Dialoog tussen twee keien.

Twee keien zaten tegenover elkaar in een park. Ze hadden een grote kei als romp en een kleine kei als hoofd. Ze stonden in keienstad Amersfoort. De gemeente had ze neergezet. Zo dichtbij elkaar en toch monddood.
Er kwam een jong en verliefd stel voor hun staan.
‘Wat zullen ze elkaar te vertellen hebben?’, vroeg het meisje aan haar vriend.
‘Ze lijken zo vertrouwd met elkaar’, antwoordde de jongeman.
‘Jammer dat ze niet echt zijn, misschien hebben ze een stenen hart, zei het meisje.’
‘Wat grappig dat je dit zegt, zo te zien zullen ze hier nog jaren zitten en ons overleven.’
‘Leuk dat wij ze even een ‘stem’ hebben gegeven, zei hij. Ze knikte met haar hoofd en liepen verder.

Advertenties

Monoloog van een brocante stoel.

imagesCAKUOTCG

Ondanks ik bijna versleten ben, hebben verschillende billen mijn zitting gekoesterd. Mijn zitting was ooit bekleed met damast. Daar is niet veel meer van over. De eerste die plaatsnam op mijn zitting was een magere edelman. Zijn billen voelde ik nauwelijks. Hoe anders was het met zijn echtgenote een struise Duitse die steeds harde winden liet. Twee lakeien moesten er aan te pas komen om haar uit mij te hijsen. Mijn frame was van notenhout gemaakt en ik had kromme poten. Mijn rand was beschilderd met bladgoud. Daar kwam een vakman aan te pas. De toenmalige meubelmaker aan het Duitse hof had er veel werk aan gehad om mij mooi te maken. Gelukkig voor mij was mijn kussen voorzien van koperen springveren die stevig waren verankerd aan koppeltouw en in het hout beslagen met metalen krammen. Het vulmateriaal was van paardenhaar, een duurzaam product. Het werd afgedekt met een jute doek. Het sierlijkste van mijzelf vind ik het mooie beigekleurige meubelkoord dat rondom het damast is vastgemaakt. Na de dood van de Duitse edelman en zijn vrouw werd ik verkocht aan een dominee. Mijn meubelkoord was erg in trek bij het zoontje van de dominee die de vervelende gewoonte had om er steeds aan te trekken. De dominees vrouw besloot om mijn loszittende koord eraf te laten halen door een plaatselijke stoffeerder. In de plaats van mijn mooie koord kreeg ik meubelband. Mijn chique uitstraling was in een klap teniet gedaan, maar het werd nog erger. De dominees zoon ging studeren en nam mij mee naar zijn studentenkamer. De studenten waren het ergste, ze hadden geen respect voor mijn uitstraling. Mijn blazoen werd bevlekt door wijn- en biervlekken. Brandgaatjes zaten her en der in mijn kussen. Mijn binnen vering was gezakt van twintig naar tien centimeter. Inmiddels was mijnheer afgestudeerd en had mij een week geleden voor de deur gezet met een stuk karton waarop geschreven stond: ‘Gratis meenemen’. Ik was toen een speelbal van het wisselende klimaat geworden. Op een gegeven moment kwam een vrouw aangelopen en bekeek mij van top tot teen. Ze mompelde iets onverstaanbaars voor mij. Opeens werd ik door haar opgepakt en meegenomen naar een atelier. Het atelier kwam mij bekend voor. Ooit had ik hier gestaan. Het was het atelier van de stoffeerder die mij ooit had voorzien van het meubelband. Ik werd weer helemaal in eren hersteld. Nu sta ik als showmodel in zijn etalage te pronken en ga ik nog jaren mee!

Honderdtwintig woorden. (Monoloog van een fiets).

naamloosvvvOude fiets.

Mijn kleur bevalt mij niet. Ik houd van warme kleuren, geen aardetinten. Ik wil opvallen. Dat lukt niet met mijn roestige karkas. Ooit glom ik. Nu wil ik mij verstoppen. Als ik naast een boom ga staan val ik toch op. Helaas ben ik niet jong, maar oud. Ik ben nog steeds in dienst van de samenleving en zwerf door de hele stad. Het klimaat valt mij zwaar. Ik zou ergens tegen aan willen gaan leunen. Ik heb vaak zadelpijn. Alles kraakt en mijn tanden knarsen. Af en toe maak ik een piepend geluid. Het rode lak valt spontaan van mij af. Het sjouwen wordt mij ook te zwaar. Ik hoor wat sissen. De tweede klapband van vandaag.

