Een angstig ogenblik

 

 

Zoals gewoonlijk bracht Irene haar zoontje van bijna twee jaar naar de opvang. Het wegbrengen van haar kind kwam vaak voor haar rekening. Haar man en zij werkten beiden op een kantoor. Joris werkte buiten de stad. Elke dag ging hij eerder met de auto weg om op tijd op zijn werk te zijn.

Deze ochtend was het weer stressen voor haar. Nadat ze Jasper zijn rugtasje had ingepakt, liep ze naar de schuur en pakte haar fiets. Er stond veel wind en het was guur. De openslaande deuren die in verbinding stonden met de tuin deed ze nog niet op slot. Jasper was nog aan het spelen met zijn speelgoed. Via het achterpad plaatste ze haar fiets op de stoep bij haar voordeur. Via dezelfde weg ging ze weer haar huis binnen en deed de openslaande deuren op slot.

‘Kom Jasper? wij gaan naar de crèche.’

Ze deed zijn blauwe jack aan en zijn rugtasje op zijn rug. Ze pakte haar schoudertas en de huissleutel uit de keukenla. Samen liepen ze naar de hal. Ze deed de huissleutel in het slot van de voordeur. Bij het open doen van de deur, zag ze dat door de wind haar fiets was omgevallen.

‘Blijf even op mama wachten Jasper?’ zei ze tegen hem en ze zette haar schoudertas naast hem neer. Ze liep naar buiten en plaatste haar fiets tegen de gevel van het huis. Net op het moment dat ze haar huis binnen wilde gaan, sloeg de voordeur dicht. Ze raakte meteen in paniek. In de hal zat Jasper met haar schoudertas. De huissleutel zat nog aan de binnenkant in het slot van de voordeur. Ze keek door de brievenbus en zag dat ze de tussendeur van de hal naar de woonkamer had gesloten. Jasper kon dus nergens heen. Hoe moest ze nou naar binnenkomen als de huissleutel in het slot zat. Ook haar Gsm zat in haar tas.

Direct liep ze naar één van de buren toe en belde aan. Er werd niet open gedaan. Eigenlijk kon ze het weten. Er woonden veel jonge gezinnen in de straat, waarvan de meeste werkten. Vier deuren verderop deed er een jongeman open. Ze vertelde hem het verhaal. ‘Zou ik even mogen bellen?’ vroeg ze aan hem.’

Hij gaf haar zijn Gsm. Haar ouders die een extra sleutel hadden woonden in een andere provincie en zouden nooit op tijd kunnen komen.

‘Dan maar de politie bellen, mompelde ze. Ze vertelde haar verhaal. De agent zij dat ze een college, een slotenmaker en iemand van de brandweer zou bellen. De laatste had altijd materiaal bij zich. Ze zouden meteen komen. Nadat ze ook haar werkgever had gebeld, bedankte ze de jongen en liep terug naar haar huis. Ze hield via de brievenbus contact met haar kind, die intussen aan het huilen was.

De politie, brandweer en de slotenmaker waren snel gearriveerd. Het ging ten slotte om een jong kind die maar niet begreep wat er aan de hand was.

‘Wij hebben een probleem mevrouw, zei de brandweerman, toen hij was gearriveerd. Uw kind zit net achter de voordeur. De deur kan in het ergste geval naar binnen vallen als we hem open maken. Dit is een gevaarlijke situatie voor uw kind. De slotenmaker had intussen geprobeerd om het slot te forceren. Een speciale deurgreep zat op een dusdanige manier in de deur vast, dat deze niet verwijderd kon worden. De huissleutel zat nog steeds in het slot.

‘Ik moet de deur gaan forceren met een breekijzer!’ zei de brandweerman weer  tegen haar en de twee agenten. Dit moet wel zorgvuldig gebeuren.

Ze moest er niet aan denken wat er dan zou kunnen gebeuren.

In de voordeur zat een raam. ‘Ik heb een idee! zei een van de agenten.’ De enige houvast die wij hebben is de deurkruk. Dat is niet genoeg. De deur kan altijd naar binnen vallen. Ik bel een glazenier. Die hebben zuignappen die je op het raam van de deur kunt plaatsen. In overleg met zijn collega, belde hij de glazenier met het verzoek dat er haast bij was.

Intussen werd het Irene teveel. Ze begon te huilen. Een van de agenten ontfermde zich over haar. ‘Mijn kind is aan het huilen agent’ vertelde ze de vrouw.

‘Ik weet het mevrouw, wij doen ons uiterste best.’

Ruim drie kwartier was er intussen voorbij gegaan. De glazenier plaatste twee zuignappen op het raam van de voordeur en de brandweerman zette een breekijzer tussen de sponning en de deur. Een van de agenten hield de kruk van de deur stevig vast. Er volgde een hoop gekraak. Iedereen hoopte dat er niets zou gebeuren. Met de grootste zorgvuldigheid greep de agent, bij het zien van een kier, de zijkant van de deur vast. De zuignappen bleven keurig op hun plaats zitten die de glazenier stevig vast hield. De voordeur was nu deels geopend. De brandweerman stapte zijdelings de deur binnen, pakte Jasper op en zette hem meteen in de woonkamer neer. Samen met de agenten en de glazenier plaatste hij de voordeur weer terug op zijn plek. Het sluitwerk was nog intact. Bij het slot was de deur versplinterd.

Irene bedankte hun voor hun kranige optreden dat gelukkig goed was afgelopen. Omdat ze haar man niet had willen laten schrikken, vertelde ze hem tijdens het diner, wat er die dag was gebeurd. Hij was geschrokken en was in eerste instantie boos op haar dat ze hem niet had opgebeld.

‘Je had niets kunnen doen Joris. Ik ook niet. Dankzij de hulp van deze mensen is gelukkig het probleem opgelost.’

‘Een ding zal ik nooit meer vergeten, zei ze weer tegen hem. Mijn tas, huissleutel en mijn Gsm. Nooit laat ik meer mijn huissleutel in de voordeur zitten. Je ziet maar wat er had kunnen gebeuren. De volgende dag werd een nieuwe voordeur geplaatst en de verzekering kon zijn werk doen. Zo’n angstig ogenblik wilde ze nooit meer meemaken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s