Voor de bakker

Ellen wist nog goed dat de bakker door de straat reed op zijn bakfiets. De besnorde man trapte zich wezenloos om zijn brood te verkopen. Soms moest hij uitwijken voor het paard van de schillenboer die leren oogkleppen op had. Het werkpaard met zijn vlassige sokken aan zijn stevige benen keek alleen maar vooruit. Aan zijn nek hing een haverzak. Als hij het paard en zijn baas zag aankomen met de aanhanger, parkeerde hij zijn bakfiets langs de stoep. Auto’s waren er nog niet veel. Er heerste een gezellige bedrijvigheid in de wijk. Ook kwam regelmatig de melkboer, scharensliep en de haringkar langs.

Op een zekere dag tijdens de winter sprak haar moeder met de bakker. Hij had geen meer bakfiets bij zich, maar een fiets met voorop een fietsmand met klep. Hij had de fiets gekocht van een slagersjongen die een ander vak had gekozen. De bakfiets had mankementen vertelde hij aan haar. Ook zei hij dat hij was onderuit gegaan met de fiets door de gladheid. Twee broden die in vetvrijpapier zaten en wat krentenbollen waren uit de mand gevallen en lagen in de sneeuw.

Helaas moest hij het voorlopig met die verdoemde fietsmand doen.  Het viel niet mee om de fiets met de grote mand in bedwang te houden.

Hij kwam altijd een paar dagen in de week en op de zaterdagochtend in de wijk. Dan verkocht hij onder andere water- en melkbrood. Het waterbrood plakte meestal aan Ellen haar verhemelte. Haar vader sneed altijd het brood in het gezin. De grote plakken die hij sneed aten niet zo lekker. Liever had ze dunne boterhammen. In de jaren zeventig kwam onverwachts het gesneden brood op de markt. Samen met zijn vrouw was de bakker in de wijk een bakkerswinkel begonnen. Zijn vrouw bediende, naast de verkoop van brood en gebak, ook de broodmachine. Het was voor die tijd een luxe om een gesneden brood te kopen. Het snijden was een service voor de klant. Wel werd het gesneden brood duurder.

Het aangesneden brood bewaarde de meeste mensen in een broodtrommel in een koele ruimte. Vaak was dat de kelder. Had je die niet dan werd het brood snel oud. Ze herinnerde zich nog dat haar oma met haar arm een brood tegen haar aanhield en met een kartelmes de plakken brood sneed. Ze vond het maar gevaarlijk. Bij haar oma smaakte het brood lekkerder dan thuis. Haar moeder moest vaak om haar lachen. Het was namelijk het brood van dezelfde bakker.

Op een dag verscheen de bakker weer in de straat. Nu had hij een stationcar gekocht waarin het brood en aanverwanten zaken lag. De straathandel lag hem nog na aan het hart. Zo af en toe hielp hij mee in zijn winkel. Meestal met de feestdagen. Zijn vrouw beheerde nu de zaak samen met hun enige dochter. De ouderen in de straat vonden het weer fijn dat de bakker weer aan huis kwam, vooral tijdens de wintermaanden. Ze hoefden er dan zelf niet op uit.

Toen na jaren de straathandel praktisch was verdwenen was de bakker nog steeds actief in de wijk, tot aan zijn pensioen. Na het overlijden van zijn vrouw bleef de bakkerswinkel voortbestaan. De derde generatie verkoopt tot heden nog steeds brood en banket.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s