Flower Power.

imagesCAXH26GAFLOWER POWER

Na de conservatieve tijd van de jaren 1940 en 1950 brak er een tijd aan van verandering. Kleding onderging een metamorfose. Geen grijs-, bruin- en groentinten meer, althans niet voor de jeugd. Stijve korsetten voor de vrouw van middelbare leeftijd en gesteven boorden voor de man verdwenen langzaam uit beeld. Er kwam rond eind jaren ’60 tot en met de jaren ’70 een kleurenexplosie van kleding op de markt, dat ook werd doorgezet in kunst, vormgeving, huishoudelijke attributen en zelfs in het interieur. Een gebloemd overgordijn in de woonkamer was toen niet vreemd. Peperdure boetieks deden hun intreden, naast de grote warenhuizen, waarvan de laatsten voordeliger waren in hun prijzen. Vooral bloemenprints waren favoriet.

De Flower Powertijd was aangebroken. Deze term had ook een achterliggende gedachte. Bloemen werden het symbool van onder andere vreedzame protesten. Er werden door groepen jongeren leuzen geroepen van: ‘Weg met het conservatisme, liever vrijheid en blijheid, baas in eigen buik.’ Er werd geëxperimenteerd met drugs en seksualiteit. Parken en pleinen werden het domein van progressief denkende jongeren, waarvan sommige jongens hun tweedelig kostuum in de wilgen hingen en met ontbloot bovenlijf op een gitaar in de open lucht zaten te spelen. Jonge vrouwen met ontblootte borsten zongen luidkeels mee en maakte een rondedansje. Hippies, een beweging met losbandige uitspattingen kwamen aan het firmament. Vooral vrouwen droegen bontgekleurde kleding, waarvan bloemenprints hun voorkeur had. Ook droegen ze bloemen in hun lange haar. Sommige ouderen in de samenleving namen aanstoot aan al die losbandige uitspattingen en riepen er schande van.

Er kwamen zogenaamde jeugdhonken waar de jeugd samen kwam. Brommers met hoge sturen die Puchs werden genoemd. Een andere populaire brommer was van het merk: Kreidler die in de grote stad een ‘buikschuiver’ werd genoemd, omdat het stuur lager was dan die van de Puch.

Het zou begin jaren ’70 zijn geweest, dat ik op een zaterdagochtend aan mijn moeder vroeg om met mij te gaan winkelen in het centrum van de stad?

‘Ik heb een leuke, korte jurk gezien met grote gekleurde bloemen. De jurk heeft een lange rits aan de voorzijde compleet met een ronde gekleurde ring. Een week geleden zag ik hem al hangen.’

Mijn moeder die net met haar handen in het sop bezig was om de afwas van de lunch af te wassen, zei: ‘je moet toch even geduld hebben, als ik klaar ben ga ik met je mee.’

Eigenlijk was het mijn bedoeling om met mijn vriend Gerard, die ik twee jaar kende, naar de stad te gaan. Omdat het een paar weken voor Kerst was, moest hij zijn broer helpen met het maken van kerststukken voor zijn bloemenwinkel. De week daarop hadden wij afgesproken om naar een dancing te gaan in Scheveningen. De Golden Earring gaven een concert in Palladium aan de boulevard. Dit gebouw had maar liefst drie podia waar diverse artiesten regelmatig optraden.

Samen met moeder en mijn zusje stapte wij die middag op de tram. Vader bleef thuis. Het was een paar dagen na Sinterklaas. De tram passeerde de grote etalages van de warenhuizen. Een enkele etaleur was al bezig om een levensgrote Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten te vervangen door een kerstboom die nog voor zijn voeten in de etalage lag. Het vroor buiten en op straat lagen er nog restanten sneeuw. Ter hoogte van de Bijenkorf stapten wij uit de tram en gingen het warenhuis binnen. Een behagelijke warmte kwam mij tegemoet, of kwam het door de mensenmassa die aanwezig waren.

‘Zou hij er nog hangen mam?, vroeg ik weer.’

‘Waar heb je die jurk dan gezien?’

‘Op de eerste etage, ergens aan de rechterkant in een rek.’

Met de roltrap gingen wij naar boven en ik liep meteen naar het rek waar ik meende de jurk te hebben gezien. Het was even zoeken. Bijna had ik de moed opgegeven, toen ik de jurk zag hangen, alleen in een andere kleur. De jurk met een blauw witte bloemenprint bleek uitverkocht. Deze jurk had dezelfde print maar dan met diverse felle kleuren.