Eén week vrijheid.

natuurfoto1Tijdens een baaldag op kantoor riep ik eens volmondig tegen een collega: ‘ik zou weleens één week leuke dingen willen doen, waar ik normaal niet toe kom. Vaak schiet het weekend er bij in, omdat mijn echtgenoot de zaterdagen werkt. Die vrijheid kwam sneller dan ik dacht en begon in het jaar 2000, toen ik wegens een zware burn-out definitief thuis kwam te zitten. Vrijheid tegen wil en dank. Ik viel in een zwart gat. Mijn plannen om één week in te vullen met uitstapjes, sporten, met vriendinnen eens op stap te willen gaan, vielen als een kaartenhuis in elkaar. Het liefst had ik door willen werken tot aan mijn pensioen. Voor mijn echtgenoot hoefde ik mijn onvoorziene vrijheid niet geheim te houden, hij zag al een tijdje dat het niet goed met mij ging. Een zware depressie en uitputtingsverschijnselen gaf de huisarts als diagnose, die middag aan mij mee. U bent overwerkt door een te grote werkdruk mevrouw. Rusten is de hoofdzaak, de rest is bijzaak.
Zo lamlendig als ik was strompelde ik naar mijn auto, wist niet meer hoe ik naar huis gekomen ben en liet mij thuis op mijn groene, leren bank vallen. Mijn hart klopte in mijn keel. Na verloop van tijd viel ik, door uitputting, als een blok in slaap. Er brak voor mij en mijn gezin een tijd aan dat het woord ‘vrijheid’ op een laag pitje kwam te staan. Ik was zo vermoeid dat ik niet op mijn benen kon staan en krom liep van de spanningen. Psychisch was ik zo ingekapseld dat ik mij in mijzelf opgesloten voelde. Een ritueel van onderzoeken volgden. Bijna alle huishoudelijke klussen kwamen op mijn gezin neer. Ik voelde mij bezwaard dat mijn gezin door mijn gezondheidsperikelen ook in hun vrijheid werden beknot. Tijd voor uitstapjes stonden op een heel laag pitje, laat staan dat ik zelf de moed kon opbrengen om alleen op pad te gaan. Nu, na jaren ben ik, deels door rust, bijna de oude geworden. Ik zeg ‘deels’, want volgens de huisarts, worden mensen met een burn-out nooit meer de oude.
Het is nu 16 jaar later. Als ik terugkijk heeft mijn creatieve geest ervoor gezorgd dat ik de laatste 10 jaar mijn gevoel van vrijheid weer hebt teruggevonden. Ik schrijf de laatste jaren korte verhalen, teken- en schilder en doe andere creatieve dingen. Hobby’s die ik als kind al veel deed, niet in één week, maar door de jaren heen. Uitstapjes worden nu weer gemaakt. Ook ga ik alleen op pad en heb geen geheimen voor mijn gezin, maar de vrijheid van geest vind ik belangrijker dan na een tijd opgesloten te hebben gezeten in een depressie. Dat gun ik niemand.

Pseudoniem: lealariekoek.

Ganzenpas.

naamloosganzen‘Ganzenpas’
Sinds enige tijd lopen er ganzen in mijn wijk rond en zetten mij en de wijkbewoners vaak te kijk. Toen ik laatst met mijn auto ging rijden op weg naar het plaatselijke ziekenhuis voor controle, stonden ze in een groep op een met gras begroeide middenberm, als ze plotseling de rijweg oplopen. Remmen was zaaks.

Twee ganzen staan plotseling midden op de weg stil en roerloos kijken ze mij aan met hun onnozele blik in hun kraalogen. Door hun onnozelheid moet ik even glimlachen. Helaas lopen ze niet verder en een colonne ganzen volgt met hun ganzenpas. Het lopen gaat tergend langzaam.

