Code Oranje

Het was de dag na Pinksteren van dat jaar. Ook vandaag werd er, net als de dag ervoor, code Oranje afgegeven door het KNMI voor een gedeelte van het land. In sommige provincies was het weer slecht, tot zeer slecht. In onze omgeving hadden wij geen last van storm en regen. Het weer was broeierig. Mijn man opperde om de koelte op te zoeken en te gaan varen. Nadat mijn gezin voor een vaartocht met een kano waren vertrokken, bleef ik thuis, nam plaats op een tuinstoel en genoot van de rust.

Bij thuiskomst vertelde mijn man en dochter dat ze het naar hun zin hadden gehad met de vaartocht. Er was geen regenbui gevallen, ondanks de lucht na verloop van tijd steeds grijzer werd. Op een paar mensen na was er vrijwel niemand op het water. Ik had intussen een pastaschotel gemaakt en namen plaats in de tuin. Na verloop van tijd begon het onverwachts te motregenen en gingen wij, voor alle zekerheid, met bord en al naar binnen. Tijdens het acht uur journaal, waar volgens de weerman in sommige provincies het slechte weer behoorlijk parten speelde, waren wij in onze omgeving de dans ontsprongen, of was ik te voorbarig geweest met mijn conclusie.

Na het avondnieuws was de motregen verdwenen en namen wij weer plaats in de tuin tot bijna middernacht. Er stond nog steeds geen zuchtje wind. Eenmaal in bed kon ik, door de warmte, de slaap niet vatten. In de slaapkamer was het behoorlijk benauwd. Uiteindelijk viel ik van vermoeidheid in slaap en werd ik wakker op het moment dat de lamellen die voor de ramen hingen, hevig begonnen te klapperen. Snel deed ik één van de ramen dicht en keek op mijn wekker. Het was halverwege middernacht. Vrijwel direct begon het plotseling hevig te waaien en te stortregenen. ‘Daar zal je het hebben! mompelde ik.’ Ik keek op zij en zag dat mijn man heerlijk lag te slapen. In de verte hoorde ik het onweer dichterbij komen. Bliksemschichten schoten als vuurpijlen door de gitzwarte lucht.

Ik kroop weer in bed en werd kort daarna weer wakker. Ik ging op de rand van mijn bed zitten en voelde mij moe. Die hazenslaapjes hadden mij niet goed gedaan. Op een zeker moment stond ik weer voor het raam te kijken en hoorde door de wind en regen een merel zingen. Altijd zijn merels de eerste van andere soortgenoten die hun deuntje op de vroege ochtend laten horen. Het verbaasde mij, dat de vogel ondanks het slechte weer, op z’n dooie gemak aan het zingen was op de dakrand van de overburen. Zijn gezang kwam zelfs boven het geloei van de wind uit. Net op het moment dat ik mij afvroeg, waarom de merel geen bescherming zocht, vloog hij richting een paar bomen aan de andere kant van het water. Ik rilde en dook mijn bed weer in, waar ik de merel alsnog hoorde zingen en uiteindelijk in slaap viel. ‘Wat ben jij een slaapkop,? zei mijn man, toen hij mij om 8.30 uur wekte. Met half dichtgeknepen ogen gaf ik geen antwoord op zijn vraag. Hij moest eens weten. Code Oranje was vannacht aan hem voorbij gegaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s