Blijkbaar zag mijn moeder mijn beteuterde gezicht en zei: ‘Doe de jurk toch maar eens aan? Volgens mij staat hij goed bij je lange blonde haar.’

Ik stapte de paskamer in en na verloop van tijd was ik er uiteindelijk van overtuigd dat het jurkje erg leuk stond en besloot het te kopen.

Diezelfde avond kwam mijn vriend op visite. Ik had het jurkje aangedaan. ‘Het staat je goed. Doe je het de volgende week ook aan als wij naar het concert gaan?’

‘Jazeker, mompelde ik.’

Die zaterdagavond kwam hij mij ophalen. Ik deed mijn donkerblauwe loden jas aan en stapte in zijn Fiat 850. Wij gingen op weg naar Dancing Palladium. In de buurt van het Kurhaus parkeerde hij zijn auto. Wij stapten uit en liepen richting de boulevard. In de verte zag ik dat het voor de deur van het Palladium behoorlijk druk was. Het leek wel of de helft van de inwoners waren uitgelopen voor het concert. Bij aankomst stonden wij even in de rij om naar binnen te gaan. Opeens gingen de deuren open. Er kwamen een aantal jongelui naar buiten die negatief commentaar gaven over een optreden van een voor mij onbekend band, die vóór het optreden van The Golden Earring acte de Préséance hadden gegeven.

Een meisje die met één van de jongens meeliep, moest lachen om een hilarische opmerking van één van de jongens. Ze trok meteen mijn aandacht en tot mijn verbazing zag ik, omdat haar jas los hing, dat ze dezelfde jurk droeg als ik aanhad. Meteen zakte mijn humeur naar nul en zei ik tegen Gerard: ‘Moet je nou kijken, dat meisje draagt dezelfde jurk als ik nu aan heb?, waarop hij laconiek zei: ‘Wat maakt het uit, dat meisje gaat nu weg en wij gaan naar binnen. Nu ben jij het stralend punt van de avond.’ Door zijn aardige opmerking kon mijn avond niet meer stuk.

Advertenties

WEDSTRIJDVERHAAL ‘FEESTMUTSEN.’

Feest%202

Deel 2:

Blunder! – Wanda Laarakkers

Radiostilte – Femmie van Santen

Wat een feest – Rebecca Heuvelmans

Niemand moet met kerst alleen zijn – Noortje Abels

Verrassing – Monique Cunnen

Het is feest! – Nynke Wijnsma

Morgen – Christa Mulder

Feest! – Josephine Scholte

Eerste feestje ooit – Monique Pieters

Bittergarnituur – Gert-Jan van den Bemd

Een uitje dichtbij- Harold de Bruijn

Feest- Renate Zwankhuizen-Kleijn

Bal masqué – E.Ammann

Feest voor Ruby – Vere Tigchelaar

Onvoldoendefeest – Patty Melissen

De meeste dromen zijn bedrog – Marjolein Zegers-Hammer

Vlam in de pan – Ben Offringa

Het grote kleine geluk – Tonny Stroop

Nous, les amoureux – Anne-Rose Hermer

‘Zij die de legermacht ontbindt’ – Joris Denoo

Feest met een staartje – Merel van Merle

Feest van de zon – Aline van Wijnen

Een feestelijk verhaal in verzen- Gerardo Insua Teijeiro

Feestdagen met Boy en Guus- Ylona en Ylonka Jaspers

Feestmutsen – Gemma van Etten -Arendse

Klein tuinleed – Marianne Keijzer

Feest? Help! – Celine van Noort

Eenentwintig december – Marjoke Linckens

Een witte bruiloft- Lisette Weekers

Kerst – Suzanne van Amerongen

De kapotte huistelefoon.

imagesCA0PQILKSinds kort deed mijn huistelefoon het niet meer. ‘Oh nee!’, mompelde ik, zo dadelijk moet ik nog een nieuwe aanschaffen? De pech is namelijk, dat de telefoonaansluiting in de muur achter mijn woonkamerkast zit. De kast is zo breed dat er geen andere optie mogelijk was. In gedachten zag ik mijzelf al de immens hoge en brede, grenen buffetkast op zij te schuiven om de stekker van de telefoon uit het stopcontact te halen. Gelukkig had ik mijn GSM nog en belde ik mijn provider. Een vrouw van de helpdesk adviseerde mij, nadat zij mijn verhaal had aangehoord, om de koperen oplaadpunten van de huistelefoon en van het oplaadstation, schoon te maken met 100% alcohol. Het telefoontoestel afnemen aan de buitenkant met een vochtige doek is niet voldoende mevrouw, zei ze. Om de oplaadpunten schoon te maken daar had ik niet over nagedacht. Ik bedankte haar voor de goede tip en ging diezelfde dag op pad naar de drogist. Nadat ik het flesje met 100% alcohol had gekocht, doopte ik bij thuiskomst met een wattenstaafje in de pure alcohol en bestreek hiermee de koperen oplaadpunten.

