Kranten pad

De jaren ’60.

Mijn moeder was een vlijtige huisvrouw. Altijd was ze aan de schoonmaak. Voordat vader thuiskwam van zijn werk en wij van school glom alles als een spiegel. Als jong meisje wist ik wanneer er weer werklui het huis zouden opknappen en dat gold ook voor de kolenhandelaar die om de paar weken steenkool leverde voor de kachel. Ze legde steevast kranten neer op plekken waar de werklui moesten werken. Voor de kolenhandelaar legde ze vanaf de voordeur tot aan de tuindeur kranten neer. Voor de met steenkool besmeurde schoenen was ze beducht. Ze moest er niet aan denken dat haar vloerbedekking besmeurd zou worden.

Op een zekere dag kwam de kolenhandelaar aan de deur. Samen met zijn broer droegen ze elk 70 kilo aan kolen naar binnen. Naast hun kleding waren hun gezichten zwart van de vette steenkool. Vaak lachte ze naar mij, waardoor ik hun witte tanden zag. Via de lange gang, door de keuken liepen ze richting de tuin. Daar deponeerden ze de steenkool in een grote houten kist die mijn vader ooit had gemaakt.

Zodra de mannen weer waren vertrokken sprokkelde ze de nog schone kranten bij elkaar en verdwenen de besmeurde in de asemmer. Er werd in die tijd veel met kranten gedaan en niet alleen bij ons thuis. Ondanks haar leeftijd klom mijn oma op de huishoudtrap om kranten neer te leggen bovenop de schoongemaakte keukenkasten. Even daarvoor had ze de kranten zodanig uitgeknipt dat geen buitenstaander kon zien dat er bovenop de keukenkasten kranten lagen. Ik vond het maar een heel gedoe met die kranten.

Toen ik op mijzelf ging wonen heb ik het idee van oma weleens toegepast. Het werkt erg goed, vooral bij het zien dat zo’n krant veel vuil en stof opvangt. Aan het kranten pad van mijn moeder ben ik nooit begonnen omdat er vandaag de dag betere middelen zijn om de vloeren mee te bedekken. Toch is een krant door de tijden heen een handig hulpmiddel geweest. Om de aardappelschillen of verwelkte bloemen er in te verpakken.

Advertenties

MH-17

MH-17

Ooit sprak men je naam,

die nu als een herinnering blijft bestaan.

Een tragedie die nooit wordt vergeten.

Op de koffie.

Samen zitten mijn man en ik aan een kopje koffie bij een Zweedse meubelketen.

‘Kijk nou dan?’, zeg ik tegen hem. Daar loopt die man weer met een blad vol met koffie. Dat is nou al de derde keer dat hij langs onze tafel loopt.

‘Hoe lang zitten wij hier nu eigenlijk?’ vraag ik weer.

‘Drie kwartier!’, mompelt hij.

Ik draai mij om en kijk naar het koffiezetapparaat waar een aardige rij met mensen staat te wachten om hun koffie te tappen. Daarboven hangt een bord met de tekst: ‘Gratis een tweede kopje koffie.’

Ik kijk weer voor mij uit en zie dat de man het blad met koffie neerzet op een tafel waar zes personen zitten.

‘Dit gaat alle fatsoensnormen te boven!’, zeg ik.

‘Let er toch niet op!’, zegt mijn man licht geïrriteerd.

‘Met deze zes erbij zijn dat 12 kopjes koffie die ze hebben opgedronken.’

‘Zo te zien zijn het ouderen die deze zaak als een trekpleister zien en gratis koffie komen drinken. Waarschijnlijk doen ze dit meer, heb ik een vermoeden.’

‘Wil jij eigenlijk nog een tweede kopje koffie drinken?’, vraagt hij aan mij.

‘Nee, dank je, ik heb er aan één genoeg.’

‘Ik lust er nog wel een.’

‘Met jouw kopje koffie erbij worden het er dan in totaal 13 stuks!’, zeg ik nu gekscherend.

Aan zijn lichaamstaal merk ik op, dat mijn opmerking hem in het verkeerde keelgat is geschoten. Ik neem nog een slokje van mijn inmiddels koud geworden koffie.  koffie-tweede-gratis-286x239