De beslissing

De dag is eindelijk aangebroken. Het is weekend. Ze besluit dat ze zo dadelijk weg gaat. Haar ouders komen haar helpen, samen met vrienden. Bij haar ouders gaat ze wonen. Ver hier vandaan. Ze neemt de benodigde dingen mee. Kleding, persoonlijke spullen en wat huisraad. Het meubilair laat ze staan.

De omgeving is prachtig waar ze woont. Veel groen en waterpartijen. Het huurappartement is gezellig ingericht. Toch hangt er sinds een paar maanden een kille sfeer. Het ligt niet aan haar dat het thuis ongezellig is. Ze houd van gezelligheid en een goed gesprek. Haar leven bestaat uit hard werken. Er is nog iemand in huis. Het is een schim die werkschuw is. Regelmatig verandert hij van werk. Hij houd van zijn vrijheid zegt hij, kort nadat ze met hem gaat samenwonen, tegen haar. Er is bijna geen conversatie. Ze ontmoet hem één jaar geleden via een contactadvertentie. Hij is haar eerste date. Het klikt. Bij de kennismaking is hij erg voorkomend tegen haar, dat weet ze nog goed. Hij vertelt haar dat hij een top-baan heeft. Vader waarschuwt haar. Hij is een praatjesmaker. Ze slaat zijn raad in de wind. Vrij snel gaat ze met hem samenwonen. Blind door de liefde zit ze nu in de problemen. Regelmatig verdwijnt hij als een dief in de nacht in één van de kamers van het huis. Avonden achter elkaar praat hij door een microfoon die in verbinding staat met zendapparatuur. Met allerlei mensen van over de hele wereld.

Ze voelt zich al maanden alleen. Ze praat met hem over deze kwestie. Het valt haar op dat hij niet luistert. Waarom praat je niet met mij? vraagt ze. Hij antwoordt niet. Hij hoort haar niet binnen komen als ze zijn koffie brengt en leeft in zijn eigen wereld. Nu is ze het zat. Ze voelt zich als een voetveeg. Zo dadelijk vertrekt ze, de vrijheid tegemoet. Gisterenavond dronk hij samen met vrienden een krat bier op. Bij het naar bed gaan viel hij als een blok in slaap. Ze tracht hem vanmorgen wakker te maken. Zonder resultaat. Dit is haar kans. De adrenaline giert door haar lijf.

Sneller dan verwacht staan haar ouders en vrienden voor haar deur. Terloops kijkt ze weer door de ruit van de slaapkamerdeur of hij nog slaapt. Stel je voor dat hij wakker wordt? Ze rilt. Daar moet ze niet aan denken. Met z’n allen starten ze meteen met inpakken. Ze vult vuilniszakken met huisraad, schoeisel en kleding. De tijd dringt. Nu moet ze haast maken. Even denkt ze aan die contactadvertentie van toen: ‘Jongeman, 32 jaar, charmant, houd van gezelligheid, is sportief, heeft diverse hobby’s.’ Ze is voor zijn mooie woorden gevallen. Hij doet zich mooier voor dan hij daadwerkelijk is. Charmant naar de buitenwereld toe. Thuis leeft hij als een kluizenaar. Sportief is hij zeker niet, eerder lui. Ook is hij onberekenbaar. ‘Ik vermoord je als je bij mij weggaat!’ zei hij op een dag tegen haar. Ze is bang voor hem. Steeds stelt ze uit dat ze bij hem weg wil. Vandaag is het háár dag. Ze steekt de reserve huissleutel in de voordeur en stapt snel naar buiten. De buitenlucht doet haar goed. Haar ouders en vrienden lopen mee in haar kielzog.