Dankzij de goede raad van deze vrouw, deden de oplader en de bijbehorende telefoon het weer en verscheen er op de display weer de vertrouwde icoontjes. Ook hoorde ik bij het neerzetten van de telefoon op de oplader weer de vertrouwde ‘piep’. Ik kon weer met een gerust hart gaan bellen en de buffetkast kon op zijn vertrouwde plek blijven staan.

Blamage.

images tiroler muziekbandTijdens een vakantie in Tirol in Oostenrijk, zou er tijdens de avond in het hotel, een optreden worden verzorgd door een Tiroler muziekband. De hotelgasten, waaronder Tilly, namen plaats in de zaal waar de band zou optreden. Bij het tweede kopje koffie was de band nog steeds niet gearriveerd en begrepen ze maar niet waarom het zo lang moest duren.

Op een zeker moment kwam de hoteleigenaar de zaal binnen en vertelde dat door omstandigheden de band niet zou optreden. Verontwaardigd commentaar galmde door de zaal. Ondanks zijn excuses was Tilly teleurgesteld en de man liep weg.

Opeens stond er een jongen op uit het publiek, liep naar de microfoon en vroeg of hij als alternatief liedjes mocht spelen op zijn gitaar, waardoor de meeste gasten er mee instemden. Toen hij even later terug kwam met zijn gitaar, bleek dat hij goed kon spelen. Het eerste uur begon leuk, totdat hij onverwachts begon te zingen. Zijn stem overheerste zijn gitaar. Hij zong vals en buiten de maat van de muziek. Het was een hilarische toestand. Een aantal hotelgasten begonnen te lachen alsook Tilly. De gitarist had simpel weg niet door dat bijna iedereen moest lachen. Sommige gasten stonden op van hun plaats en verlieten de zaal. Zonder iets door te hebben bleef hij maar doorspelen en zingen.

Opeens hield Tilly het niet meer en rende de dichtstbijzijnde damestoilet in. Bij het naar buiten komen uit de toilet, stond er een meisje van haar leeftijd haar handen te wassen. Tilly zei lachend tegen haar: ‘heb je zojuist die gitarist gehoord, hij speelt goed gitaar, alleen zingt hij zo vals als een kat’, waarop het meisje wrevelig zei: ‘die jongen waarover je het hebt is mijn verloofde.’

Door haar minachtige manier van kijken, schoot Tilly uit blamage weer terug de toilet in, waar ze zojuist was uit gekomen.

Feest.

images feestmutsenFeestmutsen.

Tante Tiny was bezig om met crêpepapier en gekleurd karton een dertig tal feesthoeden en mutsen te maken voor de gasten ter gelegenheid van het 40-jarig huwelijksfeest van haar broer George en zijn vrouw Jannie. Gewapend met schaar en lijm had ze er al een paar gemaakt, zoals een hoge hoed, een gestreepte muts, geruite pet en puntmutsen. De lijmflacon was nu bijna leeg. Ergens moest ze toch nog lijm hebben, wist ze. Ze stond op van haar keukenstoel, keek niet uit en trapte met haar te grote pantoffel op de staart van de kat die onder de keukentafel heerlijk in het middagzonnetje lag te slapen. Het arme dier zetten hem op een miauwen en verdween door de openstaande keukendeur de gang in. ‘Poes, poes, kom maar? riep ze beteuterd.’ Ze was nergens meer te bekennen. Ze liep naar haar antieke buffetkast, trok een lade open en ging op zoek naar lijm. ‘Hoe kan dat nou? ik had toch nog een restant lijm staan.’ Met haar ietwat knokige vingers zocht ze tussen allerlei paperassen. Bij de nota’s en verzekeringspapieren, lagen elastieken, een paar schoenveters en een handjevol gekleurde knopen. Ze was geen opruimerig type, dat wist ze. Na de dood van haar man Jan, had ze geen behoefte meer gehad om op te ruimen. Langzaam aan verslofte ze het huishouden en stond haar huis vol met prullaria. Alles wat ze op straat vond of kocht bewaarde ze. Haar grote hobby was papieren hoeden maken voor bruiloften en partijen. Nee, soppen en zemen deed ze niet meer. Het interesseerde haar niet, ze woonde toch alleen.

