De geschiedenis van een onbekende vrouw.

Angelica, Sophia Henkes, die door haar ouders Angel werd genoemd was het enige kind van Maria Exter en Con Henkes. Haar moeder was docente aan een hoge school en haar vader deed zaken in onroerend goed. Ze woonde in de Randstad. Haar vader was ziekelijk en stierf aan een longembolie toen Angel 9 jaar was. Hij liet een behoorlijk kapitaal achter waardoor zijn vrouw en dochter levenslang onafhankelijk werden.

Moeder en dochter kwamen in de hoogste kringen van hun woonplaats Wassenaar. Maria voelde zich thuis in het chique milieu. Zij was de vrouw van Onroerend Goedmagnaat Henkes. Uit beleefdheid ging Angelica met haar moeder mee, omdat het zo hoorde in hun kringen. Zelf was ze wars van al dat opgesmukte en bekrompen gedoe. In hun kringen wist iedereen wel wie Angelica Henkes was, maar daarbuiten liet ze nooit aan iemand haar afkomst merken. Ze was financieel onafhankelijk en liep daar niet mee te koop.

Angelica hield van reizen. Ze wilde de wereld zien. Vreemde volken ontmoeten. Ze nam een neef mee van haar leeftijd. Alfons heette hij. Hij was de oudste zoon van haar moeders zus. Hij kwam uit een middenklasse milieu. Dat deerde haar niet. Als kind trok ze veel met hem op. Ze leken wel gezworen kameraden in plaats van familie. Hij was net zo reislustig als zij. Ze was een puber van twintig jaar. Alfons was twee jaar ouder.

Teruggekomen uit Azië zei haar moeder tegen haar dat het tijd werd om eens een man te ontmoeten. Angelica was zeker niet van plan om zich te binden. Ze was een vrije vogel. Geld had ze genoeg en hoefde door een huwelijk niet onderhouden te worden. Het reizen bleef haar boeien. In de bibliotheek nam ze regelmatig reisgidsen mee. Samen bekeek ze met Alfons welke reis ze nu weer zouden maken.

In 1987 nam ze samen met Alfons ook haar moeder mee op reis. Ze vond het maar niets dat haar moeder in haar ogen zo’n bekrompen leven leidde. Ze maakten gezamenlijk een tocht door Java in Indonesië. Angelica genoot zichtbaar van de zogenaamde hangende rijstvelden, kleine dorpjes en hun bevolking. Ook haar moeder genoot zichtbaar. Jakarta vond Angelica te druk. Na deze reis gingen ze weer huiswaarts. In de wereldstad Jakarta viel niet zoveel te beleven had ze gemerkt. Die ervaring had ze ooit ook gehad in Bangkok. Ze had nog nooit zoveel mensen gezien. Het leken wel mieren. Overal kwam je ze tegen. Op hun trektocht door de stad werd het Alfons bijna fataal. Bijna werd hij geschept door een roekeloze bromfietser. Het was rampzalig om een brede weg over te stekken. Gelukkig liep alles met een sisser af. De schrik zat nog in zijn benen.

Naast het reizen hield Angelica van de schilderkunst. In de wintertijd bleef ze thuis vaak thuis bij haar moeder. Ze wilde haar niet alleen laten. Ook sloot ze zich aan in haar elitaire kring bij mensen die net als zij schilderden. Op haar reizen nam ze altijd in een kleine koffer haar schilderspullen mee. Alfons was het al gewend. Hij zat, als Angelica soms aan het schilderen was, met zijn neus in een boek. Ze kon mooi schilderen vernam ze van derden. Het zit in de genen van mijn familie vertelde haar moeder ooit. Ook deed ze mee aan exposities, maar haar werk verkopen deed ze niet. Ze kon er simpel weg geen afstand van doen. Het werk bleef in de familie.

In 1998 vroeg Angelica aan de moeder van Alfons of zij mee wilde gaan op reis. Naast Alfons ging ook Maria weer mee. Ze had een goede band met haar moeder. De vader van Alfons vond het een goed idee dat zijn vrouw Sandra meeging op reis. Maria en Angelica zouden de reis betalen.

Zo vertrokken ze met z’n allen voor een maand naar Ghana in Zuid Afrika. Op deze reis sloeg het noodlot toe. Op Angelica na werden ze regelmatig geteisterd door koorts en buikloop. Haar moeder Maria stierf plotseling na een ziekte van slechts enkele dagen op eenenzestig jarige leeftijd. Ook Alfons stierf.

Met spoed vertrokken ze weer naar Nederland. Tante Sandra en zij overleefde een bacteriële infectie die de anderen hadden opgelopen. Sandra was overmand van verdriet dat haar zoon in Ghana was gestorven.

Dat gold zeker voor Angelica, die nu niemand meer had. Zonder haar moeder Maria was ze stuurloos. Ze had nu alleen tante Sandra nog en haar man Evert. Hij had zijn vrouw de mooie reis gegund, niet wetende dat zijn zoon op deze reis was gestorven. Ze werden uiteindelijk in Nederland begraven. Na de begrafenis van haar moeder en haar neef, voelde ze zich niet meer thuis in haar vaderland. De reislust begon weer de kop op te steken.

Op een dag besloot ze haar reizen voort te zetten. Nu naar Scandinavië. In het begin mistte ze het gezelschap van haar neef Alfons. Toch moest ze verder. De Wassenaars zwerfster op stand dobberde maar wat rond op zee. Als uitlaatklep bleef ze schilderen en behoedde haarzelf voor een depressie. Op een dag was ze het reizen moe geworden en ging terug naar haar ouderlijk huis. Het was zo vreemd in het lege huis. Toch moest ze verder met haar leven. Ze zocht het gezelschap op van anderen. Niet in haar eigen milieu, waar ze zo af en toe nog kwam. Ze had zoveel reiservaringen opgedaan, dat ze als vrijwilligster haar reiservaringen wilde delen met de leerlingen op diverse scholen. Naar aanleiding van een door haar geplaatste advertentie reageerden een aantal scholen. Voor het geld hoefde ze het niet te doen. Ook wist niemand van haar afkomst af, alleen in haar eigen milieu. Tot de dag van vandaag is dit zo gebleven.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s