Een blije kerstman

Uitgeput van zijn tocht brengt de Kerstman zijn rendier naar zijn stal.

‘Voor dit jaar zit het er bijna op kameraad. Je mag nu even uitrusten, zegt hij tegen het dier.’

Uit dankbaarheid schudt hij zijn kop en geeft de Kerstman een lik met zijn tong tegen zijn oor. De Kerstman glimlacht. Daarna sluit hij de staldeur en gaat zijn knusse huisje binnen. Hij steekt zijn open haard aan en gaat zitten in zijn leunstoel. Met zijn hand wrijft hij over zijn voorhoofd. Hij steekt zijn pijpje op en blaast kringen. Het begint langzaam te sneeuwen ziet hij door het raam.

Voorgaande jaren genoot hij volop van dit moment. In het vlammenspel zag hij blije kindergezichten. Heel veel kinderwensen waren in vervulling gegaan, maar ook veel niet. Dat laatste bracht hem in verwarring. Hij was er toch voor om ieder kinderwens te vervullen. Daarbij had hij hulp van zijn trouwe rendier en zijn slee.

Plotseling hoort hij tikken op zijn raam. Hij kijkt, maar ziet niets. ‘Ik zal het wel gedroomd hebben’ mompelt hij.

Weer hoort hij tikken, nu luider dan eerst. Hij staat op uit zijn stoel en loopt naar het raam. Voorzichtig doet hij het raam open. Hij schrikt ervan dat er opeens een roodborstje naar binnen vliegt en op zijn rode mouw gaat zitten. Met zijn zwarte kraaloogjes kijkt hij hem indringend aan.

Tot zijn verbazing begint de vogel tegen hem te praten.

‘Zeg Kerstman, weet je dat ik je vriend ben? Ik volg je al jaren samen met mijn soortgenoten. Altijd ben je vrolijk, maar dit jaar niet, klopt dat?

Nog steeds verbaasd dat de roodborst tegen hem praat, antwoord hij: ‘Dit jaar ben ik de tel kwijt. Er zijn een paar duizend kinderen bijgekomen die gevlucht zijn uit hun land. Ze worden door heel het land overal geplaatst. Dat is het probleem. Ik weet niet waar ze precies wonen en ben het spoor bijster. De meeste kinderen hebben van alles gekregen van mij , maar de anderen helemaal niets.

‘Ik zal je helpen, samen met alle andere vogels. Het is nog niet te laat! zegt de roodborst weer. Morgenochtend op Tweede kerstdag vertrek je weer met je rendier. Ik kom met mijn soortgenoten en vliegen wij voor je arrenslee om je de weg te wijzen. Neem je zak met cadeaus weer mee. Je hebt er nog genoeg.

Kijk eens door het raam? Er ligt intussen een dik pak sneeuw. Voor je morgenochtend vertrekt, kom ik met alle vogels naar je toe. Met onze vleugels spartelen wij door de verse sneeuw. Wij laten wat sneeuwkristallen vallen, zodat je weet waar je moet zijn.’

‘Wat een goed idee roodborst. Morgenochtend vertrekken wij uitgerust en wel.’

Hij zette de roodborst weer neer op de vensterbank die meteen weer wegvloog en sloot het raam. Buiten was het nog steeds aan het sneeuwen. Genoeg sneeuw voor ijskristallen, mompelde hij. Het haardvuur smeulde toen hij tevreden naar zijn bed ging. Hij droomde van het wonderlijke verhaal van de roodborst die hem een boodschap kwam brengen.

Op de vroege ochtend van Tweede kerstdag nam hij een stevig ontbijt. Hij gaf zijn rendier eten en plaatste zijn zak met cadeaus op de achterbank van zijn arrenslee. Twee dekens nam hij mee. Het had die nacht gevroren. Hij wist niet hoelang de tocht nog zou gaan duren en nam extra voer voor zijn rendier mee, vogelvoer en wat eten voor hemzelf. Net op het moment dat hij zijn rendier wilde installeren aan zijn arrenslee werd het bijna donker boven zijn hoofd.

‘Oh, nee! Wat krijgen wij nou? Is er soms slecht weer op komst?’

Hij keek nog eens goed omhoog en hoorde het klappen van vleugels. De roodborst had zich aan zijn woord gehouden. Honderden vogels daalde neer in de verse sneeuw en spartelden in het rond. Het omhoog spattende sneeuw veranderde in sneeuwkristallen. Dat had de roodborst tegen hem gezegd. Onverwacht kwam de roodborst op zijn schouder zitten.

‘Zoals je ziet zijn wij in grote getalen gekomen Kerstman. Stap nu gauw in. Wij vliegen, zoals afgesproken, voorop. Nadat de honderden vogels omhoog vlogen, vloog de Kerstman en zijn rendier mee in hun kielzog. Overal waar de Kerstman nog niet was geweest liet één van de vogels ijskristallen vallen, zodat de Kerstman wist waar hij moest zijn. Halverwege zijn tocht hield hij een rustpauze, zodat zijn rendier, de vogels en hijzelf konden eten.

Moe, maar voldaan kwam hij rond middernacht weer thuis. Hij voelde zich blij en klopte zijn trouwe rendier op zijn rug. Voor dit jaar zit het er eindelijk op lief dier. Dankzij de roodborst die tegen mijn raam had getikt om mij een belangrijke boodschap te melden. Hij ging tevreden zijn huisje weer binnen en ging weer zitten in zijn vertrouwde leunstoel bij de open haard. Hij mompelde: ‘alle kinderen op deze wereld zijn belangrijk. Als ze gelukkig zijn dan ben ik dat ook.’

20 december 2015

Gemma van Etten

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s