Recent was ze 70 jaar geworden en vierde haar verjaardag, op verzoek van haar zwager Bas bij hem thuis, omdat haar huis zo vol lag met spullen dat geen mens er normaal kon zitten. Bas had al verschillende keren tegen haar gezegd dat ze de boel moest opruimen. Ze had haar schouders omhoog getrokken. Uit de kast pakte ze de la en liep ermee naar haar bruine tweezits bank, die in de loop der jaren was versleten. Ruimte op de keukentafel was er niet met al die papieren hoeden en repen gekleurd karton. Ze hield de la op z’n kop en de inhoud viel op de bank. Daar zag ze opeens een plastic flesje liggen. Omdat het niet doorzichtig was kon ze niet zien hoeveel lijm er in zat.

De rode dop ging met geen mogelijkheid open. ‘Verdorie nog aan toe, mompelde ze, waarom lukt dat nou niet?’ Ze hield de dop met een stevige vuist vast en probeerde met alle macht deze er af te draaien. Zou een hete waterstraal helpen, vroeg ze zich af? Ze liep meteen door naar de kraan in de keuken en liet het hete water over het flesje stromen. Met een pannenlap draaide ze de dop los. Ze zetten het flesje voor haar neer op de appelgroene keukentafel en pakte de lijmkwast. De repen karton voor de dameshoed had ze al geknipt. Nu moest ze alles nog vastlijmen. Ze schudde het flesje en hield het op de kop. Wat ze ook deed er kwam geen lijm uit. Weer schudde ze het flesje en kneep er nu hard in. Opeens floepte er een klodder witte lijm uit die niet meer smeerbaar bleek te zijn. Het leek op een witte pingpongbal die voor haar op tafel lag. Boos smeet ze de lijm bal weg, die op het grijze tapijt belandde. Peinzend keek ze voor zich uit. Opeens herinnerde ze zich dat ze boven op de eerste etage nog behangerslijm had liggen. Dat ze daar niet eerder aan had gedacht? Ze had samen met haar broer George recent de slaapkamer behangen. Er stond nog een vol pakje. Ze ging de trap op naar boven. Er lagen in de hoek nog restanten gestreept behang met een onaangebroken pakje behangerslijm. Wat later in de middag waren de laatste drie hoeden klaar. Net op tijd, overmorgen was het huwelijksfeest in de kantine van een voetbalvereniging die haar broer voor die gelegenheid had afgehuurd. Haar zwager Bas zou vanavond alle dames- en herenhoeden ophalen. Het was een kleurrijk geheel toen ze de hoeden had neergelegd op de salontafel, de enige plek in huis waar niets lag. Op een gegeven moment hoorde ze de deurbel en zag Bas staan. ‘Ik vind het knap van je Tiny, dat je verschillende hoeden hebt gemaakt, wat een werk.’ Ze knikte bevestigend. Na de koffie nam hij alles mee en vertrok. Poes lag weer op haar vertrouwde plekje onder de keukentafel, tussen de kartonsnippers.

De feestelijke vrijdagavond was aangebroken. Het was druk in de kantine van de voetbalvereniging. Er was familie zag ze en enkele vrienden van George en Jannie. Het bruidspaar zat in vol ornaat op hun stoelen die van boven tot onder versierd waren met ballonnen en slingers. Ze was met Bas meegereden om alle gasten te voorzien van haar hoeden. George kreeg een zwarte hoge hoed en Jannie een rosé hoed met een grote witte strik. De kantine was mooi versierd. In een hoek naast de bar stond een ijsco man met zijn kar met schepijs. Op de bar stond een koud buffet klaar met diverse drank.

Het feest kon beginnen. Na een speech voor het bruidspaar kwam er een Indische muzikant binnen die verschillende muziekinstrumenten bij zich had. Hij begon een wals te spelen op zijn orgel en verzocht het bruidspaar om als eerste de dansvloer te betreden. Enkele gasten volgden hun naar de dansvloer. Tussendoor kreeg men koffie met gebak en daarna werd er drank geserveerd. Ome John, die op een gegeven moment een slok teveel op had, nam zijn vrouw Trudy in de houtgreep. Al zwierend danste hij met haar in de rondte, totdat op enig moment hij zijn evenwicht verloor en samen met haar tussen het dansende publiek belandden. Mensen die het zagen gebeuren gierden van het lachen.