Hoe kan ik nu verder rijden, vraag ik mij intussen af. Aan de rechterkant ligt de dijk met daarachter een brede plas. De ganzen hebben maar één doel op weg naar de dijk waar volop gras ligt. Eten willen ze en daarna poepen, want dat kunnen ze. Hier en daar in de wijk liggen hopen uitwerpselen, zelfs op de voet- en fietspaden. Het is sommige wijkbewoners een doorn in het oog.
Links ligt de middenberm waar ze vandaan zijn gekomen. Ik kan werkelijk geen kant op en de ganzen omver rijden is vanzelfsprekend geen optie. De ganzenpatrouille kwebbelen alsof het een lieve lust is en zetten mijn afspraak op zijn kop. Een file van auto’s scharen zich intussen achter mij en sommeren mij, met hun getoeter, om door te rijden. Over de linker berm heen te rijden doe ik niet; ik zou mijn auto beschadigen. Door het uitstappen van enkele automobilisten, zwaaien en getoeter zijn de grauwe ganzen eindelijk voorbij gelopen en zie ik in mijn achteruitkijkspiegel dat ze even later staan te eten en zich niets hebben aangetrokken van alle commotie. Ik start mijn auto en ga weer op weg naar mijn afspraak waar ik helaas te laat aankwam, maar alsnog werd geholpen.

PAKKENDE TITELS

Pakkende ‘titels’ bij de volgende onderwerpen:

EEN FLES WIJN DIE JE AAN WILT PRIJZEN.
‘Chateau du Lurken, Keizerlijke wijn onder de kurken’

EEN NIEUWE VIBRATOR, HOE WERKT DEZE EIGENLIJK?
‘Met de Vibratorknop wordt je seksleven top’

JE RELATIE IS UIT; DAT HAD JE NOOIT GEDACHT
‘Verloren liefde, hoop deed leven’

JE VADER IS PLOTSELING OVERLEDEN.
‘Vader zijn dood trad binnen’

JE BENT NAAR DE DOKTER GEWEEST, DIE GEEN GOED NIEUWS HAD.
‘Mijn leven in shock’

JE ZOEKT NAAR EEN BAAN, MAAR JE WORD STEEDS AFGEWEZEN.
‘Stroppenjobs’
ALWEER BEZUINIGEN; HOE KOMT DE MENS NOG ROND?
‘Door bezuinigen, geen flappen meer’

DE BESLISSING.

imagesfffDE BESLISSING.

De dag was eindelijk aangebroken. Het was zaterdag. Hoelang had ze hier niet op gewacht. Ze wilde weg, hier ver vandaan. Veel te lang had ze gewacht om het te vertellen tegen haar ouders en goede vrienden. Ze had nu de knoop doorgehakt.
De omgeving was prachtig waar ze woonde met veel groen en waterpartijen. Het huis was gezellig ingericht, maar er hing al 4 jaar een kilte. Ze had een leven met hard werken zowel buiten- als binnenshuis. Er was nog iemand in het huis, een schim die wars was om te gaan werken. Regelmatig veranderde hij van werkzaamheden. Hij hield van zijn vrijheid had hij tegen haar gezegd. Toen ze hem had ontmoet had hij werk, was erg voorkomend tegen haar en al snel gingen ze samen wonen. Wat was ze blind geweest. Nu zat ze in de problemen. Vaak verdween hij als een dief in de nacht in een van de kamers van het huis en zat hij avonden achter elkaar te praten door een microfoon die in verbinding stond met zendapparatuur.
Ze voelde zich alleen, er was weinig conversatie. Zelf sprak hij met mensen van over de wereld en ging zo in zijn verhalen op, dat hij haar niet binnen zag komen, als ze weer eens met koffie binnen kwam.
Nu was ze het zat, ze voelde zich een voetveeg. Ze had besloten om alleen te gaan wonen. Eigenlijk voelde ze zich ook al die jaren alleen. Hij had zich gisterenavond vol gegoten met bier en daarna was hij als een blok in slaap gevallen. Ze had getracht hem wakker te maken, maar dat lukte niet.
De zenuwen gierden door haar lijf. Ze had een besluit genomen. Snel pakte ze de telefoon en belden haar ouders en een paar goede vrienden. Ze had geluk. Nu of nooit had ze tegen hun gezegd en hing op. Vrij snel na het telefoongesprek kwamen ze er aan en haalde een groot gedeelte van haar inboedel uit huis, zoals afgesproken. Ze was niet getrouwd, maar had wel een samenlevingscontract waarin een en ander beschreven stond.
Het was een wonder dat hij niet wakker was geworden toen de spullen uit huis waren gehaald en deed ze voorgoed de deur achter haar dicht. Ze kon niet meer leven met een platonische, egoïstische man. De inboedel werd opgeslagen en ging ze voorlopig bij haar ouders wonen, zoals afgesproken.
Op advies van de Rechtbank mocht ze haar spullen houden en hij kreeg zijn eigen deel. Hij mocht haar niet meer lastigvallen en kreeg een straatverbod, nadat hij haar, na die bewuste dag, had lastiggevallen.

