vroeg of laat ga jij ook onderuit door die grote hoop die de hond uitpoept. Je hebt al moeite met lopen door je invaliditeit. Waarom gebruikt ze geen poepzakje die de meeste hondenbezitters gebruiken? Nee, die kakmadame is bang om haar handen vuil te maken, denk ik zo!’

Ze was woest en zinde op wraak, die ochtend in het voorjaar. Stampvoetend liep ze door de woonkamer. Hoe vaak had ze geen emmer water gepakt om de poep weg te spoelen. Vastgeplakt aan het plaveisel bleef de hoop soms nog liggen. Dan pakte ze uit frustratie de bezem en veegde het onding de goot in. De bezem zag er dan niet uit, die ze vervolgens weer moest schoonmaken met chloor. Dit alles door laksheid van die ene persoon.

Ze liep naar buiten. Daar lag weer een hoop, precies in het midden van de stoep. Net voordat ze naar binnen wilde gaan om een emmer water te tappen, zag ze de boosdoener met de hond aankomen lopen. Snel liep ze naar de overkant van de straat waar de vrouw liep, hield haar staande en sprak haar meteen aan.

‘Weet u dat uw hond bijna elke dag niet ver van mijn voordeur poept!’ zei ze verbeten tegen haar. U weet toch dat er poepzakjes bestaan? Laat de hond zijn behoefte doen in de goot of verderop op de honden uitlaatplaats. De vrouw gaf geen antwoord en keek haar smalend aan.

‘Bent u doof of zo? dan u mij geen antwoord geeft?’ zei ze opstandig.

‘Jawel, ik heb u gehoord, maar ik ben niet van plan om de poep van mijn hond op te ruimen. Sterker nog, ik kan het niet helpen dat mijn hond precies voor uw deur poept.’

‘Dat kunt u wel mevrouw. Verderop is een terreintje aan de rand van het park, waar honden uitgelaten kunnen worden. Even doorlopen en u bent er. Mijn man is invalide, loopt moeilijk en glijdt vroeg of laat uit over deze viezigheid.’

De vrouw had haar boos aangekeken. Snapte ze nou niet dat haar hond overlast gaf door toedoen van haar eigen laksheid.

‘Ik kan niet beloven dat mijn hond niet meer voor uw deur poept!’ zei ze wrang.

‘Dan zal ik mijn maatregelen moeten nemen mevrouw, gaf ze als sneer en ze liep weer terug naar huis.

De volgende dag gebeurde er niets bijzonders. Ze had de vrouw ook niet gezien. De volgende dag zag Toon het wel.

‘Wil? riep Toon, die vrouw van de overkant liet zojuist weer haar hond uit. Nu heb ik het zelf gezien.’

Ze kwam de keuken uitgelopen en liep naar het woonkamerraam toe. ‘Verdorie nog aan toe! Daar ligt weer een hoop. Nu ben ik het zat Toon!’

Uit de gangkast pakte ze het stoffer en blik en verpakte ze afzonderlijk in een pedaalemmerzak. Ze liep naar buiten, schepte de hoop op het blik en liep er mee naar de voordeur van de vrouw. Ze opende de brievenbus en liet de hoop met zak en al naar binnen glijden. Van de stoffer schudde ze het plastic af en liet het smerig bij haar voordeur liggen.

Nadien had ze geen overlast meer van de vrouw met haar hond. Ze had nu de poep van haar hond moeten opruimen die achter de voordeur op de mat was gevallen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s