Een serveerster liep intussen naar de microfoon en zei dat het buffet was geopend. Het was een heel karwei geweest om allerlei hoeden te maken zei Tiny tegen een vrouw die naast haar aan tafel zat. De vrouw glimlachte flauwtjes en zei niets. Onverwachts voelde ze een hand op haar schouder, draaide zich om en keek in het gezicht van Joep. Ze kende hem al jaren en was een leeftijdgenoot. Hij was een verstokte vrijgezel en vriend van haar broer. ‘Wil je met mij dansen Tiny? mompelde hij.’ Graag Joep! en ze stond op. Samen liepen ze naar de dansvloer. Het dansen ging haar nog steeds goed af. Bij een bocht draaide Joep haar opeens in de rondte. Ze zag in haar ooghoek een meisje staan die beteuterd keek naar een leeg ijscohoorntje. Op hetzelfde moment gleed ze onder uit. Met een klap viel ze op haar rechter heup. Au, Au, gilde ze van de pijn. Joep, schrok hevig en kon zich nog net staande houden. Hij tilde Tiny voorzichtig omhoog die kreunde van de pijn. De muziek verstomde en een aantal gasten schoten te hulp. Ook George.

Vanaf dat moment ging alles heel snel. Er werd een ziekenauto gebeld en voor ze het wist lag ze in het dichtstbijzijnde ziekenhuis. De arts constateerde een gebroken heup. Ze werd meteen geopereerd. Nu lag ze bijna één week in het ziekenhuis en had aan belangstelling geen gebrek gehad. Naast een aantal vrienden, waren Bas, George en haar schoonzus ook op visite geweest. Bas had nog een verrassing voor haar, maar vertelde haar niets. Twee dagen na het huwelijksfeest had Bas aan George gevraagd of hij, met een aantal familieleden en vrienden, mee wilde helpen om het huis van Tiny op te ontruimen en schoon te maken. Ze kon onmogelijk revalideren in een woning dat tjokvol met spullen stond. Na zijn oproep reageerden men enthousiast en gingen ze met z’n allen aan de slag. Een groot deel van de huisraad werd opgeslagen en het huis grondig schoongemaakt.

Op de dag van haar ontslag uit het ziekenhuis had iedereen zich verdekt opgesteld in het huis van Tiny. Op verzoek van Bas hadden ze alsnog hun hoeden en mutsen, die Tiny had gemaakt voor het 40-jarig huwelijksfeest, opgezet. Na verloop van een half uur stapte ze voorzichtig uit de Volkswagen van Bas, die haar begeleidde naar haar woning. Toen ze de voordeur open deed viel haar mond open van verbazing. In haar gang stonden geen dozen meer. Haar huis had een metamorfose ondergaan. Nergens lagen er nog kledingstukken. Een torenhoge afwas was schoongemaakt en opgeruimd. De woonkamer rook naar een fris schoonmaakmiddel, waarvan ze de geur ooit had geroken. Bij het woonkamerraam was een verhoogd bed neergezet. ‘Wie heeft dit allemaal opgeruimd Bas? vroeg ze verbaasd aan hem.’ Vanachter twee deuren kwamen plotseling bekenden binnen die gezamenlijk in koor riepen: ‘Wij met z’n allen Tiny, jij bent altijd zo attent voor ons, nu zijn wij dat voor jou.’

‘Bedankt allemaal! Gelijktijdig wierp iedereen hun feestmutsen omhoog. ‘Beterschap!, zei Bas, die de champagne in de kristallen glazen had gevuld. Het geluid van klinkend kristal klonk haar als muziek in de oren.

Draaiduizeligheid. (BPPD)

images achtbaan.

De 25 oktober 2014 overkwam Jacintha iets vreemds. Tijdens de schemering werd ze wakker. In de nacht wakker worden was haar niet vreemd dat gebeurde wel meer. Blijkbaar hoorde het bij het ouder worde Het was niet aan leeftijd gebonden. Op het moment dat ze haar ogen opende lag ze op haar rug en keek naar het plafond die van links naar rechts bewoog. Meteen raakte ze in paniek omdat het draaien haar een onaangenaam gevoel gaf. Ze ging op haar rechterzij liggen, maar dat bleek geen goed idee. Het draaien werd erger en ze had het gevoel dat haar bed omhoog ging. Uit angst greep ze haar hoofdkussen en dekbed vast, maar niets hielp. Ze kreeg hartkloppingen van angst, begon hevig te transpireren en had het gevoel dat ze moest overgeven. Ze slaakte een kreet en riep luidkeels om hulp. Omdat haar echtgenoot in diepe slaap was, stond haar dochter als eerste aan haar bed en vroeg aan haar wat er aan de hand was. Ze vertelde haar wat haar zojuist was overkomen.