Overwerkt.

imagesklp

Sinds jaren werk ik als secretaresse voor twee advocaten op een advocatenkantoor in de Randstad. Altijd heb ik administratief werk leuk gevonden. Ik kwam uit een gezin waar zowel vader als moeder werkte. Vader zei altijd: ‘laat zien dat je achter je werk staat, wees accuraat en plichtsgetrouw.’ Zo was ik opgevoed. Toen ik begon met werken waren er nog niet zoveel echtscheidingszaken. In de ochtend typte ik een paar echtscheidingsaktes, nam de telefoon op en deed andere administratieve werkzaamheden. Vóór 12.00 uur moesten er diverse aktes worden uitgetypt op de computer, die de advocaten in de middag moesten meenemen naar de rechtbank. Vandaag de dag is het anders en komen er steeds meer taken bij. Sinds een paar jaar, tijdens de economische recessie, heb ik gemerkt dat er veel echtscheidingszaken zijn.
De grootste reden van deze echtscheidingen zijn de financiën Marloes, had een collega van de postkamer haar in vertrouwen verteld. Veel mensen worden ontslagen, zitten thuis, vervelen zich, zijn verplicht om te gaan solliciteren en horen dan vaak dat ze niet worden aangenomen om wat voor redenen dan ook. Ze uiten hun frustratie en onvrede in hun gezin. De leuke dingen die ze vroeger deden kunnen ze niet meer doen. Een scheiding ligt dan vaak op de loer.

Eén van die situaties kende ik maar al te goed. Ondanks ik in een beschermend milieu was opgevoed, trouwde ik met een man die niet met geld bleek om te kunnen gaan. Tijdens onze verkeringstijd heb ik nooit gemerkt dat hij zo verkwistend was. Nu weet ik dat hij zich mooier voordeed dan dat hij daadwerkelijk was. Als persoon was hij niet slecht, dat zeker niet. Hij was verslaafd en had ik te maken met een gokker. Mijn man die ons geld verkwanselden in gokautomaten en casino’s. Van twee salarissen vielen wij terug naar één. Hij probeerde van zijn goklust af te komen, maar elke keer was de drang om te gaan gokken sterker dan ermee te stoppen. Toch had hij het geprobeerd, dat was een goede eigenschap van hem. Helaas lukte het niet en viel hij weer terug in zijn oude gewoonte. Wij kwamen dieper in de schulden te zitten en kon ik met mijn salaris de kosten niet meer opvangen. Na een paar jaar ruziën, zetten wij een punt achter ons huwelijk, dat was ontwricht.

Ik leef nu een aantal jaren op mijzelf dat mij prima bevalt, alleen worden de werkzaamheden mij langzamerhand teveel. Het werk groeit mij boven mijn hoofd. Het laatste jaar ben ik erg moe, lusteloos en slaap erg slecht. Op een keer droomde ik dat ik werd verzwolgen door allerlei dossiers, die als een wurgslang om mij heen zaten gewikkeld. Ook waren er twee dossierkasten over mij heen gevallen, met als gevolg dat de vloer bezaaid lag met papier. Ik kreeg het gevoel dat ik bijna stikte en hapte naar lucht. ‘Help, gilde ik, maar niemand hoorde mij. Help mij dan toch?’
Badend in het zweet werd ik wakker, transpiratiedruppels liepen over mijn gezicht. Mijn dekbed zat voor een gedeelte om mijn lijf heen gedraaid, waarschijnlijk door het woelen.