Het is een paar dagen later. Ze weet dat hij komt. Er was geen andere optie dan bij haar ouders te logeren. Een paar keer belt hij aan hun deur. Hij is agressief en scheldt. Ze belt de politie. Hij gaat mee naar het bureau. Twee dagen later staat hij er weer. Na één telefoontje aan de politie gaat hij weer mee. Weer gaat hij de cel in. Ze bespreekt met een advocaat wat te doen? Er volgt een rechtszaak. De rechter stelt een straatverbod voor hem op. Toch kent ze geen rust. Uiteindelijk besluit ze met haar ouders te verhuizen naar een andere provincie. Bij de plaatselijke gemeente vraagt ze een ‘adres geheimhouding’ aan. Gelukkig heeft ze hem nooit meer gezien.

 

 

Gemma van Etten

Advertenties

Monoloog van Hofstede De Weidse Blik in Slochteren

Ooit was ik een respectabele hofstede, gebouwd in 1848, aan de rand van Slochteren. Een welgestelde boer en zijn vrouw hadden mijn eerste steen gelegd. Een grijze steen met daarop de tekst: de eerste steen gelegd door Klaas Blik, anno 1848. Mijn pand was groot. Na hun dood werd ik gekocht door een monter stel uit het Westen van het land die van mij een hotel wilde maken. Mijn interieur werd rigoureus aangepakt. Toeristen logeerden er voor hun rust en het weidse landschap. Er heb veel mensen zien komen en zien gaan.

Op een zekere dag kwam er vreemd bezoek. Ik weet het nog goed. Mannen met helmen op hun hoofd. Ze kwamen voor een gesprek met de inmiddels afgetreden burgemeester van Gasteren. De mannen bleken werknemers te zijn van de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij). Er werd besloten om een deel van de weidse polder te gebruiken om gas te boren. Dat deel van de polder heette het Groningen gasveld. De rust was verdwenen toen er een paar transporten bij mij voorbij kwamen met groot materieel. Een boorinstallatie van dertig meter passeerde mijn hofstede. De volgende dag was men bezig om de boorinstallatie te installeren. Het duurde een hele tijd voordat de bouw daarvan klaar was. Door de geluidsoverlast die de werkzaamheden met zich meebrachten, bleven veel gasten weg.

Het grote gascomplex stond bijna in mijn achtertuin. Toen het nog niet was gebouwd, viel ik op door mijn statige uitstraling. Nu stond er een onooglijke installatie die de polder ontsiert. Het ergste vond ik nog dat mijn naam niet meer toepasselijk was. Er waren gasten die het gasveld desastreus vonden voor de polder, de ander had er geen moeite mee en vond de noodzaak er van belangrijker.

Op een dag schudde de aarde op zijn grondvesten. Mijn ramen rinkelden. Even voelde ik een trilling. Vrijwel daarna ontstond een schokkende beweging. Het leek wel of de voegen bijna uit mijn metselwerk vielen. Toen, na een paar minuten, de rust was teruggekeerd bleek mijn gevel nog in tact te zijn. Naast de gasten die bij mij logeerden, had ik ook een aantal vaste bewoners. Een stel tortelduiven die een deel van mijn dakgoot hadden ingenomen als hun verblijfplaats, de rode huiskater en de poedel van de eigenaren. De oude poedel, die ze Max noemde was bijna zijn gekrulde vacht verloren door ouderdom. Ook een paar veldmuizen hadden in een spleet van mijn rode metselwerk een verblijfplaats gevonden.

De zomer was in aantocht. Enkele mensen zaten in mijn tuin te genieten van de zon. De rode kater lag buiten op een muur die vastgemetseld was aan de zijkant van mijn gevel. Onverwachts begon mijn fundering te trillen, gevolg door twee schokken. Twee van mijn ruiten aan de voorzijde sneuvelden. De rode kater sprong van schrik van zijn plek af en verdween onder de ronde tuintafel. Weer begon de fundering te schudden. Heviger dan even daarvoor. Ik zag dat de tortelduiven wegvlogen vanaf de dakgoot naar de berkenboom die naast het grindpad stond. Iedereen die aanwezig was alsook mijn eigenaars rende naar buiten en lieten mijn eiken deur open staan. Mijn gevel zwiepte heen en weer. Eén voor één vielen er een paar rode bakstenen uit. Ik kraakte aan alle kanten, zelfs mijn  dakspanten. Enkele zwarte dakpannen gleden van mijn dak af en vielen kapot op de kinderhoofdjes.