‘Ik durf niet meer te gaan liggen in bed, zei ze tegen haar.’

Ze bleef bij haar staan en ze probeerde op haar advies om toch te gaan liggen. Na een paar seconden ging ze weer overeind zitten, omdat de draaiduizelingen aanhielden en ging ze uiteindelijk haar bed uit. Het was nog vroeg in de ochtend. De wijzers van de wekker stonden op 05.45 uur.

‘Het is nog te vroeg om uit bed te gaan mam, zei ze weer.’

Intussen was haar man wakker geworden en vroeg wat er aan de hand was. Ze ging meteen uit bed, probeerde te douchen wat niet helemaal lukte, omdat de duizelingen er nog waren.

Haar man vroeg haar uit de douche te gaan, stel je voor dat er iets zou gebeuren. Met de shampoo nog in haar haren stapte ze uit de douche en probeerde zich aan te kleden. Eenmaal beneden zat ze gezamenlijk met haar man aan een vroeg ontbijt.

‘Wat zie je wit Jacintha!, zei haar man.’

Ze gaf geen antwoord en was met zichzelf bezig. De paniek had haar in de greep. Haar dochter bleef nog slapen, voor zover dat nog lukte, en ze bleef die zaterdagochtend uit bed. Ze voelde zich licht in haar hoofd en halverwege de middag belde ze de huisartsenpraktijk en vertelde haar relaas. Tijdens haar bezoek aan de arts, moest ze verschillende oefeningen doen, waaruit de arts constateerde dat ze de zogenaamde ‘draaimolenziekte’ had, of beter gezegd: BPPD (= benigne paroxismale positieduizeligheid).. Het hield in dat er onverwachts aanvallen ontstonden van duizelingen wanneer ze haar hoofd zou bewegen in welke stand dan ook of wanneer ze in haar bed zich om zou draaien. In het laatste geval was dat van toepassing op haarzelf. Het was absoluut geen pretje en ze wenste dit haar ergste vijand niet toe, voor zover ze die had. Kortom, de aanvallen duurde soms enkele minuten en een minuut was erg lang. Volgens de arts zou het over 4 weken over gaan. Het was nu haar tweede week en ze merkte nog steeds geen verschil. Overdag had ze een licht gevoel in haar hoofd wat niet prettig was. Met auto rijden moest ze ook oppassen had de arts gezegd. De draaiduizeligheid werd waarschijnlijk veroorzaakt door een ‘verstopping’ van de buisjes in haar evenwichtsorgaan. Er was medicatie voor, maar die gaf geen garantie of de kwaal daar mee over ging, sterker nog er was bewezen dat de kwaal zelfs langer duurde.

De arts gaf haar als advies dat bij BPPD ze oefeningen moest doen die de duizelingen juist deed oproepen.

‘Nee, toch!, riep ze tegen de arts, enigszins in paniek, ik ben juist blij als de duizelingen verdwijnen.’

‘Het is inderdaad moeilijk vol te houden zei de arts weer.’

Eenmaal thuis gekomen had ze de volgende dag, met lood in haar schoenen de opdracht uitgevoerd. Ze moest met gesloten ogen op de rand van haar bed gaan liggen en op haar zij draaien. Als de duizelingen opkwamen moest ze blijven liggen en wachten totdat het voorbij ging. Het zelfde moest ze ook doen op haar  andere zij.

Bij de eerste keer ging het al mis en sprong ze letterlijk en figuurlijk van haar bed af, omdat ze moest overgeven. Ze  besloot meteen om ermee te stoppen, zo gammel voelde ze zich. De angst om te gaan liggen in bed hield haar zo in de greep dat ze ’s avonds liever niet naar bed wilde, hoe gek het ook klonk. Misschien zou men denken wat een aanstellerij, maar de duizelingen waren zo heftig dat het niet leek op een simpele draaiing van een draaimolen, zoals werd gezegd. Als de duizelingen na 3 weken niet waren verminderd moest ze weer naar de huisarts.

Het zal je maar overkomen?

De mondharmonica (piccolo)

De Mondharmonica.

