Vergane glorie

Als de dag van gisteren weet ik nog hoe Eerste kerstdag ergens in de jaren zestig was verlopen. Ik zou een jaar of acht zijn geweest en mijn zus ongeveer vier jaar. De kerstboom stond in vol ornaat in de hoek van de woonkamer, voorzien van minuscule kaarsjes geklemd in een knijphoudertje. Dat gold trouwens ook voor de gekleurde vogeltjes van gekleurd glas, die op de takken van de kerstboom werden vastgeklemd. Gekleurde glazen ballen en wat zilverkleurige kerstslingers hingen ook in de boom. Daarover heen was er engelenhaar gedrapeerd. Dat spul prikte in je handen als je het vastpakte vertelde moeder.

‘Ziezo!’ zei onze moeder, jullie zijn zojuist in bad geweest. Wij gaan zo dadelijk een spelletje spelen aan de eetkamertafel. Eerst geef ik jullie wat limonade en een Mariakaakje. Ga maar alvast zitten aan tafel. Mijn jongste zusje werd door vader  op een stoel neergezet. Ik ging naast haar zitten. Vader liep naar het dressoir toe en pakte uit één van de lades een spellendoos. Moeder was intussen de woonkamer weer ingelopen met een dienblad met daarop twee glazen, plastic kroesjes met limonade en de ronde gebloemde koektrommel.

Vader had het speelbord opengelegd en de pionnetjes klaargezet met daarbij een rode dobbelsteen. Vanavond spelen wij Mens erger je niet.

‘Jij weet toch nog hoe het gaat?’ vroeg hij aan mij.

‘Jazeker papa, dat weet ik nog wel’ antwoordde ik, maar Ganzenbord vind ik leuker.

Het spel begon in eerste instantie hilarisch, omdat mijn jongste zus de pionnetjes van het speelbord afsloeg. Ze was nog zo jong. Wij vonden het in eerste instantie wel grappig. Moeder vond het leuk dat ze bij ons kwam zitten aan tafel. Het spel werd opnieuw gespeeld. Alle pionnetjes werden opnieuw door vader neergezet. Weer sloeg zusje de pionnetjes om, waarop moeder opstond en uit nood haar kinderstoel pakte. Ze zetten haar in haar stoel en gaf haar wat speeltjes. Eigenlijk had ik helemaal geen zin meer in het spel. De pret was er voor mij af. Toch liet ik mij niet kennen en speelde mee totdat het spel afgelopen was. Mijn zusje werd naar bed gebracht en ik mocht nog even opblijven. Ik nam plaats naast de kerstboom die mooi was versierd.

Nadat vader de tafel had opgeruimd en het spel weer in de la had gestopt, stond hij te kijken naar onze grote kerststal die hij één jaar daarvoor had gemaakt. ‘Het blijft toch een mooie kerststal’ zei moeder tegen vader.

‘Jazeker, ik ben er best trots op, ondanks het vele werk, antwoordde hij.

Ik stond op en ging naast vader staan. De kerstgroep was mooi om te zien. Er waren: De Drie Koningen, twee herders met zes schapen, een os en de ezel. Een engel die boven aan de stal hing bungelde aan een haakje. Josef en Maria, het kindje Jezus in een echte houten kribbe stonden in het midden. Het geheel zag er mooi uit.

Net op het moment dat ik weer wilde gaan zitten in vaders leunstoel, stak vader drie dunne kaarsjes aan die in een klein stenen houdertje stonden. Een kaarsje stond te dicht onder het strooien afdak van de kerststal. Op het moment dat hij het kaarsje aanstak vatte vrijwel direct het afdak van de kerststal vlam. Ik gilde en zag mijn moeder vliegensvlug rennen naar het schuifraam van de woonkamer. Met een ruk trok ze de borgpen uit de sponning van het raam en schoof het raam omhoog. Intussen verspreidde het vuur zich razendsnel. Zo snel dat vader nog net de kerststal beetpakte en met beelden en al het raam uitgooide. Daarbij verbrandde hij ook nog een vinger bleek achteraf. Uit angst bleef ik maar gillen totdat moeder mij uiteindelijk bedaarde. Snel pakte moeder een dichtstbijzijnde bloemenvaas die op een bijzettafeltje stond en goot het water met bloemen en al op de verbrande kerststal. Op de drie Koningen, twee schapen en een herder na, die buiten de kerststal stonden, lagen alle beelden buiten. De meeste waren dusdanig beschadigd dat ze niet meer konden worden gerepareerd. Maria en de andere herder waren onthoofd. Het kindje Jezus had geen voetjes meer. Alleen de houten kribbe was niet kapot. Omdat het buiten al donker was had blijkbaar niemand iets gemerkt van de vlamgevatte kerststal. Moeder pakte het stoffer en blik en ruimde alles op van de straat. De beelden konden niet worden gerepareerd. Ze waren van gips gemaakt. Voor het eerst van mijn leven zag ik dat mijn vader tranen in zijn ogen had. De gezellige Eerste kerstdag eindigde die avond in een drama. Mijn jongste zus had van dit alles niets meegekregen.

Nadat het restant aan beelden en de kribbe door moeder werd opgeruimd, zag ze tot haar grote verdriet ook een brandvlek op het dressoir. ‘Het is een wonder dat de kast niet was verbrand’ hoorde ik haar tegen vader zeggen. Verdrietig werd ik naar bed gebracht en kon die nacht niet slapen. De kleine kaarsjes die in de boom waren geplaatst werden de volgende dag op Tweede kerstdag definitief uit de boom gehaald. Bovenop de brandplek legde moeder een gehaakt kleedje neer om de plek te verdoezelen. Samen met mijn zusje vierden wij Tweede kerstdag bij onze grootouders die uit ten treuren het drama van de kerststal moesten aanhoren. Het was een kerst om nooit meer te vergeten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s