Ik was nu helemaal alleen. Door de schade bood ik geen bescherming meer aan mijn eigenaren en de gasten. Mijzelf kon ik ook niet beschermen. Er werd met mij gesold. Poedel Max was zijn baasjes achterna gerend. Uitgeput lag hij aan het einde van de grasmat.

Plotseling was er een hevig gekraak. Ter hoogte van mijn entree barste een gedeelte van mijn gevel open. Er was een grote scheur ontstaan die vanaf het kelderluik naar de nok van het dak liep. De dakgoot brak door midden en hing verticaal voor mijn linker raam te bungelen. Ook hoorde ik een piepend geluid. De muizenfamilie had als allerlaatste hun verblijfplaats verlaten. Nadat de beving tot stilstand was gekomen, kwam er niemand meer terug. Ook mijn  dierenvrienden niet.

Ik voelde mij radeloos. Mijn image was verloren gegaan. Ik stond scheef. Hoelang kon ik mij nog staande houden?

De volgende ochtend hoorde ik sirenes. De brandweer met een ladderwagen, een politieauto en de voor mij bekende zwarte Jeep kwamen aanrijden. Mijn eigenaren stapte uit hun Jeep en bleven op bevel van de politie, op veilige afstand van mij staan.

‘Wat verschrikkelijk dat ons mooie hotel is verzakt, hoorde ik ze zeggen. De gevel staat helemaal scheef. Enkele sponningen van de ramen zijn gescheurd.’

‘De gevel zal gestut moeten worden met stalen palen, mompelde één van de brandweermannen. De voordeur en de ramen moeten nu ter plekke worden dichtgetimmerd, zei één van de politie agenten en belde een telefoonnummer. Hier kan voorlopig niemand meer wonen.

‘Zouden wij ons hotel ooit nog kunnen verbouwen? zei de eigenaresse.’

‘Dat gaat ons een smak geld kosten vrouw. Wij proberen de schade te verhalen bij de NAM. Door gaswinning ontstonden de laatste tijd meer aardbevingen, aldus de berichten uit de media. De aardbeving van gisteren had een magnitude van 5.0 op de Schaal van Richter. Dit was een behoorlijk zware beving. In de hele omtrek zijn er veel woningen en gebouwen beschadigd.

‘Waar is onze rode kater eigenlijk? vroeg ze weer.’

‘Die komt wel weer terug, zei hij.

Nadat alles was dichtgetimmerd vertrokken ze weer met de Jeep.

Zou ik mijn eigenaren nog terugzien vroeg ik mij af?

In de late avond zag ik dat de rode kater weer was terug gekomen. Hij besnuffelde mij. Zo te zien was hij, net als ik, zijn huis kwijt.

De volgende dag werd hij gevonden door de eigenaren en ze namen hem mee. Ook mijn ziel, de grijze steen met mijn geboortejaar erop werd meegenomen. Die steen bewaren wij als een herinnering aan de hofstede, zei ze tegen hem, voordat ze instapte in hun Jeep.

Wie bekommerde zich om mij?

Na weken hoorde ik onverwachts een getimmer op mijn eiken deur. Ik kreeg een aftandse plank met een geschilderde tekst er op, waarvan de rode verf nog nat was.

Ziezo, mompelde de man toen hij klaar was: ‘Onbewoonbaar verklaard pand.’

Als laatste liet ik van schrik mijn koperen deurklopper vallen.

Over de grens

 

Per 1 januari 2015 mag er géén schadelijke flora en fauna meer worden ingevoerd, gehouden of gefokt, aldus de media.