Vanachter het raam keek hij naar de overzijde van de straat. Daar zat hij weer de kleine Johan in zijn rolstoel, die zijn vader had voorzien van een afneembaar blad waarop hij dingen neer kon zetten. Zelf kon Johan dat niet, omdat hij geen controle had over zijn spieren, waardoor zijn armen en benen altijd in beweging waren. Hij was spastisch. Zijn hoofd was het enige dat hij bijna stil kon houden. Met mooi weer werd hij door zijn ouders naast de groene voordeur neergezet, waar zijn moeder, als ze niet met het gezin bezig was, op een kleine kruk naast hem ging zitten. Bij slecht weer zat hij voor het raam en keek door een spion, een spiegel die aan de buitenzijde van de sponning van het raam was bevestigd. Zo kon hij de lange straat inkijken.

Vandaag scheen de zon volop en was zo fel dat Josien, de moeder van Johan hem een pet had opgezet. Hij was net als Johan opgegroeid in deze volksbuurt. Het was augustus 1950, 5 jaar na de Tweede Wereldoorlog. Hij was 4 jaar in Nederlands Indië geweest en was in dienst bij de LUWA (Luchtmacht artillerie). Hij was geen piloot, maar had als taak op een vliegveld op Java de manschappen van hun maaltijden te voorzien. Hij kreeg daarbij hulp van een baboe en een katjong. Nu was hij alweer een half jaar in zijn ouderlijk huis en had in april zijn dertigste verjaardag gevierd. Het zou niet lang meer duren of hij ging trouwen met Jo. Recent hadden ze een huis in een ander deel van de stad en waren het aan het opknappen. De oorlog had z’n sporen achtergelaten. Tijdens de hongerwinter hadden de vorige bewoners bijna al het hout uit het huis gesloopt, waaronder een gedeelte van de vloerdelen. De winter was zo streng, men had het koud en alles wat maar te vinden was om te stoken verdween in de kachel. Het huis was van origine een statig pand en stond in een van de betere wijken van de stad.

Het was zaterdag en zijn aanstaande vrouw Jo werkte als coupeuse in een gerenommeerde zaak in de binnenstad. Maandag ging hij beginnen bij zijn nieuwe werkgever als timmerman. Hij was nu bij zijn ouders op visite. Zijn broers en zussen waren allen getrouwd.

‘Wat sta je toch door het raam te kijken Frank? hoorde hij zijn moeder zeggen.’

‘Hij draaide zich om en ging zitten aan de lange tafel waar een smyrna kleed over heen lag. Zijn vader zat in zijn stoel bij de kolenkachel en rookte zijn sigaar. ‘

‘Wil je nog een kop koffie Frank? vroeg moeder weer.’

Hij knikte en pakte een Mariakaakje uit de gebloemde koektrommel.

‘Weet je moeder, dat Johan net zo jong als ik ben en dat hij al vanaf zijn geboorte invalide is?’

‘Ik weet het nog als gisteren Frank, de moeder van Johan en ik waren gelijktijdig zwanger met een verschil van een maand. Jij bent gezond thuis geboren, maar Johan zijn moeder moest onverhoeds naar het ziekenhuis worden gebracht. De bevalling was kritiek door een stuitligging van de baby en het scheelde maar weinig of het kind en zij hadden het niet overleefd,

‘Weet u dat ik, voordat ik naar Nederlands Indië vertrok, hem een regelmatig een plezier deed met het spelen op mijn mondharmonica?’

‘Jazeker, als jij voor hem ging spelen kwam er een lach op zijn gezicht. Doorgaans was hij vaak in zichzelf gekeerd. Enkele kinderen in de straat zochten hem op om hem een gevoel te geven dat hij niet alleen was.

‘Ik heb altijd medelijden met hem gehad. Hij heeft zo’n beperkt leven. Zie mij nu, binnenkort ga ik trouwen met Jo. Hij zit daar maar in zijn rolstoel en wordt ’s avonds in zijn bed gelegd.’

‘Ik hoorde dat het niet goed gaat met hem Frank. Zijn gezondheid verslechterd. Volgens zijn ouders heeft hij een vreemde hoest waardoor hij het benauwd heeft.’

Zijdelinks keek hij naar zijn vader die cirkels aan het blazen was met zijn sigaar. Dit kan nooit gezond zijn dacht hij en de stank van zijn sigaar rook je dagen later nog in huis. Hij had er zijn eigen gedachten over en wilde uit respect zijn vader hem daar niet over aanspreken. Het leven was zo oneerlijk. Hij had er moeite mee dat zijn vader met plezier zijn sigaar rookte en Johan het benauwd had.

‘Wat ben je onrustig Frank? Zo ken ik je niet.’

Hij zei niets, stond op en liep naar de lange gang waar zijn jack hing. Uit zijn binnenzak haalde hij zijn kleine piccolo de mondharmonica en zetten hem aan zijn mond. Een paar deuntjes speelde hij. Bij binnenkomst in de woonkamer had zijn vader plaatsgenomen aan tafel.

