Geen dag als al die anderen

‘Ga je mee de stad in Arnoud? vroeg mijn vrouw aan mij. Ik keek door het raam. Buiten lagen nog restanten met sneeuw die meer op modder leken. Als een trouwe tweevoeter ging ik, zoals gewoonlijk, weer met haar mee. Over een paar dagen was het Oud- en Nieuwjaar. Waar ik bang voor was gebeurde. Wij reden door de stad. Op de displays van sommige parkeergarages stond met rood “vol”. Zo reden wij een paar keer in de rondte. Mijn humeur was intussen naar nul gezakt.

‘Als ik nu geen plek voor onze auto vind, zet ik de auto verticaal tegen een lantaarnpaal!’ zei ik tegen mijn vrouw Bea.

Ondanks ze het ook zat was, moest ze om mijn antwoord hard lachen.

‘Wat ben je soms een malloot met je dwaze kreten! antwoorde ze.

Zelf kon ik er niet om lachen en beet uit frustratie in mijn onderlip.

‘Wat moet je nou eigenlijk in de stad doen?’

‘Een paar dagen geleden heb ik een leuke kanten BH met tangaslip besteld. Eigenlijk was dit romantisch setje voor de kerst bedoeld. Het was tijdelijk uitverkocht volgens de verkoopster. Vandaag ligt het klaar in de winkel.’

Wij reden verder tot dicht bij de lingeriewinkel.

‘Als jij de auto op de hoek van de straat parkeert, loop ik snel de winkel binnen om het setje op te halen?’

‘Je weet dat ik hier niet mag staan Bea?’

‘Even maar Arnoud?’ Ze keek mij met haar bruine ogen zo lief aan dat ik haar vraag niet kon weerstaan. Ik parkeerde de auto deels op de stoep.

‘Wel snel terugkomen hoor?’

Volgens mij had ze mij niet meer gehoord bij het dichtslaan van het autoportier.

Binnen 10 minuten was ze terug. Ik wist niet zo snel hoe ik de straat uit moest rijden. Even daarvoor zag ik in mijn achteruitkijkspiegel een politieauto passeren in een achterliggende straat. Waarschijnlijk hadden ze mij niet gezien.

‘Nu wij hier toch zijn, zou ik graag nog even naar een groot warenhuis willen?’ zei ze weer.

‘Waar moet ik dan in hemelsnaam de auto parkeren? antwoordde ik licht geïrriteerd.

‘Misschien nog een keertje de parkeergarages langs rijden?’

‘Ben je nou helemaal!’

‘Nou dit is de laatste keer. Je hebt geluk. Ik moet namelijk naar het toilet.’

Wij reden aan de buitenzijde van het stadshart en reden een willekeurige straat in.

‘Kijk een Arnoud? Er zijn weer plaatsen vrij in die parkeergarage.’

Zo snel als ik kon reed ik de parkeergarage in en parkeerde ik onze auto in het eerste de beste parkeervak.

‘Ziezo Bea, het eerste wat ik ga doen is naar de toilet in het warenhuis. Daarna eten wij een broodje met een kop koffie.’

‘Dat lijkt mij een goed idee Arnoud.’

Het warenhuis was niet ver verwijderd van de parkeergarage. Wij hadden nog even tijd. Voor 3 uur kon je gratis parkeren. Bij terugkomst van de toilet had Bea al een tafeltje uitgezocht. Tijdens het eten van het broodje liep ze nog even de winkel in om te gaan shoppen. Zo ging dat vaak met haar. Als trouwe metgezel bleef ik op haar wachten. Na verloop van tijd kwam ze terug. Ze had leren laarzen gekocht en ze liet ze aan mij zien.

‘Volgens mij heb je niet goed naar de maat gekeken schat. De ene laars is groter dan de andere.’

‘Oh nee! Dan heb ik ze verwisselend met het andere identieke paar. Ik twijfelde aan de maat en heb toen twee verschillende maten gepast. Ik ga gauw even terug.’

Voordat ik wat kon terug zeggen was ze alweer de winkel ingegaan.

Intussen zat ik maar te wachten. Wat was ik toch een sukkel. Ik liet mij vaak ompraten om mee te gaan winkelen. Ik keek op mijn horloge en zag dat mijn favoriete schaatsprogramma al was begonnen op de televisie. Verdorie, nog aan toe, siste ik tussen mijn tanden. Het winkelen voor en na de kerstdagen werd voor mij veel te vermoeiend. Vooral dat geslenter en het eeuwig zoeken naar een parkeerplaats. Toch kon ik haar niet weerstaan. Ik had een lieve vrouw, alleen dat winkelen………………!

Ik heb de juiste maat gevonden, hoorde ik haar zeggen toen ze onverwachts weer voor mij stond. De verkoopster heeft het voor alle zekerheid nog nagekeken.’

‘Fijn zo, dan gaan wij nu maar weer naar huis Bea?’

‘Ik ben het eigenlijk ook wel zat.’

‘En dat zeg jij?’ antwoord ik.

Wij liepen rustig terug naar de garage en stapte in. Er was nog tijd genoeg.

‘Wat zit daar nou op mijn voorruit?’ en ik stapte weer uit.

De moed zakte in mijn schoenen toen ik zag dat het een bekeuring was. Een bekeuring mompelde ik en keek nog eens goed op de bekeuring. Fout geparkeerd door parkeren op een invalideparkeerplaats. Ook dat nog!

Bea keek mij door de voorruit verschrikt aan. Ik stapte weer in de auto en legde uit frustratie mijn hoofd neer op het stuur. Bea pakte de bekeuring uit mijn handen en las dat wij een behoorlijk bedrag moesten gaan betalen. Toen ik weer enigszins bij mijn positieve was, keek ik door mijn voorruit. Boven op een betonnen pilaar stond het invalidelogo dat ik door mijn haast met parkeren niet had gezien. Bea blijkbaar ook niet.

Wat was ik boos op mijzelf en een beetje op mijn vrouw die steevast elk jaar wilde winkelen rond de feestdagen. Onderweg na een woordenwisseling viel er een lange stilte.

De rode BH met tangaslip heb ik met Oud- en Nieuwjaar niet gezien. Misschien het jaar daarop.

 

Dec.2015

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s