Heeft u toevallig een sier- of roodwangschildpad gekocht om in uw vijver te laten zwemmen, realiseer u dan ook, dat deze kleine exoten na verloop van tijd een behoorlijke omvang krijgen. Onnatuurlijk en zelfs strafbaar is het om zo’n schattig baby schildpadje door te spoelen door de toilet, dat helaas vaker voorkomt dan men denkt. Het inwoneraantal wordt in uw stad of dorp opeens verdubbeld.

Ook is er de rossige stekelstaart, een eenden soort met een prachtige rode veren jas die moet verdwijnen, samen met een aantal typen eekhoorns, te weten: ‘de grijze, zwarte en vos eekhoorn.’ Deze eekhoorns vormen een ernstige bedreiging voor hun inheemse soortgenoot de rode eekhoorn, die in ons land reeds jaren is gesetteld.

Volgens insiders is de grootste boosdoener de ‘Pallas eekhoorn. Eind jaren ’90 ontsnapten er waarschijnlijk een paar uit een dierenwinkel. Als ik dit lees gaan bij mij de alarmbellen rinkelen. Misschien gaven de eekhoorns zoveel overlast, dat de dierenwinkelier én passant de deurtjes van de kooien heeft opengezet.

Deze ontsnapte exemplaren knagen nu continue aan PVC buizen en elektriciteitskabels van woningen. Lastig, als je net je favoriete TV programma zit te kijken en de uitzending plotseling uitvalt. Alhoewel, soapprogramma’s mogen van mij verdwijnen en mag zo’n Pallas eekhoorn de kabel wel doorknagen. Deze soft programma’s staan veraf van de realiteit van het leven.

Ook exotische planten, zoals de grote waternavelplant, de kleine waterteunisbloem en de hydrilla, waarvan ik de laatste niet kan thuisbrengen, worden aan banden gelegd. Dat moet gebeuren omdat ze allen woekeren alsof het een lieve lust is. Met de Rotterdamse haven en Schiphol komt ons land relatief vaak in contact met al deze voornoemde dieren exoten. Ze worden ingevoerd, ontsnappen of worden expres losgelaten. Toch mogen particulieren deze dieren blijven houden totdat ze een natuurlijke dood sterven.

In de loop der jaren hebben heel wat exoten zich hier goed weten te vestigen, zoals de bekende ‘muskusrat’ die een eeuw geleden vanuit Noord Amerika in Europa terechtkwam. Dat geschiedde door dat een Tsjechische landheer een schattig muskusrat stelletje had uitgezet, met als gevolg dat hun nazaten inmiddels vrijwel overal de Nederlandse dijken ondermijnen.

Maar zeg toch zelf: ‘u wilt toch ook niet wakker worden door een steek van een tijger mug of door een Amerikaanse brulkikker onder uw slaapkamerraam?’

Taalkronkels

 

 

‘Ben je nou weer aan het roeptoeteren over het woord Selfie?’, vraag ik aan mijn vriendin Lea die bij mij op visite is en net een slok van haar koffie wil nemen.

‘Over twee weken is het jaar 2014 weer om; het is dan 150 jaar geleden dat Uitgeverij Van Dale het Nieuwe Woordenboek der Nederlandsche Taal introduceerde. Er wordt ook een jubileumboek uitgegeven. Ik ben benieuwd wat voor vreemde, nieuwe woorden de revue zullen passeren in dat jaar, zegt ze.’

‘Niet alles wordt gepubliceerd in Van Dale’, Lea.

‘Het moet niet gekker worden Suus. Door een wedstrijd, uitgeschreven door Van Dale, is Selfie, het woord van dit jaar geworden volgens de nieuwsberichten.’

‘Toen ik het woord Selfie in de krant las, dacht ik meteen aan: ‘op mijzelf zijn.’ Waarom weet ik eigenlijk niet, het kwam spontaan op in mijn gedachte. Maar niets is minder waar. ‘Selfie staat voor de met een Smartphone gemaakt zelfportret, heb ik gehoord.’