‘Jij kan zo mooi spelen Frank en zonder een noot te lezen. Van wie je de muzikaliteit hebt weet ik niet, maar niet van ons in ieder geval. Speel wat Frank?’

‘Ik heb een beter idee vader! Buiten is het stralend weer en wij zitten hier maar binnen. Ik ga naar buiten om speciaal voor Johan spelen. Ik zie hem graag blij.’

‘Een goed idee Frank, dan pak ik uit de keuken twee keukenstoelen en gaan buiten zitten. Gelijktijdig met zijn vader stond hij op en liep naar het raam. Johan zit er nog steeds en ik zie ook een paar buren buiten staan.

Ze liepen met z’n drieën naar buiten. Zijn ouders namen plaats op de stoelen en hij liep, al spelend op zijn mondharmonica, naar Johan toe. Ook de ouders van Johan zaten buiten en hadden plaats genomen op de brede rand van het raamkozijn.

‘Mag ik Johan meenemen naar het plantsoen om de hoek van de straat? vroeg hij aan de vader van Johan. Ik wil voor hem gaan spelen op mijn mondharmonica. Misschien is het leuk om met ons mee te gaan.’

‘Een leuk idee Frank’ antwoordde hij en samen met hun en zijn beiden ouders liepen ze naar het plantsoentje en zetten Johan met zijn rolstoel in het midden van het plantsoen neer. Ook een aantal buurtkinderen die het hadden gehoord waren van de partij.

Naast zijn muzikaliteit hield hij ook van dansen en stond hij er om bekend dat hij humor had, aldus zijn vader.

‘Johan keek hem maar aan en brabbelde iets onverstaanbaars. Hij zetten de mondharmonica weer aan zijn lippen en speelde een vrolijk nummer. Gelijktijdig danste hij om Johan heen alsook enkele kinderen vormden een kring en draaide in de rondte. Door de vrolijke sfeer kwamen meer mensen uit hun huizen. Frank vond het best, maar het belangrijkste vond hij de lach op Johan zijn gezicht. Het gaf hem voldoening dat de jongen het zo naar zijn zin had.

De zon was aan het zakken en het werd wat frisser buiten. Na afloop gingen ze weer naar huis. De ouders van Johan bedankte hem. Het deed hun goed dat hun jongen het zo naar zijn zin had gehad.

Ook voor hem was het tijd om Jo van haar werk te gaan halen. Ze zouden samen met andere familieleden verder gaan klussen in hun huis. Binnenkort zouden ze gaan trouwen, het huis moest dus af zijn.

Vader en moeder hadden hem uitgezwaaid en hij vertelde hun op de valreep dat hij na middernacht naar huis zou komen.

Die avond vertelde hij aan Jo dat hij Johan en zijn ouders wilde uitnodigen op hun trouwerij. Na zijn huwelijk zou hij Johan niet meer zo frequent zien. Jo ging ermee akkoord en de trouwdag naderde. In een feestzaaltje in de buurt werd de bruiloft gevierd met wederzijdse familie en met Johan en zijn ouders. Hij kon het niet laten om voor Johan te gaan spelen op zijn trouwdag. Johan glunderde bij het horen van de muziek. Na afloop mocht Johan de kleine mondharmonica vasthouden. Hij hield hem de rest van de avond stevig vast in zijn verwrongen knuist.

Na afloop van de bruiloft ging iedereen weer huiswaarts en gaf de vader van Johan de mondharmonica weer aan hem terug.

Maanden later hoorde hij het bericht van zijn ouders dat Johan aan een longontsteking was overleden. Hij vertelde het die bewuste avond aan Jo en pakte uit de la van de kast zijn mondharmonica. Samen ging hij met haar en zijn ouders de volgende dag naar de aula waar Johan lag opgebaard. Nog een keer speelde hij het lied ‘Droomland’ voor hem en legde voorgoed de mondharmonica tussen de samengevouwen handen van Johan.

De aanwezigen waren zichtbaar ontroerd bij het zien van dit gebaar. Bij het naar buiten gaan hapte hij even naar adem. Hij voelde tranen in zijn ogen prikken, keek naar Jo en zijn ouders en mompelde: ‘Mijn muziek toverde een lach op Johan zijn gezicht en voelde hij zich gelukkig.’ Jo kneep hem in zijn hand om zijn woorden te bevestigen.

2 november 2014images mondharmonica piccolo