De billenveger.

De billenveger in de Middeleeuwen.

Ook de billen van Koninklijke families en vooraanstaande edelen in de Middeleeuwen moesten worden schoongemaakt. Dat deden ze niet zelf. Ze wilden hun handen niet vuil maken. Deze handeling werd uitgevoerd door een adelijk persoon binnen het paleis of kasteel. De Koning wilde beslist zijn handen niet vuil maken.  Op vakantie in de buurt van Parijs ging ik naar Versailles, het paleis van de Zonnekoning. Een tolk sprak over allerlei bezienswaardigheden van het paleis en over de levensomstandigheden van de Koning en de adel. Het viel mij op dat er niet werd gesproken over de dagelijks toiletbehoeften in die tijd. Waar deed men dat eigenlijk? In de slaapvertrekken van het paleis was geen sanitaire voorziening te vinden.

Eenmaal thuisgekomen werd ik nieuwsgierig en zocht ik via internet   waar de Koning, de adel en de horigen in de Middeleeuwen hun behoeften deden. Er werd alleen geschreven over de Middeleeuwse koningshuizen die een zogenaamde billenveger kenden. Omdat het een privéaangelegenheid was, werd er een edelman aan het hof gevraagd om de billen van de koning af te vegen. De billenveger was dus heel belangrijk en zelfs gewild in die tijd. Vandaag de dag kan men dit niet voorstellen. Enkel het idee al om andermans billen af te vegen! Jakkes! De billenveger kreeg dus toegang tot de privévertrekken van de Koning. Engeland was de eerste die daarmee begon, te weten Hendrik de VIII. Iemand uit het volk mocht dit beroep niet uitoefenen. Je kwam als horige, zoals iemand uit het volk heette, nooit in  de privévertrekken van de Koning. Alleen als bediende. Een edelman die was gekwalificeerd om de koninklijke billen af te vegen met een vochtige lap mocht deze smerige handeling doen.  De billenveger kreeg de naam Groom of the Stool. Stool betekent in het Engels: ‘Ontlasting.’ Als de koning een zekere aandrang voelde, zat hij in gehurkte toestand.  Na zijn behoefte  te hebben gedaan, veegde de edelman zijn billen schoon met een vochtige lap.

Sanitair kende men nog niet. Het kwam ook voor dat een kasteelheer en  zijn gezin met bloten billen plaatsnamen in een nis in de kasteelmuur. In deze nis zat een gat, waardoor de ontlasting, als er goed werd gemikt,  in de slotgracht viel. Uit de slotgracht van het kasteel werd weer water getapt voor drink- en waswater. Ook kregen de paarden en dieren dit water te drinken. Het was toentertijd niet anders, men moest wel.

Het was niet verwonderlijk dat in die tijd er verschillende ziektes de kop op staken, zoals Tyfus. Een riool kende men nog niet. De horigen, zoals het volk werd genoemd deden hun behoefte in het bos of elders in de natuur. Eeuwen later deed de pispot zijn intrede en gooide het volk de uitwerpselen met toebehoren op straat of uit het bovenste raam. Menige voorbijganger zal niet erg blij zijn geweest.

Later in de tijd kwam er een zogenaamde kakstoel voor de elite. Een houten kist voorzien van pluche met daarop een deksel om de stank te verdoezelen. In de kist lag een schaal. Al snel volgden de andere Koningshuizen om een billenveger in dienst te nemen en daarna een kakstoel aan te schaffen. De laatste Engelse hertog die als billenveger werkte was James Hamilton, de hertog van Abercorn tot het einde van de 18e eeuw.  In onze tijd kan men nu met een gerust hart een koele dronk nemen uit de kraan, om dit bekakte verhaal weg te spoelen. ‘Proost!’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s