‘Laten wij eens een spelletje doen met taal? roept Lea opeens.’

Dat lijkt mij leuk Lea. Gelijktijdig herinner ik mij een vreemd woord en vraag aan haar: ‘Wil je bij je koffie een plak arretjescake of een krakeling?

‘Arretjescake, wat is dat voor iets?’

‘Eén van de nieuwe woorden Lea, je wil toch een taalspelletje doen meid?’

‘Waarom spreek je niet je moerstaal Suus, in plaats van mengelwerk, giert ze opeens van het lachen.

‘Doe mij maar toch maar een krakeling?’

‘Begin nou niet te Hakketakken: Lea. Zullen wij eens een verzameling bijzondere woorden boekstaven uit van Dale?’ Ik sta op van mijn canapé en pak uit de grenen boekenkast twee van de drie woordenboeken Van Dale.

‘Ik begrijp best, dat ze de woordenboeken de Dikke van Dale hebben genoemd. Ik sjouw mij een bult. Als ik mij niet vergis hadden de eerste twee drukken al een omvang van 1.400 pagina’s, laat staan de exemplaren van vandaag de dag. Ongetwijfeld zou in zijn tijd hoofdonderwijzer Johan Hendrik Van Dale, tijdens het bewerken van zijn Nieuwe Woordenboek der Nederlandsche Taal van de auteurs I.M. en N.S. Calisch uit 1864, nieuwe woorden hebben toegevoegd. Sommige woorden en uitdrukkingen zijn al verouderd. ‘Jammer hé!’

‘Dat kan wel zijn Suus, ik krijg geen bonding met woorden die mij vreemd in de oren klinken. Kijk bijvoorbeeld eens naar het woord: Swag?’

‘Laat mij raden meid: Swag klinkt als een persoon die in elkaar gezakt zit, net zoals een zoutzak!’

‘Fout Suus!’ buldert ze van het lachen. Leuk gevonden trouwens. Het is iemand die juist een Coole houding aanneemt.’

‘Sorry hoor, dat had ik er niet achter gezocht. Het woord klinkt verre van Cool. Ik zal het eens factchecken!’

De hilarische middag verstrijkt en moeten wij lachen om deze nieuwe woorden. Intussen vraag ik mij af of de meeste nieuwe woorden wél of niet gebruikt zullen worden het komende jaar.

Opeens staat Lea op en zegt: ‘het is genoeg geweest met ons woordenspel, tijd om naar huis te gaan.’

Ze pakt nog een krakeling van de koekschaal, roept iets onverstaanbaars voor mij en stapt de voordeur uit.

Het wordt tijd dat ik een elektronisch woordenboek van uitgeverij Van Dale aanschaf, mompel ik als ik de twee zware woordenboeken weer terugzet naast het derde exemplaar in de boekenkast. Ik heb zeker bonding met mijn taal al blijven sommige woorden rare taalkronkels.

 

 

 

Verloren verlangen

Hoopvol was hij weggegaan om haar te ontmoeten en te zorgen om op tijd op het Centraal Station van Leiden te zijn. Hij had om 13.30 uur met haar afgesproken op perron 2. In de hal van het station had hij bij een bloemenkiosk rozen gekocht. Van rozen hielden de meeste vrouwen wel van. Om niet te overdrijven had hij er drie gekocht. Het was zijn eerste date met Sonja. Hij had via een datingsite contact met haar gezocht. Haar naam klonk als muziek in zijn oren. Op een zaterdagmiddag had hij zijn laptop gepakt en bezocht voor de allereerste keer een datingsite. Het viel niet mee om een type vrouw te vinden die het beste bij hem zou kunnen passen. Er was behoorlijk veel aanbod. Allerlei types zag hij op het scherm. De vrouw die hij zocht moest het liefst jonger zijn had hij als eis gesteld. 26 jaar was hij inmiddels en nog steeds vrijgezel. Hij had weleens meisjes ontmoet, maar hield al snel deze relaties voor gezien. Op de één of andere manier verloren de dames steeds zijn interesse. Hij wist de reden wel. Hij zag het als een sport een meisje te veroveren en zodra hij zijn prooi binnen had, verloor hij zijn interesse.