De volgende dag nam ik mij voor om een gesprek aan te gaan met Jeroen, één van mijn advocaten. Ik vertelde hem dat ik de werkdruk niet meer aankon. ‘Zou ik er een collega bij kunnen krijgen? vroeg ik aan hem.’
‘Ook hier is de recessie toegeslagen Marloes, sommige mensen kunnen de rekeningen niet betalen van hun rechtszaken. Een extra collega voor jou in dienst nemen kost ons veel geld. Kijk eens naar José, jouw naaste collega, ondanks zij in deeltijd werkt, verzet zij veel werk Marloes.’
Ik zei niets meer en liep teleurgesteld naar mijn kamer. Ook ik verzette veel werk, zag hij dat dan niet! Begreep hij dan niet dat ik José haar werk moest doen als zij niet werkte. Ik was boos op mijzelf, dat ik dat laatste niet aan hem had verteld. Ik balden mijn vuisten en sloeg op mijn bureau, waardoor er een paar dossiermappen op de vloer vielen en de paperassen door elkaar lagen. ‘Oh nee, mompelde ik, ook dat nog, nu moet ik alles weer gaan uitzoeken. Gelijktijdig begon ik hevig te huilen en kon niet meer tot bedaren komen. De koffiejuffrouw, die zojuist binnen was gekomen, probeerde mij te helpen. Niets hielp.
Jeroen werd erbij gehaald en zag de situatie eens aan.
‘Het gaat niet goed met jou Marloes, ik vraag aan Theo van de postkamer of hij jou naar huis wil brengen. Je bent helemaal overstuur.

Theo bracht mij diezelfde ochtend naar huis. Bij thuiskomst belde ik meteen de huisarts en kon direct bij haar komen. De huisartsenpraktijk lag een kwartier van mijn huis verwijderd. Ik pakte de fiets. Onderweg had ik het gevoel dat iedereen mij maar aankeek. Mijn gezicht was nat van de tranen. Het kon mij niet schelen. In de wachtkamer en bij binnenkomst in de praktijk had ik gehuild. Een bloeddrukmeter werd aangelegd en ik zag dat de huisarts schrok, maar niets zei. ‘Zal ik u iets vertellen mevrouw, toen zij mijn verhaal tussen het huilen door had aangehoord: ‘u bent zwaar overspannen en u hebt uitputtingsverschijnselen. Dit kan zo niet doorgaan. Onder deze omstandigheden ligt de kans op een hersenbloeding of hartinfarct op de loer. Zo te horen hebt u zelf ook veel meegemaakt. U heeft een burn-out door stress. Per direct rust nemen schrijf ik u voor. Ik zal uw werkgever een briefje sturen dat u voorlopig niet kunt komen werken.’
Met een zucht van verlichting, bedankte ik de huisarts met de woorden: ‘u bent de enige die begrijpt hoe ik mij al die tijd daadwerkelijk voel en dat ik hondsmoe ben.’

Er brak een tijd aan van permanente rust. De oude Marloes ben ik niet meer, dat hadden de artsen mij voorspeld. Werken onder stress werd mij verboden in deze hectische tijd. Ik moest luisteren naar de signalen van mijn lichaam en geest. Dat was belangrijk. Deed ik dat niet, dan zou de stress weer terugkomen en mij weer doen verlammen.

WIE BEN IK?

Ik ben ontstaan uit een idee van een Amerikaanse met de naam
R. Handler. In 1952, tijdens een vakantie in Luzern, Zwitserland bekeek zij een ondeugende strip van illustrator Reinhard Beuthin die gepubliceerd stond in de krant ‘Bildzeitung.’
Eén deel van het idee was geboren, het andere idee ontstond in haar naaste omgeving tijdens een creatief spel van haar dochter. Het ontstaan van mij was niet zo eenvoudig. Eerst moest ik nog geboren worden. Dat gebeurde in maart 1959. Er werd veel geld in mij geïnvesteerd. In maart 2014 werd ik 55 jaar. Door de jaren heen veranderde ik steeds van image, dat vond men belangrijk. Mijn slanke figuur is, door de jaren heen, hetzelfde gebleven. Tot heden kan niemand aan mij tippen. Ik heb een jonge uitstraling. Men zorgt goed voor mij en belangrijk is dat ik er kleurrijk uit blijf zien. Ik reis over de hele wereld. Wie doet mij dat na? Bijna iedereen wil met mij pronken. Sinds een aantal jaren heb ik ook een vaste relatie. Ook ben ik multimiljonair, omdat ik nergens geld in hoef te steken. Alles wordt voor mij geregeld en betaald en wordt ik gekleed door mijn ontwerpers. Zij zorgen goed voor mij en ik voor hun portemonnee. Zo af en toe duik ik op in de media in het buitenland en ook hier in Nederland. Mijn naam is afgeleid van één dochter van R. Handler, Barbara.