Zakken als een baksteen

 

Mijn achttiende levensjaar was aangebroken. Het was tijd om mijn rijbewijs te gaan halen. Vader gaf mij een telefoonnummer van een oud politiecommissaris die na zijn pensioen autorijlessen gaf. Zelf was hij bij deze autorijschool ook geslaagd. Ik wilde het liefste op de zaterdagen lessen nemen, had ik met de aardige man afgesproken. Zo reed ik steevast tijdens de drukte in mijn stad.

Na een tijdje werd een rijexamen aangevraagd bij het Centraal Bureau Rijvaardigheid.

‘Je rijdt pittig en je bent niet bang. Je hebt goede kansen, zei mijn rijinstructeur tegen mij op de dag van mijn eerste examen. Mijn theorie ging goed. Nu het rijden nog. Ik voelde mij beslist niet zenuwachtig en ik kreeg een kleine man toegewezen die ik qua postuur inschatte op 1.50 cm. Zelf was ik ook een onderdeurtje met mijn 1.60 cm. Hij stelde zich aan mij voor als de examinator. Wij stapten in de Volkswagen, een zogenaamde Kever. Bij het starten van de auto greep de man onmiddellijk de handgreep vast die rechts boven zijn portier zat. Ik had nog geen millimeter gereden. Toch liet ik mij niet van de wijs brengen. Ik reed de route die hij mij onderweg vertelde.

‘U rijdt wel stevig door!’ zei hij halverwege de rit tegen mij. Ik keek op mijn dashboard en zag dat ik keurig 50 kilometer reed in de stad. Het irriteerde mij dat hij zo krampachtig de handgreep bleef vasthouden.

Maar het werd nog erger. Nadat ik mij rondje snelweg had gereden, reed ik weer de stad in. Ergens in de stad moest ik een straat inrijden waar in het midden van de weg een berm was. Aan de rechterkant was een kerk, die in verband met een begrafenis, vol liep met mensen. Aan de rechterkant van de stoep stonden auto’s geparkeerd. Voor ons stond een begrafenisauto met twee volgauto’s. Ik kon niet anders dan wachten. Ook kon ik niet passeren door de berm aan mijn  linkerzijde. Die vijf minuten wachten leek wel een uur. Ik merkte dat de examinator zenuwachtig werd. Toen de kist van de overledene samen met de genodigden de kerk in waren gelopen, kon ik uiteindelijk doorrijden.

Na verloop van tijd kwam ik weer terecht bij het CBR. Opeens begon de man te praten over de begrafenis. Ik parkeerde de auto in het daarvoor bestemde vak op het terrein. Door het gesprek opende ik mijn portier, alvorens ik eerst in mijn zijspiegel moest kijken en stapte ik uit. De examinator volgde mij op de voet bij het naar binnen gaan bij het CBR. Na twintig minuten kreeg ik te horen dat ik, naar zijn mening, te snel reed en dat ik eerst niet in mijn zijspiegel had gekeken bij het uitstappen. Dit laatste vond ik terecht, maar de eerste opmerking niet. Ik vertelde het direct aan mijn rijinstructeur. Ik zag dat hij verontwaardigd was.

‘Bij het eerstvolgend rijexamen rijd ik met je mee en ga ik op de achterbank zitten. Je bent één van mijn beste leerlingen, zei hij.

‘Wat wil je ook met zo’n zenuwlijder, zei ik tegen hem. Deze man is volgens mij niet geschikt om examen af te nemen. Het is een angsthaas.’

Een paar maanden later reed mijn rijinstructeur met mij mee tijdens mijn examen. Ik slaagde de tweede keer met vervé. Bij thuiskomst stond er een slagroomtaart op tafel omdat hij mijn ouders telefonisch had verwittigd dat ik was geslaagd. Samen met hem en mijn familie genoten wij van de welverdiende slagroomtaart.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s