Na een avondje stappen met vrienden, ging hij weer alleen naar huis. De avond was gezellig geweest. Enkele van zijn vrienden hadden inmiddels een vaste relatie. Het was hem opgevallen, dat zijn aanwezigheid niet altijd op prijs werd gesteld bij enkele relaties van zijn vrienden. Ooit had een vriend tegen hem gezegd: ‘je bent te kritisch Sebastian, vroeg of laat keert het lot zich tegen jou.’ Hij had het commentaar weggewuifd en geantwoord: ‘dat zijn tijd wel komen zou.’

Hij had nu een uurtje de site bekeken. Er waren leuke vrouwen bij, maar qua leeftijd te oud, sommigen gescheiden of hadden kinderen. Daar was hij niet naar op zoek. Hij scrolde met zijn muis van zijn laptop naar beneden en zag opeens een foto verschijnen van een vrouw die een kort, rossig kapsel had. Ze had grote donkerbruine ogen in haar knappe gezicht. Desondanks lachte ze niet en keek ietwat droevig uit haar ogen. Toch integreerde haar gezicht hem. Hij vroeg zich af hoe ze heette? Sonja Hage, las hij. 24 jaar oud, vrijgezel, studeert pedagogie. Haar hobby’s: stijldansen en watersport. Ze schreef dat ze sinds één jaar haar hobby’s niet meer kon uitoefenen. Ze zou deze kwestie bij een eventuele kennismaking toelichten.

Die laatste regel wekte zijn nieuwsgierigheid. Wat zou de reden zijn dat ze haar hobby’s niet meer kon uitoefenen? Hij las haar karaktereigenschappen: een doorzetter, lief en geduldig. Deze laatste karaktereigenschap had hij zeker niet. Hij was het ongeduldige type, wilde graag de dingen naar zijn hand zetten en was snel verveeld. Tot heden had hij geen vrouw gevonden waar hij zijn leven mee wilde delen. Hij wist dat hij deze nadelige karaktereigenschappen had, maar ook een paar positieve, zoals behulpzaamheid, trouw aan zijn vrienden en hij legde gemakkelijk contacten. Hij had een goede baan als accountant en sinds één jaar een leuk appartement gekocht in de buurt van het centrum van Leiden zijn geboortestad.

Sonja kwam uit Haarlem las hij verder. Zijn interesse was gewekt en hij nam via de site contact met haar op. Op zondagochtend had ze gereageerd. Er volgde over en weer gesprekken en emailberichten.

Ze repte tijdens al deze gesprekken niet over de kwestie waarom haar hobby’s op een laag pitje stonden. Alles spookte door zijn hoofd. Zou ze ziek zijn, invalide of was er een andere reden? Hij moest geduld hebben. Wat had ze ook weer in haar personalia geschreven: ‘ze zou een toelichting geven bij een eventuele ontmoeting.’ Ondanks alles wilde hij haar graag ontmoeten. De dag was aangebroken om elkaar te ontmoeten. Twee dagen van te voren had ze met hem afgesproken dat ze met de trein naar Leiden zou komen. Ze wilde hem graag ontmoeten.

‘Ik draag een zwarte pet en heb rode rozen bij mij had hij haar verteld. Hij zou op het perron op haar wachten.

De avond voor de kennismaking lag hij op zijn groen leren tweezitsbank. Hoe zou ze daadwerkelijk zijn. Ze was aantrekkelijk om te zien. Hij kon zijn ogen niet van haar foto afhouden. Waarom was hij toch zo’n ongeduldig type en wilde hij altijd alles weten. Een spontane ontmoeting was toch de bedoeling? Het werd hem allemaal even teveel. Zou hij haar op de valreep alsnog vragen wat haar geheim was? Hij moest het weten, alvorens ze met de trein naar hem toe zou komen. Hij stond op van de zitbank, ging zitten aan de grenen eetkamertafel en belde haar op met zijn Gsm die op tafel lag. De gesprekken liepen in eerste instantie vlot.

‘Tot morgen Sebastian hoorde hij haar zeggen, het is al laat.’

Onverwachts viel hij haar in de reden en zonder er goed over na te denken vroeg hij aan haar waarom ze haar hobby’s niet meer kon uitoefenen? Er viel een paar seconden een stilte tussen hen. Meteen had hij spijt dat hij het aan haar had gevraagd. ‘Waarom heb je geen geduld Sebastian?’ Gelijktijdig werd het telefonisch contact verbroken. Zou hij haar terugbellen? De situatie voelde opeens niet goed meer. Later op de avond in zijn bed kon hij de slaap niet vatten. Wat had hij gedaan? Zou het lot zich nu tegen hem keren, zoals een vriend hem ooit voorspelde? Ze had hem tenslotte beloofd om te komen. Ze leek hem wel een type die zich aan haar woord hield.

Nu zat hij hier op een kille bank op het station. De afgesproken tijd was inmiddels vervlogen. Het was inmiddels al 14.20 uur. Een onzeker gevoel maakte zich van hem meester. Er waren al twee treinen gestopt. Ze had hem nog verteld dat ze een rode handtas bij zich droeg. Het was een komen en gaan van mensen maar Sonja was niet in zicht. Er bekroop hem een ongemakkelijk gevoel en kneep onverwachts in de stelen van de rozen. Een doorn prikte in de muis van zijn hand. Er verschenen wat druppels bloed zag hij. Hij likte aan zijn hand en liet de rozen naar beneden hangen. Zijn gedachten dwaalden af. Zijn karakter was het dilemma. Hij was te ongeduldig, te kritisch naar vrouwen en nam ze vaak niet serieus. Sonja kwam niet meer had hij het gevoel. Het had geen zin om haar te bellen. Zij had hem de ogen geopend en hem nu aan de kant gezet.

Hoe anders had het kunnen lopen als hij niet zo nieuwsgierig en ongeduldig was geweest. Intussen was het schemerig geworden. Wat deed hij hier nu nog op het verlaten perron. Bij het opstaan van de stalen bank liep hij naar de dichtstbijzijnde prullenbak die aan een paal bevestigd zat en deponeerden de rozen erin. In gedachten liep hij de trap af naar beneden. Al het verlangen naar Sonja was definitief verloren gegaan. Toch was er nog iets positiefs: Zij had hem zijn ogen geopend.

Gedachte

Het leven is als een trage pelgrimstocht naar de dood

en wrikt ons soms hevig uit het lood

dan tasten onze ogen naar het zonlicht

en keren wij ons om in een gedicht.

 

Opa

 

 

Mank door een ongeluk

één arm moest het ontgelden

een lege mouw

in jouw colbert

ondanks je gebrek

was niets jou te gek

altijd aan het werk

dat maakte je sterk

de jaren ’30 traden in

werkloosheid voor velen

ook voor jouw gezin

 

Opnieuw verdriet

je oudste kind

stierf

vier jaar oud

door de tram geschept

op jouw verjaardag

bovendien

niemand had het

kind gezien.

 

 

Een passant

Op een dag

in de trein naar huis

zag ik je staan

en was met jou begaan

je voelde je niet thuis

reizigers stonden in de rij

door jouw vragen

voelde men zich niet blij

uit onze coupé

verdween iedereen

je was met mij alleen

ik keek je aan

zag een traan

je mompelde ik ben niet gek

ik wil alleen een goed gesprek.

Stress

Mensen kennen rust nog duur

van de ochtend tot het late uur

loopt men zich voorbij

als zielsverwanten in de rij

leef niet gespannen

in deze gejaagde tijd

anders zal stress je doen verlammen.